15-06-1535 | Cornelis de oude en Cornelis de jonge zjn de 2 kinderen van t huwelijk van Jan Jan Meren en Margriet Aert Ghijsels. Jan, Ghijsel (of Ghysel), Aert en Matheeus zijn de 4 kinderen uit het huwelijk van Andries Wrijters met Margriet Ghijsels. Zowel Jan Jan Meren als Andries Wrijters zijn overleden. Hun moeder Margriet leeft nog. Cornelis de oude en Cornelis de jonge krijgen de helft van de stede te Hoodonc bij Strijbeek, die in t geheel 6 a 7 bunder groot is. Ook de helft van een stuk hei te Cleijn IJssel bij Hoogstraten, 4 tot 4 /2 bunder groot. Cornelis en Cornelis dragen de helft over aan de kinderen Wrijters. Met de voorwaarde dat bij de dood van hun (gezamenlijke) moeder, de andere helft ook bij hun terechtkomt. (Ik maak er uit op dat de kinderen Wrijters daar gebruik van mogen maken, ze hoeven er niet weg) Zolang hun moeder nog in leven is, mag zij een halster rogs erfpacht heffen (= de helft van een sester = 172,8 liter). De erfpacht is oud goed van Jan Jan Meren. Als zij dood is, komt de erfpacht weer bij Cornelis de oude en Cornelis de oude. --------------------------------------------------------------------------------------------- Wie is nu eerst overleden: Jan Jan Meren of Andries Wrijters? Wie is de reden dat nu de scheiding gemaakt wordt? Ieder van de kinderen is blijkbaar mondig, ofwel ouder dan 25 jaar, anders had dat er wel bij gestaan. Anders had dat namelijk een indicatie kunnen zijn van welke partij de oudste was. Dat geldt dus niet. De erfpacht van de stede hoort in ieder geval bij het oud goed van Jan Jan Meren. Dat lijkt ook te gelden voor de boerderij en het land. Dan zou het logisch zijn dat Jan Jan Meren er samen met Margriet woonde, en dat zij na zijn dood hertrouwd is. En dat de kinderen van Jan Jan Meren het goed vinden dat de kinderen van Andries, hun halfbroers, de boerderij gebruiken. Een andere optie is, dat Margriet eerst getrouwd was met Andries, 4 kinderen kreeg, en daarna hertrouwde met Jan en op zijn boerderij ging wonen, en nog 2 kinderen kreeg. Deze optie sluit minder goed aan op de vestbrief. Maar misschien als ik beter leer om de vestbrief te vertalen en te begrijpen, of als ik andere informatie vind, dat ik dan meer duidelijkheid vind. ----------------------------------------------------------------------------------------------- Cornelis Godschalx sone van de Hoelt ende Wouter Cornelis Scholtens sone, schepenen in t Ghinneken. Quamen Cornelis de oude ende Cornelis de jonghe, gebruederen, wijlen Jan Jan Meren sonen, kende ende lijde, dat Jan Andries Wrijters zone, hon brueder, voir hem selven ende in den name van Ghyselen, Aerden, ende Matheeus, sijn gebruederen, wijlen Andries Wrijters sonen. Hon sijden al nu wel ende deugdelic vermecht ende te vreden gestelt hebben van alsulcken . ende gedeelt. Te weten van de helft van de stede ende erfenisse nabeschreven, die wijlen Jan Jan Meren ende Margriet Aert Ghijsels, zijn huijsfrou, bynne erfelijke vercregen hebben, soo sij seijden. Te weten van de ene helft van de huysinge, schuer so koye, hovinge ende erfenisse met hunne toebehoort ende alle erve, daeraan liggende hoven, in t geheel omtrent 6 of 7 buynder of alsoo groot ende cleijn, als gestaen ende gelegen zijn te Hoodonc bij Strijbeek. Noortwaerts aen Adriaen Cornelis Dijks zone erve, ende Suytwaerts aen Henric Godert Thijs zone erve. Ende noch van de helft van een stuck heijvelts houdende in t geheel omtrent 4 buynder of vyrdalf buynder, gelegen tot Cleijn Eijssel over Hoochstraten Met al sulcken . als . helft van de huysinge ende erfenisse en van de ander erve voirscheven, schuldich is uut te gaen, .de den welcken de voirschreven Cornelis ende Cornelis Jan Jan Meren zoons sonen de helft ende alle t recht dat hen aen de huysinge ende aen de andere erven voirschreven, na hons vader sijn doot aenbestorven was, ende . aen . opgedragen ende overgegeven hebben, drouge op ende gaven over met behoirlicken .rthij. den voirschreven Jan Andries Wrijters zone tot behoef van de voirschreven Ghijselen, Aerden, ende Matheeus, zijne brueders, ende honne nacomelingen sone . . . aen te beloven. Wel verst. dat de voirgenoemde Cornelis ende Cornelis Jan Jan Meren zonen behouden hon recht . ende versterft na hons moeders doot van de wederhelft van de stede ende erfenisse voirschreven, die de voirschreven Margriet Aet Ghijsels ende heurde (?) moeder toebehoirt. Dus is het wet, dat deselve Margriet Aert Ghijsels op te gehele stede ende erfenisse voirschreven, heffende is een halfter rogs (=172, 8l) jaerlicx in tochten, welc des voirschreven Jan Jan Meren zone out goet was, van welcken halfster erfpacht voirschreven, de voirgenoemde Cornelis ende Cornelis Jan Jan Meren zonen hen oic bekenden wel vermecht ende voldaen te sijn, soo dat t selve een halfster rogs erfpacht op te gehele stede ende erfenisse voirschreven den kynderen Andries Wrijters voirschreven, volgen na hons moeders doot volgen ende bliven sal. Voort bedancten hen de voirgenoemde Cornelis ende Cornelis Jan Jan Meren sone voir de goede sceijdinge ende deijlinge van alle goeden hen na de doot hons vaders aenbestorven van de have ende erve. Actum 1535 vijftien dagen in Juni. |
[bron: Ginneken inv 677 f 135v en 136r] |
15-06-1535 | Cornelis de oude en Cornelis de jonge zjn de 2 kinderen van t huwelijk van Jan Jan Meren en Margriet Aert Ghijsels. Jan, Ghijsel (of Ghysel), Aert en Matheeus zijn de 4 kinderen uit het huwelijk van Andries Wrijters met Margriet Ghijsels. Zowel Jan Jan Meren als Andries Wrijters zijn overleden. Hun moeder Margriet leeft nog. Cornelis de oude en Cornelis de jonge krijgen de helft van de stede te Hoodonc bij Strijbeek, die in t geheel 6 a 7 bunder groot is. Ook de helft van een stuk hei te Cleijn IJssel bij Hoogstraten, 4 tot 4 /2 bunder groot. Cornelis en Cornelis dragen de helft over aan de kinderen Wrijters. Met de voorwaarde dat bij de dood van hun (gezamenlijke) moeder, de andere helft ook bij hun terechtkomt. (Ik maak er uit op dat de kinderen Wrijters daar gebruik van mogen maken, ze hoeven er niet weg) Zolang hun moeder nog in leven is, mag zij een halster rogs erfpacht heffen (= de helft van een sester = 172,8 liter). De erfpacht is oud goed van Jan Jan Meren. Als zij dood is, komt de erfpacht weer bij Cornelis de oude en Cornelis de oude. --------------------------------------------------------------------------------------------- Wie is nu eerst overleden: Jan Jan Meren of Andries Wrijters? Wie is de reden dat nu de scheiding gemaakt wordt? Ieder van de kinderen is blijkbaar mondig, ofwel ouder dan 25 jaar, anders had dat er wel bij gestaan. Anders had dat namelijk een indicatie kunnen zijn van welke partij de oudste was. Dat geldt dus niet. De erfpacht van de stede hoort in ieder geval bij het oud goed van Jan Jan Meren. Dat lijkt ook te gelden voor de boerderij en het land. Dan zou het logisch zijn dat Jan Jan Meren er samen met Margriet woonde, en dat zij na zijn dood hertrouwd is. En dat de kinderen van Jan Jan Meren het goed vinden dat de kinderen van Andries, hun halfbroers, de boerderij gebruiken. Een andere optie is, dat Margriet eerst getrouwd was met Andries, 4 kinderen kreeg, en daarna hertrouwde met Jan en op zijn boerderij ging wonen, en nog 2 kinderen kreeg. Deze optie sluit minder goed aan op de vestbrief. Maar misschien als ik beter leer om de vestbrief te vertalen en te begrijpen, of als ik andere informatie vind, dat ik dan meer duidelijkheid vind. ----------------------------------------------------------------------------------------------- Cornelis Godschalx sone van de Hoelt ende Wouter Cornelis Scholtens sone, schepenen in t Ghinneken. Quamen Cornelis de oude ende Cornelis de jonghe, gebruederen, wijlen Jan Jan Meren sonen, kende ende lijde, dat Jan Andries Wrijters zone, hon brueder, voir hem selven ende in den name van Ghyselen, Aerden, ende Matheeus, sijn gebruederen, wijlen Andries Wrijters sonen. Hon sijden al nu wel ende deugdelic vermecht ende te vreden gestelt hebben van alsulcken . ende gedeelt. Te weten van de helft van de stede ende erfenisse nabeschreven, die wijlen Jan Jan Meren ende Margriet Aert Ghijsels, zijn huijsfrou, bynne erfelijke vercregen hebben, soo sij seijden. Te weten van de ene helft van de huysinge, schuer so koye, hovinge ende erfenisse met hunne toebehoort ende alle erve, daeraan liggende hoven, in t geheel omtrent 6 of 7 buynder of alsoo groot ende cleijn, als gestaen ende gelegen zijn te Hoodonc bij Strijbeek. Noortwaerts aen Adriaen Cornelis Dijks zone erve, ende Suytwaerts aen Henric Godert Thijs zone erve. Ende noch van de helft van een stuck heijvelts houdende in t geheel omtrent 4 buynder of vyrdalf buynder, gelegen tot Cleijn Eijssel over Hoochstraten Met al sulcken . als . helft van de huysinge ende erfenisse en van de ander erve voirscheven, schuldich is uut te gaen, .de den welcken de voirschreven Cornelis ende Cornelis Jan Jan Meren zoons sonen de helft ende alle t recht dat hen aen de huysinge ende aen de andere erven voirschreven, na hons vader sijn doot aenbestorven was, ende . aen . opgedragen ende overgegeven hebben, drouge op ende gaven over met behoirlicken .rthij. den voirschreven Jan Andries Wrijters zone tot behoef van de voirschreven Ghijselen, Aerden, ende Matheeus, zijne brueders, ende honne nacomelingen sone . . . aen te beloven. Wel verst. dat de voirgenoemde Cornelis ende Cornelis Jan Jan Meren zonen behouden hon recht . ende versterft na hons moeders doot van de wederhelft van de stede ende erfenisse voirschreven, die de voirschreven Margriet Aet Ghijsels ende heurde (?) moeder toebehoirt. Dus is het wet, dat deselve Margriet Aert Ghijsels op te gehele stede ende erfenisse voirschreven, heffende is een halfter rogs (=172, 8l) jaerlicx in tochten, welc des voirschreven Jan Jan Meren zone out goet was, van welcken halfster erfpacht voirschreven, de voirgenoemde Cornelis ende Cornelis Jan Jan Meren zonen hen oic bekenden wel vermecht ende voldaen te sijn, soo dat t selve een halfster rogs erfpacht op te gehele stede ende erfenisse voirschreven den kynderen Andries Wrijters voirschreven, volgen na hons moeders doot volgen ende bliven sal. Voort bedancten hen de voirgenoemde Cornelis ende Cornelis Jan Jan Meren sone voir de goede sceijdinge ende deijlinge van alle goeden hen na de doot hons vaders aenbestorven van de have ende erve. Actum 1535 vijftien dagen in Juni. |
[bron: Ginneken inv 677 f 135v en 136r] |
15-06-1535 | Cornelis de oude en Cornelis de jonge zjn de 2 kinderen van t huwelijk van Jan Jan Meren en Margriet Aert Ghijsels. Jan, Ghijsel (of Ghysel), Aert en Matheeus zijn de 4 kinderen uit het huwelijk van Andries Wrijters met Margriet Ghijsels. Zowel Jan Jan Meren als Andries Wrijters zijn overleden. Hun moeder Margriet leeft nog. Cornelis de oude en Cornelis de jonge krijgen de helft van de stede te Hoodonc bij Strijbeek, die in t geheel 6 a 7 bunder groot is. Ook de helft van een stuk hei te Cleijn IJssel bij Hoogstraten, 4 tot 4 /2 bunder groot. Cornelis en Cornelis dragen de helft over aan de kinderen Wrijters. Met de voorwaarde dat bij de dood van hun (gezamenlijke) moeder, de andere helft ook bij hun terechtkomt. (Ik maak er uit op dat de kinderen Wrijters daar gebruik van mogen maken, ze hoeven er niet weg) Zolang hun moeder nog in leven is, mag zij een halster rogs erfpacht heffen (= de helft van een sester = 172,8 liter). De erfpacht is oud goed van Jan Jan Meren. Als zij dood is, komt de erfpacht weer bij Cornelis de oude en Cornelis de oude. --------------------------------------------------------------------------------------------- Wie is nu eerst overleden: Jan Jan Meren of Andries Wrijters? Wie is de reden dat nu de scheiding gemaakt wordt? Ieder van de kinderen is blijkbaar mondig, ofwel ouder dan 25 jaar, anders had dat er wel bij gestaan. Anders had dat namelijk een indicatie kunnen zijn van welke partij de oudste was. Dat geldt dus niet. De erfpacht van de stede hoort in ieder geval bij het oud goed van Jan Jan Meren. Dat lijkt ook te gelden voor de boerderij en het land. Dan zou het logisch zijn dat Jan Jan Meren er samen met Margriet woonde, en dat zij na zijn dood hertrouwd is. En dat de kinderen van Jan Jan Meren het goed vinden dat de kinderen van Andries, hun halfbroers, de boerderij gebruiken. Een andere optie is, dat Margriet eerst getrouwd was met Andries, 4 kinderen kreeg, en daarna hertrouwde met Jan en op zijn boerderij ging wonen, en nog 2 kinderen kreeg. Deze optie sluit minder goed aan op de vestbrief. Maar misschien als ik beter leer om de vestbrief te vertalen en te begrijpen, of als ik andere informatie vind, dat ik dan meer duidelijkheid vind. ----------------------------------------------------------------------------------------------- Cornelis Godschalx sone van de Hoelt ende Wouter Cornelis Scholtens sone, schepenen in t Ghinneken. Quamen Cornelis de oude ende Cornelis de jonghe, gebruederen, wijlen Jan Jan Meren sonen, kende ende lijde, dat Jan Andries Wrijters zone, hon brueder, voir hem selven ende in den name van Ghyselen, Aerden, ende Matheeus, sijn gebruederen, wijlen Andries Wrijters sonen. Hon sijden al nu wel ende deugdelic vermecht ende te vreden gestelt hebben van alsulcken . ende gedeelt. Te weten van de helft van de stede ende erfenisse nabeschreven, die wijlen Jan Jan Meren ende Margriet Aert Ghijsels, zijn huijsfrou, bynne erfelijke vercregen hebben, soo sij seijden. Te weten van de ene helft van de huysinge, schuer so koye, hovinge ende erfenisse met hunne toebehoort ende alle erve, daeraan liggende hoven, in t geheel omtrent 6 of 7 buynder of alsoo groot ende cleijn, als gestaen ende gelegen zijn te Hoodonc bij Strijbeek. Noortwaerts aen Adriaen Cornelis Dijks zone erve, ende Suytwaerts aen Henric Godert Thijs zone erve. Ende noch van de helft van een stuck heijvelts houdende in t geheel omtrent 4 buynder of vyrdalf buynder, gelegen tot Cleijn Eijssel over Hoochstraten Met al sulcken . als . helft van de huysinge ende erfenisse en van de ander erve voirscheven, schuldich is uut te gaen, .de den welcken de voirschreven Cornelis ende Cornelis Jan Jan Meren zoons sonen de helft ende alle t recht dat hen aen de huysinge ende aen de andere erven voirschreven, na hons vader sijn doot aenbestorven was, ende . aen . opgedragen ende overgegeven hebben, drouge op ende gaven over met behoirlicken .rthij. den voirschreven Jan Andries Wrijters zone tot behoef van de voirschreven Ghijselen, Aerden, ende Matheeus, zijne brueders, ende honne nacomelingen sone . . . aen te beloven. Wel verst. dat de voirgenoemde Cornelis ende Cornelis Jan Jan Meren zonen behouden hon recht . ende versterft na hons moeders doot van de wederhelft van de stede ende erfenisse voirschreven, die de voirschreven Margriet Aet Ghijsels ende heurde (?) moeder toebehoirt. Dus is het wet, dat deselve Margriet Aert Ghijsels op te gehele stede ende erfenisse voirschreven, heffende is een halfter rogs (=172, 8l) jaerlicx in tochten, welc des voirschreven Jan Jan Meren zone out goet was, van welcken halfster erfpacht voirschreven, de voirgenoemde Cornelis ende Cornelis Jan Jan Meren zonen hen oic bekenden wel vermecht ende voldaen te sijn, soo dat t selve een halfster rogs erfpacht op te gehele stede ende erfenisse voirschreven den kynderen Andries Wrijters voirschreven, volgen na hons moeders doot volgen ende bliven sal. Voort bedancten hen de voirgenoemde Cornelis ende Cornelis Jan Jan Meren sone voir de goede sceijdinge ende deijlinge van alle goeden hen na de doot hons vaders aenbestorven van de have ende erve. Actum 1535 vijftien dagen in Juni. |
[bron: Ginneken inv 677 f 135v en 136r] |
15-06-1535 | Cornelis de oude en Cornelis de jonge zjn de 2 kinderen van t huwelijk van Jan Jan Meren en Margriet Aert Ghijsels. Jan, Ghijsel (of Ghysel), Aert en Matheeus zijn de 4 kinderen uit het huwelijk van Andries Wrijters met Margriet Ghijsels. Zowel Jan Jan Meren als Andries Wrijters zijn overleden. Hun moeder Margriet leeft nog. Cornelis de oude en Cornelis de jonge krijgen de helft van de stede te Hoodonc bij Strijbeek, die in t geheel 6 a 7 bunder groot is. Ook de helft van een stuk hei te Cleijn IJssel bij Hoogstraten, 4 tot 4 /2 bunder groot. Cornelis en Cornelis dragen de helft over aan de kinderen Wrijters. Met de voorwaarde dat bij de dood van hun (gezamenlijke) moeder, de andere helft ook bij hun terechtkomt. (Ik maak er uit op dat de kinderen Wrijters daar gebruik van mogen maken, ze hoeven er niet weg) Zolang hun moeder nog in leven is, mag zij een halster rogs erfpacht heffen (= de helft van een sester = 172,8 liter). De erfpacht is oud goed van Jan Jan Meren. Als zij dood is, komt de erfpacht weer bij Cornelis de oude en Cornelis de oude. --------------------------------------------------------------------------------------------- Wie is nu eerst overleden: Jan Jan Meren of Andries Wrijters? Wie is de reden dat nu de scheiding gemaakt wordt? Ieder van de kinderen is blijkbaar mondig, ofwel ouder dan 25 jaar, anders had dat er wel bij gestaan. Anders had dat namelijk een indicatie kunnen zijn van welke partij de oudste was. Dat geldt dus niet. De erfpacht van de stede hoort in ieder geval bij het oud goed van Jan Jan Meren. Dat lijkt ook te gelden voor de boerderij en het land. Dan zou het logisch zijn dat Jan Jan Meren er samen met Margriet woonde, en dat zij na zijn dood hertrouwd is. En dat de kinderen van Jan Jan Meren het goed vinden dat de kinderen van Andries, hun halfbroers, de boerderij gebruiken. Een andere optie is, dat Margriet eerst getrouwd was met Andries, 4 kinderen kreeg, en daarna hertrouwde met Jan en op zijn boerderij ging wonen, en nog 2 kinderen kreeg. Deze optie sluit minder goed aan op de vestbrief. Maar misschien als ik beter leer om de vestbrief te vertalen en te begrijpen, of als ik andere informatie vind, dat ik dan meer duidelijkheid vind. ----------------------------------------------------------------------------------------------- Cornelis Godschalx sone van de Hoelt ende Wouter Cornelis Scholtens sone, schepenen in t Ghinneken. Quamen Cornelis de oude ende Cornelis de jonghe, gebruederen, wijlen Jan Jan Meren sonen, kende ende lijde, dat Jan Andries Wrijters zone, hon brueder, voir hem selven ende in den name van Ghyselen, Aerden, ende Matheeus, sijn gebruederen, wijlen Andries Wrijters sonen. Hon sijden al nu wel ende deugdelic vermecht ende te vreden gestelt hebben van alsulcken . ende gedeelt. Te weten van de helft van de stede ende erfenisse nabeschreven, die wijlen Jan Jan Meren ende Margriet Aert Ghijsels, zijn huijsfrou, bynne erfelijke vercregen hebben, soo sij seijden. Te weten van de ene helft van de huysinge, schuer so koye, hovinge ende erfenisse met hunne toebehoort ende alle erve, daeraan liggende hoven, in t geheel omtrent 6 of 7 buynder of alsoo groot ende cleijn, als gestaen ende gelegen zijn te Hoodonc bij Strijbeek. Noortwaerts aen Adriaen Cornelis Dijks zone erve, ende Suytwaerts aen Henric Godert Thijs zone erve. Ende noch van de helft van een stuck heijvelts houdende in t geheel omtrent 4 buynder of vyrdalf buynder, gelegen tot Cleijn Eijssel over Hoochstraten Met al sulcken . als . helft van de huysinge ende erfenisse en van de ander erve voirscheven, schuldich is uut te gaen, .de den welcken de voirschreven Cornelis ende Cornelis Jan Jan Meren zoons sonen de helft ende alle t recht dat hen aen de huysinge ende aen de andere erven voirschreven, na hons vader sijn doot aenbestorven was, ende . aen . opgedragen ende overgegeven hebben, drouge op ende gaven over met behoirlicken .rthij. den voirschreven Jan Andries Wrijters zone tot behoef van de voirschreven Ghijselen, Aerden, ende Matheeus, zijne brueders, ende honne nacomelingen sone . . . aen te beloven. Wel verst. dat de voirgenoemde Cornelis ende Cornelis Jan Jan Meren zonen behouden hon recht . ende versterft na hons moeders doot van de wederhelft van de stede ende erfenisse voirschreven, die de voirschreven Margriet Aet Ghijsels ende heurde (?) moeder toebehoirt. Dus is het wet, dat deselve Margriet Aert Ghijsels op te gehele stede ende erfenisse voirschreven, heffende is een halfter rogs (=172, 8l) jaerlicx in tochten, welc des voirschreven Jan Jan Meren zone out goet was, van welcken halfster erfpacht voirschreven, de voirgenoemde Cornelis ende Cornelis Jan Jan Meren zonen hen oic bekenden wel vermecht ende voldaen te sijn, soo dat t selve een halfster rogs erfpacht op te gehele stede ende erfenisse voirschreven den kynderen Andries Wrijters voirschreven, volgen na hons moeders doot volgen ende bliven sal. Voort bedancten hen de voirgenoemde Cornelis ende Cornelis Jan Jan Meren sone voir de goede sceijdinge ende deijlinge van alle goeden hen na de doot hons vaders aenbestorven van de have ende erve. Actum 1535 vijftien dagen in Juni. |
[bron: Ginneken inv 677 f 135v en 136r] |
17-06-1539 | De (directe) erfgenamen van wijlen Jaspare Jan Henricx Smoleners (in andere brieven Moleners en Moleneren gebruikt), Jan Andries Willems huisvrouw: - Godert Aert Stevens uit ten Hout (Den Hout) - Yde Willem Smoleners, huisvrouw van wijlen Henrick Jan Stevens kinderen - wijlen Adriaen Willem Smoleners kinderen, door Peter Adriaen Stevens uit Made - Yde Severijn Wilbraecx, huisvrouw van Peter Henricx Wagemaekers uit Hoesenout (Heusdenhout?) - Peter Cornelis Jan Meren uit Ulvenhout, ook voor: - Jan Jan Snijders erfgenamen, en - Claes Godertsen huisvrouw - Marie Cornelis Jan Meren, door haar man Claes Jans van der Molen (hoe zij familie zijn van Jaspere, is mij niet duidelijk) hebben verkocht aan Peter Cornelis Meren 2 veertelen rogs erfpacht, hun aanbestorven van Jaspere. (Dit is mogelijk Peter Cornelis Peter Meren, maar helaas is zijn opa niet genoemd) Hij reikte jaarlijks 3 veertelen uit, blijft over nog 1 veertel (=86,4l) --------------------------------------------------------------------------------------------- Wouter Cornelis Schelckens sone ende Jacop Jan Lips zone, schepenen in Ghinneken, Quamen Goodert Aert Steves zone, woonend ten Hout voor hem selven, ende in de name van wijlen Henrick Jan Stevens soons kynderen, daer moeder af was Yde Willem Smoleners, die hij hier inne vervinck. Peter Ariaen Merten sone, woonende op de Made, voor hem selven ende in den name van Adriaen Willem Smoleners zoon kynderen, die hij vervinck. Peter Henrick Wagemaeckers sone, te Hoesenout, als man ende voight van Yde Wilbraecx dochter, zijn huysfrou, die hij vervinck. Peter Cornelis Jan Meren zone, te Ulvenhout woonende, voor hem selven, ende oock in den name van Adriaen Nijs Adriaens soons kynderen. Noch in den name van Jan Jan Snijders erfgenaemen. Noch in den name van Claes Godertsen huysfrou, die hij alle hier inne vervinck. Ende Claes Jans van der Molen sone, als man ende voight ende in den name van Marie Cornelis Jan Meren dochter, sijn huysfrou, die hij vervinck. Kenden ende lijden, dat in den name als voir wel ende wettelic vercoft hebben, ende laten lossen Peteren Cornelis Merensone, ende dat deselven Peter Cornelis Meren afgecoft met sijne gerede penningen, vol ende al betaelt sijne, hen gelost heeft 2 veertelen rogs erfpacht, die hen na de doot van wijlen Jaspare Jan henric Smoleneren dochter, Jan Andries Willems huysfrou, wat aenbestorven sijn ende hen competeren alsoo sij seijden, in mindernisse van den 3 veertelen rogs erfpacht, in desen doorstoken schepenbrieve begrepen, die de voirschreven Peter Cornelis Meren sone selve jaerlicx uytreijckt. Daer af dan de veertel rogs efpacht den anderen erfgenamen wijlen Jaspare Jan Henrick Smoleneren den voirschreven toebehoort, soo sij seijden. Ende de vercooperen voorgenoemd, elck in den name vals voir, bedancken hen goeder lossinge ende afroep ende goeder betalingen van de cooppenningen of lospenningen de 2 veertelen rogs erfpacht voirschreven. Geldende (?) daer af gelycelic ende al quyt den voorschreven Peter Cornelis Meren sone sijne nacomelingen ende alle andere dit quiten behoevende. Ende zij geloofden oick de 2 veertelen rogs erfpacht voirschreven, den voirschreven Peteren Cornelis Meren sone te vrijen ende te waeren vrij ende onbelast van alle commer ende calaengie. Actum Anno 1539, 17 dagen in juni. |
[bron: Ginneken inv 678 f 56v en 57r] | ||
18-06-1539 | Het gaat over 4 vestbrieven, 2 bijschriften en 2 losse strookjes. Ze hebben allemaal te maken met het overlijden van Jaspare Moleneren. Alleen voor wat de strookjes betreft: ze zijn bij het scannen genummerd als 94a-R en 94a-V, maar een relatie met de vestbrieven of bijschriften heb ik niet kunnen leggen. De afbeeldingen van alle documenten zijn te zien bij Peter Cornelis Jan Meren. De 1e vestbrief is opgemaakt door de schepenen van Breda op zondag18 juni 1539, en gaat over de verkoop van huijs en goeden te Ginneken van wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren door haar erfgenamen. De helft was al aenbestorven bij de dood van haar zus Marie. Ze verkopen het huis en de goeden aan Jan Andries Willems, de man van Jaspare. Het huis staat in Breda aan t Ghinnekens Eijndt. Een dag eerder, op de zaterdag, is door de schepenen van Ginneken een vestbrief opgemaakt over de erfpacht van 2 veertelen rogs die zij verkopen aan Peter Cornelis Meren. Er staat niet bij waar de erfpacht over geheven wordt. Het zal wel in Ginneken zijn, aangezien de vestbrief daar opgemaakt wordt. Het gezelschap was die dag een stuk kleiner. Gisteren waren ze met 5 en nog 2 schepenen, met 7 dus. Vandaag zijn er van vaders zijde 4 erfgenamen en van moeders zijde 5, samen met de man Jan Andries Willems. Dus met 10 met nog 2 schepenen, in het betreffende huis. Een flinke club. De 5 kinderen van Cornelis Jan Meren zijn erfgenamen van de zijde van vaders kant, dus van Jan Henricx Moleneren. Hoe de kinderen familie zijn? Dat zou dan zijn vader/moeder moeten zijn. Henrick Moleneren, getrouwd met een Meren, of zoon van een moeder Meren? Het zijn in totaal 4 vestbrieven, met dezelfde datum. De 3e heeft een bijschrift van 22 juni 1550. De 4e heeft een bijschrift van 10 december 1539. De 1e vestbrief is door mij nog goed te lezen, en hoe verder t gaat, hoe moeilijker ze te lezen zijn. De hand van de schrijvende schepen zal vermoeid geraakt zijn, of onzeker door het nuttigen van wat drank. De datum bij de 2e brief is 18 april, en is een verschrijving. Misschien later met wat meer vertaal-ervaring van mijn kant, dat ik meer open stukken kan invullen en vraagtekens weghalen. ---------------------------------------------------------------------------------------------- 1e Vestbrief ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hoelten (=Meester Jan van Hoelten), Byestraten (=Jacop van de Byestraten, zoals op de 1e pagina van het register staat), scepenen in Breda, doen condt, dat op te 18e dach in april 1939 voor ons gecomen sijn: Peter Henricx Wagmaekers, als man ende voight ende met name van Yde Severijn Wilbraecx, sijn huysfrou, die hij hier verving. Noch met name van Henrick Willem Moleneren sone, wonende ten Hout, ende vandesselven Henricx bruederen, susteren, brueder ende susters kynderen, die hij over alle hier inne vervinck. Claes Jans sone van der Molen, als man ende voight van Marie Cornelis Jan Meren dochter, sijn huysfrou, die hij vervinc. Adriaen Nijs Adriaens sone, in den name van sijne kynder, daer moeder af was wijlen Cornelie Cornelis Jan Meren dochter, die hij vervinc. Jan Jan Snijders de Jonge, wonende op Koekelberch, in den name van sijn kynderen, daer moeder af was wijlen Margriet Cornelis Jan Meren dochter, die hij vervinc. De voirschreven Claes Janse van der Molen ende Jan Jan Snijders sone de Jonge over in de name van Marie Cornelis Jan Meren dochter, Claes Aert Goderts huysfrou, die van pas (?) oic tegenwoordich stont ende welcke sij bij haeren consent hen inne vervinc. Noch met name van Peteren Cornelis Jan Meren sone, die beijde oic hier inne vervingen. Alle als erfgenaemen van wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter, wettige huysfrou van Jan Andries Willems van heurs vaders zijde. Adriaen Jan Gheryts sone van Langdonc voor hem selve Denys Aert Fraeys (?) sone voir hem selven, ende oic in den name van Berthelmeus Aert Fraeys sone, sijn brueder, die hij vervinc. De voirscheven Adriaen Jan Gheryts sone oock met name van Cornelis, Marie ende Jenneken, sijne susteren, noch mede in name van de kynderen wijlen Henrick Gheryts Adriaen, ende Kathelijn (?) ende Engele sijnre kinderen ende suster waren, die de voirschreven Adriaen hier inne vervinc. Marie Meus Adriaenssen dochter, weduwe wijlen Matheus Jan Aertssen, metten voirschreven Adriaen Jan Gheryts zone, voight, voor heur selven en oock met name van Engele, wijlen Bartholomeus Meus Adriaenssen dochter, van den kynder ende kyntskinderen wijlen Gherit Meurs Adriaenssen, van de kyntskinderen wijlen Mathijs Meus Adriaenssen, van wijlen Adriaen Meus Adriaenssen desselfs kynderen, die sij hier in alle vervinc. Cornelis Peter Naessens, woonende ten Rijen, voor hem selven, ende oic in de name van Lisbeth ende Marie, sijn susteren ende van wijlen Gherit Peter Naessens, zijns broeders kynderen, die hij hier inne vervinc. De voirschreven Cornelis Peter Naessens ende met hem Henric Gielis sone van Vlymme, beijde tesamen ooc in den name van Pauwelsch Anhonis Peter Naessens sone, woonende op Standtdaerbuyten, daer de voirschreven Henric van Vlijmen macht ende consent af heeft, so hij seijde, ende welcke Pauwelsch de voirschreven Cornelis Peter Naessens ende Henric van Vlymme hier inne vervinc. Henrick ende Joost, gebruederen wijlen Gielis van Vlymen sone voir hen selven. Adriaen Mertens sone van de Perre (?), als man ende voight en met name van Jenneken Gielis dochter van Vlijmen, sijn huysfrou, die hij vervinc. De voirschreven Henrick en de Joost van Vlymmen beijde ooc met name van Lysbeth Wouters Goverts dochter, daer moeder af was wijlen Lysbeth Gielis dochter van Vlijmen, die sij vervingen. Adriaen Peter Oerlemans sone, woonende op te Swaluw, voor hem selven. Pieter Anthonis Gheryts sone ooc op te Swaluw woonende, als man ende voight van Lysbeth Peter Oerlemans dochter, sijn huysfrou, die hij vervinc. Alle als erfgenaemne van wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter van heurs moeders zijde. Ende lijden, dat sij in den name als voir, vercoft hebben Jannes Andries Willems sone voirgenoemd, huys ende erve met sijne toebehoirte, geh. (?) de karscorf (of storf) ende met den hove daer achter aen liggend, daer af den helft den vercooperen, met honne mede-erfgenaemen voirschreven na de doot van wijlen Marie Jan Henricx Moleners dochter aenbestorven is, ende de andere helft na de doot van de voirschreven Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter, soo sij seijden. Behoudens dat de voirschreven Jan Andries Willems sone aen de selve leste een helft zijn tocht competeerde uut machte van derselve Jaspare, sijne huysfrou, estamente, nae verwijsen des schepensbriefs daer af. Ende gestaen ende gelegen tot Breda op t Ghinnekens Eijndt, neven Kathelijn Cornelis Betten dochter, Jaspar Willems huysfrou huys ende erve op te noortsijde, ende Jan Harmans zone van Rijswijc juys ende erve op te suytsijde, achter comende aen Har Jans van de Wijngaerde. Verders soo tot binnen hovinge ende erfenisse. Te vrijen met alsulcken commer als daer met recht schuldich is, uut te gaen welck huys ende erve voirschreven, de vercooperen voirschreven ten dage vorengeschreven voir ons, schepenen ende borchemeester opgedragen ende overgegeven hebben. Drongen op en gaven over, daer op geloven ende al voirschreven met vonnissen ende met Recht tot behoef van de voirschreven Jan Andries Willems sone ende sijne noch d.ter welck deselver Jan Andries Willemsen na dien hier af 3 sondachen ter proclamatie gedaen in t . Alsoo ons bij .clatie (?) ende gesweren, sorgdragen is gebleken op ten dach der Jaer o.de gister gevest is in t huys, hof ende erve voirschreven. Actum Anno 1539, 18 dagen in Juni. -------------------------------------------------------------------------------------------- 2e Vestbrief -------------------------------------------------------------------------------------------- Deze vestbrief gaat over de jaarlijkse ontvangsten van 4 veertelen rogs en 3 Rijns guldens, en over de schulden en wederschulden die achtergebleven zullen zijn. De man van Jaspare zal die voldoen. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hoelten, Byestraten. Anwezig alle de erfgenamen wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter van s vaders ende s moeders zijde, elck in den name pront (? nabescreven in p.en ende bekenden dat metten pacht van 4 veertelen rogs eerstgenoemde te Lichtmisse anno 39 (ofwel 2 februari 1539) lestlich daer af Peter Cornelis Meren sone 3 veertelen ende Henric Peters sone tot Notselt, een veertel rogs jaerlicx uutreicken, die hen Jan Andries Willemsen voirschreven, heeft laten volgen. . . . Jan Hendricsen wel voldaen heeft van de 3 Rijns gulden t stuck ter 40 groten Vlaems eens. die hen de voirgenoemde Jaspare Jan Hendricx den bij testament te b. hadden ende hebben. Voorst de erfgenaemen Jaspare voirgenoemd elck in den name als voir getemdoneert (?) ende vertogen ende mede in den . met de achter volgende testamente van de selve Jaspare op alle haeffelick ende gereede goeden sculdich ende weder sculdich die de voirgenoemde Jaspare achtergelaten heeft soo de en noch . daer aen te behouden ende so de hen enichsins daer af . ter . Dus soo geloofden de voirschreven Jan Andries Willems alle de uutsculden die hij ende wijlen Jaspare, sijn huijsfrou sculdich sijn geweest ende sculdich sijn wel ende daerselver uutrichten voldoen. Soo der erfgenamen voirschreven cost ende last al volgende de . van de testamente van Jaspare voirschreven W. van de . Anno 1539 2 dage in . Actum 1539 18 dage in april (lijkt me een verschrijving) ----------------------------------------------------------------------------------------------- 3e Vestbrief (met helaas nogal wat onleesbaars voor mij) ----------------------------------------------------------------------------------------------- De weduwnaar van Jaspare zal jaarlijks 2 Rijns gulden en 15 stuivers uitreiken aan de erfgenamen op Sint Jansdag (24 juni) vanuit zijn huis. Daarna volgt een gedeelte over de chijns en perceel te Valkenberg dat ik niet begrijp. ----------------------------------------------------------------------------------------------- Hoelten, Byestraten. Quam Jan Andries Willems sone kende ende lijde dat hij in recht erf.ier waerde is jaerlicx te Gelden ende Ontvangsten den erfgenaemen Jaspare Jan Henricx Moleneren, sijnre huysfrou, ende honne nacomelingen 2 Rijns gulden ende 15 stuyvers, elck tegen tot 40 Groten Vlaems t stuck erfchijns. Desen alle uut op Sint Jansdach Baptisten in Junio (= Johannes de Doper op 24 juni) ende de yerste Sint Jansdach sal zijn op anno 1540 uut ende op sijn huys. Ende nu met Sinte . ende v te houden als in liggende t welc hij van den erfgenaemen voirschreven vercregen heeft, gestaen ende gelegen . . perceel . . houden. Te vrijen met chijns d erfgenaemen die de voirschreven Jaspare daer op vercregen heeft den . ter Valckenberge tot Breda met 2 Rijns gulden erfchijns die Rasmus (?) Henric Peters sone nu eerst ende metter weerden van 10 stuyvers erfchijns daer jaerlicx uutgaen met voorwaerde dat men de 2 Rijns gulden ende 15 stuyvers de erfgenaemen voirschreven altijt lossen sal moeten elcken penninc met 16 gel.ck penningen eens te gaen op ten chijnsen voirschreven ende metten voirschreven chijnsen. Actum Anno 1539 18 dage in Junio. ----------------------------------------------------------------------------------------------- Het bijschrift van deze akte is van 29 januari (of juni) 1550. Hierin verklaart Marie Cornelis Jan Meren dat Jan Andries Willemen de 2 Rijns gulden en 15 stuivers goed betaald heeft en de erfchijns gelost heeft. Haar wijlen man had de erfchijns op 10 december 1539 gekocht. Het bijschrift is opgenomen bij de beschrijving van Marie. ----------------------------------------------------------------------------------------------- 4e Vestbrief ----------------------------------------------------------------------------------------------- Jan zal de 3 Rijns gulden erfrecht, den penning 16 betalen op Bamisse (St. Bavo, 1e zaterdag na 1 oktober) ---------------------------------------------------------------------------------------------- Quamen Jan Andries Willemsen sone, ende geloofden den erfgenaemen wijlen Jaspare Jan Hendricx Moleneren, sijnre huysfrou was, de erfpenning van 3 Rijns gulden erfrecht, de penning 16, te betalen in penningen op Bamisse op 1539 naestcomende. Soo de oirconde (?) of p. ter schepenbrieve. Actum 18 dagen in junio ---------------------------------------------------------------------------------------------- In het bijschrift verkopen de erfgenamen dit recht aan Claes Janssen van der Molen, de man van Marie Cornelis Jan Meren op 10 december 1539. Hierdoor is deze vestbrief doot ende teniet verklaard. |
[bron: Breda Vestbrieven 444 f 93v, 94r, 94v, 95r van 18 juni 1539] | ||
14-01-1575 | - Quam Peter Cornelis Jan Meren zone, kende ende lijde dat hij alnu schuldich is jaerlicx ende erffelick te gelde ende uit te reyken Laurensen Nout Wouters zone, als oom ende voight tot behoef van Marie ende Adrianie Anthonis Wout Aerts zoons dochteren, daer moeder af was Lysbeth Nout Wouters dochter, 3 loopensaets rogs sjaers erfpachts goet ende onstbaer(?) van de 5 veertelen rogs die hij Peter Cornelis Jan Meren zone tot noch toe schuyldich is geweest jaerlicx uit te reyken ende daer af hij de andere 17 loopensaets rogs erfpachts, die Frans Wouter Nouts zone te heffen plach. de selven Frans aen gelost oft afgecoft heeft/ De 3 loopensaets rogs erfpachts voorschreven, den 2 dochteren Anthonis Jan Aerts zoons voorschreven en honnen nacomelingen erfelick ende alle jaer tot alsulcke stede met alsulcke mate op alsulcken pachtdach te leveren uit alsulcke onderpande met alsulcke waernisse. Ende voirt ende gelijck de originale schepenenbrief luydende van de 5 veertelen rogs erfpachts voorschreven, den welcken wij, schepenen voorgenoemd, aengesien hebben ende hoiren lesen breeder inhoudt ende verclaert daer af teneur h. naebescreven volcht luydende van woorde tot woorde aldus Wij, Henrik Jans Zone van den Vlaspoel ende Lambrecht Rombouts zone van den Eijssel, schepenen in Ghinneken, Connis date est 1455, 25 dagen in september. Gevest, actum ut supra (=14 januari 1575) ----------------------------------------------------------------------------------------- 25 september 1455 zal de datum van de genoemde vervallen vestbrief zijn. In 1584 zal zoon Bastiaen de nieuwe vestbrief aflossen. |
[bron: Ginneken 1569-1578 inv684 f212v en 213r] | ||
13-04-1584 | Bijschrift op f212v (Links van de schepenbrief en eronder): Adrianie Anthonis Jan Aerts zoons dochtere, Joris Anssems heeft bekent dat Bastiaen Peteren Cornelis Jan Meren in 3 lossen Rg erfrechts in desen brief begrepen heur Adrianie voorgenoemd, mits de doot ende af einigt van Marie heur zuster, was alles Peteren voorgenoemd dat de lospenningen of de cooppenningen ende daer af met alle verschenen pichten heur volcomen voldaen ende betalet zijn, zoo dat dese brief aen rechten doot ende te nyet is. Actum 13 april 1584 Cornelis Joossen ende Jan Cornelissen als getuygen. |
[bron: Ginneken 1569-1578 inv 684 f212v en 213r] | ||
02-01-1601 | Ghinneken Pro Anno 1601 Jan Michiel Mercelissen van der Anvort ende Cornelis Peterssen van der Corput, schepenen in t Ghinneken, Quam Sebastiaen Peeter Cornelis Meren zone Denys Cornelis Peeter Cornelis Meren zone Cornelis, Ghijsbrecht ende Adriaen gebroederen wijlen Cornelis Geerts zonen (in het bijschrift staat dat hun moeder was Maeyken Peeter Cornelis Meren) Agneese desselven Cornelis Geerts dochter met Peeter Jan Floris zone, heuren man ende voight voor hen selve, ende de voorgeschreven Bastiaen noch als gemechtich ende in den naeme van Cornelisen ende Peeteren Laureijs Peeter Cornelis Meren zone . zijde welcke soo voor hen selven als voorts vervangende henne andere susters (geen namen genoemd), alnoch ongehouwd zijnde, daer zij hen voor sterck maeckten, met oock Cathelijnen haere suster ende Jacob Michielsen als man ende voight van Agneese Laureijs Meren dochter, de voorgenoemde Bastiaen ende Jan, zijn broeder, mechtich gemaect sijn om te doen t gene naebescreven volght nae uytwijsen van de acte van procuratie daer af voor schepenen der Vrijheit van Hogstraten gepasseert ende met honnen segelen besegelt, ondergeteeckent JWaechmans wesen van date op . . . . (datum niet ingevuld) anno 1600, de welcke zij thoonde ende Hendrik de Weert als gemechtich ende in den naemne van Gielisen Buysen als d actie (?) hebbende bij opwinninge van t contingent Jannen Peeter Cornelis Meren zone, gecompeteert hebbende, soo wij verstonden, volgende de procuratie daer af zijnde, soo hij seijde, ende voor dne welcken hij hem des niettemin sterck maecte ende den selven hier in verenig, hebben vercoft Cornelien Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe van wijlen Henrick Peeter Meren zoons, stede ende erfenisse naebescreven, te weeten Huysinghe, hove, hovinge ende erfenissen met heure toebehoort ende metten erve daer aen liggende soo onder lant als weijde, houdende tesamen omtrent derdalft (?) buynder, gelegen onder Ghinneken in de Rechte Strate, suytwaert aen Adriaen Peeter Jacobs erve, ende voorts omgaens aen s Heeren strate. Item noch een stuck lants, genaemt den Langacker, groot omtrent 2 loopensaet, Met noch een stuck beemden, genaemt Hansen beemdt, groot omtrent een halft buynder, gelegen aen malcanderen op te Grootacker, oostwaert aen den dijck aldaer, suytwaet aen Anthonis Cornelis Halderberch erfgenaemen erve, westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende noortwaert aen Lambrecht Cornelis Vermolen erve Item noch een stuck beemden, groot omtrent 2 weijde hoymaden, gelegen tusschen de Daesdoncksche vonder ende de moeren, oostwaert aen Daniel de Loeckers erfgenaemen oft hon actie hebbende erve, suytwaert aen Adriaen van der Daesdoncx erfgenaemen erve , westwaert aende de Marck, ende noortwaert aen de voorschreven Cornelien, cooperesse ander erve heur van e voren toebehoorende. Item noch een stuck erfs, zoo onder heijde als weijde, houdende tesamen omtrent een halft buynder, gelegen teijnden de Couwelaersche strate, noortwaert ende oostwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende suytwaert ende westwaert aen Marten Janssen weduwe ende kynderen erve. Item noch een stuck heijvelts, groot omtrent 2 buynder, gelegen tusschen de beke ende de strate, loopende aen het Geertbroeck, oostwaert ende westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, suytwaert aen de beke ende noortwaert aen s Heeren strate. En noch Vijftienstedeken in en van het Goor, gelegen tot Notselt, alsoo groot ende cleijn als de erfenisse voorschreven gelegen zijn. Te vrijen ende te waeren de vercofte stede ende erfenissen voorscreven, met 4 veertelen rogs t jaers erfpachts der Tafele Heijlichen Geests tot Breda, Met noch 13 loopenen rogs erfpachts den Capittele oft Capellanen bynnen Breda, Met nog een loopen rogs t jaers Adriaenken Lambrecht Hulshouts weduwe. Met noch 6 loopenen rogs erfpachts die de vercooperen voorgenoemd en rechter erfvorwaerde daer op blijven heffen alle Jaer op Lichtmisse. Met noch 3 karolus gulden t stuck erfpacht ’s jaers Sebastiaen Rombout Schrauwen. Met noch 30 stuyvers r stuck van 2 Grooten Vlaems t jaers de Kerkcke tot Ghilse. Met noch 14 stuyvers ende 2 oort t jaers Anneken Montens, weduwe wijlen .ans van Esch, ende Met noch 4 stuyvers ende 3 penningen t jaers erfchijns te heeren chijns. Behoude. dat se medepandt ende bijpandt blijven daer se met recht schuldich zijn . Orconde anno 1601, twee daege in Januari ---------------------------------------------------------------------------------------------- In deze acte komen 3 takken van de Meeren’s in voor: de Kees Meeren tak, de Jos Meeren tak en de Mathijs Meeren tak. Zie daarvoor de website meeren.org. Ze komen samen in het gebied te Ulvenhout, de zogenoemde Beekhoek. In het artikel in de Paulus van Daesdonck, nr 138, pagina 123 e.v. is de geschiedenis er van beschreven. Daar staat in de dat de hoeve (Strijbeekseweg 11) gekocht is door Cornelis van Peter Cornelis Laureijs Meren. Dat is niet correct. In de acte koopt zij het van de kinderen en kleinkinderen van Peter Cornelis Meren. Uit de namen van de kinderen Cornelis, Bastiaen, Laureijs, Jan en Maeyken blijkt dat het gaat om Peter Cornelis Jan Meren. In de volgende akte van dezelfde datum geeft Cornelis aan wat ze al betaald heeft aan de erfgenamen, en wat nog volgt. Ze doet dat samen met haar zoon Peter Henrick Peeter Meren, die ook schepen is. In het bijschrift van 2 mei 1602 staat dat zij dat ook betaald heeft. Denys Cornelis Peeter Meren en Gijsbrecht Cornelis Geerts, namens zijn moeder Maeyken Peeter Cornelis Meren verklaren dit. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder de akte: Quam Cornelie Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe wijle Henrick Peeter Meren, geassisteert met Peeteren desselfs Henricx ende heur zone ende mede-schepen als heuren gekoren voight, tot dese saecke kende ende lijde dat boven de 230 karolus guldens stuck e. een die sij alnu gereet betaelt heeft, zij noch wettelijck schuldich is heur ende op alle heure goeden den kynderen ende erfgenamen van wijlen Peter Cornelis Meren zoons, gelijcke somme van 230 karolus guldens eens, toecomende ter saecken van coop oft baete van sekere stede ende erfenissen tot Ghinneken in de Rechte Strate daeromtrent gelegen, dewelcke heur bij den crediteuren voorschreven, vercoft ende overgevest zijn. Te betalen den voorschreven kynderen ende erfgenamen wijlen Peeter Cornelis Meeren zoons oft hon actie hebbende thoonder van desen als erfpenningen te Lichtmisse anno 1602. Date te weten van Lichtmisse anno 1601 naercomende over ende daer verbyndende daer voor specialyck de gecofte stede ende erfenissen voorschreven noch heur comparente andere stede ende erfenissen die zij heeft liggende onder Ghinneken in de Hoek (= de Beekhoek). In vaegen ende manieren, gelijck Jan des voorschreven wijlen Henrick Peeter Meren zone die in huer dat is gebruickende al naest alsulcken commer als daer . ter tijt met rechts schuldich is voor uyt te gaen ende voorts generalyck heur selven ende alle heur andere goeden ruerende ende onruerende putra et futura, met pande en ten tijd ende termijne voorschreven. Actum 2 dagen in Januari. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Als ik het goed lees, huurt nu haar zoon Jan de hoeve aan de Beekhoek (nu Beekhoek 5). ----------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder het bijschrift van 2 mei 1602: Denys Cornelis Peter Meren zone ende Ghijsbrecht Cornelis Geerts sone, daer moeder af was Maeyken Peeter Cornelis Meren dochter, zoo voor hen selven als in den naeme van heuren mede erfgenamen van Peter Cornelis Meren zone voor den welcke zij hen sterck maeckten ende degene hier in verenigen onder de verbyntenisse van honne persoon ende alle t honne goeden ruerende ende onruerende putra et futura, hebben verclaert ende bekent van dat Cornelie Huych Mercelis dochter hen voldaen ende betaelt heeft de 230 karolus guldens eens in desen schultbrieve begrepen, sulcx dat dezelve schultbrieft alnu geheel doot ende te nuet is. Actum 2 mei 1602 Putra Jan Naggers ende Cornelis van Ghilse, clercken in de Secretarije tot Breda als getuygen ende ick, A. Dyrven --------------------------------------------------------------------------------------- Denys en Ghijsbrecht, 2 neven, verklaren dat Cornelie alles betaald heeft. |
[bron: Ginneken inv 686 f214 r en v, F215r d.d. 2 januari 1601 en 2 mei 1602] | ||
05-04-1604 | Doen condt eenenygelijcken alsoo Andries ende Peeter Cornelis Meren sonen op ten 3e juni 1598 gecoft hebben uyt ’s heeren hant alzulcke 50 Rijns gulden t stuck ets. eens als der weduwe ende kynderen of erfgenaemen van wijlen Laureijs Peeter Meren aengecomen ende verstorven zijn nae de doot van wijlen Gijsbrecht Jan Pauwels, de weelcke schuldich is Matheeus Gabriels ter zaecken van den coop van den stede bij hem gecoft van Adriaen Geeryts zone ende sijne kynderen als deselve 50 Rijns gulden uyt de voorschreven stede ende erfenissen den voogenoemden Jan Pauwels schuldich geweest hebbende ende voorts het gerechtich contingent den voorschreven erfgenaemen competerende in de stede ende erfenissen daer wijlen Peeter Jan Meren sone uytgestorven is (zal bedoeld zijn opa Peeter Cornelis Jan Meren of oom Peeter Cornelis Peeter Meren), midtsgaders de goeden die den selven noch aencomen ende versterven sullen na de doot van Bastiaen Peeter Jan Meren zone, heurlieden oom, ende voorts alle honne goeden onder Ginneken gelegen Ende voorts dat voor de somme van gelijcke 50 Rijns gulden met noch 40 Rijns gulden ter saecken van intrest, die de voorschreven Andries ende Peeter Cornelis Meren en de honne ouders voor den voorgenoemden Laureijs Peeter Meren aen Peter Gabriels hebben verschoten ende betaelt, ende voor de costen van recht, schaeden ende intresten gelijck dit al blijckt bij de acte daer van zijnde. Ende dat de voorgenoemden Andries ende Peeter hebben doen doen alle publicatien ende solemniteijten tot dese volgende de 4e ende 5e ordonnantie van zijne .. op t stuck van de opwinnen der goederen in de Stadt ende Lande van Breda gelegen en .ceforteren gemaeckt ende gepubliceerd van daye den 25e februari anno 1597 gerequireert ende vereijscht. Soo bij ons wettich bescheit is gebleken dat dyen achtervolgende de voorgenoemde Andries voor hem selven ende Denys Cornelis Meren zone, als oom ende voight in den naeme ende tot behoef van voorschreven Peeter Cornelis Meren kynderen in t opgenomen contingent der stede ende erfenissen ende andere erfelijcke goeden voorschreven. Gevest is, Actum ut supra. |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 686 f 278] |
09-11-1560 | - Henrick van Etten ende Henrick Ghijsbrechts Broxcx, schepenen in Ghinneken. Quam Cornelis, wijlen Gherit Gherits sone van Keessel, Margriet, des voorschreven wijlen Gherit Gherits van Keessel dochter, sijn suster, met Joost Joos van Coudelaer, heuen man ende voight voor hen zelven. De voorgenoemde Cornelis Gherit Gherits sone van Keessel, als oom ende voight ende Jan Cornelis Pauwels als toesienders, samentlyck in den naeme van Gheritken ende Mariken, wijlen Jacob Gherit Gherits zoons van Keessel, onbejaerde kynderen, Als erfgenamen van den voorgenoemde Gherit Gherits zone van Keessel, honnen vader ende der kynderen voorschreven oudevader was. Ende Henrick Henricx zone de Hoen, als man ende voight in den naeme van Laureijse Anthonis Ghijben dochter, zijn huysfrou, voir de welcke hij hem sterck maect ende dese verving. Willem, wijlen Cornelis Anthonis Ghijben zoons, voir hem selven, ende oock in den name van Quirijn Cornelis Anthonis Ghijben zoon, zijnen brueder, voir den welcken hij hem sterck maecte en deselven verving. Aert, wijlen Jan Anthonis Ghijben zone, voor hem selven, ende oock in den name van Adriane Jan Anthonis Ghijben dochter, sijn suster voor de welcke hij hem sterk maecte ende deselve verving. Peter Cornelis Jan Meren sone, als vader ende voight in den name van Cornelisen, Bastiaenen, Laureijsen, Jannen, sijn onbejaerde sonen, daer moeder af was, wijlen Agneese Anthonis Ghijben, voor welcke sijn kynderen voorschreven, de voornoemde Peter Cornelis Jan Meren sone hem sterck maecte ende deselve verving. Jan Peter Adriaens zone van den Broeck als man en de voight in den name van Heijlwygen, Adriaen Jan de Hoens dochte, zijn huisfrou, daer moeder af was, wijlen Cathelijn Anthonis Ghjben dochter, voir welcke hij hem steck maecte ende deselve verving, ende Cornelis Henrick Henricx sone de Hoen, als voight ende Adriaen Jan Noyten sone, als vader ende toesiender samente in den naem van Adriaenken ende Jacopken des voorschreven Adriaen Jan Noyten zoon onbejaerde kynderen, daer moeder af was wijlen Cornelie Adriaens dochte an Ghilze, van welcke wijlen Cornelie Adriaens dochter van Ghilze moeder was, wijlen Adriane Anthonis Ghijben dochter. Alle als erfgenaemen van wijlen Lysbeth Anthonis Ghijen, desvoorschreven Gherit Gherits zone van Keessel zijn huijsfrou was, hebben samentlyck vercoft Jannen Anthonis Jan Haerden zone ende Quirijne Peter Willems dochter, sijne huysfrou, 2 huysen, hovinge, bogaert ende erfenisse met alle heure toebehoorte, houdende 2 loopensaet oft alsoo groot ende cleijn, als gestaen ende gelegen sijn to Ghinneken omtrent de Watermolen, oostwaert aen ’s heerenstrate, suytwaert aen wijlen Mr. Willem Montens kynder erve, westwaert aen de Molenvloet, ende noortwaert aen Harman Henrick Aerts zone van Beek erve. Te vrijen met 28 stuyvers ende 3 oirstuyvers elcken stuyver tot 3 grooten Brabants erfchijns den nonnen clooster van Vredenberch tot Boeymer. Met noch 2 stuyvers en de 2 oirstuyvers erfchijns den Hoogen Altaer in de kercke van Ghinneken. Met noch een 3 Rijns gulden ende 5 stuyvers, elcken Rijns gulden tot 40 grooten Vlaems efchijns. Ter quytinge tot 2 malen de penning 16, die de voorschrevenHenrick Henricx sone de hoen daer op heffende ende blijft heffende, daer jaerlicx uytgaende sonner eenigen anderen commer. Behoudelyck dat se medepant ende bijpant blijven sullen. daer ie met recht schuldich sijn. Ende de voorgenoemde Henrick Henricx sone de Hoen heeft voor de waer insse van de vercofte huysen, hovinge, bovaert ende efenisse voirst verbonden en te waerborge ende te verhalen, geset ende set met desen, namelick ende perceel sin 3 Rijns gulden ende 5 stuyvers efchijns ter quitinge die hij daer op heffende is voorschreven. Dus geloofden de andere vercooperen voornoemd elck voir sijn quote ende aandeel, den voorgenoemde HenrickHenricx sone de Hoen ende sijn nacomelingen aen sijn 3 Rijns gulden ende 5 stuyvers erfchijns ter quitinge bij hem hier af te waerborgen, geset sijnde voorschreven, van de selve waerborchschap, altijt schadeloos, vrij ende onbelast te houden. Verbyndende daervoor ende settende deselve Henrick Henricx zone de Hoen ende sijne nacomelingen daer af te waerborgen ende te verjhale elck voir sijn quote ende aendeel hem selven ende allevsijn goeden ruerende ende onruerende, presentia et futura, Voirt soo hebben de voighden ende toesienders van de onbejaerde kynderen voorschreven, bij honnen eede voorsfirmeert, dat in hier in gedaen ende gescoht hebben den moesten oirbaer ende profijt van deselve kynderen nae honnen besten sinnen ende verstande. Gevest, de voorgenoemde Quirijne Jan Anthonis Jan Haerden zone huysfrouw, hem selven ende tot behoef van den selve Jannen, heuren man. Actum anno 1560, negen dagen in meerte. |
[bron: Ginneken Vestbrieven R682 f117v, f118r en v - 9 november 1560] |
14-01-1575 | - Quam Peter Cornelis Jan Meren zone, kende ende lijde dat hij alnu schuldich is jaerlicx ende erffelick te gelde ende uit te reyken Laurensen Nout Wouters zone, als oom ende voight tot behoef van Marie ende Adrianie Anthonis Wout Aerts zoons dochteren, daer moeder af was Lysbeth Nout Wouters dochter, 3 loopensaets rogs sjaers erfpachts goet ende onstbaer(?) van de 5 veertelen rogs die hij Peter Cornelis Jan Meren zone tot noch toe schuyldich is geweest jaerlicx uit te reyken ende daer af hij de andere 17 loopensaets rogs erfpachts, die Frans Wouter Nouts zone te heffen plach. de selven Frans aen gelost oft afgecoft heeft/ De 3 loopensaets rogs erfpachts voorschreven, den 2 dochteren Anthonis Jan Aerts zoons voorschreven en honnen nacomelingen erfelick ende alle jaer tot alsulcke stede met alsulcke mate op alsulcken pachtdach te leveren uit alsulcke onderpande met alsulcke waernisse. Ende voirt ende gelijck de originale schepenenbrief luydende van de 5 veertelen rogs erfpachts voorschreven, den welcken wij, schepenen voorgenoemd, aengesien hebben ende hoiren lesen breeder inhoudt ende verclaert daer af teneur h. naebescreven volcht luydende van woorde tot woorde aldus Wij, Henrik Jans Zone van den Vlaspoel ende Lambrecht Rombouts zone van den Eijssel, schepenen in Ghinneken, Connis date est 1455, 25 dagen in september. Gevest, actum ut supra (=14 januari 1575) ----------------------------------------------------------------------------------------- 25 september 1455 zal de datum van de genoemde vervallen vestbrief zijn. In 1584 zal zoon Bastiaen de nieuwe vestbrief aflossen. |
[bron: Ginneken 1569-1578 inv684 f212v en 213r] | ||
13-04-1584 | Bijschrift op f212v (Links van de schepenbrief en eronder): Adrianie Anthonis Jan Aerts zoons dochtere, Joris Anssems heeft bekent dat Bastiaen Peteren Cornelis Jan Meren in 3 lossen Rg erfrechts in desen brief begrepen heur Adrianie voorgenoemd, mits de doot ende af einigt van Marie heur zuster, was alles Peteren voorgenoemd dat de lospenningen of de cooppenningen ende daer af met alle verschenen pichten heur volcomen voldaen ende betalet zijn, zoo dat dese brief aen rechten doot ende te nyet is. Actum 13 april 1584 Cornelis Joossen ende Jan Cornelissen als getuygen. |
[bron: Ginneken 1569-1578 inv 684 f212v en 213r] | ||
01-07-1587 | Jan Jan Lips sone ende Adriaen Aertsse van Heel, schepenen in Ghinneken, doen condt, dat Bastiaen ende Jan, gebroederen Peter Cornelis Meren sonen, en hon medeconsorten bij besettinge recht, bedingt, opgewonnen en gecoft hebben uit ’s heeren hant alle de goeden, haefelijcke ende erfelick, die de weduwe ende de kynderen van wijlen Laureijs Peter Cornelis Meren sijn hebbende ende besittende onder de Vierschaer van Ghinneken, ende speciaelyck hen gerechtich aenpaert in ofte van de stede ende erfenisse met alle heure toebehoorte als hon nae de aflijvigheijt van wijlen Peter Cornelis aengecomen ende verstorven sijn, Eerstens voor de somme van 82 karolus gulden eens, wesende verschoten penningen voor het rantsoen van wijlen Laureijs Peter Cornelis Meren, de voorsegde weduwe ende kynderen man, ene vader respective was. In sijn gevangenisse tot Herentals, Andersins voor de ontlastinge van de borchtochte ende restitutie van de penningen bij den voorgenoemde Bastiaen gedaen ende verschoten. Ende noch te verschieten aen Cornelis Joos zoon, de leemsteker, aengaende de hueringe van de stede op Couwelaer. Ende derdesins voor 40 karolus gulden eens, die de voorschreen Bastiaen voor de voornoemde weduwe ende kynderen in verscheijden manieren verschoten ende gedevoorfeert heeft, al volgende de obligatie, specifiatie ende ander bescheet daeraf zijnde, soo wij verstonden, ende voor de costen van recht ende op gewoonlijcke protestatie, in de dat dyen achtervolgende, de voorgenoemde Bastiaen Peter Cornelis Meren soon, soo voor hem selven, soo in den name ende tot behoef van den voorgenoemde Jannen, sijnen broeder, ende medeconsorten in de opgewonnen erfelijcke goeden, ende spetialyck in t gerechtich aenpaert in ofte van de stede ende erfenisse met alle heure toebehoorte voorschreven geest is . Actum anno 1587 op een eersten dach van Juli |
[bron: Ginneken R686 f11r en v] | ||
02-01-1601 | Ghinneken Pro Anno 1601 Jan Michiel Mercelissen van der Anvort ende Cornelis Peterssen van der Corput, schepenen in t Ghinneken, Quam Sebastiaen Peeter Cornelis Meren zone Denys Cornelis Peeter Cornelis Meren zone Cornelis, Ghijsbrecht ende Adriaen gebroederen wijlen Cornelis Geerts zonen (in het bijschrift staat dat hun moeder was Maeyken Peeter Cornelis Meren) Agneese desselven Cornelis Geerts dochter met Peeter Jan Floris zone, heuren man ende voight voor hen selve, ende de voorgeschreven Bastiaen noch als gemechtich ende in den naeme van Cornelisen ende Peeteren Laureijs Peeter Cornelis Meren zone . zijde welcke soo voor hen selven als voorts vervangende henne andere susters (geen namen genoemd), alnoch ongehouwd zijnde, daer zij hen voor sterck maeckten, met oock Cathelijnen haere suster ende Jacob Michielsen als man ende voight van Agneese Laureijs Meren dochter, de voorgenoemde Bastiaen ende Jan, zijn broeder, mechtich gemaect sijn om te doen t gene naebescreven volght nae uytwijsen van de acte van procuratie daer af voor schepenen der Vrijheit van Hogstraten gepasseert ende met honnen segelen besegelt, ondergeteeckent JWaechmans wesen van date op . . . . (datum niet ingevuld) anno 1600, de welcke zij thoonde ende Hendrik de Weert als gemechtich ende in den naemne van Gielisen Buysen als d actie (?) hebbende bij opwinninge van t contingent Jannen Peeter Cornelis Meren zone, gecompeteert hebbende, soo wij verstonden, volgende de procuratie daer af zijnde, soo hij seijde, ende voor dne welcken hij hem des niettemin sterck maecte ende den selven hier in verenig, hebben vercoft Cornelien Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe van wijlen Henrick Peeter Meren zoons, stede ende erfenisse naebescreven, te weeten Huysinghe, hove, hovinge ende erfenissen met heure toebehoort ende metten erve daer aen liggende soo onder lant als weijde, houdende tesamen omtrent derdalft (?) buynder, gelegen onder Ghinneken in de Rechte Strate, suytwaert aen Adriaen Peeter Jacobs erve, ende voorts omgaens aen s Heeren strate. Item noch een stuck lants, genaemt den Langacker, groot omtrent 2 loopensaet, Met noch een stuck beemden, genaemt Hansen beemdt, groot omtrent een halft buynder, gelegen aen malcanderen op te Grootacker, oostwaert aen den dijck aldaer, suytwaet aen Anthonis Cornelis Halderberch erfgenaemen erve, westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende noortwaert aen Lambrecht Cornelis Vermolen erve Item noch een stuck beemden, groot omtrent 2 weijde hoymaden, gelegen tusschen de Daesdoncksche vonder ende de moeren, oostwaert aen Daniel de Loeckers erfgenaemen oft hon actie hebbende erve, suytwaert aen Adriaen van der Daesdoncx erfgenaemen erve , westwaert aende de Marck, ende noortwaert aen de voorschreven Cornelien, cooperesse ander erve heur van e voren toebehoorende. Item noch een stuck erfs, zoo onder heijde als weijde, houdende tesamen omtrent een halft buynder, gelegen teijnden de Couwelaersche strate, noortwaert ende oostwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende suytwaert ende westwaert aen Marten Janssen weduwe ende kynderen erve. Item noch een stuck heijvelts, groot omtrent 2 buynder, gelegen tusschen de beke ende de strate, loopende aen het Geertbroeck, oostwaert ende westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, suytwaert aen de beke ende noortwaert aen s Heeren strate. En noch Vijftienstedeken in en van het Goor, gelegen tot Notselt, alsoo groot ende cleijn als de erfenisse voorschreven gelegen zijn. Te vrijen ende te waeren de vercofte stede ende erfenissen voorscreven, met 4 veertelen rogs t jaers erfpachts der Tafele Heijlichen Geests tot Breda, Met noch 13 loopenen rogs erfpachts den Capittele oft Capellanen bynnen Breda, Met nog een loopen rogs t jaers Adriaenken Lambrecht Hulshouts weduwe. Met noch 6 loopenen rogs erfpachts die de vercooperen voorgenoemd en rechter erfvorwaerde daer op blijven heffen alle Jaer op Lichtmisse. Met noch 3 karolus gulden t stuck erfpacht ’s jaers Sebastiaen Rombout Schrauwen. Met noch 30 stuyvers r stuck van 2 Grooten Vlaems t jaers de Kerkcke tot Ghilse. Met noch 14 stuyvers ende 2 oort t jaers Anneken Montens, weduwe wijlen .ans van Esch, ende Met noch 4 stuyvers ende 3 penningen t jaers erfchijns te heeren chijns. Behoude. dat se medepandt ende bijpandt blijven daer se met recht schuldich zijn . Orconde anno 1601, twee daege in Januari ---------------------------------------------------------------------------------------------- In deze acte komen 3 takken van de Meeren’s in voor: de Kees Meeren tak, de Jos Meeren tak en de Mathijs Meeren tak. Zie daarvoor de website meeren.org. Ze komen samen in het gebied te Ulvenhout, de zogenoemde Beekhoek. In het artikel in de Paulus van Daesdonck, nr 138, pagina 123 e.v. is de geschiedenis er van beschreven. Daar staat in de dat de hoeve (Strijbeekseweg 11) gekocht is door Cornelis van Peter Cornelis Laureijs Meren. Dat is niet correct. In de acte koopt zij het van de kinderen en kleinkinderen van Peter Cornelis Meren. Uit de namen van de kinderen Cornelis, Bastiaen, Laureijs, Jan en Maeyken blijkt dat het gaat om Peter Cornelis Jan Meren. In de volgende akte van dezelfde datum geeft Cornelis aan wat ze al betaald heeft aan de erfgenamen, en wat nog volgt. Ze doet dat samen met haar zoon Peter Henrick Peeter Meren, die ook schepen is. In het bijschrift van 2 mei 1602 staat dat zij dat ook betaald heeft. Denys Cornelis Peeter Meren en Gijsbrecht Cornelis Geerts, namens zijn moeder Maeyken Peeter Cornelis Meren verklaren dit. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder de akte: Quam Cornelie Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe wijle Henrick Peeter Meren, geassisteert met Peeteren desselfs Henricx ende heur zone ende mede-schepen als heuren gekoren voight, tot dese saecke kende ende lijde dat boven de 230 karolus guldens stuck e. een die sij alnu gereet betaelt heeft, zij noch wettelijck schuldich is heur ende op alle heure goeden den kynderen ende erfgenamen van wijlen Peter Cornelis Meren zoons, gelijcke somme van 230 karolus guldens eens, toecomende ter saecken van coop oft baete van sekere stede ende erfenissen tot Ghinneken in de Rechte Strate daeromtrent gelegen, dewelcke heur bij den crediteuren voorschreven, vercoft ende overgevest zijn. Te betalen den voorschreven kynderen ende erfgenamen wijlen Peeter Cornelis Meeren zoons oft hon actie hebbende thoonder van desen als erfpenningen te Lichtmisse anno 1602. Date te weten van Lichtmisse anno 1601 naercomende over ende daer verbyndende daer voor specialyck de gecofte stede ende erfenissen voorschreven noch heur comparente andere stede ende erfenissen die zij heeft liggende onder Ghinneken in de Hoek (= de Beekhoek). In vaegen ende manieren, gelijck Jan des voorschreven wijlen Henrick Peeter Meren zone die in huer dat is gebruickende al naest alsulcken commer als daer . ter tijt met rechts schuldich is voor uyt te gaen ende voorts generalyck heur selven ende alle heur andere goeden ruerende ende onruerende putra et futura, met pande en ten tijd ende termijne voorschreven. Actum 2 dagen in Januari. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Als ik het goed lees, huurt nu haar zoon Jan de hoeve aan de Beekhoek (nu Beekhoek 5). ----------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder het bijschrift van 2 mei 1602: Denys Cornelis Peter Meren zone ende Ghijsbrecht Cornelis Geerts sone, daer moeder af was Maeyken Peeter Cornelis Meren dochter, zoo voor hen selven als in den naeme van heuren mede erfgenamen van Peter Cornelis Meren zone voor den welcke zij hen sterck maeckten ende degene hier in verenigen onder de verbyntenisse van honne persoon ende alle t honne goeden ruerende ende onruerende putra et futura, hebben verclaert ende bekent van dat Cornelie Huych Mercelis dochter hen voldaen ende betaelt heeft de 230 karolus guldens eens in desen schultbrieve begrepen, sulcx dat dezelve schultbrieft alnu geheel doot ende te nuet is. Actum 2 mei 1602 Putra Jan Naggers ende Cornelis van Ghilse, clercken in de Secretarije tot Breda als getuygen ende ick, A. Dyrven --------------------------------------------------------------------------------------- Denys en Ghijsbrecht, 2 neven, verklaren dat Cornelie alles betaald heeft. |
[bron: Ginneken inv 686 f214 r en v, F215r d.d. 2 januari 1601 en 2 mei 1602] | ||
05-04-1604 | Doen condt eenenygelijcken alsoo Andries ende Peeter Cornelis Meren sonen op ten 3e juni 1598 gecoft hebben uyt ’s heeren hant alzulcke 50 Rijns gulden t stuck ets. eens als der weduwe ende kynderen of erfgenaemen van wijlen Laureijs Peeter Meren aengecomen ende verstorven zijn nae de doot van wijlen Gijsbrecht Jan Pauwels, de weelcke schuldich is Matheeus Gabriels ter zaecken van den coop van den stede bij hem gecoft van Adriaen Geeryts zone ende sijne kynderen als deselve 50 Rijns gulden uyt de voorschreven stede ende erfenissen den voogenoemden Jan Pauwels schuldich geweest hebbende ende voorts het gerechtich contingent den voorschreven erfgenaemen competerende in de stede ende erfenissen daer wijlen Peeter Jan Meren sone uytgestorven is (zal bedoeld zijn opa Peeter Cornelis Jan Meren of oom Peeter Cornelis Peeter Meren), midtsgaders de goeden die den selven noch aencomen ende versterven sullen na de doot van Bastiaen Peeter Jan Meren zone, heurlieden oom, ende voorts alle honne goeden onder Ginneken gelegen Ende voorts dat voor de somme van gelijcke 50 Rijns gulden met noch 40 Rijns gulden ter saecken van intrest, die de voorschreven Andries ende Peeter Cornelis Meren en de honne ouders voor den voorgenoemden Laureijs Peeter Meren aen Peter Gabriels hebben verschoten ende betaelt, ende voor de costen van recht, schaeden ende intresten gelijck dit al blijckt bij de acte daer van zijnde. Ende dat de voorgenoemden Andries ende Peeter hebben doen doen alle publicatien ende solemniteijten tot dese volgende de 4e ende 5e ordonnantie van zijne .. op t stuck van de opwinnen der goederen in de Stadt ende Lande van Breda gelegen en .ceforteren gemaeckt ende gepubliceerd van daye den 25e februari anno 1597 gerequireert ende vereijscht. Soo bij ons wettich bescheit is gebleken dat dyen achtervolgende de voorgenoemde Andries voor hem selven ende Denys Cornelis Meren zone, als oom ende voight in den naeme ende tot behoef van voorschreven Peeter Cornelis Meren kynderen in t opgenomen contingent der stede ende erfenissen ende andere erfelijcke goeden voorschreven. Gevest is, Actum ut supra. |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 686 f 278] |
01-07-1587 | Jan Jan Lips sone ende Adriaen Aertsse van Heel, schepenen in Ghinneken, doen condt, dat Bastiaen ende Jan, gebroederen Peter Cornelis Meren sonen, en hon medeconsorten bij besettinge recht, bedingt, opgewonnen en gecoft hebben uit ’s heeren hant alle de goeden, haefelijcke ende erfelick, die de weduwe ende de kynderen van wijlen Laureijs Peter Cornelis Meren sijn hebbende ende besittende onder de Vierschaer van Ghinneken, ende speciaelyck hen gerechtich aenpaert in ofte van de stede ende erfenisse met alle heure toebehoorte als hon nae de aflijvigheijt van wijlen Peter Cornelis aengecomen ende verstorven sijn, Eerstens voor de somme van 82 karolus gulden eens, wesende verschoten penningen voor het rantsoen van wijlen Laureijs Peter Cornelis Meren, de voorsegde weduwe ende kynderen man, ene vader respective was. In sijn gevangenisse tot Herentals, Andersins voor de ontlastinge van de borchtochte ende restitutie van de penningen bij den voorgenoemde Bastiaen gedaen ende verschoten. Ende noch te verschieten aen Cornelis Joos zoon, de leemsteker, aengaende de hueringe van de stede op Couwelaer. Ende derdesins voor 40 karolus gulden eens, die de voorschreen Bastiaen voor de voornoemde weduwe ende kynderen in verscheijden manieren verschoten ende gedevoorfeert heeft, al volgende de obligatie, specifiatie ende ander bescheet daeraf zijnde, soo wij verstonden, ende voor de costen van recht ende op gewoonlijcke protestatie, in de dat dyen achtervolgende, de voorgenoemde Bastiaen Peter Cornelis Meren soon, soo voor hem selven, soo in den name ende tot behoef van den voorgenoemde Jannen, sijnen broeder, ende medeconsorten in de opgewonnen erfelijcke goeden, ende spetialyck in t gerechtich aenpaert in ofte van de stede ende erfenisse met alle heure toebehoorte voorschreven geest is . Actum anno 1587 op een eersten dach van Juli |
[bron: Ginneken R686 f11r en v] | ||
02-01-1601 | Ghinneken Pro Anno 1601 Jan Michiel Mercelissen van der Anvort ende Cornelis Peterssen van der Corput, schepenen in t Ghinneken, Quam Sebastiaen Peeter Cornelis Meren zone Denys Cornelis Peeter Cornelis Meren zone Cornelis, Ghijsbrecht ende Adriaen gebroederen wijlen Cornelis Geerts zonen (in het bijschrift staat dat hun moeder was Maeyken Peeter Cornelis Meren) Agneese desselven Cornelis Geerts dochter met Peeter Jan Floris zone, heuren man ende voight voor hen selve, ende de voorgeschreven Bastiaen noch als gemechtich ende in den naeme van Cornelisen ende Peeteren Laureijs Peeter Cornelis Meren zone . zijde welcke soo voor hen selven als voorts vervangende henne andere susters (geen namen genoemd), alnoch ongehouwd zijnde, daer zij hen voor sterck maeckten, met oock Cathelijnen haere suster ende Jacob Michielsen als man ende voight van Agneese Laureijs Meren dochter, de voorgenoemde Bastiaen ende Jan, zijn broeder, mechtich gemaect sijn om te doen t gene naebescreven volght nae uytwijsen van de acte van procuratie daer af voor schepenen der Vrijheit van Hogstraten gepasseert ende met honnen segelen besegelt, ondergeteeckent JWaechmans wesen van date op . . . . (datum niet ingevuld) anno 1600, de welcke zij thoonde ende Hendrik de Weert als gemechtich ende in den naemne van Gielisen Buysen als d actie (?) hebbende bij opwinninge van t contingent Jannen Peeter Cornelis Meren zone, gecompeteert hebbende, soo wij verstonden, volgende de procuratie daer af zijnde, soo hij seijde, ende voor dne welcken hij hem des niettemin sterck maecte ende den selven hier in verenig, hebben vercoft Cornelien Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe van wijlen Henrick Peeter Meren zoons, stede ende erfenisse naebescreven, te weeten Huysinghe, hove, hovinge ende erfenissen met heure toebehoort ende metten erve daer aen liggende soo onder lant als weijde, houdende tesamen omtrent derdalft (?) buynder, gelegen onder Ghinneken in de Rechte Strate, suytwaert aen Adriaen Peeter Jacobs erve, ende voorts omgaens aen s Heeren strate. Item noch een stuck lants, genaemt den Langacker, groot omtrent 2 loopensaet, Met noch een stuck beemden, genaemt Hansen beemdt, groot omtrent een halft buynder, gelegen aen malcanderen op te Grootacker, oostwaert aen den dijck aldaer, suytwaet aen Anthonis Cornelis Halderberch erfgenaemen erve, westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende noortwaert aen Lambrecht Cornelis Vermolen erve Item noch een stuck beemden, groot omtrent 2 weijde hoymaden, gelegen tusschen de Daesdoncksche vonder ende de moeren, oostwaert aen Daniel de Loeckers erfgenaemen oft hon actie hebbende erve, suytwaert aen Adriaen van der Daesdoncx erfgenaemen erve , westwaert aende de Marck, ende noortwaert aen de voorschreven Cornelien, cooperesse ander erve heur van e voren toebehoorende. Item noch een stuck erfs, zoo onder heijde als weijde, houdende tesamen omtrent een halft buynder, gelegen teijnden de Couwelaersche strate, noortwaert ende oostwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende suytwaert ende westwaert aen Marten Janssen weduwe ende kynderen erve. Item noch een stuck heijvelts, groot omtrent 2 buynder, gelegen tusschen de beke ende de strate, loopende aen het Geertbroeck, oostwaert ende westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, suytwaert aen de beke ende noortwaert aen s Heeren strate. En noch Vijftienstedeken in en van het Goor, gelegen tot Notselt, alsoo groot ende cleijn als de erfenisse voorschreven gelegen zijn. Te vrijen ende te waeren de vercofte stede ende erfenissen voorscreven, met 4 veertelen rogs t jaers erfpachts der Tafele Heijlichen Geests tot Breda, Met noch 13 loopenen rogs erfpachts den Capittele oft Capellanen bynnen Breda, Met nog een loopen rogs t jaers Adriaenken Lambrecht Hulshouts weduwe. Met noch 6 loopenen rogs erfpachts die de vercooperen voorgenoemd en rechter erfvorwaerde daer op blijven heffen alle Jaer op Lichtmisse. Met noch 3 karolus gulden t stuck erfpacht ’s jaers Sebastiaen Rombout Schrauwen. Met noch 30 stuyvers r stuck van 2 Grooten Vlaems t jaers de Kerkcke tot Ghilse. Met noch 14 stuyvers ende 2 oort t jaers Anneken Montens, weduwe wijlen .ans van Esch, ende Met noch 4 stuyvers ende 3 penningen t jaers erfchijns te heeren chijns. Behoude. dat se medepandt ende bijpandt blijven daer se met recht schuldich zijn . Orconde anno 1601, twee daege in Januari ---------------------------------------------------------------------------------------------- In deze acte komen 3 takken van de Meeren’s in voor: de Kees Meeren tak, de Jos Meeren tak en de Mathijs Meeren tak. Zie daarvoor de website meeren.org. Ze komen samen in het gebied te Ulvenhout, de zogenoemde Beekhoek. In het artikel in de Paulus van Daesdonck, nr 138, pagina 123 e.v. is de geschiedenis er van beschreven. Daar staat in de dat de hoeve (Strijbeekseweg 11) gekocht is door Cornelis van Peter Cornelis Laureijs Meren. Dat is niet correct. In de acte koopt zij het van de kinderen en kleinkinderen van Peter Cornelis Meren. Uit de namen van de kinderen Cornelis, Bastiaen, Laureijs, Jan en Maeyken blijkt dat het gaat om Peter Cornelis Jan Meren. In de volgende akte van dezelfde datum geeft Cornelis aan wat ze al betaald heeft aan de erfgenamen, en wat nog volgt. Ze doet dat samen met haar zoon Peter Henrick Peeter Meren, die ook schepen is. In het bijschrift van 2 mei 1602 staat dat zij dat ook betaald heeft. Denys Cornelis Peeter Meren en Gijsbrecht Cornelis Geerts, namens zijn moeder Maeyken Peeter Cornelis Meren verklaren dit. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder de akte: Quam Cornelie Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe wijle Henrick Peeter Meren, geassisteert met Peeteren desselfs Henricx ende heur zone ende mede-schepen als heuren gekoren voight, tot dese saecke kende ende lijde dat boven de 230 karolus guldens stuck e. een die sij alnu gereet betaelt heeft, zij noch wettelijck schuldich is heur ende op alle heure goeden den kynderen ende erfgenamen van wijlen Peter Cornelis Meren zoons, gelijcke somme van 230 karolus guldens eens, toecomende ter saecken van coop oft baete van sekere stede ende erfenissen tot Ghinneken in de Rechte Strate daeromtrent gelegen, dewelcke heur bij den crediteuren voorschreven, vercoft ende overgevest zijn. Te betalen den voorschreven kynderen ende erfgenamen wijlen Peeter Cornelis Meeren zoons oft hon actie hebbende thoonder van desen als erfpenningen te Lichtmisse anno 1602. Date te weten van Lichtmisse anno 1601 naercomende over ende daer verbyndende daer voor specialyck de gecofte stede ende erfenissen voorschreven noch heur comparente andere stede ende erfenissen die zij heeft liggende onder Ghinneken in de Hoek (= de Beekhoek). In vaegen ende manieren, gelijck Jan des voorschreven wijlen Henrick Peeter Meren zone die in huer dat is gebruickende al naest alsulcken commer als daer . ter tijt met rechts schuldich is voor uyt te gaen ende voorts generalyck heur selven ende alle heur andere goeden ruerende ende onruerende putra et futura, met pande en ten tijd ende termijne voorschreven. Actum 2 dagen in Januari. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Als ik het goed lees, huurt nu haar zoon Jan de hoeve aan de Beekhoek (nu Beekhoek 5). ----------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder het bijschrift van 2 mei 1602: Denys Cornelis Peter Meren zone ende Ghijsbrecht Cornelis Geerts sone, daer moeder af was Maeyken Peeter Cornelis Meren dochter, zoo voor hen selven als in den naeme van heuren mede erfgenamen van Peter Cornelis Meren zone voor den welcke zij hen sterck maeckten ende degene hier in verenigen onder de verbyntenisse van honne persoon ende alle t honne goeden ruerende ende onruerende putra et futura, hebben verclaert ende bekent van dat Cornelie Huych Mercelis dochter hen voldaen ende betaelt heeft de 230 karolus guldens eens in desen schultbrieve begrepen, sulcx dat dezelve schultbrieft alnu geheel doot ende te nuet is. Actum 2 mei 1602 Putra Jan Naggers ende Cornelis van Ghilse, clercken in de Secretarije tot Breda als getuygen ende ick, A. Dyrven --------------------------------------------------------------------------------------- Denys en Ghijsbrecht, 2 neven, verklaren dat Cornelie alles betaald heeft. |
[bron: Ginneken inv 686 f214 r en v, F215r d.d. 2 januari 1601 en 2 mei 1602] |
02-01-1601 | Ghinneken Pro Anno 1601 Jan Michiel Mercelissen van der Anvort ende Cornelis Peterssen van der Corput, schepenen in t Ghinneken, Quam Sebastiaen Peeter Cornelis Meren zone Denys Cornelis Peeter Cornelis Meren zone Cornelis, Ghijsbrecht ende Adriaen gebroederen wijlen Cornelis Geerts zonen (in het bijschrift staat dat hun moeder was Maeyken Peeter Cornelis Meren) Agneese desselven Cornelis Geerts dochter met Peeter Jan Floris zone, heuren man ende voight voor hen selve, ende de voorgeschreven Bastiaen noch als gemechtich ende in den naeme van Cornelisen ende Peeteren Laureijs Peeter Cornelis Meren zone . zijde welcke soo voor hen selven als voorts vervangende henne andere susters (geen namen genoemd), alnoch ongehouwd zijnde, daer zij hen voor sterck maeckten, met oock Cathelijnen haere suster ende Jacob Michielsen als man ende voight van Agneese Laureijs Meren dochter, de voorgenoemde Bastiaen ende Jan, zijn broeder, mechtich gemaect sijn om te doen t gene naebescreven volght nae uytwijsen van de acte van procuratie daer af voor schepenen der Vrijheit van Hogstraten gepasseert ende met honnen segelen besegelt, ondergeteeckent JWaechmans wesen van date op . . . . (datum niet ingevuld) anno 1600, de welcke zij thoonde ende Hendrik de Weert als gemechtich ende in den naemne van Gielisen Buysen als d actie (?) hebbende bij opwinninge van t contingent Jannen Peeter Cornelis Meren zone, gecompeteert hebbende, soo wij verstonden, volgende de procuratie daer af zijnde, soo hij seijde, ende voor dne welcken hij hem des niettemin sterck maecte ende den selven hier in verenig, hebben vercoft Cornelien Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe van wijlen Henrick Peeter Meren zoons, stede ende erfenisse naebescreven, te weeten Huysinghe, hove, hovinge ende erfenissen met heure toebehoort ende metten erve daer aen liggende soo onder lant als weijde, houdende tesamen omtrent derdalft (?) buynder, gelegen onder Ghinneken in de Rechte Strate, suytwaert aen Adriaen Peeter Jacobs erve, ende voorts omgaens aen s Heeren strate. Item noch een stuck lants, genaemt den Langacker, groot omtrent 2 loopensaet, Met noch een stuck beemden, genaemt Hansen beemdt, groot omtrent een halft buynder, gelegen aen malcanderen op te Grootacker, oostwaert aen den dijck aldaer, suytwaet aen Anthonis Cornelis Halderberch erfgenaemen erve, westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende noortwaert aen Lambrecht Cornelis Vermolen erve Item noch een stuck beemden, groot omtrent 2 weijde hoymaden, gelegen tusschen de Daesdoncksche vonder ende de moeren, oostwaert aen Daniel de Loeckers erfgenaemen oft hon actie hebbende erve, suytwaert aen Adriaen van der Daesdoncx erfgenaemen erve , westwaert aende de Marck, ende noortwaert aen de voorschreven Cornelien, cooperesse ander erve heur van e voren toebehoorende. Item noch een stuck erfs, zoo onder heijde als weijde, houdende tesamen omtrent een halft buynder, gelegen teijnden de Couwelaersche strate, noortwaert ende oostwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende suytwaert ende westwaert aen Marten Janssen weduwe ende kynderen erve. Item noch een stuck heijvelts, groot omtrent 2 buynder, gelegen tusschen de beke ende de strate, loopende aen het Geertbroeck, oostwaert ende westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, suytwaert aen de beke ende noortwaert aen s Heeren strate. En noch Vijftienstedeken in en van het Goor, gelegen tot Notselt, alsoo groot ende cleijn als de erfenisse voorschreven gelegen zijn. Te vrijen ende te waeren de vercofte stede ende erfenissen voorscreven, met 4 veertelen rogs t jaers erfpachts der Tafele Heijlichen Geests tot Breda, Met noch 13 loopenen rogs erfpachts den Capittele oft Capellanen bynnen Breda, Met nog een loopen rogs t jaers Adriaenken Lambrecht Hulshouts weduwe. Met noch 6 loopenen rogs erfpachts die de vercooperen voorgenoemd en rechter erfvorwaerde daer op blijven heffen alle Jaer op Lichtmisse. Met noch 3 karolus gulden t stuck erfpacht ’s jaers Sebastiaen Rombout Schrauwen. Met noch 30 stuyvers r stuck van 2 Grooten Vlaems t jaers de Kerkcke tot Ghilse. Met noch 14 stuyvers ende 2 oort t jaers Anneken Montens, weduwe wijlen .ans van Esch, ende Met noch 4 stuyvers ende 3 penningen t jaers erfchijns te heeren chijns. Behoude. dat se medepandt ende bijpandt blijven daer se met recht schuldich zijn . Orconde anno 1601, twee daege in Januari ---------------------------------------------------------------------------------------------- In deze acte komen 3 takken van de Meeren’s in voor: de Kees Meeren tak, de Jos Meeren tak en de Mathijs Meeren tak. Zie daarvoor de website meeren.org. Ze komen samen in het gebied te Ulvenhout, de zogenoemde Beekhoek. In het artikel in de Paulus van Daesdonck, nr 138, pagina 123 e.v. is de geschiedenis er van beschreven. Daar staat in de dat de hoeve (Strijbeekseweg 11) gekocht is door Cornelis van Peter Cornelis Laureijs Meren. Dat is niet correct. In de acte koopt zij het van de kinderen en kleinkinderen van Peter Cornelis Meren. Uit de namen van de kinderen Cornelis, Bastiaen, Laureijs, Jan en Maeyken blijkt dat het gaat om Peter Cornelis Jan Meren. In de volgende akte van dezelfde datum geeft Cornelis aan wat ze al betaald heeft aan de erfgenamen, en wat nog volgt. Ze doet dat samen met haar zoon Peter Henrick Peeter Meren, die ook schepen is. In het bijschrift van 2 mei 1602 staat dat zij dat ook betaald heeft. Denys Cornelis Peeter Meren en Gijsbrecht Cornelis Geerts, namens zijn moeder Maeyken Peeter Cornelis Meren verklaren dit. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder de akte: Quam Cornelie Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe wijle Henrick Peeter Meren, geassisteert met Peeteren desselfs Henricx ende heur zone ende mede-schepen als heuren gekoren voight, tot dese saecke kende ende lijde dat boven de 230 karolus guldens stuck e. een die sij alnu gereet betaelt heeft, zij noch wettelijck schuldich is heur ende op alle heure goeden den kynderen ende erfgenamen van wijlen Peter Cornelis Meren zoons, gelijcke somme van 230 karolus guldens eens, toecomende ter saecken van coop oft baete van sekere stede ende erfenissen tot Ghinneken in de Rechte Strate daeromtrent gelegen, dewelcke heur bij den crediteuren voorschreven, vercoft ende overgevest zijn. Te betalen den voorschreven kynderen ende erfgenamen wijlen Peeter Cornelis Meeren zoons oft hon actie hebbende thoonder van desen als erfpenningen te Lichtmisse anno 1602. Date te weten van Lichtmisse anno 1601 naercomende over ende daer verbyndende daer voor specialyck de gecofte stede ende erfenissen voorschreven noch heur comparente andere stede ende erfenissen die zij heeft liggende onder Ghinneken in de Hoek (= de Beekhoek). In vaegen ende manieren, gelijck Jan des voorschreven wijlen Henrick Peeter Meren zone die in huer dat is gebruickende al naest alsulcken commer als daer . ter tijt met rechts schuldich is voor uyt te gaen ende voorts generalyck heur selven ende alle heur andere goeden ruerende ende onruerende putra et futura, met pande en ten tijd ende termijne voorschreven. Actum 2 dagen in Januari. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Als ik het goed lees, huurt nu haar zoon Jan de hoeve aan de Beekhoek (nu Beekhoek 5). ----------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder het bijschrift van 2 mei 1602: Denys Cornelis Peter Meren zone ende Ghijsbrecht Cornelis Geerts sone, daer moeder af was Maeyken Peeter Cornelis Meren dochter, zoo voor hen selven als in den naeme van heuren mede erfgenamen van Peter Cornelis Meren zone voor den welcke zij hen sterck maeckten ende degene hier in verenigen onder de verbyntenisse van honne persoon ende alle t honne goeden ruerende ende onruerende putra et futura, hebben verclaert ende bekent van dat Cornelie Huych Mercelis dochter hen voldaen ende betaelt heeft de 230 karolus guldens eens in desen schultbrieve begrepen, sulcx dat dezelve schultbrieft alnu geheel doot ende te nuet is. Actum 2 mei 1602 Putra Jan Naggers ende Cornelis van Ghilse, clercken in de Secretarije tot Breda als getuygen ende ick, A. Dyrven --------------------------------------------------------------------------------------- Denys en Ghijsbrecht, 2 neven, verklaren dat Cornelie alles betaald heeft. |
[bron: Ginneken inv 686 f214 r en v, F215r d.d. 2 januari 1601 en 2 mei 1602] |
02-01-1601 | Ghinneken Pro Anno 1601 Jan Michiel Mercelissen van der Anvort ende Cornelis Peterssen van der Corput, schepenen in t Ghinneken, Quam Sebastiaen Peeter Cornelis Meren zone Denys Cornelis Peeter Cornelis Meren zone Cornelis, Ghijsbrecht ende Adriaen gebroederen wijlen Cornelis Geerts zonen (in het bijschrift staat dat hun moeder was Maeyken Peeter Cornelis Meren) Agneese desselven Cornelis Geerts dochter met Peeter Jan Floris zone, heuren man ende voight voor hen selve, ende de voorgeschreven Bastiaen noch als gemechtich ende in den naeme van Cornelisen ende Peeteren Laureijs Peeter Cornelis Meren zone . zijde welcke soo voor hen selven als voorts vervangende henne andere susters (geen namen genoemd), alnoch ongehouwd zijnde, daer zij hen voor sterck maeckten, met oock Cathelijnen haere suster ende Jacob Michielsen als man ende voight van Agneese Laureijs Meren dochter, de voorgenoemde Bastiaen ende Jan, zijn broeder, mechtich gemaect sijn om te doen t gene naebescreven volght nae uytwijsen van de acte van procuratie daer af voor schepenen der Vrijheit van Hogstraten gepasseert ende met honnen segelen besegelt, ondergeteeckent JWaechmans wesen van date op . . . . (datum niet ingevuld) anno 1600, de welcke zij thoonde ende Hendrik de Weert als gemechtich ende in den naemne van Gielisen Buysen als d actie (?) hebbende bij opwinninge van t contingent Jannen Peeter Cornelis Meren zone, gecompeteert hebbende, soo wij verstonden, volgende de procuratie daer af zijnde, soo hij seijde, ende voor dne welcken hij hem des niettemin sterck maecte ende den selven hier in verenig, hebben vercoft Cornelien Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe van wijlen Henrick Peeter Meren zoons, stede ende erfenisse naebescreven, te weeten Huysinghe, hove, hovinge ende erfenissen met heure toebehoort ende metten erve daer aen liggende soo onder lant als weijde, houdende tesamen omtrent derdalft (?) buynder, gelegen onder Ghinneken in de Rechte Strate, suytwaert aen Adriaen Peeter Jacobs erve, ende voorts omgaens aen s Heeren strate. Item noch een stuck lants, genaemt den Langacker, groot omtrent 2 loopensaet, Met noch een stuck beemden, genaemt Hansen beemdt, groot omtrent een halft buynder, gelegen aen malcanderen op te Grootacker, oostwaert aen den dijck aldaer, suytwaet aen Anthonis Cornelis Halderberch erfgenaemen erve, westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende noortwaert aen Lambrecht Cornelis Vermolen erve Item noch een stuck beemden, groot omtrent 2 weijde hoymaden, gelegen tusschen de Daesdoncksche vonder ende de moeren, oostwaert aen Daniel de Loeckers erfgenaemen oft hon actie hebbende erve, suytwaert aen Adriaen van der Daesdoncx erfgenaemen erve , westwaert aende de Marck, ende noortwaert aen de voorschreven Cornelien, cooperesse ander erve heur van e voren toebehoorende. Item noch een stuck erfs, zoo onder heijde als weijde, houdende tesamen omtrent een halft buynder, gelegen teijnden de Couwelaersche strate, noortwaert ende oostwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende suytwaert ende westwaert aen Marten Janssen weduwe ende kynderen erve. Item noch een stuck heijvelts, groot omtrent 2 buynder, gelegen tusschen de beke ende de strate, loopende aen het Geertbroeck, oostwaert ende westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, suytwaert aen de beke ende noortwaert aen s Heeren strate. En noch Vijftienstedeken in en van het Goor, gelegen tot Notselt, alsoo groot ende cleijn als de erfenisse voorschreven gelegen zijn. Te vrijen ende te waeren de vercofte stede ende erfenissen voorscreven, met 4 veertelen rogs t jaers erfpachts der Tafele Heijlichen Geests tot Breda, Met noch 13 loopenen rogs erfpachts den Capittele oft Capellanen bynnen Breda, Met nog een loopen rogs t jaers Adriaenken Lambrecht Hulshouts weduwe. Met noch 6 loopenen rogs erfpachts die de vercooperen voorgenoemd en rechter erfvorwaerde daer op blijven heffen alle Jaer op Lichtmisse. Met noch 3 karolus gulden t stuck erfpacht ’s jaers Sebastiaen Rombout Schrauwen. Met noch 30 stuyvers r stuck van 2 Grooten Vlaems t jaers de Kerkcke tot Ghilse. Met noch 14 stuyvers ende 2 oort t jaers Anneken Montens, weduwe wijlen .ans van Esch, ende Met noch 4 stuyvers ende 3 penningen t jaers erfchijns te heeren chijns. Behoude. dat se medepandt ende bijpandt blijven daer se met recht schuldich zijn . Orconde anno 1601, twee daege in Januari ---------------------------------------------------------------------------------------------- In deze acte komen 3 takken van de Meeren’s in voor: de Kees Meeren tak, de Jos Meeren tak en de Mathijs Meeren tak. Zie daarvoor de website meeren.org. Ze komen samen in het gebied te Ulvenhout, de zogenoemde Beekhoek. In het artikel in de Paulus van Daesdonck, nr 138, pagina 123 e.v. is de geschiedenis er van beschreven. Daar staat in de dat de hoeve (Strijbeekseweg 11) gekocht is door Cornelis van Peter Cornelis Laureijs Meren. Dat is niet correct. In de acte koopt zij het van de kinderen en kleinkinderen van Peter Cornelis Meren. Uit de namen van de kinderen Cornelis, Bastiaen, Laureijs, Jan en Maeyken blijkt dat het gaat om Peter Cornelis Jan Meren. In de volgende akte van dezelfde datum geeft Cornelis aan wat ze al betaald heeft aan de erfgenamen, en wat nog volgt. Ze doet dat samen met haar zoon Peter Henrick Peeter Meren, die ook schepen is. In het bijschrift van 2 mei 1602 staat dat zij dat ook betaald heeft. Denys Cornelis Peeter Meren en Gijsbrecht Cornelis Geerts, namens zijn moeder Maeyken Peeter Cornelis Meren verklaren dit. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder de akte: Quam Cornelie Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe wijle Henrick Peeter Meren, geassisteert met Peeteren desselfs Henricx ende heur zone ende mede-schepen als heuren gekoren voight, tot dese saecke kende ende lijde dat boven de 230 karolus guldens stuck e. een die sij alnu gereet betaelt heeft, zij noch wettelijck schuldich is heur ende op alle heure goeden den kynderen ende erfgenamen van wijlen Peter Cornelis Meren zoons, gelijcke somme van 230 karolus guldens eens, toecomende ter saecken van coop oft baete van sekere stede ende erfenissen tot Ghinneken in de Rechte Strate daeromtrent gelegen, dewelcke heur bij den crediteuren voorschreven, vercoft ende overgevest zijn. Te betalen den voorschreven kynderen ende erfgenamen wijlen Peeter Cornelis Meeren zoons oft hon actie hebbende thoonder van desen als erfpenningen te Lichtmisse anno 1602. Date te weten van Lichtmisse anno 1601 naercomende over ende daer verbyndende daer voor specialyck de gecofte stede ende erfenissen voorschreven noch heur comparente andere stede ende erfenissen die zij heeft liggende onder Ghinneken in de Hoek (= de Beekhoek). In vaegen ende manieren, gelijck Jan des voorschreven wijlen Henrick Peeter Meren zone die in huer dat is gebruickende al naest alsulcken commer als daer . ter tijt met rechts schuldich is voor uyt te gaen ende voorts generalyck heur selven ende alle heur andere goeden ruerende ende onruerende putra et futura, met pande en ten tijd ende termijne voorschreven. Actum 2 dagen in Januari. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Als ik het goed lees, huurt nu haar zoon Jan de hoeve aan de Beekhoek (nu Beekhoek 5). ----------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder het bijschrift van 2 mei 1602: Denys Cornelis Peter Meren zone ende Ghijsbrecht Cornelis Geerts sone, daer moeder af was Maeyken Peeter Cornelis Meren dochter, zoo voor hen selven als in den naeme van heuren mede erfgenamen van Peter Cornelis Meren zone voor den welcke zij hen sterck maeckten ende degene hier in verenigen onder de verbyntenisse van honne persoon ende alle t honne goeden ruerende ende onruerende putra et futura, hebben verclaert ende bekent van dat Cornelie Huych Mercelis dochter hen voldaen ende betaelt heeft de 230 karolus guldens eens in desen schultbrieve begrepen, sulcx dat dezelve schultbrieft alnu geheel doot ende te nuet is. Actum 2 mei 1602 Putra Jan Naggers ende Cornelis van Ghilse, clercken in de Secretarije tot Breda als getuygen ende ick, J. Dyrven --------------------------------------------------------------------------------------- Denys en Ghijsbrecht, 2 neven, verklaren dat Cornelie alles betaald heeft. |
[bron: Ginneken R686 f 214 r en v, f215r - 2 januari 1601 en 2 mei 1602] |
02-01-1601 | Ghinneken Pro Anno 1601 Jan Michiel Mercelissen van der Anvort ende Cornelis Peterssen van der Corput, schepenen in t Ghinneken, Quam Sebastiaen Peeter Cornelis Meren zone Denys Cornelis Peeter Cornelis Meren zone Cornelis, Ghijsbrecht ende Adriaen gebroederen wijlen Cornelis Geerts zonen (in het bijschrift staat dat hun moeder was Maeyken Peeter Cornelis Meren) Agneese desselven Cornelis Geerts dochter met Peeter Jan Floris zone, heuren man ende voight voor hen selve, ende de voorgeschreven Bastiaen noch als gemechtich ende in den naeme van Cornelisen ende Peeteren Laureijs Peeter Cornelis Meren zone . zijde welcke soo voor hen selven als voorts vervangende henne andere susters (geen namen genoemd), alnoch ongehouwd zijnde, daer zij hen voor sterck maeckten, met oock Cathelijnen haere suster ende Jacob Michielsen als man ende voight van Agneese Laureijs Meren dochter, de voorgenoemde Bastiaen ende Jan, zijn broeder, mechtich gemaect sijn om te doen t gene naebescreven volght nae uytwijsen van de acte van procuratie daer af voor schepenen der Vrijheit van Hogstraten gepasseert ende met honnen segelen besegelt, ondergeteeckent JWaechmans wesen van date op . . . . (datum niet ingevuld) anno 1600, de welcke zij thoonde ende Hendrik de Weert als gemechtich ende in den naemne van Gielisen Buysen als d actie (?) hebbende bij opwinninge van t contingent Jannen Peeter Cornelis Meren zone, gecompeteert hebbende, soo wij verstonden, volgende de procuratie daer af zijnde, soo hij seijde, ende voor dne welcken hij hem des niettemin sterck maecte ende den selven hier in verenig, hebben vercoft Cornelien Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe van wijlen Henrick Peeter Meren zoons, stede ende erfenisse naebescreven, te weeten Huysinghe, hove, hovinge ende erfenissen met heure toebehoort ende metten erve daer aen liggende soo onder lant als weijde, houdende tesamen omtrent derdalft (?) buynder, gelegen onder Ghinneken in de Rechte Strate, suytwaert aen Adriaen Peeter Jacobs erve, ende voorts omgaens aen s Heeren strate. Item noch een stuck lants, genaemt den Langacker, groot omtrent 2 loopensaet, Met noch een stuck beemden, genaemt Hansen beemdt, groot omtrent een halft buynder, gelegen aen malcanderen op te Grootacker, oostwaert aen den dijck aldaer, suytwaet aen Anthonis Cornelis Halderberch erfgenaemen erve, westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende noortwaert aen Lambrecht Cornelis Vermolen erve Item noch een stuck beemden, groot omtrent 2 weijde hoymaden, gelegen tusschen de Daesdoncksche vonder ende de moeren, oostwaert aen Daniel de Loeckers erfgenaemen oft hon actie hebbende erve, suytwaert aen Adriaen van der Daesdoncx erfgenaemen erve , westwaert aende de Marck, ende noortwaert aen de voorschreven Cornelien, cooperesse ander erve heur van e voren toebehoorende. Item noch een stuck erfs, zoo onder heijde als weijde, houdende tesamen omtrent een halft buynder, gelegen teijnden de Couwelaersche strate, noortwaert ende oostwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende suytwaert ende westwaert aen Marten Janssen weduwe ende kynderen erve. Item noch een stuck heijvelts, groot omtrent 2 buynder, gelegen tusschen de beke ende de strate, loopende aen het Geertbroeck, oostwaert ende westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, suytwaert aen de beke ende noortwaert aen s Heeren strate. En noch Vijftienstedeken in en van het Goor, gelegen tot Notselt, alsoo groot ende cleijn als de erfenisse voorschreven gelegen zijn. Te vrijen ende te waeren de vercofte stede ende erfenissen voorscreven, met 4 veertelen rogs t jaers erfpachts der Tafele Heijlichen Geests tot Breda, Met noch 13 loopenen rogs erfpachts den Capittele oft Capellanen bynnen Breda, Met nog een loopen rogs t jaers Adriaenken Lambrecht Hulshouts weduwe. Met noch 6 loopenen rogs erfpachts die de vercooperen voorgenoemd en rechter erfvorwaerde daer op blijven heffen alle Jaer op Lichtmisse. Met noch 3 karolus gulden t stuck erfpacht ’s jaers Sebastiaen Rombout Schrauwen. Met noch 30 stuyvers r stuck van 2 Grooten Vlaems t jaers de Kerkcke tot Ghilse. Met noch 14 stuyvers ende 2 oort t jaers Anneken Montens, weduwe wijlen .ans van Esch, ende Met noch 4 stuyvers ende 3 penningen t jaers erfchijns te heeren chijns. Behoude. dat se medepandt ende bijpandt blijven daer se met recht schuldich zijn . Orconde anno 1601, twee daege in Januari ---------------------------------------------------------------------------------------------- In deze acte komen 3 takken van de Meeren’s in voor: de Kees Meeren tak, de Jos Meeren tak en de Mathijs Meeren tak. Zie daarvoor de website meeren.org. Ze komen samen in het gebied te Ulvenhout, de zogenoemde Beekhoek. In het artikel in de Paulus van Daesdonck, nr 138, pagina 123 e.v. is de geschiedenis er van beschreven. Daar staat in de dat de hoeve (Strijbeekseweg 11) gekocht is door Cornelis van Peter Cornelis Laureijs Meren. Dat is niet correct. In de acte koopt zij het van de kinderen en kleinkinderen van Peter Cornelis Meren. Uit de namen van de kinderen Cornelis, Bastiaen, Laureijs, Jan en Maeyken blijkt dat het gaat om Peter Cornelis Jan Meren. In de volgende akte van dezelfde datum geeft Cornelis aan wat ze al betaald heeft aan de erfgenamen, en wat nog volgt. Ze doet dat samen met haar zoon Peter Henrick Peeter Meren, die ook schepen is. In het bijschrift van 2 mei 1602 staat dat zij dat ook betaald heeft. Denys Cornelis Peeter Meren en Gijsbrecht Cornelis Geerts, namens zijn moeder Maeyken Peeter Cornelis Meren verklaren dit. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder de akte: Quam Cornelie Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe wijle Henrick Peeter Meren, geassisteert met Peeteren desselfs Henricx ende heur zone ende mede-schepen als heuren gekoren voight, tot dese saecke kende ende lijde dat boven de 230 karolus guldens stuck e. een die sij alnu gereet betaelt heeft, zij noch wettelijck schuldich is heur ende op alle heure goeden den kynderen ende erfgenamen van wijlen Peter Cornelis Meren zoons, gelijcke somme van 230 karolus guldens eens, toecomende ter saecken van coop oft baete van sekere stede ende erfenissen tot Ghinneken in de Rechte Strate daeromtrent gelegen, dewelcke heur bij den crediteuren voorschreven, vercoft ende overgevest zijn. Te betalen den voorschreven kynderen ende erfgenamen wijlen Peeter Cornelis Meeren zoons oft hon actie hebbende thoonder van desen als erfpenningen te Lichtmisse anno 1602. Date te weten van Lichtmisse anno 1601 naercomende over ende daer verbyndende daer voor specialyck de gecofte stede ende erfenissen voorschreven noch heur comparente andere stede ende erfenissen die zij heeft liggende onder Ghinneken in de Hoek (= de Beekhoek). In vaegen ende manieren, gelijck Jan des voorschreven wijlen Henrick Peeter Meren zone die in huer dat is gebruickende al naest alsulcken commer als daer . ter tijt met rechts schuldich is voor uyt te gaen ende voorts generalyck heur selven ende alle heur andere goeden ruerende ende onruerende putra et futura, met pande en ten tijd ende termijne voorschreven. Actum 2 dagen in Januari. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Als ik het goed lees, huurt nu haar zoon Jan de hoeve aan de Beekhoek (nu Beekhoek 5). ----------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder het bijschrift van 2 mei 1602: Denys Cornelis Peter Meren zone ende Ghijsbrecht Cornelis Geerts sone, daer moeder af was Maeyken Peeter Cornelis Meren dochter, zoo voor hen selven als in den naeme van heuren mede erfgenamen van Peter Cornelis Meren zone voor den welcke zij hen sterck maeckten ende degene hier in verenigen onder de verbyntenisse van honne persoon ende alle t honne goeden ruerende ende onruerende putra et futura, hebben verclaert ende bekent van dat Cornelie Huych Mercelis dochter hen voldaen ende betaelt heeft de 230 karolus guldens eens in desen schultbrieve begrepen, sulcx dat dezelve schultbrieft alnu geheel doot ende te nuet is. Actum 2 mei 1602 Putra Jan Naggers ende Cornelis van Ghilse, clercken in de Secretarije tot Breda als getuygen ende ick, J. Dyrven --------------------------------------------------------------------------------------- Denys en Ghijsbrecht, 2 neven, verklaren dat Cornelie alles betaald heeft. |
[bron: Ginneken R686 f 214 r en v, f215r - 2 januari 1601 en 2 mei 1602] |
02-01-1601 | Ghinneken Pro Anno 1601 Jan Michiel Mercelissen van der Anvort ende Cornelis Peterssen van der Corput, schepenen in t Ghinneken, Quam Sebastiaen Peeter Cornelis Meren zone Denys Cornelis Peeter Cornelis Meren zone Cornelis, Ghijsbrecht ende Adriaen gebroederen wijlen Cornelis Geerts zonen (in het bijschrift staat dat hun moeder was Maeyken Peeter Cornelis Meren) Agneese desselven Cornelis Geerts dochter met Peeter Jan Floris zone, heuren man ende voight voor hen selve, ende de voorgeschreven Bastiaen noch als gemechtich ende in den naeme van Cornelisen ende Peeteren Laureijs Peeter Cornelis Meren zone . zijde welcke soo voor hen selven als voorts vervangende henne andere susters (geen namen genoemd), alnoch ongehouwd zijnde, daer zij hen voor sterck maeckten, met oock Cathelijnen haere suster ende Jacob Michielsen als man ende voight van Agneese Laureijs Meren dochter, de voorgenoemde Bastiaen ende Jan, zijn broeder, mechtich gemaect sijn om te doen t gene naebescreven volght nae uytwijsen van de acte van procuratie daer af voor schepenen der Vrijheit van Hogstraten gepasseert ende met honnen segelen besegelt, ondergeteeckent JWaechmans wesen van date op . . . . (datum niet ingevuld) anno 1600, de welcke zij thoonde ende Hendrik de Weert als gemechtich ende in den naemne van Gielisen Buysen als d actie (?) hebbende bij opwinninge van t contingent Jannen Peeter Cornelis Meren zone, gecompeteert hebbende, soo wij verstonden, volgende de procuratie daer af zijnde, soo hij seijde, ende voor dne welcken hij hem des niettemin sterck maecte ende den selven hier in verenig, hebben vercoft Cornelien Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe van wijlen Henrick Peeter Meren zoons, stede ende erfenisse naebescreven, te weeten Huysinghe, hove, hovinge ende erfenissen met heure toebehoort ende metten erve daer aen liggende soo onder lant als weijde, houdende tesamen omtrent derdalft (?) buynder, gelegen onder Ghinneken in de Rechte Strate, suytwaert aen Adriaen Peeter Jacobs erve, ende voorts omgaens aen s Heeren strate. Item noch een stuck lants, genaemt den Langacker, groot omtrent 2 loopensaet, Met noch een stuck beemden, genaemt Hansen beemdt, groot omtrent een halft buynder, gelegen aen malcanderen op te Grootacker, oostwaert aen den dijck aldaer, suytwaet aen Anthonis Cornelis Halderberch erfgenaemen erve, westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende noortwaert aen Lambrecht Cornelis Vermolen erve Item noch een stuck beemden, groot omtrent 2 weijde hoymaden, gelegen tusschen de Daesdoncksche vonder ende de moeren, oostwaert aen Daniel de Loeckers erfgenaemen oft hon actie hebbende erve, suytwaert aen Adriaen van der Daesdoncx erfgenaemen erve , westwaert aende de Marck, ende noortwaert aen de voorschreven Cornelien, cooperesse ander erve heur van e voren toebehoorende. Item noch een stuck erfs, zoo onder heijde als weijde, houdende tesamen omtrent een halft buynder, gelegen teijnden de Couwelaersche strate, noortwaert ende oostwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende suytwaert ende westwaert aen Marten Janssen weduwe ende kynderen erve. Item noch een stuck heijvelts, groot omtrent 2 buynder, gelegen tusschen de beke ende de strate, loopende aen het Geertbroeck, oostwaert ende westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, suytwaert aen de beke ende noortwaert aen s Heeren strate. En noch Vijftienstedeken in en van het Goor, gelegen tot Notselt, alsoo groot ende cleijn als de erfenisse voorschreven gelegen zijn. Te vrijen ende te waeren de vercofte stede ende erfenissen voorscreven, met 4 veertelen rogs t jaers erfpachts der Tafele Heijlichen Geests tot Breda, Met noch 13 loopenen rogs erfpachts den Capittele oft Capellanen bynnen Breda, Met nog een loopen rogs t jaers Adriaenken Lambrecht Hulshouts weduwe. Met noch 6 loopenen rogs erfpachts die de vercooperen voorgenoemd en rechter erfvorwaerde daer op blijven heffen alle Jaer op Lichtmisse. Met noch 3 karolus gulden t stuck erfpacht ’s jaers Sebastiaen Rombout Schrauwen. Met noch 30 stuyvers r stuck van 2 Grooten Vlaems t jaers de Kerkcke tot Ghilse. Met noch 14 stuyvers ende 2 oort t jaers Anneken Montens, weduwe wijlen .ans van Esch, ende Met noch 4 stuyvers ende 3 penningen t jaers erfchijns te heeren chijns. Behoude. dat se medepandt ende bijpandt blijven daer se met recht schuldich zijn . Orconde anno 1601, twee daege in Januari ---------------------------------------------------------------------------------------------- In deze acte komen 3 takken van de Meeren’s in voor: de Kees Meeren tak, de Jos Meeren tak en de Mathijs Meeren tak. Zie daarvoor de website meeren.org. Ze komen samen in het gebied te Ulvenhout, de zogenoemde Beekhoek. In het artikel in de Paulus van Daesdonck, nr 138, pagina 123 e.v. is de geschiedenis er van beschreven. Daar staat in de dat de hoeve (Strijbeekseweg 11) gekocht is door Cornelis van Peter Cornelis Laureijs Meren. Dat is niet correct. In de acte koopt zij het van de kinderen en kleinkinderen van Peter Cornelis Meren. Uit de namen van de kinderen Cornelis, Bastiaen, Laureijs, Jan en Maeyken blijkt dat het gaat om Peter Cornelis Jan Meren. In de volgende akte van dezelfde datum geeft Cornelis aan wat ze al betaald heeft aan de erfgenamen, en wat nog volgt. Ze doet dat samen met haar zoon Peter Henrick Peeter Meren, die ook schepen is. In het bijschrift van 2 mei 1602 staat dat zij dat ook betaald heeft. Denys Cornelis Peeter Meren en Gijsbrecht Cornelis Geerts, namens zijn moeder Maeyken Peeter Cornelis Meren verklaren dit. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder de akte: Quam Cornelie Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe wijle Henrick Peeter Meren, geassisteert met Peeteren desselfs Henricx ende heur zone ende mede-schepen als heuren gekoren voight, tot dese saecke kende ende lijde dat boven de 230 karolus guldens stuck e. een die sij alnu gereet betaelt heeft, zij noch wettelijck schuldich is heur ende op alle heure goeden den kynderen ende erfgenamen van wijlen Peter Cornelis Meren zoons, gelijcke somme van 230 karolus guldens eens, toecomende ter saecken van coop oft baete van sekere stede ende erfenissen tot Ghinneken in de Rechte Strate daeromtrent gelegen, dewelcke heur bij den crediteuren voorschreven, vercoft ende overgevest zijn. Te betalen den voorschreven kynderen ende erfgenamen wijlen Peeter Cornelis Meeren zoons oft hon actie hebbende thoonder van desen als erfpenningen te Lichtmisse anno 1602. Date te weten van Lichtmisse anno 1601 naercomende over ende daer verbyndende daer voor specialyck de gecofte stede ende erfenissen voorschreven noch heur comparente andere stede ende erfenissen die zij heeft liggende onder Ghinneken in de Hoek (= de Beekhoek). In vaegen ende manieren, gelijck Jan des voorschreven wijlen Henrick Peeter Meren zone die in huer dat is gebruickende al naest alsulcken commer als daer . ter tijt met rechts schuldich is voor uyt te gaen ende voorts generalyck heur selven ende alle heur andere goeden ruerende ende onruerende putra et futura, met pande en ten tijd ende termijne voorschreven. Actum 2 dagen in Januari. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Als ik het goed lees, huurt nu haar zoon Jan de hoeve aan de Beekhoek (nu Beekhoek 5). ----------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder het bijschrift van 2 mei 1602: Denys Cornelis Peter Meren zone ende Ghijsbrecht Cornelis Geerts sone, daer moeder af was Maeyken Peeter Cornelis Meren dochter, zoo voor hen selven als in den naeme van heuren mede erfgenamen van Peter Cornelis Meren zone voor den welcke zij hen sterck maeckten ende degene hier in verenigen onder de verbyntenisse van honne persoon ende alle t honne goeden ruerende ende onruerende putra et futura, hebben verclaert ende bekent van dat Cornelie Huych Mercelis dochter hen voldaen ende betaelt heeft de 230 karolus guldens eens in desen schultbrieve begrepen, sulcx dat dezelve schultbrieft alnu geheel doot ende te nuet is. Actum 2 mei 1602 Putra Jan Naggers ende Cornelis van Ghilse, clercken in de Secretarije tot Breda als getuygen ende ick, J. Dyrven --------------------------------------------------------------------------------------- Denys en Ghijsbrecht, 2 neven, verklaren dat Cornelie alles betaald heeft. |
[bron: Ginneken R686 f 214 r en v, f215r - 2 januari 1601 en 2 mei 1602] |
02-01-1601 | Ghinneken Pro Anno 1601 Jan Michiel Mercelissen van der Anvort ende Cornelis Peterssen van der Corput, schepenen in t Ghinneken, Quam Sebastiaen Peeter Cornelis Meren zone Denys Cornelis Peeter Cornelis Meren zone Cornelis, Ghijsbrecht ende Adriaen gebroederen wijlen Cornelis Geerts zonen (in het bijschrift staat dat hun moeder was Maeyken Peeter Cornelis Meren) Agneese desselven Cornelis Geerts dochter met Peeter Jan Floris zone, heuren man ende voight voor hen selve, ende de voorgeschreven Bastiaen noch als gemechtich ende in den naeme van Cornelisen ende Peeteren Laureijs Peeter Cornelis Meren zone . zijde welcke soo voor hen selven als voorts vervangende henne andere susters (geen namen genoemd), alnoch ongehouwd zijnde, daer zij hen voor sterck maeckten, met oock Cathelijnen haere suster ende Jacob Michielsen als man ende voight van Agneese Laureijs Meren dochter, de voorgenoemde Bastiaen ende Jan, zijn broeder, mechtich gemaect sijn om te doen t gene naebescreven volght nae uytwijsen van de acte van procuratie daer af voor schepenen der Vrijheit van Hogstraten gepasseert ende met honnen segelen besegelt, ondergeteeckent JWaechmans wesen van date op . . . . (datum niet ingevuld) anno 1600, de welcke zij thoonde ende Hendrik de Weert als gemechtich ende in den naemne van Gielisen Buysen als d actie (?) hebbende bij opwinninge van t contingent Jannen Peeter Cornelis Meren zone, gecompeteert hebbende, soo wij verstonden, volgende de procuratie daer af zijnde, soo hij seijde, ende voor dne welcken hij hem des niettemin sterck maecte ende den selven hier in verenig, hebben vercoft Cornelien Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe van wijlen Henrick Peeter Meren zoons, stede ende erfenisse naebescreven, te weeten Huysinghe, hove, hovinge ende erfenissen met heure toebehoort ende metten erve daer aen liggende soo onder lant als weijde, houdende tesamen omtrent derdalft (?) buynder, gelegen onder Ghinneken in de Rechte Strate, suytwaert aen Adriaen Peeter Jacobs erve, ende voorts omgaens aen s Heeren strate. Item noch een stuck lants, genaemt den Langacker, groot omtrent 2 loopensaet, Met noch een stuck beemden, genaemt Hansen beemdt, groot omtrent een halft buynder, gelegen aen malcanderen op te Grootacker, oostwaert aen den dijck aldaer, suytwaet aen Anthonis Cornelis Halderberch erfgenaemen erve, westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende noortwaert aen Lambrecht Cornelis Vermolen erve Item noch een stuck beemden, groot omtrent 2 weijde hoymaden, gelegen tusschen de Daesdoncksche vonder ende de moeren, oostwaert aen Daniel de Loeckers erfgenaemen oft hon actie hebbende erve, suytwaert aen Adriaen van der Daesdoncx erfgenaemen erve , westwaert aende de Marck, ende noortwaert aen de voorschreven Cornelien, cooperesse ander erve heur van e voren toebehoorende. Item noch een stuck erfs, zoo onder heijde als weijde, houdende tesamen omtrent een halft buynder, gelegen teijnden de Couwelaersche strate, noortwaert ende oostwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende suytwaert ende westwaert aen Marten Janssen weduwe ende kynderen erve. Item noch een stuck heijvelts, groot omtrent 2 buynder, gelegen tusschen de beke ende de strate, loopende aen het Geertbroeck, oostwaert ende westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, suytwaert aen de beke ende noortwaert aen s Heeren strate. En noch Vijftienstedeken in en van het Goor, gelegen tot Notselt, alsoo groot ende cleijn als de erfenisse voorschreven gelegen zijn. Te vrijen ende te waeren de vercofte stede ende erfenissen voorscreven, met 4 veertelen rogs t jaers erfpachts der Tafele Heijlichen Geests tot Breda, Met noch 13 loopenen rogs erfpachts den Capittele oft Capellanen bynnen Breda, Met nog een loopen rogs t jaers Adriaenken Lambrecht Hulshouts weduwe. Met noch 6 loopenen rogs erfpachts die de vercooperen voorgenoemd en rechter erfvorwaerde daer op blijven heffen alle Jaer op Lichtmisse. Met noch 3 karolus gulden t stuck erfpacht ’s jaers Sebastiaen Rombout Schrauwen. Met noch 30 stuyvers r stuck van 2 Grooten Vlaems t jaers de Kerkcke tot Ghilse. Met noch 14 stuyvers ende 2 oort t jaers Anneken Montens, weduwe wijlen .ans van Esch, ende Met noch 4 stuyvers ende 3 penningen t jaers erfchijns te heeren chijns. Behoude. dat se medepandt ende bijpandt blijven daer se met recht schuldich zijn . Orconde anno 1601, twee daege in Januari ---------------------------------------------------------------------------------------------- In deze acte komen 3 takken van de Meeren’s in voor: de Kees Meeren tak, de Jos Meeren tak en de Mathijs Meeren tak. Zie daarvoor de website meeren.org. Ze komen samen in het gebied te Ulvenhout, de zogenoemde Beekhoek. In het artikel in de Paulus van Daesdonck, nr 138, pagina 123 e.v. is de geschiedenis er van beschreven. Daar staat in de dat de hoeve (Strijbeekseweg 11) gekocht is door Cornelis van Peter Cornelis Laureijs Meren. Dat is niet correct. In de acte koopt zij het van de kinderen en kleinkinderen van Peter Cornelis Meren. Uit de namen van de kinderen Cornelis, Bastiaen, Laureijs, Jan en Maeyken blijkt dat het gaat om Peter Cornelis Jan Meren. In de volgende akte van dezelfde datum geeft Cornelis aan wat ze al betaald heeft aan de erfgenamen, en wat nog volgt. Ze doet dat samen met haar zoon Peter Henrick Peeter Meren, die ook schepen is. In het bijschrift van 2 mei 1602 staat dat zij dat ook betaald heeft. Denys Cornelis Peeter Meren en Gijsbrecht Cornelis Geerts, namens zijn moeder Maeyken Peeter Cornelis Meren verklaren dit. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder de akte: Quam Cornelie Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe wijle Henrick Peeter Meren, geassisteert met Peeteren desselfs Henricx ende heur zone ende mede-schepen als heuren gekoren voight, tot dese saecke kende ende lijde dat boven de 230 karolus guldens stuck e. een die sij alnu gereet betaelt heeft, zij noch wettelijck schuldich is heur ende op alle heure goeden den kynderen ende erfgenamen van wijlen Peter Cornelis Meren zoons, gelijcke somme van 230 karolus guldens eens, toecomende ter saecken van coop oft baete van sekere stede ende erfenissen tot Ghinneken in de Rechte Strate daeromtrent gelegen, dewelcke heur bij den crediteuren voorschreven, vercoft ende overgevest zijn. Te betalen den voorschreven kynderen ende erfgenamen wijlen Peeter Cornelis Meeren zoons oft hon actie hebbende thoonder van desen als erfpenningen te Lichtmisse anno 1602. Date te weten van Lichtmisse anno 1601 naercomende over ende daer verbyndende daer voor specialyck de gecofte stede ende erfenissen voorschreven noch heur comparente andere stede ende erfenissen die zij heeft liggende onder Ghinneken in de Hoek (= de Beekhoek). In vaegen ende manieren, gelijck Jan des voorschreven wijlen Henrick Peeter Meren zone die in huer dat is gebruickende al naest alsulcken commer als daer . ter tijt met rechts schuldich is voor uyt te gaen ende voorts generalyck heur selven ende alle heur andere goeden ruerende ende onruerende putra et futura, met pande en ten tijd ende termijne voorschreven. Actum 2 dagen in Januari. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Als ik het goed lees, huurt nu haar zoon Jan de hoeve aan de Beekhoek (nu Beekhoek 5). ----------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder het bijschrift van 2 mei 1602: Denys Cornelis Peter Meren zone ende Ghijsbrecht Cornelis Geerts sone, daer moeder af was Maeyken Peeter Cornelis Meren dochter, zoo voor hen selven als in den naeme van heuren mede erfgenamen van Peter Cornelis Meren zone voor den welcke zij hen sterck maeckten ende degene hier in verenigen onder de verbyntenisse van honne persoon ende alle t honne goeden ruerende ende onruerende putra et futura, hebben verclaert ende bekent van dat Cornelie Huych Mercelis dochter hen voldaen ende betaelt heeft de 230 karolus guldens eens in desen schultbrieve begrepen, sulcx dat dezelve schultbrieft alnu geheel doot ende te nuet is. Actum 2 mei 1602 Putra Jan Naggers ende Cornelis van Ghilse, clercken in de Secretarije tot Breda als getuygen ende ick, J. Dyrven --------------------------------------------------------------------------------------- Denys en Ghijsbrecht, 2 neven, verklaren dat Cornelie alles betaald heeft. |
[bron: Ginneken R686 f 214 r en v, f215r - 2 januari 1601 en 2 mei 1602] |
02-01-1601 | Ghinneken Pro Anno 1601 Jan Michiel Mercelissen van der Anvort ende Cornelis Peterssen van der Corput, schepenen in t Ghinneken, Quam Sebastiaen Peeter Cornelis Meren zone Denys Cornelis Peeter Cornelis Meren zone Cornelis, Ghijsbrecht ende Adriaen gebroederen wijlen Cornelis Geerts zonen (in het bijschrift staat dat hun moeder was Maeyken Peeter Cornelis Meren) Agneese desselven Cornelis Geerts dochter met Peeter Jan Floris zone, heuren man ende voight voor hen selve, ende de voorgeschreven Bastiaen noch als gemechtich ende in den naeme van Cornelisen ende Peeteren Laureijs Peeter Cornelis Meren zone . zijde welcke soo voor hen selven als voorts vervangende henne andere susters (geen namen genoemd), alnoch ongehouwd zijnde, daer zij hen voor sterck maeckten, met oock Cathelijnen haere suster ende Jacob Michielsen als man ende voight van Agneese Laureijs Meren dochter, de voorgenoemde Bastiaen ende Jan, zijn broeder, mechtich gemaect sijn om te doen t gene naebescreven volght nae uytwijsen van de acte van procuratie daer af voor schepenen der Vrijheit van Hogstraten gepasseert ende met honnen segelen besegelt, ondergeteeckent JWaechmans wesen van date op . . . . (datum niet ingevuld) anno 1600, de welcke zij thoonde ende Hendrik de Weert als gemechtich ende in den naemne van Gielisen Buysen als d actie (?) hebbende bij opwinninge van t contingent Jannen Peeter Cornelis Meren zone, gecompeteert hebbende, soo wij verstonden, volgende de procuratie daer af zijnde, soo hij seijde, ende voor dne welcken hij hem des niettemin sterck maecte ende den selven hier in verenig, hebben vercoft Cornelien Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe van wijlen Henrick Peeter Meren zoons, stede ende erfenisse naebescreven, te weeten Huysinghe, hove, hovinge ende erfenissen met heure toebehoort ende metten erve daer aen liggende soo onder lant als weijde, houdende tesamen omtrent derdalft (?) buynder, gelegen onder Ghinneken in de Rechte Strate, suytwaert aen Adriaen Peeter Jacobs erve, ende voorts omgaens aen s Heeren strate. Item noch een stuck lants, genaemt den Langacker, groot omtrent 2 loopensaet, Met noch een stuck beemden, genaemt Hansen beemdt, groot omtrent een halft buynder, gelegen aen malcanderen op te Grootacker, oostwaert aen den dijck aldaer, suytwaet aen Anthonis Cornelis Halderberch erfgenaemen erve, westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende noortwaert aen Lambrecht Cornelis Vermolen erve Item noch een stuck beemden, groot omtrent 2 weijde hoymaden, gelegen tusschen de Daesdoncksche vonder ende de moeren, oostwaert aen Daniel de Loeckers erfgenaemen oft hon actie hebbende erve, suytwaert aen Adriaen van der Daesdoncx erfgenaemen erve , westwaert aende de Marck, ende noortwaert aen de voorschreven Cornelien, cooperesse ander erve heur van e voren toebehoorende. Item noch een stuck erfs, zoo onder heijde als weijde, houdende tesamen omtrent een halft buynder, gelegen teijnden de Couwelaersche strate, noortwaert ende oostwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende suytwaert ende westwaert aen Marten Janssen weduwe ende kynderen erve. Item noch een stuck heijvelts, groot omtrent 2 buynder, gelegen tusschen de beke ende de strate, loopende aen het Geertbroeck, oostwaert ende westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, suytwaert aen de beke ende noortwaert aen s Heeren strate. En noch Vijftienstedeken in en van het Goor, gelegen tot Notselt, alsoo groot ende cleijn als de erfenisse voorschreven gelegen zijn. Te vrijen ende te waeren de vercofte stede ende erfenissen voorscreven, met 4 veertelen rogs t jaers erfpachts der Tafele Heijlichen Geests tot Breda, Met noch 13 loopenen rogs erfpachts den Capittele oft Capellanen bynnen Breda, Met nog een loopen rogs t jaers Adriaenken Lambrecht Hulshouts weduwe. Met noch 6 loopenen rogs erfpachts die de vercooperen voorgenoemd en rechter erfvorwaerde daer op blijven heffen alle Jaer op Lichtmisse. Met noch 3 karolus gulden t stuck erfpacht ’s jaers Sebastiaen Rombout Schrauwen. Met noch 30 stuyvers r stuck van 2 Grooten Vlaems t jaers de Kerkcke tot Ghilse. Met noch 14 stuyvers ende 2 oort t jaers Anneken Montens, weduwe wijlen .ans van Esch, ende Met noch 4 stuyvers ende 3 penningen t jaers erfchijns te heeren chijns. Behoude. dat se medepandt ende bijpandt blijven daer se met recht schuldich zijn . Orconde anno 1601, twee daege in Januari ---------------------------------------------------------------------------------------------- In deze acte komen 3 takken van de Meeren’s in voor: de Kees Meeren tak, de Jos Meeren tak en de Mathijs Meeren tak. Zie daarvoor de website meeren.org. Ze komen samen in het gebied te Ulvenhout, de zogenoemde Beekhoek. In het artikel in de Paulus van Daesdonck, nr 138, pagina 123 e.v. is de geschiedenis er van beschreven. Daar staat in de dat de hoeve (Strijbeekseweg 11) gekocht is door Cornelis van Peter Cornelis Laureijs Meren. Dat is niet correct. In de acte koopt zij het van de kinderen en kleinkinderen van Peter Cornelis Meren. Uit de namen van de kinderen Cornelis, Bastiaen, Laureijs, Jan en Maeyken blijkt dat het gaat om Peter Cornelis Jan Meren. In de volgende akte van dezelfde datum geeft Cornelis aan wat ze al betaald heeft aan de erfgenamen, en wat nog volgt. Ze doet dat samen met haar zoon Peter Henrick Peeter Meren, die ook schepen is. In het bijschrift van 2 mei 1602 staat dat zij dat ook betaald heeft. Denys Cornelis Peeter Meren en Gijsbrecht Cornelis Geerts, namens zijn moeder Maeyken Peeter Cornelis Meren verklaren dit. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder de akte: Quam Cornelie Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe wijle Henrick Peeter Meren, geassisteert met Peeteren desselfs Henricx ende heur zone ende mede-schepen als heuren gekoren voight, tot dese saecke kende ende lijde dat boven de 230 karolus guldens stuck e. een die sij alnu gereet betaelt heeft, zij noch wettelijck schuldich is heur ende op alle heure goeden den kynderen ende erfgenamen van wijlen Peter Cornelis Meren zoons, gelijcke somme van 230 karolus guldens eens, toecomende ter saecken van coop oft baete van sekere stede ende erfenissen tot Ghinneken in de Rechte Strate daeromtrent gelegen, dewelcke heur bij den crediteuren voorschreven, vercoft ende overgevest zijn. Te betalen den voorschreven kynderen ende erfgenamen wijlen Peeter Cornelis Meeren zoons oft hon actie hebbende thoonder van desen als erfpenningen te Lichtmisse anno 1602. Date te weten van Lichtmisse anno 1601 naercomende over ende daer verbyndende daer voor specialyck de gecofte stede ende erfenissen voorschreven noch heur comparente andere stede ende erfenissen die zij heeft liggende onder Ghinneken in de Hoek (= de Beekhoek). In vaegen ende manieren, gelijck Jan des voorschreven wijlen Henrick Peeter Meren zone die in huer dat is gebruickende al naest alsulcken commer als daer . ter tijt met rechts schuldich is voor uyt te gaen ende voorts generalyck heur selven ende alle heur andere goeden ruerende ende onruerende putra et futura, met pande en ten tijd ende termijne voorschreven. Actum 2 dagen in Januari. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Als ik het goed lees, huurt nu haar zoon Jan de hoeve aan de Beekhoek (nu Beekhoek 5). ----------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder het bijschrift van 2 mei 1602: Denys Cornelis Peter Meren zone ende Ghijsbrecht Cornelis Geerts sone, daer moeder af was Maeyken Peeter Cornelis Meren dochter, zoo voor hen selven als in den naeme van heuren mede erfgenamen van Peter Cornelis Meren zone voor den welcke zij hen sterck maeckten ende degene hier in verenigen onder de verbyntenisse van honne persoon ende alle t honne goeden ruerende ende onruerende putra et futura, hebben verclaert ende bekent van dat Cornelie Huych Mercelis dochter hen voldaen ende betaelt heeft de 230 karolus guldens eens in desen schultbrieve begrepen, sulcx dat dezelve schultbrieft alnu geheel doot ende te nuet is. Actum 2 mei 1602 Putra Jan Naggers ende Cornelis van Ghilse, clercken in de Secretarije tot Breda als getuygen ende ick, J. Dyrven --------------------------------------------------------------------------------------- Denys en Ghijsbrecht, 2 neven, verklaren dat Cornelie alles betaald heeft. |
[bron: Ginneken R686 f 214 r en v, f215r - 2 januari 1601 en 2 mei 1602] |
02-01-1601 | Ghinneken Pro Anno 1601 Jan Michiel Mercelissen van der Anvort ende Cornelis Peterssen van der Corput, schepenen in t Ghinneken, Quam Sebastiaen Peeter Cornelis Meren zone Denys Cornelis Peeter Cornelis Meren zone Cornelis, Ghijsbrecht ende Adriaen gebroederen wijlen Cornelis Geerts zonen (in het bijschrift staat dat hun moeder was Maeyken Peeter Cornelis Meren) Agneese desselven Cornelis Geerts dochter met Peeter Jan Floris zone, heuren man ende voight voor hen selve, ende de voorgeschreven Bastiaen noch als gemechtich ende in den naeme van Cornelisen ende Peeteren Laureijs Peeter Cornelis Meren zone . zijde welcke soo voor hen selven als voorts vervangende henne andere susters (geen namen genoemd), alnoch ongehouwd zijnde, daer zij hen voor sterck maeckten, met oock Cathelijnen haere suster ende Jacob Michielsen als man ende voight van Agneese Laureijs Meren dochter, de voorgenoemde Bastiaen ende Jan, zijn broeder, mechtich gemaect sijn om te doen t gene naebescreven volght nae uytwijsen van de acte van procuratie daer af voor schepenen der Vrijheit van Hogstraten gepasseert ende met honnen segelen besegelt, ondergeteeckent JWaechmans wesen van date op . . . . (datum niet ingevuld) anno 1600, de welcke zij thoonde ende Hendrik de Weert als gemechtich ende in den naemne van Gielisen Buysen als d actie (?) hebbende bij opwinninge van t contingent Jannen Peeter Cornelis Meren zone, gecompeteert hebbende, soo wij verstonden, volgende de procuratie daer af zijnde, soo hij seijde, ende voor dne welcken hij hem des niettemin sterck maecte ende den selven hier in verenig, hebben vercoft Cornelien Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe van wijlen Henrick Peeter Meren zoons, stede ende erfenisse naebescreven, te weeten Huysinghe, hove, hovinge ende erfenissen met heure toebehoort ende metten erve daer aen liggende soo onder lant als weijde, houdende tesamen omtrent derdalft (?) buynder, gelegen onder Ghinneken in de Rechte Strate, suytwaert aen Adriaen Peeter Jacobs erve, ende voorts omgaens aen s Heeren strate. Item noch een stuck lants, genaemt den Langacker, groot omtrent 2 loopensaet, Met noch een stuck beemden, genaemt Hansen beemdt, groot omtrent een halft buynder, gelegen aen malcanderen op te Grootacker, oostwaert aen den dijck aldaer, suytwaet aen Anthonis Cornelis Halderberch erfgenaemen erve, westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende noortwaert aen Lambrecht Cornelis Vermolen erve Item noch een stuck beemden, groot omtrent 2 weijde hoymaden, gelegen tusschen de Daesdoncksche vonder ende de moeren, oostwaert aen Daniel de Loeckers erfgenaemen oft hon actie hebbende erve, suytwaert aen Adriaen van der Daesdoncx erfgenaemen erve , westwaert aende de Marck, ende noortwaert aen de voorschreven Cornelien, cooperesse ander erve heur van e voren toebehoorende. Item noch een stuck erfs, zoo onder heijde als weijde, houdende tesamen omtrent een halft buynder, gelegen teijnden de Couwelaersche strate, noortwaert ende oostwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende suytwaert ende westwaert aen Marten Janssen weduwe ende kynderen erve. Item noch een stuck heijvelts, groot omtrent 2 buynder, gelegen tusschen de beke ende de strate, loopende aen het Geertbroeck, oostwaert ende westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, suytwaert aen de beke ende noortwaert aen s Heeren strate. En noch Vijftienstedeken in en van het Goor, gelegen tot Notselt, alsoo groot ende cleijn als de erfenisse voorschreven gelegen zijn. Te vrijen ende te waeren de vercofte stede ende erfenissen voorscreven, met 4 veertelen rogs t jaers erfpachts der Tafele Heijlichen Geests tot Breda, Met noch 13 loopenen rogs erfpachts den Capittele oft Capellanen bynnen Breda, Met nog een loopen rogs t jaers Adriaenken Lambrecht Hulshouts weduwe. Met noch 6 loopenen rogs erfpachts die de vercooperen voorgenoemd en rechter erfvorwaerde daer op blijven heffen alle Jaer op Lichtmisse. Met noch 3 karolus gulden t stuck erfpacht ’s jaers Sebastiaen Rombout Schrauwen. Met noch 30 stuyvers r stuck van 2 Grooten Vlaems t jaers de Kerkcke tot Ghilse. Met noch 14 stuyvers ende 2 oort t jaers Anneken Montens, weduwe wijlen .ans van Esch, ende Met noch 4 stuyvers ende 3 penningen t jaers erfchijns te heeren chijns. Behoude. dat se medepandt ende bijpandt blijven daer se met recht schuldich zijn . Orconde anno 1601, twee daege in Januari ---------------------------------------------------------------------------------------------- In deze acte komen 3 takken van de Meeren’s in voor: de Kees Meeren tak, de Jos Meeren tak en de Mathijs Meeren tak. Zie daarvoor de website meeren.org. Ze komen samen in het gebied te Ulvenhout, de zogenoemde Beekhoek. In het artikel in de Paulus van Daesdonck, nr 138, pagina 123 e.v. is de geschiedenis er van beschreven. Daar staat in de dat de hoeve (Strijbeekseweg 11) gekocht is door Cornelis van Peter Cornelis Laureijs Meren. Dat is niet correct. In de acte koopt zij het van de kinderen en kleinkinderen van Peter Cornelis Meren. Uit de namen van de kinderen Cornelis, Bastiaen, Laureijs, Jan en Maeyken blijkt dat het gaat om Peter Cornelis Jan Meren. In de volgende akte van dezelfde datum geeft Cornelis aan wat ze al betaald heeft aan de erfgenamen, en wat nog volgt. Ze doet dat samen met haar zoon Peter Henrick Peeter Meren, die ook schepen is. In het bijschrift van 2 mei 1602 staat dat zij dat ook betaald heeft. Denys Cornelis Peeter Meren en Gijsbrecht Cornelis Geerts, namens zijn moeder Maeyken Peeter Cornelis Meren verklaren dit. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder de akte: Quam Cornelie Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe wijle Henrick Peeter Meren, geassisteert met Peeteren desselfs Henricx ende heur zone ende mede-schepen als heuren gekoren voight, tot dese saecke kende ende lijde dat boven de 230 karolus guldens stuck e. een die sij alnu gereet betaelt heeft, zij noch wettelijck schuldich is heur ende op alle heure goeden den kynderen ende erfgenamen van wijlen Peter Cornelis Meren zoons, gelijcke somme van 230 karolus guldens eens, toecomende ter saecken van coop oft baete van sekere stede ende erfenissen tot Ghinneken in de Rechte Strate daeromtrent gelegen, dewelcke heur bij den crediteuren voorschreven, vercoft ende overgevest zijn. Te betalen den voorschreven kynderen ende erfgenamen wijlen Peeter Cornelis Meeren zoons oft hon actie hebbende thoonder van desen als erfpenningen te Lichtmisse anno 1602. Date te weten van Lichtmisse anno 1601 naercomende over ende daer verbyndende daer voor specialyck de gecofte stede ende erfenissen voorschreven noch heur comparente andere stede ende erfenissen die zij heeft liggende onder Ghinneken in de Hoek (= de Beekhoek). In vaegen ende manieren, gelijck Jan des voorschreven wijlen Henrick Peeter Meren zone die in huer dat is gebruickende al naest alsulcken commer als daer . ter tijt met rechts schuldich is voor uyt te gaen ende voorts generalyck heur selven ende alle heur andere goeden ruerende ende onruerende putra et futura, met pande en ten tijd ende termijne voorschreven. Actum 2 dagen in Januari. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Als ik het goed lees, huurt nu haar zoon Jan de hoeve aan de Beekhoek (nu Beekhoek 5). ----------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder het bijschrift van 2 mei 1602: Denys Cornelis Peter Meren zone ende Ghijsbrecht Cornelis Geerts sone, daer moeder af was Maeyken Peeter Cornelis Meren dochter, zoo voor hen selven als in den naeme van heuren mede erfgenamen van Peter Cornelis Meren zone voor den welcke zij hen sterck maeckten ende degene hier in verenigen onder de verbyntenisse van honne persoon ende alle t honne goeden ruerende ende onruerende putra et futura, hebben verclaert ende bekent van dat Cornelie Huych Mercelis dochter hen voldaen ende betaelt heeft de 230 karolus guldens eens in desen schultbrieve begrepen, sulcx dat dezelve schultbrieft alnu geheel doot ende te nuet is. Actum 2 mei 1602 Putra Jan Naggers ende Cornelis van Ghilse, clercken in de Secretarije tot Breda als getuygen ende ick, J. Dyrven --------------------------------------------------------------------------------------- Denys en Ghijsbrecht, 2 neven, verklaren dat Cornelie alles betaald heeft. |
[bron: Ginneken R686 f 214 r en v, f215r - 2 januari 1601 en 2 mei 1602] |
12-08-1567 | De acte is geschreven in een zeer smal en schuin handschrift, en voor mij lastig te lezen. Hier het eerste stukje: Ghijsbrecht Jan Jacops zone ende Jan Jan Lips zone, schepenen in Ghinneken. Quam Cornelis Peter Cornelis Jan Meren kende ende lijdt dat hij R.. erf.. schuldich is jaerlycx in gelden ende uijt te reijcken Wouteren ende Peteren, gebroederen wijlen Peter Peters Wagemaeckers zoons zone tot behoef van -------------------------------------------------------------------------- Cornelis zal elk jaar 4 karolus guldens betalen. Het zal om land of huijs gaan. Dat moet ik nog verder zien uit te spitten. Het ligt zuid en westwaarts aan land genaamd Laarbos, van Cornelis Oostwaerts aan Leijken Cornelis Laureijs Meren (Cathalijn Cornelis Laureijs Peeter Cornelis Jan Meren?) Noordwaarts aan de Heerenstraat. |
[bron: Ginneken 1564-1568 R683 f192] | ||
02-01-1601 | Ghinneken Pro Anno 1601 Jan Michiel Mercelissen van der Anvort ende Cornelis Peterssen van der Corput, schepenen in t Ghinneken, Quam Sebastiaen Peeter Cornelis Meren zone Denys Cornelis Peeter Cornelis Meren zone Cornelis, Ghijsbrecht ende Adriaen gebroederen wijlen Cornelis Geerts zonen (in het bijschrift staat dat hun moeder was Maeyken Peeter Cornelis Meren) Agneese desselven Cornelis Geerts dochter met Peeter Jan Floris zone, heuren man ende voight voor hen selve, ende de voorgeschreven Bastiaen noch als gemechtich ende in den naeme van Cornelisen ende Peeteren Laureijs Peeter Cornelis Meren zone . zijde welcke soo voor hen selven als voorts vervangende henne andere susters (geen namen genoemd), alnoch ongehouwd zijnde, daer zij hen voor sterck maeckten, met oock Cathelijnen haere suster ende Jacob Michielsen als man ende voight van Agneese Laureijs Meren dochter, de voorgenoemde Bastiaen ende Jan, zijn broeder, mechtich gemaect sijn om te doen t gene naebescreven volght nae uytwijsen van de acte van procuratie daer af voor schepenen der Vrijheit van Hogstraten gepasseert ende met honnen segelen besegelt, ondergeteeckent JWaechmans wesen van date op . . . . (datum niet ingevuld) anno 1600, de welcke zij thoonde ende Hendrik de Weert als gemechtich ende in den naemne van Gielisen Buysen als d actie (?) hebbende bij opwinninge van t contingent Jannen Peeter Cornelis Meren zone, gecompeteert hebbende, soo wij verstonden, volgende de procuratie daer af zijnde, soo hij seijde, ende voor dne welcken hij hem des niettemin sterck maecte ende den selven hier in verenig, hebben vercoft Cornelien Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe van wijlen Henrick Peeter Meren zoons, stede ende erfenisse naebescreven, te weeten Huysinghe, hove, hovinge ende erfenissen met heure toebehoort ende metten erve daer aen liggende soo onder lant als weijde, houdende tesamen omtrent derdalft (?) buynder, gelegen onder Ghinneken in de Rechte Strate, suytwaert aen Adriaen Peeter Jacobs erve, ende voorts omgaens aen s Heeren strate. Item noch een stuck lants, genaemt den Langacker, groot omtrent 2 loopensaet, Met noch een stuck beemden, genaemt Hansen beemdt, groot omtrent een halft buynder, gelegen aen malcanderen op te Grootacker, oostwaert aen den dijck aldaer, suytwaet aen Anthonis Cornelis Halderberch erfgenaemen erve, westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende noortwaert aen Lambrecht Cornelis Vermolen erve Item noch een stuck beemden, groot omtrent 2 weijde hoymaden, gelegen tusschen de Daesdoncksche vonder ende de moeren, oostwaert aen Daniel de Loeckers erfgenaemen oft hon actie hebbende erve, suytwaert aen Adriaen van der Daesdoncx erfgenaemen erve , westwaert aende de Marck, ende noortwaert aen de voorschreven Cornelien, cooperesse ander erve heur van e voren toebehoorende. Item noch een stuck erfs, zoo onder heijde als weijde, houdende tesamen omtrent een halft buynder, gelegen teijnden de Couwelaersche strate, noortwaert ende oostwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende suytwaert ende westwaert aen Marten Janssen weduwe ende kynderen erve. Item noch een stuck heijvelts, groot omtrent 2 buynder, gelegen tusschen de beke ende de strate, loopende aen het Geertbroeck, oostwaert ende westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, suytwaert aen de beke ende noortwaert aen s Heeren strate. En noch Vijftienstedeken in en van het Goor, gelegen tot Notselt, alsoo groot ende cleijn als de erfenisse voorschreven gelegen zijn. Te vrijen ende te waeren de vercofte stede ende erfenissen voorscreven, met 4 veertelen rogs t jaers erfpachts der Tafele Heijlichen Geests tot Breda, Met noch 13 loopenen rogs erfpachts den Capittele oft Capellanen bynnen Breda, Met nog een loopen rogs t jaers Adriaenken Lambrecht Hulshouts weduwe. Met noch 6 loopenen rogs erfpachts die de vercooperen voorgenoemd en rechter erfvorwaerde daer op blijven heffen alle Jaer op Lichtmisse. Met noch 3 karolus gulden t stuck erfpacht ’s jaers Sebastiaen Rombout Schrauwen. Met noch 30 stuyvers r stuck van 2 Grooten Vlaems t jaers de Kerkcke tot Ghilse. Met noch 14 stuyvers ende 2 oort t jaers Anneken Montens, weduwe wijlen .ans van Esch, ende Met noch 4 stuyvers ende 3 penningen t jaers erfchijns te heeren chijns. Behoude. dat se medepandt ende bijpandt blijven daer se met recht schuldich zijn . Orconde anno 1601, twee daege in Januari ---------------------------------------------------------------------------------------------- In deze acte komen 3 takken van de Meeren’s in voor: de Kees Meeren tak, de Jos Meeren tak en de Mathijs Meeren tak. Zie daarvoor de website meeren.org. Ze komen samen in het gebied te Ulvenhout, de zogenoemde Beekhoek. In het artikel in de Paulus van Daesdonck, nr 138, pagina 123 e.v. is de geschiedenis er van beschreven. Daar staat in de dat de hoeve (Strijbeekseweg 11) gekocht is door Cornelis van Peter Cornelis Laureijs Meren. Dat is niet correct. In de acte koopt zij het van de kinderen en kleinkinderen van Peter Cornelis Meren. Uit de namen van de kinderen Cornelis, Bastiaen, Laureijs, Jan en Maeyken blijkt dat het gaat om Peter Cornelis Jan Meren. In de volgende akte van dezelfde datum geeft Cornelis aan wat ze al betaald heeft aan de erfgenamen, en wat nog volgt. Ze doet dat samen met haar zoon Peter Henrick Peeter Meren, die ook schepen is. In het bijschrift van 2 mei 1602 staat dat zij dat ook betaald heeft. Denys Cornelis Peeter Meren en Gijsbrecht Cornelis Geerts, namens zijn moeder Maeyken Peeter Cornelis Meren verklaren dit. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder de akte: Quam Cornelie Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe wijle Henrick Peeter Meren, geassisteert met Peeteren desselfs Henricx ende heur zone ende mede-schepen als heuren gekoren voight, tot dese saecke kende ende lijde dat boven de 230 karolus guldens stuck e. een die sij alnu gereet betaelt heeft, zij noch wettelijck schuldich is heur ende op alle heure goeden den kynderen ende erfgenamen van wijlen Peter Cornelis Meren zoons, gelijcke somme van 230 karolus guldens eens, toecomende ter saecken van coop oft baete van sekere stede ende erfenissen tot Ghinneken in de Rechte Strate daeromtrent gelegen, dewelcke heur bij den crediteuren voorschreven, vercoft ende overgevest zijn. Te betalen den voorschreven kynderen ende erfgenamen wijlen Peeter Cornelis Meeren zoons oft hon actie hebbende thoonder van desen als erfpenningen te Lichtmisse anno 1602. Date te weten van Lichtmisse anno 1601 naercomende over ende daer verbyndende daer voor specialyck de gecofte stede ende erfenissen voorschreven noch heur comparente andere stede ende erfenissen die zij heeft liggende onder Ghinneken in de Hoek (= de Beekhoek). In vaegen ende manieren, gelijck Jan des voorschreven wijlen Henrick Peeter Meren zone die in huer dat is gebruickende al naest alsulcken commer als daer . ter tijt met rechts schuldich is voor uyt te gaen ende voorts generalyck heur selven ende alle heur andere goeden ruerende ende onruerende putra et futura, met pande en ten tijd ende termijne voorschreven. Actum 2 dagen in Januari. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Als ik het goed lees, huurt nu haar zoon Jan de hoeve aan de Beekhoek (nu Beekhoek 5). ----------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder het bijschrift van 2 mei 1602: Denys Cornelis Peter Meren zone ende Ghijsbrecht Cornelis Geerts sone, daer moeder af was Maeyken Peeter Cornelis Meren dochter, zoo voor hen selven als in den naeme van heuren mede erfgenamen van Peter Cornelis Meren zone voor den welcke zij hen sterck maeckten ende degene hier in verenigen onder de verbyntenisse van honne persoon ende alle t honne goeden ruerende ende onruerende putra et futura, hebben verclaert ende bekent van dat Cornelie Huych Mercelis dochter hen voldaen ende betaelt heeft de 230 karolus guldens eens in desen schultbrieve begrepen, sulcx dat dezelve schultbrieft alnu geheel doot ende te nuet is. Actum 2 mei 1602 Putra Jan Naggers ende Cornelis van Ghilse, clercken in de Secretarije tot Breda als getuygen ende ick, A. Dyrven --------------------------------------------------------------------------------------- Denys en Ghijsbrecht, 2 neven, verklaren dat Cornelie alles betaald heeft. |
[bron: Ginneken inv 686 f214 r en v, F215r d.d. 2 januari 1601 en 2 mei 1602] | ||
05-04-1604 | Doen condt eenenygelijcken alsoo Andries ende Peeter Cornelis Meren sonen op ten 3e juni 1598 gecoft hebben uyt ’s heeren hant alzulcke 50 Rijns gulden t stuck ets. eens als der weduwe ende kynderen of erfgenaemen van wijlen Laureijs Peeter Meren aengecomen ende verstorven zijn nae de doot van wijlen Gijsbrecht Jan Pauwels, de weelcke schuldich is Matheeus Gabriels ter zaecken van den coop van den stede bij hem gecoft van Adriaen Geeryts zone ende sijne kynderen als deselve 50 Rijns gulden uyt de voorschreven stede ende erfenissen den voogenoemden Jan Pauwels schuldich geweest hebbende ende voorts het gerechtich contingent den voorschreven erfgenaemen competerende in de stede ende erfenissen daer wjlen Peeter Jan Meren sone uytgestorven is (zal bedoeld zijn opa Peeter Cornelis Jan Meren of oom Peeter Cornelis Peeter Meren), midtsgaders de goeden die den selven noch aencomen ende versterven sullen na de doot van Bastiaen Peeter Jan Meren zone, heurlieden oom, ende voorts alle honne goeden onder Ginneken gelegen Ende voorts dat voor de somme van gelijcke 50 Rijns gulden met noch 40 Rijns gulden ter saecken van intrest, die de voorschreven Andries ende Peeter Cornelis Meren en de honne ouders voor den voorgenoemden Laureijs Peeter Meren aen Peter Gabriels hebben verschoten ende betaelt, ende voor de costen van recht, schaeden ende intresten gelijck dit al blijckt bij de acte daer van zijnde. Ende dat de voorgenoemden Andries ende Peeter hebben doen doen alle publicatien ende solemniteijten tot dese volgende de 4 ende 5e ordonnantie van zijne .. op t stuck van de opwinnen der goederen in de Stadt ende Lande van Breda gelegen en .ceforteren gemaeckt ende gepubliceerd van daye den 25e februari anno 1597 gerequireert ende vereijscht. Soo bij ons wettich bescheit is gebleken dat dyen achtervolgende de voorgenoemde Andries voor hem selven ende Denys Cornelis Meren zone, als oom ende voight in den naeme ende tot behoef van voorschreven Peeter Cornelis Meren kynderen in t opgenomen contingent der stede ende erfenissen ende andere erfelijcke goeden voorschreven. Gevest is, Actum ut supra. |
[bron: Ginneken Vestbrieven R686 f 278] | ||
16-04-1610 | Bijschrift bij vestbrief van 12 augustus 1567 van Cornelis Peeter Cornelis Jan Meeren: Peeter Wouter Peeter Wagemaeckers zone heeft verclaert ende bekent dat Andries Cornelis Peeter Meeren zone voor hem selven, ende Denys Cornelis Peeter Meeren zone als voicht ende in den name van achtergebleven kynderen wijlen Peeter Cornelis Peeter Meeren, sijnen broeder, was hem wettelijck afgelost ende gequeten hebben de 4 karolus guldens t jaers erfchijns in desen brieve begrepen, ende dat hem de lospenningen met alle verschenen chijnsen der selver 4 karolus guldens deugdelijck voldaen ende betaelt zijn. Alsoo dat desen brieve . geheel doot ende te niet is. Actum den 16e april 1610 in presentie van Niclaes Williaerts ende Daniel Buycx, clercken in de Secretarye tot Breda als getuygen ende van mij, J. Dyrven. --------------------------------------------------------------------------------------- In de secretarie van Breda komen Andries en Denys. De laatste uit naam van de kinderen van zijn overleden broer Peter. Ze verklaren de jaarlijkse erfchijns betaald te hebben en lospenningen om de vestbrief dood te kunnen verklaren. Het land waar het om gaat moet ik nog ontcijferen uit de lastig te lezen vestbrief van 1567. |
[bron: Ginneken 1564-1568 R683 f192 bijschrift op 16 april 1610] |
05-04-1604 | Doen condt eenenygelijcken alsoo Andries ende Peeter Cornelis Meren sonen op ten 3e juni 1598 gecoft hebben uyt ’s heeren hant alzulcke 50 Rijns gulden t stuck ets. eens als der weduwe ende kynderen of erfgenaemen van wijlen Laureijs Peeter Meren aengecomen ende verstorven zijn nae de doot van wijlen Gijsbrecht Jan Pauwels, de weelcke schuldich is Matheeus Gabriels ter zaecken van den coop van den stede bij hem gecoft van Adriaen Geeryts zone ende sijne kynderen als deselve 50 Rijns gulden uyt de voorschreven stede ende erfenissen den voogenoemden Jan Pauwels schuldich geweest hebbende ende voorts het gerechtich contingent den voorschreven erfgenaemen competerende in de stede ende erfenissen daer wijlen Peeter Jan Meren sone uytgestorven is (zal bedoeld zijn opa Peeter Cornelis Jan Meren of oom Peeter Cornelis Peeter Meren), midtsgaders de goeden die den selven noch aencomen ende versterven sullen na de doot van Bastiaen Peeter Jan Meren zone, heurlieden oom, ende voorts alle honne goeden onder Ginneken gelegen Ende voorts dat voor de somme van gelijcke 50 Rijns gulden met noch 40 Rijns gulden ter saecken van intrest, die de voorschreven Andries ende Peeter Cornelis Meren en de honne ouders voor den voorgenoemden Laureijs Peeter Meren aen Peter Gabriels hebben verschoten ende betaelt, ende voor de costen van recht, schaeden ende intresten gelijck dit al blijckt bij de acte daer van zijnde. Ende dat de voorgenoemden Andries ende Peeter hebben doen doen alle publicatien ende solemniteijten tot dese volgende de 4e ende 5e ordonnantie van zijne .. op t stuck van de opwinnen der goederen in de Stadt ende Lande van Breda gelegen en .ceforteren gemaeckt ende gepubliceerd van daye den 25e februari anno 1597 gerequireert ende vereijscht. Soo bij ons wettich bescheit is gebleken dat dyen achtervolgende de voorgenoemde Andries voor hem selven ende Denys Cornelis Meren zone, als oom ende voight in den naeme ende tot behoef van voorschreven Peeter Cornelis Meren kynderen in t opgenomen contingent der stede ende erfenissen ende andere erfelijcke goeden voorschreven. Gevest is, Actum ut supra. |
[bron: Ginneken Vestbrieven R686 f 278] | ||
16-04-1610 | Bijschrift bij vestbrief van 12 augustus 1567 van Cornelis Peeter Cornelis Jan Meeren: Peeter Wouter Peeter Wagemaeckers zone heeft verclaert ende bekent dat Andries Cornelis Peeter Meeren zone voor hem selven, ende Denys Cornelis Peeter Meeren zone als voicht ende in den name van achtergebleven kynderen wijlen Peeter Cornelis Peeter Meeren, sijnen broeder, was hem wettelijck afgelost ende gequeten hebben de 4 karolus guldens t jaers erfchijns in desen brieve begrepen, ende dat hem de lospenningen met alle verschenen chijnsen der selver 4 karolus guldens deugdelijck voldaen ende betaelt zijn. Alsoo dat desen brieve . geheel doot ende te niet is. Actum den 16e april 1610 in presentie van Niclaes Williaerts ende Daniel Buycx, clercken in de Secretarye tot Breda als getuygen ende van mij, J. Dyrven. --------------------------------------------------------------------------------------- In de secretarie van Breda komen Andries en Denys. De laatste uit naam van de kinderen van zijn overleden broer Peter. Ze verklaren de jaarlijkse erfchijns betaald te hebben en lospenningen om de vestbrief dood te kunnen verklaren. Het land waar het om gaat moet ik nog ontcijferen uit de lastig te lezen vestbrief van 1567. |
[bron: Ginneken 1564-1568 R683 f192 bijschrift op 16 april 1610] |
05-04-1604 | Doen condt eenenygelijcken alsoo Andries ende Peeter Cornelis Meren sonen op ten 3e juni 1598 gecoft hebben uyt ’s heeren hant alzulcke 50 Rijns gulden t stuck ets. eens als der weduwe ende kynderen of erfgenaemen van wijlen Laureijs Peeter Meren aengecomen ende verstorven zijn nae de doot van wijlen Gijsbrecht Jan Pauwels, de weelcke schuldich is Matheeus Gabriels ter zaecken van den coop van den stede bij hem gecoft van Adriaen Geeryts zone ende sijne kynderen als deselve 50 Rijns gulden uyt de voorschreven stede ende erfenissen den voogenoemden Jan Pauwels schuldich geweest hebbende ende voorts het gerechtich contingent den voorschreven erfgenaemen competerende in de stede ende erfenissen daer wijlen Peeter Jan Meren sone uytgestorven is (zal bedoeld zijn opa Peeter Cornelis Jan Meren of oom Peeter Cornelis Peeter Meren), midtsgaders de goeden die den selven noch aencomen ende versterven sullen na de doot van Bastiaen Peeter Jan Meren zone, heurlieden oom, ende voorts alle honne goeden onder Ginneken gelegen Ende voorts dat voor de somme van gelijcke 50 Rijns gulden met noch 40 Rijns gulden ter saecken van intrest, die de voorschreven Andries ende Peeter Cornelis Meren en de honne ouders voor den voorgenoemden Laureijs Peeter Meren aen Peter Gabriels hebben verschoten ende betaelt, ende voor de costen van recht, schaeden ende intresten gelijck dit al blijckt bij de acte daer van zijnde. Ende dat de voorgenoemden Andries ende Peeter hebben doen doen alle publicatien ende solemniteijten tot dese volgende de 4e ende 5e ordonnantie van zijne .. op t stuck van de opwinnen der goederen in de Stadt ende Lande van Breda gelegen en .ceforteren gemaeckt ende gepubliceerd van daye den 25e februari anno 1597 gerequireert ende vereijscht. Soo bij ons wettich bescheit is gebleken dat dyen achtervolgende de voorgenoemde Andries voor hem selven ende Denys Cornelis Meren zone, als oom ende voight in den naeme ende tot behoef van voorschreven Peeter Cornelis Meren kynderen in t opgenomen contingent der stede ende erfenissen ende andere erfelijcke goeden voorschreven. Gevest is, Actum ut supra. |
[bron: Ginneken Vestbrieven R686 f 278] | ||
16-04-1610 | Bijschrift bij vestbrief van 12 augustus 1567 van Cornelis Peeter Cornelis Jan Meeren: Peeter Wouter Peeter Wagemaeckers zone heeft verclaert ende bekent dat Andries Cornelis Peeter Meeren zone voor hem selven, ende Denys Cornelis Peeter Meeren zone als voicht ende in den name van achtergebleven kynderen wijlen Peeter Cornelis Peeter Meeren, sijnen broeder, was hem wettelijck afgelost ende gequeten hebben de 4 karolus guldens t jaers erfchijns in desen brieve begrepen, ende dat hem de lospenningen met alle verschenen chijnsen der selver 4 karolus guldens deugdelijck voldaen ende betaelt zijn. Alsoo dat desen brieve . geheel doot ende te niet is. Actum den 16e april 1610 in presentie van Niclaes Williaerts ende Daniel Buycx, clercken in de Secretarye tot Breda als getuygen ende van mij, J. Dyrven. --------------------------------------------------------------------------------------- In de secretarie van Breda komen Andries en Denys. De laatste uit naam van de kinderen van zijn overleden broer Peter. Ze verklaren de jaarlijkse erfchijns betaald te hebben en lospenningen om de vestbrief dood te kunnen verklaren. Het land waar het om gaat moet ik nog ontcijferen uit de lastig te lezen vestbrief van 1567. |
[bron: Ginneken 1564-1568 R683 f192 bijschrift op 16 april 1610] |
03-08-1604 | Bavel (In de vestbrief staat dat hij net als alle andere borgen in Bavel woont) | [bron: Vestbrieven 1604, Schepenbank Breda 1499-1811, inventarisnummer 503, blad 139v] |
van 1634 tot 1698 | Odelia, de huisvrouw van Denis Cornelis Meren, van omtrent 2 bunder erf ende 23 roeden buitbancx, metten huijsinge daerop staende, te Bavel, achter de Leeggen Eijckbergh aen de kercke, oost Maria Mathijs Godtschalckx dochter, west Adriaen Peeter Cornelis Lips, noort haerselfs erve, ende suijtwaert s heerenstraete, Wijlen Cornelis Jan Cornelis Martens ex anno regro folio .87. Is (of: in) drie parcheelen. ------------------------------------------------------------------------------------------ Erboven, ofwel de volgende cijnsplichtige: Jacob Denis Cornelis Meeren tot Bavel weeskynderen ------------------------------------------------------------------------------------------- Erboven, ofwel de volgende cijnsplichtige: Peter Adriaen Lips op den Eijckbergh cum suis (met de zijnen) (waarschijnlijk de zoon van de Adriaen Peeter Cornelis Lips, die west ervan woonde) ----------------------------------------------------------------------------------------------- Rechts ervan: Voorschreven Meus (of mens) Peter Meren tot Bavel tot Molenschot -:120-art:2 ----------------------------------------------------------------------------------------------- Links ervan: Bethaald 1634 noch tot 1643 inclus door (of voor) den Eickbergh Bethaald tot 1648 inclus door Peter voornoemd, noch 1649, 1650 noch 1654, 1655, 1656, 1657 (en zo door tot 1687) |
[bron: BHIC Legger van cijnzen Ginneken en Bavel 1634-1698 inv 91 - 118 blad 39 scanpag.50] |
15-09-1602 | - Quam Delie Cornelis Jan Mertens dochter, met Denys Cornelis Peeter Meren, heuren man ende voight in den parthye, ende Jacopmijne Cornelis Jan Mertens dochter, met Gijsbrecht Henricx zone Verstrijp, heuren man ende voight in de andere. Verclaerden ende bekenden midts desen van ende aengaende de stede ende erfenissen bij hen ouders achtergelaten ten geschijden ende gedeelt te sijn in manieren naebeschreven. Dat is te weten dat de voorgenoemde Delie Cornelis Jan Mertens dochter metten voorschreven Denysen, heuren man ende voight, bevallen en de gedeelt is op te huysinge, schuere, backhuys, hovinge ende alle erfenisse met alle hare toebehoorte ende metten erven daer aen liggende , soo onder lants als weijde houdende, tesamen omtrent anderhalft buynder oft seven quaert buynders, gestaen ende gelegen op ten Leegen Eijckberch tot Bavel. Item noch op t heijvelt genaempt Schoutethsheijninge, groot omtrent een buynder, gelegen tusschen Chaem ende den Aert, Daer op de voorschreven Delie jaerlicx uijtreijcken sal moeten 6 karolus gulden t stuck . t jaers den erfgenamen Adriaen Aertsen van Heel. Noch eener karolus gulden ende 15 stuyvers t sjaers Matheeus Matheeus Claessen erfgenamen. Noch 30 stuyvers t sjaers Geert Cornelissen. Item noch is de voorgenoemde Delie gedeelt op te helft aen de westzijde naest de Bavelse Kercke van een stuck lants, groot in t geheel 5 loopensaet, gelegen tot Bavel op de acker aen Leegen Wech. Daer op jaerlycx uijt gaat de helft van 3 veertelen rogs erfpachts de Tafele Heijliche Geests tot Bavel. Ende noch op te helft aen de westzijde van de Bosschen ende de helft van de stuck lants daer neven liggende, oock aen de westzjde daer van den zijde 20 voeten langs door den acker. Mede sal moeten wesen van deze helft daer op dese parthije jaerlicx uijtreijcken 2 veertelen erfpachts der Tafele Heiliche Geests bynnen Breda. Item noch is de voornoemde Delie bevallen ende gedeelt op t stuck genaempt Deeschot, groot 2 buynder, tusschen Lijndonck ende den Bolberch gelegen. Daer op zij jaerlicx zal moeten uijtreijcken 3 veertelen rogs erfpachts der Tafele Geiliche Geests van Bavel. Ende noch 5 Rijns gulden ende 14 stuyvers die Adriaen Jan Naggers heffende is. Ende hier tegens is de voorgenoemde Jacopmijne metten voorschreven Gijsbrecht, heuren man ende voight, bevallen ende gedeelt op te 3 parcheelen erfs, soo onder lant als weijde, houdende te samen omtrent anderhalft buynder oft zeven quaert, gelegen tegen de huysinghe voorschreven, aen de oostzijde over de waterlaet aldaer, welcken waterlaet de voorschreven parthijen halft ende halft sullen onderhouden. De 3 voorschreven parcheelen, genamept de Vilbraeck, vrij wesende. Item is de voorschreven Jacopmijne noch gedeelt op te helft aen de oostzijde in ende van t stuck lants groot in t geheel omtrent 5 loopensaet bovengeruert. Daer op de voorschreven Jacopmijne jaerlycx uytreijcken sal moeten de wederhelft der 3 veertelen rogs erfpachts die de Tafele Heiliche Geests tot Bavel heffende, gelegen tot Bavel op de acker aen den Leegen Wech voorschreven. Ende noch is sij gedeelt op te helft aen de oostzijde in ende van een stuck bosch ende lants, groot in t geheel omtrent 5 loopensaet met 20 voeten breeder oft meede als de wederhelft van den voorschreven stuck lants is soo bovengeschreven staet. Belast wesende met 2 veertelen rogs erfpachts in mindernisse van de 4 veertelen rogs erfpachts die de Tafele Heiliche Geests tot Breda daerop is heffende, ende elck metten gerechten heeren chijns. Ende het is voorwaert dat enichlyck van de voorschreven parthijen sijn cavel sal aenvaerden 8 daegen nae Bamisse nu naestcomende anno 1602 sonder enige huere, alsoo de hueren van voorschreven goeden als dan vervallen tusschen de voorschreven parthijen afgerekent zijn (ofwel Delie huurde de stede en misschien ook ander percelen). Is noch voorwaert dat de voorschreven goeden pant medepandt ende bijpant blijven sullen daer se met recht schuldich sijn etc. Ende het is voorwaert dat eenyegel van de voorschreven parthijen van de rogpachten ende renten hen aengenoempt, sijnde voorschreven, sal moeten betalen de pachten ende chijnsen die daer af alnu tegenwoordelen sijn loopende sonder meer. Ende gelovende voorschreven parthijen elck den commer hem aengenoempt zijnde voorschreven, jaerlycs vuegen ende manieren dat de een voor des anders commers nyet gemaent, gemaeyt, belast noch beschadicht en sal worden in eniger manieren. Verbyndende daer voor de naementlyck ende speciael de erfgoeden daer elck op gedeelt is voorschreven ende voorts generael hen selven ende alle honne goeden, ruerende ende onruerende putra et futura. Ende in der manieren bovengeschreven bedanckten hen de parthijen voorgenoemd goede scheijdinghe ende der deelinghe van de goeden voorschreven. Vennichurende (?) ende verthyende midts desen de een op des anders gedeelt zoo dat behoort zonder argelist. Actum ut supra (15 september 1602) |
[bron: Ginneken Vestbrieven R686 f246v en 247r] |
29-03-1602 | Marten Cornelis Nuijts, wonende te Bavel, debet aan Jannen Michiel Rombout Lips, als voght in den naeme ende tot behoeft van Rombout Michiel Rombouts Lips natuurlijke zone de somme van 260 karolus guldens t stuck in eens. Toecomende ter zaecken van goeden geleenden gelde te betaelen den voorgenoemden Jannen Michiel Rombout Lips zone, in den naeme en tot behoeft als voor oft zijn actie hebbende thoonder van desen op ten 29e meerte anno 1603 naestcomende verbynden hem daarvoor hem zelven ende alle zijne goeden, roerende ende onroerende putra et futura met pande ras en op heerlijcke ende parate executie ten tijde ende termijne voornoemd. Borgen als principael, pariter et insolidum, Jan Jan Lips zone, Marten Rombout Lips zone, Stoffel Wijtman Peeter Vleemincx zone, Jan Goossen Ansems zone, Denijs Cornelis Merenzone, verbyndende daer voor oock hen zelven alle hunne goeden roerende ende onroerende putra et futura, oock met pande .. ende op heerlijcke ende parate executie op termijne voornoemd. Dyes gelooftcle de voorgenoemde Marten Cornelis Nuijts zone, principael schuldenaar onder de verbyntenisse van hem en van alle zijne goeden voornoemde, zijne borgen bovengenoemt ende elcken van hen van dese borchtochte altijt schadeloos, vrij en onbelast te houden sonder argelist. Actum et supra. Hyer af extract ------------------- (In de kantlijn links is geschreven:) Jan Michiel Rombout Lips, in de qualiteijt als in desen, heeft verclaert en bekent, data Marten Cornelis Nuijts zone hem deughdelijck voldaen en betaelt heeft de 260 karolus guldens in eens. In desen schuldbrieve begrepen alsoo dat deselve schuldbrief alnu geheel doot en te niet is. Actum den 29e meerte anno 1605. In presentie van Jan Naggers binnen Breda en Adriaen Geerit Cornelissen tot Chaem respectieve woonende als getuigen ende van mij A. Dirven ---------------------------- Marten is getrouwd met Cornelia Rombout Lips,en dat zal de relatie zijn met de degenen die borg staan, en ook van wie geld geleend wordt. (zoals vermeld in een vestbrief van 29 maart 1602 (Vestbrieven 1602, Schepenbank Breda 1499-1811, inventarisnummer 501, blad 48v ), en in een vestbrief van 25 april 1606 (Vestbrieven 1606, Schepenbank Breda 1499-1811, inventarisnummer 505, blad 66r). Marten is ongeveer 36 jaar op 9 mei 1597 (A. Dyrven, Allerhande acten (Protocollen), 1597, Notariële archieven Breda, inventarisnummer 0014, blad 24r), en zal bij deze akte ongeveer 41 jaar geweest zijn. De relatie met Stoffel Vleemincx, Jan Ansems en met Denijs Meijren is niet duidelijk. Stoffel Wijtman Peeter Vlemincx: woonplaats in 1600 Bavel. Gehuwd met Maeijken Geerit Meeussen (19 januari 1600, Vestbrieven 1599 - 1600, Schepenbank Breda 1499-1811, inventarisnummer 499, blad 138r). Jan Goossen Ansems is timmerman in Bavel. |
[bron: Vestbrieven 1602, Schepenbank Breda 1499-1811, inventarisnummer 501, blad 49r] | ||
05-04-1604 | Doen condt eenenygelijcken alsoo Andries ende Peeter Cornelis Meren sonen op ten 3e juni 1598 gecoft hebben uyt ’s heeren hant alzulcke 50 Rijns gulden t stuck ets. eens als der weduwe ende kynderen of erfgenaemen van wijlen Laureijs Peeter Meren aengecomen ende verstorven zijn nae de doot van wijlen Gijsbrecht Jan Pauwels, de weelcke schuldich is Matheeus Gabriels ter zaecken van den coop van den stede bij hem gecoft van Adriaen Geeryts zone ende sijne kynderen als deselve 50 Rijns gulden uyt de voorschreven stede ende erfenissen den voogenoemden Jan Pauwels schuldich geweest hebbende ende voorts het gerechtich contingent den voorschreven erfgenaemen competerende in de stede ende erfenissen daer wijlen Peeter Jan Meren sone uytgestorven is (zal bedoeld zijn opa Peeter Cornelis Jan Meren of oom Peeter Cornelis Peeter Meren), midtsgaders de goeden die den selven noch aencomen ende versterven sullen na de doot van Bastiaen Peeter Jan Meren zone, heurlieden oom, ende voorts alle honne goeden onder Ginneken gelegen Ende voorts dat voor de somme van gelijcke 50 Rijns gulden met noch 40 Rijns gulden ter saecken van intrest, die de voorschreven Andries ende Peeter Cornelis Meren en de honne ouders voor den voorgenoemden Laureijs Peeter Meren aen Peter Gabriels hebben verschoten ende betaelt, ende voor de costen van recht, schaeden ende intresten gelijck dit al blijckt bij de acte daer van zijnde. Ende dat de voorgenoemden Andries ende Peeter hebben doen doen alle publicatien ende solemniteijten tot dese volgende de 4e ende 5e ordonnantie van zijne .. op t stuck van de opwinnen der goederen in de Stadt ende Lande van Breda gelegen en .ceforteren gemaeckt ende gepubliceerd van daye den 25e februari anno 1597 gerequireert ende vereijscht. Soo bij ons wettich bescheit is gebleken dat dyen achtervolgende de voorgenoemde Andries voor hem selven ende Denys Cornelis Meren zone, als oom ende voight in den naeme ende tot behoef van voorschreven Peeter Cornelis Meren kynderen in t opgenomen contingent der stede ende erfenissen ende andere erfelijcke goeden voorschreven. Gevest is, Actum ut supra. |
[bron: Ginneken Vestbrieven R686 f 278] | ||
06-04-1604 | Op de eerste vestbrief: Henrick Peeter Adriaens koopt op 6 april 1604 van Cornelis Jan Cornelissen: een stede, huysinge, schuere, hovinge ende erfenisse met heure toebehoorte ende van erve daeraen liggende, midtsgaders van noch vyer andere parcheelen van erfnen tesamen omtrent 5 buynderen tot Bavel op ten Hoogen Eijckberch ende elders gelegen De volgende vestbrief: Quam Henrick Peeter Adriaens zone, heeft vercoft Denysen Cornelis Peeter Meren sone een stuck lants, genaempt Den Bygaert (kan ook Den Bijgaert zijn), groot omtrent anderhalft quartier buynders, hem Henricken, vercooper, bij de erfgenamen van Cornelis Jan Cornelissen vercoft, ende voor ons schepenen voorschreven alnu overgevest zijnde. Al soo groot ende cleijn, onbegrepen der maten alst, gelegen is tot Bavel de Acker, oostwaert aen Jan Jan Lips erfgenamen erve, suytwaert aen de kerck oft Gebuurwech, westwaert aen Cornelis Jan Mertens erfgenamen erve (=de vrouw van Denis en zijn schoonzus Jacopmijne) noortwaert aen Jacob Rombout Lips erve. Te vrijen ende te waeren commerloos. Gevest actum ut supra (= 6 april 1604) ------------------------------------------------------------------------------------------ Henrick koopt eerst de stede op de Hoge Eijkberg en nog 4 percelen. Daarvan verkoopt hij er 1 van aan Denys |
[bron: Ginneken Vestbrieven R686 f 276 en 277v] | ||
03-08-1604 | Quam Rombout Jan Jan Lipszone, debet Jannen Michiel Rombout Lipszone de somme van 324 gulden t stuck eens, toecomende van goeden geleenden gelden hem comparant den lesten penning metten necsten deugdelijck ondergedaen ende vuergetelt sijnde soo en bekende te betaelen den voorsegden Jan Michiel Rombout Lips of zijn actie hebbende thoonder van desen op ten iersten dach van meije 1605 naestcomende verbynden daar voorhem selven ende alle zijne goeden roerende ende onroerende tegenwoordige ende toecomende met pande etc. ende op heerlijcke ende parate executie ten tijde ende termijne voornoemd. Voorts zijn mede voor de schepenen voornoemd gecomen Robbrecht Jan Anthon Lipszone Cornelis Cornelis Gheijtszone Jan Goossen Anssemszone ende Denijs Cornelis Merenzone, alle onder Bavel woonende. Ende geloofden hier af voor den voornoemden Rombout Jan Jan Lipszone te doen als goede borgen ende oock als principaele schuldenaeren gesaemenderhant ongesundert een voor al ende elck van hen als principael verbynden daer voor oock hen selven ende alle hon goeden roerende ende onroerende putra et futura oock met pande etc. ende op heerlijcke ende parate executie ten tijde ende termijne voornoemd St... celatione actum et supra Hyer af extract ---------------------------------------------------------------- Kantlijn: Jan Michiel Rombout Lipszone verclaert en bekent dat Rombout Jan Jan Lipszone hem deugedelijck voldaen ende betaelt heeft de 324 karolus guldens eens in dezen schultbrieve begrepen alsoo dat deselve schuldbrieve al in gheel doot en te niet is. Actum den 20e meert anno 1609 in presentie van Jan Naggers en Mr Niclaes Wiliaerts als getuygen ende van mij A. Dyrven. ------------------------------------------------------------------ Jan Michiel Rombout Lips is schepen te Ginneken en Bavel, en overlijdt op 14 januari 1625 te Bavel. |
[bron: Vestbrieven 1604, Schepenbank Breda 1499-1811, inventarisnummer 503, blad 139v] | ||
16-04-1610 | Bijschrift bij vestbrief van 12 augustus 1567 van Cornelis Peeter Cornelis Jan Meeren: Peeter Wouter Peeter Wagemaeckers zone heeft verclaert ende bekent dat Andries Cornelis Peeter Meeren zone voor hem selven, ende Denys Cornelis Peeter Meeren zone als voicht ende in den name van achtergebleven kynderen wijlen Peeter Cornelis Peeter Meeren, sijnen broeder, was hem wettelijck afgelost ende gequeten hebben de 4 karolus guldens t jaers erfchijns in desen brieve begrepen, ende dat hem de lospenningen met alle verschenen chijnsen der selver 4 karolus guldens deugdelijck voldaen ende betaelt zijn. Alsoo dat desen brieve . geheel doot ende te niet is. Actum den 16e april 1610 in presentie van Niclaes Williaerts ende Daniel Buycx, clercken in de Secretarye tot Breda als getuygen ende van mij, J. Dyrven. --------------------------------------------------------------------------------------- In de secretarie van Breda komen Andries en Denys. De laatste uit naam van de kinderen van zijn overleden broer Peter. Ze verklaren de jaarlijkse erfchijns betaald te hebben en lospenningen om de vestbrief dood te kunnen verklaren. Het land waar het om gaat moet ik nog ontcijferen uit de lastig te lezen vestbrief van 1567. |
[bron: Ginneken 1564-1568 R683 f192 bijschrift op 16 april 1610] |
van 1634 tot 1698 | Odelia, de huisvrouw van Denis Cornelis Meren, van omtrent 2 bunder erf ende 23 roeden buitbancx, metten huijsinge daerop staende, te Bavel, achter de Leeggen Eijckbergh aen de kercke, oost Maria Mathijs Godtschalckx dochter, west Adriaen Peeter Cornelis Lips, noort haerselfs erve, ende suijtwaert s heerenstraete, Wijlen Cornelis Jan Cornelis Martens ex anno regro folio .87. Is (of: in) drie parcheelen. ------------------------------------------------------------------------------------------ Erboven, ofwel de volgende cijnsplichtige: Jacob Denis Cornelis Meeren tot Bavel weeskynderen ------------------------------------------------------------------------------------------- Erboven, ofwel de volgende cijnsplichtige: Peter Adriaen Lips op den Eijckbergh cum suis (met de zijnen) (waarschijnlijk de zoon van de Adriaen Peeter Cornelis Lips, die west ervan woonde) ----------------------------------------------------------------------------------------------- Rechts ervan: Voorschreven Meus (of mens) Peter Meren tot Bavel tot Molenschot -:120-art:2 ----------------------------------------------------------------------------------------------- Links ervan: Bethaald 1634 noch tot 1643 inclus door (of voor) den Eickbergh Bethaald tot 1648 inclus door Peter voornoemd, noch 1649, 1650 noch 1654, 1655, 1656, 1657 (en zo door tot 1687) |
[bron: BHIC Legger van cijnzen Ginneken en Bavel 1634-1698 inv 91 - 118 blad 39 scanpag.50] |
15-09-1602 | - Quam Delie Cornelis Jan Mertens dochter, met Denys Cornelis Peeter Meren, heuren man ende voight in den parthye, ende Jacopmijne Cornelis Jan Mertens dochter, met Gijsbrecht Henricx zone Verstrijp, heuren man ende voight in de andere. Verclaerden ende bekenden midts desen van ende aengaende de stede ende erfenissen bij hen ouders achtergelaten ten geschijden ende gedeelt te sijn in manieren naebeschreven. Dat is te weten dat de voorgenoemde Delie Cornelis Jan Mertens dochter metten voorschreven Denysen, heuren man ende voight, bevallen en de gedeelt is op te huysinge, schuere, backhuys, hovinge ende alle erfenisse met alle hare toebehoorte ende metten erven daer aen liggende , soo onder lants als weijde houdende, tesamen omtrent anderhalft buynder oft seven quaert buynders, gestaen ende gelegen op ten Leegen Eijckberch tot Bavel. Item noch op t heijvelt genaempt Schoutethsheijninge, groot omtrent een buynder, gelegen tusschen Chaem ende den Aert, Daer op de voorschreven Delie jaerlicx uijtreijcken sal moeten 6 karolus gulden t stuck . t jaers den erfgenamen Adriaen Aertsen van Heel. Noch eener karolus gulden ende 15 stuyvers t sjaers Matheeus Matheeus Claessen erfgenamen. Noch 30 stuyvers t sjaers Geert Cornelissen. Item noch is de voorgenoemde Delie gedeelt op te helft aen de westzijde naest de Bavelse Kercke van een stuck lants, groot in t geheel 5 loopensaet, gelegen tot Bavel op de acker aen Leegen Wech. Daer op jaerlycx uijt gaat de helft van 3 veertelen rogs erfpachts de Tafele Heijliche Geests tot Bavel. Ende noch op te helft aen de westzijde van de Bosschen ende de helft van de stuck lants daer neven liggende, oock aen de westzjde daer van den zijde 20 voeten langs door den acker. Mede sal moeten wesen van deze helft daer op dese parthije jaerlicx uijtreijcken 2 veertelen erfpachts der Tafele Heiliche Geests bynnen Breda. Item noch is de voornoemde Delie bevallen ende gedeelt op t stuck genaempt Deeschot, groot 2 buynder, tusschen Lijndonck ende den Bolberch gelegen. Daer op zij jaerlicx zal moeten uijtreijcken 3 veertelen rogs erfpachts der Tafele Geiliche Geests van Bavel. Ende noch 5 Rijns gulden ende 14 stuyvers die Adriaen Jan Naggers heffende is. Ende hier tegens is de voorgenoemde Jacopmijne metten voorschreven Gijsbrecht, heuren man ende voight, bevallen ende gedeelt op te 3 parcheelen erfs, soo onder lant als weijde, houdende te samen omtrent anderhalft buynder oft zeven quaert, gelegen tegen de huysinghe voorschreven, aen de oostzijde over de waterlaet aldaer, welcken waterlaet de voorschreven parthijen halft ende halft sullen onderhouden. De 3 voorschreven parcheelen, genamept de Vilbraeck, vrij wesende. Item is de voorschreven Jacopmijne noch gedeelt op te helft aen de oostzijde in ende van t stuck lants groot in t geheel omtrent 5 loopensaet bovengeruert. Daer op de voorschreven Jacopmijne jaerlycx uytreijcken sal moeten de wederhelft der 3 veertelen rogs erfpachts die de Tafele Heiliche Geests tot Bavel heffende, gelegen tot Bavel op de acker aen den Leegen Wech voorschreven. Ende noch is sij gedeelt op te helft aen de oostzijde in ende van een stuck bosch ende lants, groot in t geheel omtrent 5 loopensaet met 20 voeten breeder oft meede als de wederhelft van den voorschreven stuck lants is soo bovengeschreven staet. Belast wesende met 2 veertelen rogs erfpachts in mindernisse van de 4 veertelen rogs erfpachts die de Tafele Heiliche Geests tot Breda daerop is heffende, ende elck metten gerechten heeren chijns. Ende het is voorwaert dat enichlyck van de voorschreven parthijen sijn cavel sal aenvaerden 8 daegen nae Bamisse nu naestcomende anno 1602 sonder enige huere, alsoo de hueren van voorschreven goeden als dan vervallen tusschen de voorschreven parthijen afgerekent zijn (ofwel Delie huurde de stede en misschien ook ander percelen). Is noch voorwaert dat de voorschreven goeden pant medepandt ende bijpant blijven sullen daer se met recht schuldich sijn etc. Ende het is voorwaert dat eenyegel van de voorschreven parthijen van de rogpachten ende renten hen aengenoempt, sijnde voorschreven, sal moeten betalen de pachten ende chijnsen die daer af alnu tegenwoordelen sijn loopende sonder meer. Ende gelovende voorschreven parthijen elck den commer hem aengenoempt zijnde voorschreven, jaerlycs vuegen ende manieren dat de een voor des anders commers nyet gemaent, gemaeyt, belast noch beschadicht en sal worden in eniger manieren. Verbyndende daer voor de naementlyck ende speciael de erfgoeden daer elck op gedeelt is voorschreven ende voorts generael hen selven ende alle honne goeden, ruerende ende onruerende putra et futura. Ende in der manieren bovengeschreven bedanckten hen de parthijen voorgenoemd goede scheijdinghe ende der deelinghe van de goeden voorschreven. Vennichurende (?) ende verthyende midts desen de een op des anders gedeelt zoo dat behoort zonder argelist. Actum ut supra (15 september 1602) |
[bron: Ginneken Vestbrieven R686 f246v en 247r] |
19-05-1642 | Als Cornelis Denijs Meeren en zijn echtgenote overlijden, zijn 2 kinderen onmondig: Peeter en Martijntken. Twee voogden (Peeter Peetersen Pierman, broer van de moeder en voogd Peeter Diercken) hebben erfgoed beheerd sinds 12 a 14 jaren. De kinderen eisen hun rechten hiervoor op. Dit betekent dat de ouders tussen 1628 en 1630 overleden zijn. |
[bron: Ginneken en Bavel Schepenbank 1635-1810 Nr 10 akte 2] |
20-02-1652 | In de notariële akte hierna heeft Hendrik Laureijs Mieren, smid te Ginneken getuigt op verzoek van pastoor Aldericus Lemmens, dat het ijzerwerk uit de kerk, dat als rommel voor10 rijns guldens was gekocht, niet meer waard was. Sommigen beweerden dat het 100 guldens waard was en belasterden de pastoor. De getuigen zijn Jan Anthonis Martens Brockx en Peeter Jansen. De geregistreerden zijn Adriaan Cornelis Maes en Lambracht Peeter Gijsels. (Invn r 0151 blad 076v) We zijn enkele jaren na de Vrede van Munster in 1648. De katholieke kerken moeten overgedragen worden aan de protestanten, zo ook de kerk van Ginneken (zo ook de kerk van Bavel en de kapellen van Galder , Heusdenhout en Strijbeek). - De pastoor nam de wijk naar de Luciakapel in Meersel, keerde terug naar het goed Grimhuysen, en enkele jaren later definitief naar Meersel. In 1666 keert pastoor Mutsaers terug naar Ginneken. Tussen 1666 en 1690 woonde de Ginnekense pastoor op de oude hoeve van Koekelberg, eigendom van de kinderen van Adriaen Michiels van der Avoirt. Daarna werden de plakkaten verzacht en werd een schuurkerk toegestaan. Rond 1740 ging de pastoor wonen op goed Grimhuijsen. De schuur werd verbouwd tot schuurkerk en later kon de pastoor het huis kopen als pastorie. Tot 1837 bleef de parochie van Ginneken gehuisvest in Ulvenhout. (Bron: Brieven van Paulus, nummer 130, maart 2000, Heemkundekring Paulus van Daesdonck, Ulvenhout tijdens het tweede millennium door Ad Jansen, en vermelding in brieven van Paulus, no 134, Heemkundekring Paulus van Daesdonck). De gebeurtenissen rond het ijzerwerk uit de kerk zal mogelijk te plaatsen zijn binnen deze overdracht. Daar zou ik of iemand anders dan nog eens in kunnen duiken. In deze akte staat dat een groep mensen de pastoor belasterd heeft, en dat zij vinden dat hij moet vertrekken, ofwel de herder moet verdwijnen uit de schaapskooi. Het bestuur van de kerk, ofwel de lidmaten van het Catholicq Corpus laat optekenen dat ze het daarmee niet eens zijn. De akte is ondertekend door 33 personen, onder andere: Henrick Cornelis Meeren, oud kerkmeester Peeter Cornelis Denis Meeren, gezworene Peeter Cornelis Meijren, oud kerkmeester of zoals op de fiche staat: meester metselaar Anthonis Peeter Monden, oud burgemeester Cornelis Mertens Oomen Adriaen Michielsen van der Avort Het bijzondere van deze akte is het grote aantal handtekeningen en merktekens. De met name genoemden hierboven hebben een plaats in de stamboom. ------------------------------------------------------------------------------ Transcriptie van een deel van de akte: Hoochweerdichste heer, het was een groot en selsaem geluck voor die godtminnende weduwe Judich, dat sij door haar onberispelijck leven soo vast geloovs (?) heeft, de nijdiche monden, ende gebonden de verschende tongen dat volgens het getuigen van den H. Geest (?) niemant gebonden wiert, die van haar een quaat woordt sprack daer nochtans tegen de eerbaere getrouwen .. even heilich door de monden van die twee ouwden boeven soo veel quade woorden sijn vuijtgespogen dat het groot en selsaem is geweest voor Judich geen opspraeck te lijden quade menschen beweent men dagelijcx, want daer en is niemant soo onbevleckt van leven of soo hoogh van staet daeer enen aftgunstigen mont niet en compt aen knabbelen, om die te scheuren ende sijnen nijdighen aessem daerover laet vliegen om die te bevlecken: maar oft het geluck is gheen leughenachtighe tegenspraeck den menschen te hooren doen ons twijfelen de woorden ons salichmaeckers: salich sijt ghij als de menschen vermaledijden ene vervolchen ende alle quaet tegen liegende om mijnentwil verblijt en verheucht is, want uwen loon is overvloedich in de hemelen, Christus heeft het saelichste verkooren, die oock door het pijnelijck sweert van den schuimende tongen den Joden is gecruijst geweest. Het deel dat onsen salichmaecker heeft vercosen, heeft hij oock gelovt aen sijnen getrouwen dienaren, onsen seer aengenaemen herder, den eerwaarden heer Aldericus Lemmens. wier lanckmoedigh stilswijgen sonder sijn selven te verschoenen aen sijn hoochweerdigheit in soo veel opspraecke en leugentael, ons beweeghe ende praencxt (?) in onse conscientie, sijn onnooselheijt voor te staen, ende met de getuigenisse den waerheijt, te stoppen de monden dergheene, die hem onsen oprechten herder soeken te verdwijnen uijt de schaepskoije tot groot achterdeel der Catholique siele ende droeftheijt van de gemeijnte tot Ghinneken bij Breda. derciende oock ertoe versoecke met weenende oogen en bedriechelijke tranen de hulpe en bijstandt van sijn hoochweirdichheit. Soo ist dan hoochweerdichsgte heer, dat wij hier ondergeteeckenten oprechte lidmaten van het Catholicq Corpus tot Ghinneken met eenen eerbiedende kus van uwe hoochweirdichste handen versoecken instantien dat uwe hoochweirdicheit geen geloof en gelieft te geven aen valsche getuigenissen ende schandaleuse pasquillen van een klein en oproerich hoopken bestaende in drijen of vieren pertiusbateurse van dese gemeijnte.. <volgen nog 2 en een halve pagina met redenen waarom de pastoor zo’n goede herder is....> als is gedaen en geteekent binnen de stadt Breda voor mij Jan van den Couwenberch, openbaar notaris geadmiteert bij den edele Raede van Brabant en sGravenhage, resideerende binnen Breda. <hierna volgen de handtekeningen of merktekens van de steunbetuigers> |
[bron: J. van den Couwenbergh, Allerhande acten (Protocollen), 1647 / 08-10-1652, Notariële archieven Breda, inventarisnummer 0151, blad 075v] |
van na 1634 tot voor 1698 | Laurens Joosten van den Couwelaer (laatst genoemde cijnsplichtige) Peeter Cornelis Denis Meeren sone cum suis (2e cijnsplichtige, geen begindatum of jaar te bepalen) De kinderen van Peeter Adriaen Peeter Jan Jacopssen (eerste cijnsplichtige) van omtrent 3 buijnder, 3 quartier, 46 roeden erfs metten huijsinghe daer op staende t’Ulvenhout, oost ende west ’s Heerenstraete, zuijt de Nieuwendijck, noort Cornelis Hendrick Peeter Meeren zone | Wijlen deseve kynderen, ex anno registro in twee parcheelen fol. 223 In de zijlijn: de jaartallen van (16)35 t/m (16)98 |
[bron: BHIC inv 91.118 1634-1698 f.41 scan 53] |
![]() |
66 Meeren Adrianus Petri Cornelii Denis, rk gedoopt op 7 september 1642 in Ginneken |
01-12-1701 | Adriaen Peter Meeren is vooght over ’t weeskindt, Petrus Jacobs Meeren. | [bron: Register van contracten Ginneken en Bavel 71, 179-180; Contract van afscheijt; ook akte 8, Staet en Inventaris van Goederen gemeen en onverdeelt] |
![]() |
67 Meeren Henricus Petri Cornelii Denis, rk gedoopt op 13 mei 1645 in Ginneken |
![]() |
68 Meeren Henrica Petri Cornelii Denis Meeren, rk gedoopt op 22 november 1650 in Ginneken |
07-03-1676 | Ginneken | [bron: H. Buysen, Allerhande acten (Protocollen), 1676, inventarisnummer 0242, blad 23] |
07-03-1676 | Jenneken en Corstiaen vermelden in hun testament haar natuurlijke zoon Peeter Laureijsse. | [bron: H. Buysen, Allerhande acten (Protocollen), 1676, inventarisnummer 0242, blad 23] |
07-03-1676 | Ginneken | [bron: H. Buysen, Allerhande acten (Protocollen), 1676, inventarisnummer 0242, blad 23] |
24-01-1704 | doop Antonia Donckers (geb. 1704) [zie 1.1.1.2.3.1.1.1.2.1] | [grootvader moederszijde] | [bron: Dopen rk Waterstraat 1704-1747;DTB-nr: 21, fol: 1] | |||
02-06-1709 | doop Helena Petrus de Haen (geb. 1709) [zie 1.1.1.2.3.1.1.1.5.1] | [grootvader vaderszijde] | [bron: Dopen rk Brugstraat 1701-1757; DTB-nr: 9, fol: 109] | |||
13-11-1709 | doop Joanna Donckers (geb. 1709) [zie 1.1.1.2.3.1.1.1.2.4] | [grootvader moederszijde] | [bron: Dopen rk Waterstraat 1704-1747; DTB-nr: 21, fol: 35] |
06-03-1716 | doop Christianus Petrus de Haen (1716-vóór 1717) [zie 1.1.1.2.3.1.1.1.5.4] | [tante vaderszijde] | [bron: Dopen rk Waterstraat 1704-1747; DTB-nr: 21, fol: 71] | |||
02-03-1717 | doop Christianus Petrus de Haen (geb. 1717) [zie 1.1.1.2.3.1.1.1.5.5] | [tante vaderszijde] | [bron: Dopen rk Waterstraat 1704-1747; DTB-nr: 21, fol: 76] |
11-05-1736 | Bij de verkoop van het huis ’’de luijcxen boer" van Jan Peeter Meeren (haar oom) wordt zij als een erfgename genoemd. Zij is dan weduwe. |
[bron: Vestkamer Breda, R589 folio 46] |
09-03-1699 | doop Adriana Laureijs Meiren (geb. 1699) [zie 1.1.1.2.3.1.1.6.7] | [nicht vaderszijde] | [bron: Ginneken RK dopen, 1626-1810 compleet; GA Breda - DTB-nr: 113, fol: 208 r] |
02-09-1708 | Ginneken |
31-10-1706 | doop Antonius Donckers (geb. 1706) [zie 1.1.1.2.3.1.1.1.2.3] | [oom moederszijde] | [bron: Dopen rk Waterstraat 1704-1747; DTB-nr: 21, fol: 17] | |||
06-11-1711 | doop Jacomina Donckers (geb. 1711) [zie 1.1.1.2.3.1.1.1.2.5] | [oom moederszijde] | [bron: Dopen rk Waterstraat 1704-1747; DTB-nr: 21, fol: 45] | |||
09-03-1717 | doop Hendrina van Ham (geb. 1717) | [bron: Dopen rk Waterstraat 1704-1747; DTB-nr: 21, fol: 76] |
02-09-1708 | Waterstraat, Breda | |||
1721 | Nieuweweg, Breda | [bron: Trouwboek Grote Kerk 1711-1783 ; DTB-nr: 42, folio: 130] |
05-05-1724 | doop Petrus van Ham (geb. 1724) | [bron: Dopen rk Waterstraat 1704-1747; DTB-nr: 21, fol: 107] | ||||
24-04-1732 | doop Joannes Joannes Vermeulen (geb. 1732) [zie 1.1.1.2.3.1.1.6.8.1] | [aangetrouwde tante moederszijde] | [bron: Dopen rk Waterstraat 1704-1747; DTB-nr: 21, fol: 162] |
![]() |
74 Meeren Joannes Petri Cornelii Denis Meeren, rk gedoopt op 26 april 1648 in Ginneken |
vanaf 14-05-1692 | Op den Luijksen boer, gestaen binnen Breda den oostzijde van de haven omtrent de tolbrugge achter aan de huizinge toebehoorende Jellis Verkade op ’t zuiden, de weduwe jacques parquin op ’t noorden, Breda (Op den 14e mei 1692 gevest en geerft Jan Peeter Meeren) |
vanaf 15-08-1697 | Haeckschipper, sout- en coorenmeeter (Op deze datum beëdigd: Naam: Jan Pieter Meeren Beroep/Functie: zout en korenmeter Datum aanstelling: 1697-08-12 Datum eed: 1697-08-15 Opmerkingen: Commissieboeken Breda) |
[bron: Commissieboeken Breda 1637-1830; OA Breda (1-1a) nr.402, folio: 51] |
01-12-1701 | Beheert penningen van Peeter Jacobs Meeren. Die zijn het weeskind van zijn broer aanbestorven van de halve zus van het weeskind. | [bron: Contract van Afscheid Register Ginneken en Bavel 71, 179-180] |
11-05-1736 | Op 11 mei 1736 Vestkamer Breda R589 folio 46 worden Petronella Meeren en Pieter van Dongen erfgenamen van Jan Peeter Meeren, die getrouwd was met Antonetta Huijgens. Het gaat over de verkoop van het huis. Jan Peeter was de oom van Petronella. | [bron: Vestkamer Breda R589 folio 46] |
13-09-1705 | doop Catharina Donckers (geb. 1705) [zie 1.1.1.2.3.1.1.1.2.2] | [oudoom moederszijde] | [bron: Dopen rk Waterstraat 1704-1747; DTB-nr: 21, fol: 11] |
![]() |
75 Meeren Laurentius Petri Cornelii Denis Meeren, rk gedoopt op 14 december 1653 in Ginneken |
14-04-1708 | doop Cornelia Sips (geb. 1708) | [bron: Ginneken RK dopen, 1626-1810 compleet; GA Breda - DTB-nr: 113, fol: 246 r] | ||||
22-02-1713 | doop [waarschijnlijk] Joannes van Beeck (geb. 1713) [zie 1.1.1.2.3.1.1.6.3.1] | [grootvader moederszijde] | [bron: Ginneken RK dopen, 1626-1810 compleet; GA Breda - DTB-nr: 113, fol: 269 r] | |||
19-10-1713 | doop Adrianus van Donghen (geb. 1713) [zie 1.1.1.2.3.1.1.6.2.1] | [grootvader moederszijde] | [bron: Breda RK dopen Waterstraat, 1704-1747; GA Breda - DTB-nr. : 21, fol. 057] | |||
26-11-1714 | doop Elisabeth van Dongen (geb. 1714) [zie 1.1.1.2.3.1.1.6.2.2] | [grootvader moederszijde] |
geboorteaangifte Johanna van Alphen (geb. 1715) [zie 1.1.1.2.3.1.1.6.1.3] | [grootmoeder moederszijde] | |||||
14-04-1708 | doop Cornelia Sips (geb. 1708) | [bron: Ginneken RK dopen, 1626-1810 compleet; GA Breda - DTB-nr: 113, fol: 246 r] |
geboorteaangifte Adriana van Beeck (geb. 1728) [zie 1.1.1.2.3.1.1.6.3.5] | [oom moederszijde] | |||||
geboorteaangifte Laurentius van Donghen (geb. 1724) [zie 1.1.1.2.3.1.1.6.2.4] | [oom moederszijde] | |||||
09-05-1724 | doop Laurentius Joannes Meiren (geb. 1724) [zie 1.1.1.2.3.1.1.6.6.2] | [oom vaderszijde] | [bron: Dopen rk Brugstraat 1701-1757; DTB-nr: 9, fol: 167] |
geboorteaangifte Maria Sips (geb. 1702) | ||||||
geboorteaangifte Maria van Alphen (geb. 1712) | ||||||
geboorteaangifte [waarschijnlijk] Johanna Mulders (geb. 1698) |
11-09-1727 | doop [waarschijnlijk] Hendricus van Donghen (geb. 1727) [zie 1.1.1.2.3.1.1.6.2.5] | [aangetrouwde oom moederszijde] | [bron: Breda RK dopen Brugstraat, 1701-1755; GA Breda - DTB-nr: 9, fol: 176] |
geboorteaangifte Adriana van Beeck (geb. 1728) [zie 1.1.1.2.3.1.1.6.3.5] | [tante moederszijde] | |||||
01-01-1722 | doop Petrus Joannes Meiren (geb. 1722) [zie 1.1.1.2.3.1.1.6.6.1] | [tante vaderszijde] | [bron: Dopen rk Brugstraat 1701-1757; DTB-nr: 9, fol: 160] |
geboorteaangifte Laurentius van Alphen (geb. 1722) [zie 1.1.1.2.3.1.1.6.1.6] | [tante moederszijde] |
1721 | Ginneken | [bron: Trouwboek Grote Kerk 1711-1783 ; DTB-nr: 42, folio: 130] |
02-09-1708 | Waterstraat, Breda | |||
1721 | Nieuweweg, Breda | [bron: Trouwboek Grote Kerk 1711-1783 ; DTB-nr: 42, folio: 130] |
05-05-1724 | doop Petrus van Ham (geb. 1724) | [bron: Dopen rk Waterstraat 1704-1747; DTB-nr: 21, fol: 107] | ||||
24-04-1732 | doop Joannes Joannes Vermeulen (geb. 1732) [zie 1.1.1.2.3.1.1.6.8.1] | [aangetrouwde tante moederszijde] | [bron: Dopen rk Waterstraat 1704-1747; DTB-nr: 21, fol: 162] |
geboorteaangifte Antonia van Beeck (geb. 1718) [zie 1.1.1.2.3.1.1.6.3.2] | [tante moederszijde] | |||||
geboorteaangifte Petrus van Alphen (geb. 1719) [zie 1.1.1.2.3.1.1.6.1.5] | [tante moederszijde] | |||||
geboorteaangifte Laurentius van Donghen (geb. 1724) [zie 1.1.1.2.3.1.1.6.2.4] | [tante moederszijde] |
24-07-1721 | doop Maria van Beeck (geb. 1721) [zie 1.1.1.2.3.1.1.6.3.3] | [tante moederszijde] | [bron: Ginneken RK dopen, 1626-1810 compleet; GA Breda - DTB-nr: 113, fol: 305 r] | |||
30-10-1722 | doop Jacobus van Alphen (geb. 1722) [zie 1.1.1.2.3.1.1.6.1.7] | [tante moederszijde] | ||||
11-09-1727 | doop Hendricus van Donghen (geb. 1727) [zie 1.1.1.2.3.1.1.6.2.5] | [tante moederszijde] | [bron: Breda RK dopen Brugstraat, 1701-1755; GA Breda - DTB-nr: 9, fol: 176] | |||
29-09-1728 | doop [waarschijnlijk] Maria Elisabeth van Donghen (geb. 1728) [zie 1.1.1.2.3.1.1.6.2.6] | [tante moederszijde] | [bron: Breda RK dopen Brugstraat, 1701-1755; GA Breda - DTB-nr: 9, fol: 179] | |||
04-02-1739 | doop Antonia van der Horst (geb. 1739) [zie 1.1.1.2.3.1.1.6.7.1] | [tante moederszijde] | ||||
18-10-1742 | doop Adriana van der Horst (geb. 1742) [zie 1.1.1.2.3.1.1.6.7.3] | [tante moederszijde] |
26-03-1730 | Militair |
08-05-1735 | Soldaat |
22-05-1695 | Ginneken | [bron: trouwboek Nederduits Gereformeerde Gemeente van Ginneken] |
vanaf 08-05-1696 | leende 200 gulden van Cornelius Wouter van Hoydonck |
20-12-1675 | Na het overlijden van de vader van Cornelia wordt na zijn hertrouwen de Staat opgemaakt. Op dat moment staat beschreven: 4 kinderen zijn nog in leven: Joannes 15 jaar, Cornelia 11 jaar, Adrianus 7 jaar, Cornelius 4 jaar. | [bron: Staat en accoord R18 21] |
03-08-1711 | doop Laurentius Cornelii van Hoydonck (geb. 1711) | [tante vaderszijde] | [bron: Dopen rk Ginneken 1647-1738, archiefnummer CB, Collectie DTB Breda, inventarisnummer 113, blad 260] |
![]() |
![]() |
89 Meeren Petrus Jacob doopakte detail2 Ginneken RK 1696 |
90 Meeren Petrus Jacob doopakte Ginneken RK 1696 |
1729 | Galder |
1729 | Galder |
geboorteaangifte [misschien] Maria Meeren (1784-1829) [zie 1.1.1.2.3.1.1.7.1.4.7] | [oom vaderszijde] | |||||
02-10-1764 | doop [waarschijnlijk] Maria Cornelii Vermeeren (geb. 1764) [zie 1.1.1.2.3.1.1.7.1.2.3] | [oom vaderszijde] | [bron: Ginneken RK dopen, 1626-1810 compleet; GA Breda - DTB-nr: 114, fol: 185 r] |
geboorteaangifte [misschien] Adrianus Meeren (1778-1849) [zie 1.1.1.2.3.1.1.7.1.4.4] | [tante vaderszijde] | |||||
geboorteaangifte [waarschijnlijk] Maria Meeren (1784-1829) [zie 1.1.1.2.3.1.1.7.1.4.7] | [tante vaderszijde] |
![]() |
91 Meeren Cornelius Petri Jacob, rk gedoopt op 30 oktober 1731 in Ginneken |
geboorteaangifte [waarschijnlijk] Catharina Mertens (geb. 1795) | ||||||
04-11-1789 | doop Cornelius Adriani Meeren (1789-1815) [zie 1.1.1.2.3.1.1.7.1.2.2.1] | [tante vaderszijde] | [bron: Ginneken RK dopen, 1626-1810 compleet; GA Breda - DTB-nr: 111, fol: 32 r] |
geboorteaangifte [waarschijnlijk] Catharina Mertens (geb. 1795) | ||||||
geboorteaangifte Joanna Meeren (1785-1787) [zie 1.1.1.2.3.1.1.7.1.4.8] | [aangetrouwde neef vaderszijde] | |||||
28-02-1796 | doop Adriana Adriani Meeren (1796-1804) [zie 1.1.1.2.3.1.1.7.1.2.2.4] | [aangetrouwde oom vaderszijde] | [bron: Ginneken RK dopen, 1626-1810 compleet; GA Breda - DTB-nr: 111, fol: 192 r] |
Meerle (1816 of 1826) | ||||
26-10-1788 | Ginneken | |||
1816 | Strijbeek (Het huis heeft 5 deuren en 3 vensters. In de lijst is hij doorgestreept. Op de index op perceelnummer staat hij met perceelnummer 246 en 247 met husnummer ofwel artikelnummer 190. Er staat bij dat hij gaat naar nr 128 in Overacker, waar Anna Adr. Hoppenbrouwers, de weduwe van Henr. Planken, particulier, gewoond heeft. En zij gaat wonen op huisnr 190, ofwel: ze hebben van woning geruild. Aangezien er in het krantenbericht van 1817 land verkocht wordt te Strijbeek, grenzend aan dat van Adriaan Cornelis Peter Meeren, zal de verhuizing daarna hebben plaatsgevonden. Als we willen weten, waar Adriaan gewoond heeft, kunnen we zoeken in het kadaster van 1811-1832 naar huis en erf van de weduwe Hoppenbrouwers.) |
[bron: Ginneken en Bavel, Releve of staat der eigendommen en van de deuren en vensters 1816 - Archief ARC0708 Inv. 557 Blad 70 en concordans blad met perceel 246-266] |
Bouwman |
24-06-1811 | Vermeld in de akte zijn: Corneel Meeren, woonplaats Ginneken, echtgenoot van Van Wesel Catharina Cornelii van Wezel, woonplaats Ginneken Jan Lauwerijssen, woonplaats Meer |
[bron: Rijksarchief Belgie - Notariaat Antwerpen 08926 -Notaris: Proost, Jan Antoon te Meer, akte 44] |
13-06-1803 | doop Cornelius Sweep (geb. 1803) | [aangetrouwde oom moederszijde] |
26-10-1788 | Ginneken | [bron: DTB-nr: 120 en N-G 40 nr.1, folio: 114 en 068 r] | ||
vanaf 1835 | Chaam (Ten tijde van huwelijk van zoon Johannes) |
vanaf 1835 | Arbeidster (Vermelding bij huwelijk van zoon Johannes) |
24-06-1811 | Vermeld in de akte zijn: Corneel Meeren, woonplaats Ginneken, echtgenoot van Van Wesel Catharina Cornelii van Wezel, woonplaats Ginneken Jan Lauwerijssen, woonplaats Meer |
[bron: Rijksarchief Belgie - Notariaat Antwerpen 08926 -Notaris: Proost, Jan Antoon te Meer, akte 44] |
08-03-1793 | doop Joanna Mertens (geb. 1793) [zie 1.1.1.2.3.1.1.7.1.2.1.3] | [aangetrouwde tante moederszijde] | [bron: Ginneken RK dopen, 1626-1810 compleet; GA Breda - DTB-nr: 111, fol: 34 r] |
Dragonder in het 12e Regiment |
1821 | Groot Bedaf (Baarle-Nassau) |
1821 | Groot Bedaf (Baarle-Nassau) | [bron: Baarle Nassau Geboorteregister 1821 ] |
1821 | Groot Bedaf (Baarle-Nassau) |
1821 | Groot Bedaf (Baarle-Nassau) |
1821 | Groot Bedaf (Baarle-Nassau) |
1821 | Groot Bedaf (Baarle-Nassau) |
tot 1835 | Galder - Ginneken (Ten tijde van huwelijk) | |||
van 03-10-1835 tot voor 24-02-1838 | H 613, Oosterhout | |||
van na 22-06-1836 tot voor 30-08-1839 | J 722, Oosterhout (Staat bij de geboorte van Jan Baptist: J 722, op 24 februari 1838) | [bron: Ambtenaar van de burgerlijke stand Oosterhout: Geboorteregister 1838 , akte 35] | ||
vanaf voor 30-08-1839 | J 616, Oosterhout |
vanaf 1835 | Arbeider (Vermelding bij huwelijk) |
Zonder beroep (Vermelding bij huwelijk) |
Ondertekent de huwelijksakte niet | [bron: Huwelijk van zoon Jan Baptist] |
tot 22-02-1867 | Terheijden | |||
van 22-02-1867 tot 02-07-1867 | Oosterhout (Bij moeder thuis nog een 5 maanden ingewoond, samen met zijn broer Adriaan) | |||
van 02-07-1867 tot 13-08-1873 | Heistraat 92, Teteringen (Tegenwoordig is dit het verlengde van de Heistraat, genaamd Meerberg no. 7. Dit ligt in het buitengebied van Teteringen, Hoeveneind. Het adres Meerberg 7 bestaat nu niet meer, nog wel no. 5 en 9,) | |||
van 23-01-1873 tot 07-05-1875 | Op de Vaart A109, Dongen (Amper 2 maanden na het overlijden van zijn vrouw Maria Smits vertrekt Jan Baptist uit Teteringen. Samen met zijn 2 kinderen Jan van 3 en Koos van 1,5 jaar oud gaat hij wonen bij akkerbouwer Johannes van Ginneken (Uit Oosterhout afkomstig, geboren op 8 augustus 1815, oom van moeders kant) en Johanna Pols (Uit Raamsdonk afkomstig, geboren op 30 november 1812). Jan Baptist was toen 34 jaar.) | [bron: BS Dongen 1870-1879] | ||
van 07-05-1875 tot 30-12-1907 | Baan 834 (later nr 14, nu nr 16), Loon op Zand (Bij het huwelijk met Pietje Raaijmakers gaan ze hier wonen met Jan (bijna 6) en Koos (3). De Baan valt op door het slingerende karakter er van. Anders dan alle andere wegen in de buurt. Vraag me af waar dat door gekomen is.) | [bron: BS Loon op Zand 1860-1890] |
van voor 02-07-1867 tot 02-07-1867 | Arbeider | [bron: BS Huwelijk] | ||
van 02-07-1867 tot 13-01-1873 | Landbouwer | [bron: BR Teteringen] | ||
van 23-01-1873 tot 07-05-1875 | Bouwman | [bron: BS Dongen 1870-1879] | ||
vanaf 07-05-1875 | Bouwman | [bron: BS Loon op Zand 1860-1890] | ||
vanaf 1897 | Landbouwer | [bron: Loon op Zand / BS / geboorten; bij Maria Meeren] |
vanaf ca. 1858 | Loon op Zand. Pligten ten aanzien der Militie vervuld - Vermelding bij huwelij kmet Maria Smits |
van 18-10-1837 tot 1867 | B-49, Teteringen |
tot 19-11-1872 | Landbouwster |
van 19-08-1850 tot 1859 | Vaart no.50, Dongen | [bron: BS Dongen 1850-1859] | ||
vanaf 19-08-1850 | De Vaart, Dongen | [bron: Geboorteregister 1850, aktenummer 71] |
![]() |
![]() |
158 |
159 |
van 10-06-1869 tot 13-01-1873 | Teteringen (Vanaf zijn geboorte tot kort na het overlijden van zijn moeder woont Jan in Teteringen) | |||
van 13-01-1873 tot 07-05-1875 | Vaart, Dongen (Vader woonde met Jan en Koos in bij Joannes van Ginneken en Anna Pols, oom en tante van vader) | [bron: BR Dongen 1870-1879 en BR Teteringen] | ||
van 07-05-1875 tot 03-05-1889 | Baan 834 (later nr 14, nu nr 16), Loon op Zand (Na het 2e huwelijk van zijn vader woonde hij samen met zijn broertje op deze boerderij) | [bron: BR Loon op Zand 1860-1890] | ||
vanaf 03-05-1889 | Steenhoven, B14 (In het boek van het gebied Tilburgse Straatweg, Steenweg, Steenhoven, Seters, Dorst - Zal bedoeld zijn met wat we nu Steenoven noemen, en niet Steenhoven bij Made), Oosterhout (Hij is dan 19 jaar. De oudste van een gezin met veel kinderen. Hij werkt als dienstknecht. In BS Loon op Zand 1860-1890 staat dat hij naar Gilze-Rijen is vertrokken. Dat lijkt onjuist, gezien de registratie in Oosterhout op die datum en om dat in Gilze-Rijen niets hiervan te vinden is. Op B14 staan in het BR 1880-1890 Oosterhout op Steenhoven landbouwer Pieter Biemans en Antonia van Opstal met hun gezin ingeschreven.) | [bron: Oosterhout Dienstboden 1880-1890] | ||
tot 27-05-1890 | Steenhoven B7, Oosterhout (Jan gaat werken bij landbouwer Bartholomeus Biemans en zijn vrouw Wilhelmina Verhoeven met kinderen wonen op de Steenhoven B7. Bartholomeus is een oudere broer van Pieter, waar hij eerst voor gewerkt heeft.) | [bron: BR Dongen 1890-1899 en Oosterhout Dienstboden 1890-1900] | ||
vanaf 27-05-1890 | Wijk D - Aan de Kerkstraat, doorgestreept Heuvel 187, Dongen (Als dienstbode bij het gezin van landbouwer Franciscus Kimenai en Petronella Koks. Waar de Kerkstraat ophield en waar men het Heuvel ging noemen, was niet meteen duidelijk. Bij meerdere woningen is de doorstreping gebeurd. De nummers binnen een wijk liep door. In dit geval Wijk D werden doorgenummerd, maakte niet uit of het Kruidenierstraat, Kerkstraat, Heuvel, Heikant, Rullke of Doelstraat was.) | [bron: BR Dongen 1890-1899] | ||
tot 08-10-1897 | Hoogenham B148, Dongen (Als dienstknecht bij de familie van landbouwer Christiaan Kimenai en Maria Koks. Christiaan is een oudere broer van Franciscus, waar hij eerst voor werkte. Beide echtgenotes zijn trouwens zussen van elkaar.) | [bron: BR Dongen 1890-1898 ] | ||
van 09-10-1897 tot 10-05-1898 | Baan 834 (later nr 14, nu nr 16), Loon op Zand | [bron: BR Loon op Zand 1860-1890] | ||
van 26-05-1898 tot 06-05-1899 | Klein-Dongen A202, Dongen (Bij gezin van bouwman Laurens de Jong en Petronella Claasen) | [bron: BR Dongen 1890-1899] | ||
van 06-05-1899 tot 22-05-1900 | Baan 834 (later nr 14, nu nr 16), Loon op Zand | |||
van 22-05-1900 tot 04-06-1901 | LagenHam B6, Dongen (Als dienstbode bij gezin van landbouwer Adrianus Loonen en Adriana Cornelia Heijkant. In 1946 zal zijn neefje Jan Meeren, de zoon van zijn broer, komen wonen op Lage Ham 4 in het ouderlijk huis van de familie Van den Noort. Zijn neefje Nellis (Kees) Meeren op Lage Ham 3. De familie Loonen woont daar dan nog steeds.) | [bron: Dongen BR 1900-1909] | ||
van 04-06-1901 tot 13-06-1903 | Oosteind A136, Oosterhout (Hij staat genoteerd als landbouwer binnen Oosterhout dienstboden. Op A136 wonen dan 4 zussen Van Leijsen als landbouwsters op Oosteind (Maria van 16 september 1829, Johanna van 12 maart 1834, Adriana van 4 september 1836 en Jacoba van 19 december 1841). Van Lagen Ham B6 naar Oosteind is slechts een klein stukje.) | [bron: BR Loon op Zand 1860-1890 en BR Dongen 1900-1909 en Oosterhout Dienstboden 1900-1920] | ||
van 13-06-1903 tot 27-11-1909 | Baan 834 (later nr 14, nu nr 16), Loon op Zand | [bron: BR Loon op Zand 1890-1920 en Dongen Dienstboden 1900-1909] | ||
vanaf 20-11-1909 | Hooge Ham B210, later B83 (Jan is dan 40 jaar. Hij is kostganger, landbouwer) | [bron: Dongen Dienstboden 1900-1909 en Dongen BR 1900-1909] | ||
tot 10-05-1964 | Kerkstraat, Dongen (Bij de familie Kimenai. Op zijn bidprentje staat dat hij al 70 jaar opgenomen is in de familie.) |
Hovenier | ||||
1912 | Landbouwer (Zoals vermeld bij de scheiding van erfenis van zijn vader op 29 maart 1912) |
![]() |
172 Meeren Jan Baptist, en van Maria Smits hun dochter, levenloos geboren op 17 november 1872 in Teteringen |
van 11-09-1871 tot 22-08-1873 | Abtshoeve - Meerberg 7, Teteringen (de boerderij staat er niet meer. Hij is er geboren en ging na de dood van zijn moeder met vader en broer mee naar Dongen. Kwam later zo af en toe naar de Abtshoeve op de fiets, waar ook de foto van 1938 gemaakt is) | |||
van 23-08-1873 tot 07-05-1875 | Vaart, Dongen (Vader ging wonen bij een oom en tante, 2 maanden nadat hun moeder overleden was.) | [bron: BS Dongen 1870-1879] | ||
vanaf 1875 | Baan 834 (later nr 14, nu nr 16), Loon op Zand | [bron: BS Loon op Zand 1860-1890] | ||
vanaf 08-10-1897 | Dongen (Wellicht is dit een vergissing. Waarschijnlijk is zijn broer Johannes vertrokken naar Dongen.) | |||
vanaf 1903 | Loon op Zand | |||
vanaf 14-06-1904 | Middelstraat 386, De Moer | [bron: Geboorteregister Loon op Zand 1904, akte 102] |
Akkerbouwer |
vanaf 05-12-1873 | Galgeneind 287, De Moer | |||
vanaf 13-06-1889 | Wijk A - Vaart 133, Dongen (Ze gaat werken bij Martinus Heijkant. Op 9 maart 1888 is zijn vrouw (Johanna Maria Verbunt) overleden. Haar man hertrouwt op 9 mei 1893 met Anna Laurijsen. Op het adres waar zij gaan wonen (Klein Dongen A 198) staat Barbara niet bij. Ze komt waarschijnlijk bij een neef van Martinus te werken, ook Martinus Heijkant genoemd (ze heben dezelfde opa Martien Adriaan Heijkant, getrouwd met Petronella Adam Goyarts) op Vaart 153, ofwel 20 huisnummers hoger (BS Dongen 1890-1899). Haar geboortedatum is daar 6 december 1874 en geboorteplaats Dongen. Dat gezin verhuist op 19 december 1893 naar Gilze-Rijen. Daar staat geen Barbara vermeld. Het is niet duidelijk tot wanneer Barbara in Dongen gewoond en gewerkt heeft. Ik vermoed tot de verhuizing in 1893.) | [bron: BS Dongen 1880-1889 pag. 153 en BS Dongen 1890-1899] | ||
vanaf 27-08-1903 | Loon op Zand | |||
vanaf 14-06-1904 | Middelstraat 386, De Moer | [bron: Geboorteregister Loon op Zand 1904, akte 102] | ||
vanaf na 1953 | Hoge Steenweg 59, en daarna 57 (Ze woonde in bij haar dochter Toos en haar man Jan Sup. Totdat die gingen verhuizen naar Kaatsheuvel aan de Julianastraat. Daarna woonde ze in het huis daarnaast bij haar oudste dochter Marie en haar man Bart van der Velden.) |
vanaf 13-06-1889 | Dienstbode (Ze was in dienst bij een landbouwer. De vermelding dienstbode is vaak gebruikt, ook bij andere bewoners. Het is beter te begrijpen als dienstmeid.) | [bron: BR Dongen 1880-1889] |
![]() |
193 Meeren Johannes Jacobus zoon, levenloos geboren op 7 oktober 1906 in Loon op Zand |
van 14-06-1904 tot na 02-12-1930 | Middelstraat 386, De Moer | [bron: Geboorteregister Loon op Zand 1904, akte 102] | ||
van 30-06-1930 tot 02-12-1930 | Groote Straat 152a, Waalwijk | |||
vanaf 02-12-1930 | Kasteellaan 23, Loon op Zand | |||
vanaf na 02-12-1930 | Klokkenlaan 40, Loon op Zand | |||
vanaf na 02-12-1931 | Hooge Steenweg 57, Loon op Zand (Had als huisnummer staan 34. Tegenwoordig is het in ieder geval 57. Dit huis is van 1997, en zal gebouwd zijn op de plek van hete his dat waarschijnlijk in 1930 gebouwd is (Het huisnummer 61 is namelijk gebouwd in 1930, en is nog in de oude vorm.)) |
|||
tot 01-04-1996 | Verzorgingshuis De Venloene, Loon op Zand |
tot 20-05-1930 | Dienstbode (Bij W. de Wit aan de Hoefstraat 78 in Tilburg . Vermeld zijn ook Loon op Zand - 06-07-1926 en Waspik - 20-05-1927. Ik verwacht dat ze daar ook dienstbode geweest is.) |
[bron: Registratie Dienstboden Tilburg 1921-1939] |
20-05-1930 | Groote Straat 152a, Waalwijk | |||
vanaf 02-12-1930 | Kasteellaan 23, Loon op Zand | |||
vanaf na 02-12-1930 | Klokkenlaan 40, Loon op Zand | |||
vanaf na 02-12-1931 | Hooge Steenweg 57, Loon op Zand (Had als huisnummer staan 34. Tegenwoordig is het in ieder geval 57. Dit huis is van 1997, en zal gebouwd zijn op de plek van hete his dat waarschijnlijk in 1930 gebouwd is (Het huisnummer 61 is namelijk gebouwd in 1930, en is nog in de oude vorm.)) |
|||
tot 07-07-1991 | Verzorgingshuis De Venloene, Loon op Zand |
20-05-1930 | Vrachtrijder (Ook wel voerman genoemd) | |||
vanaf na 20-05-1930 | Leerfabriek Hollandia (Meer dan 40 jaar heeft Bart daar in de Kerkstraat 30 gewerkt) |
Bond van Ouderen | ||||
Duivenvlucht |
Schuttersgilde St.Hubertus |
Middingstraat 4, 5371 EJ Ravenstein |
vanaf 1942 | Waspik (Café) | |||
vanaf 1957 | Julianastraat, Waspik |
Boerenknecht | ||||
Caféhouder | ||||
Chauffeur | ||||
Heidemaatschappij | ||||
Kantine-medewerker | ||||
Loondorser | ||||
Steenovenfabriek |
20-05-1930 | huwelijk Bart van der Velden (1905-1991) en Marie Meeren (1904-1996) [zie 1.1.1.2.3.1.1.7.1.2.2.5.2.3.1] | [broer bruid] | [bron: Huwelijksregister 1930, archiefnummer 911, aktenummer 10] |
van 1920 tot 1940 | Vaart 98, Dongen | [bron: Bevolkingsregister Dongen 1920-1940] | ||
tot 10-12-1928 | Klein-Dongen, Dongen (Ze woont bij haar oom en tante Andries Heijkant en Johanna Smits, totdat ze gaat werken als dienstbode) |
van 11-12-1928 tot 05-01-1929 | Dienstbode | [bron: Bevolkingsregister Dongen 1916-1939] |
vanaf 1946 | Dongen | |||
vanaf 1947 | Lage Ham 4, Dongen |
Boer (gemengd bedrijf) | ||||
Boerenknecht | ||||
Dagloner | ||||
Heidemaatschappij | ||||
Leerlooier |
vanaf 07-12-1916 | LagenHam 4, Dongen | [bron: Bevolkingsregister Dongen 1910-1920 blad 3] |
![]() |
![]() |
224 Meeren Catharina en Johannes Sup trouwfoto De Moer 17 mei 1950 |
225 Meeren Catharina en Johannes Sup woonhuis Julianastraat Kaatsheuvel 2000 |
van 20-07-1913 tot 08-05-1950 | Middelstraat 368, De Moer | |||
vanaf 08-05-1950 | Hoge Steenweg 59, Loon op Zand (Bij hun trouwen zijn ze hier gaan wonen. Toen haar schoonzus Jeanne Meeren-Dekkers na hun trouwen in oktober 1952 een moeiijke periode doormaakte, heeft zij die hier opgevangen. Wanneer dat precies geweest is, weet ik niet. Of ikzelf en mijn broer er al waren, weet ik ook niet.) |
|||
van na 1950 tot 28-04-1988 | Julianastraat 14, Kaatsheuvel (De woning is gebouwd in 1947.) |
vanaf 08-05-1950 | Hoge Steenweg 59, Loon op Zand (Bij hun trouwen zijn ze hier gaan wonen.) | |||
van na 1950 tot 13-09-2000 | Julianastraat 14, Kaatsheuvel (De woning is gebouwd in 1947.) |
05-07-1950 | Middelweg C 13, De Moer | |||
van 1952 tot 1957 | Lage Ham 3, Dongen (Bij de boerderij van zijn broer ingetrokken in een klein huisje bij de Donge) | |||
vanaf 1957 | Deken Oomenstraat 12, Dongen |
Houtbewerker (Firma Bald - keukenbladen) | ||||
Leerlooier | ||||
Loondorser | ||||
Metaalbewerker (Firma Den Haan) | ||||
Schoenmaker | ||||
Zuivelfabriek (kaasmaker) |
vanaf ca. 1932 | Hij was lid van Toneelclub Tot Ons Genoegen. Voerde hun voorstellingen op bij ’s Maoske. Later zal zijn zoon Ad in zijn voetsporen treden. Hij treedt ook op in ’t Maoske, deeluitmakend van de toneelvereniging Het Moers Verzetje. |
[bron: Parelmoer, 2004, pagina 83] | ||
vanaf ca. 1934 | Hij was lid van Blauw Wit. Op de foto uit de Parelmoer zit Nillus (van Cornelis) voor zijn broer Jan. Na de oorlog heropgericht, een tijd aangesloten bij Berndijk en daarna bij Uno Animo en later zelfstandig als Blauw Wit ’81. |
[bron: Parelmoer, 2004, pagina 73] |
van 1939 tot 12-06-1952 | Goirkestraat 82, Tilburg |
van 1939 tot 12-06-1952 | Bediende (1 en 2e) (Al op haar 15e ging ze dienen in Tilburg bij de textielfabrikanten Nobke en Anna Franken, broer en zus. Ze wonen aan de Goirkestraat 82. Elke dag werken, niet naar huis, en 1 keer in de 2 weken op zondag vrij. Een streng regime. Ze kreeg er vriendinnen voor het leven. Zo waren daar Truus Koopmans, Anja Panjoel uit Reusel die samen met haar dienden. In de Hasseltstraat diende Marieke Vosters, ook uit Reusel, waar ze wel als het al een keer kon, met veel plezier ging logeren. Ook in de Goirkestraat diende een meisje uit Loon op Zand waar Kees (Nellis) Meeren mee ging. Toen die verkering uit raakte, stak hij de straat over om later met haar te trouwen.) |
![]() |
249 Meeren Cornelis |
1912 | Kaatsheuvel |
1912 | Landbouwer (Vermeld bij scheiding van erfenis van zijn vader) |
Boerenknecht | ||||
Leerlooier |
Molenaarsknecht | ||||
Schoenmaker |
tot 05-05-1976 | Akkerstraat 29, Kaatsheuvel | [bron: Vermelding bij genealogie-opvraag Loon op Zand] |
1912 | Kaatsheuvel |
1912 | Besteller bij Van Gend en Loos |
1912 | Kaatsheuvel |
1912 | Besteller bij Van Gend en Loos |
1912 | Kaatsheuvel |
1912 | Jachtopziener |
1912 | Kaatsheuvel |
1912 | Jachtopziener |
RK (Lid van de Voortplanting des Geloofs en van meerdere broederschappen.) | [bron: Bidprentje] |
1912 | Kaatsheuvel |
1912 | Landbouweres |
Leerlooier |
![]() |
250 Meeren Jana en familie tgv 40 jarig huwelijksfeest 1957 |
1912 | Kaatsheuvel |
1912 | Naaister |
RK (Lid van de broederschap van St. Gerlach) | [bron: Bidprentje] |
12-05-1919 | huwelijk Pieter Meeren (1891-1966) en Adriana Maria Rekkers (1885-1948) [zie 1.1.1.2.3.1.1.7.1.2.2.5.2.13] | [zwager bruidegom] | [bron: BS huwelijk N-Br - Capelle inventaris 587 nr 5] |
Hoogkarspelstraat 39, 5045 BH Tilburg (013-5704351) |
Schoenmaker - Rijksambtenaar - Groepscommandant Rijkspolitie (Bart is drager van de ere-medaille in Goud in de Orde van Oranje Nassau. Bart moest na zijn lager school gaan werken op het schoenfabriek, in de avonduren volgde hij een cursus algemene ontwikkeling na lager onderwijs, met als resultaat een diploma. Op 9 april 1953 moest Bart opkomen als dienstplichtig Marechaussee, na zijn dienstplicht, oktober 1954, heeft hij nog enige tijd op het schoenfabriek gewerkt en is toen overgegaan naar het Korps Gestichtswacht,als gevangene bewaker buitendienst, te Veenhuizen, september 1955, na zijn opleiding kreeg hij diverse standplaatsen. Na een bepaalde tijd zou hij in de binnendienst moeten gaan werken, hij is toen overgegaan, in november 1956, naar het Munitie depot in Loon op Zand waar hij als magazijn bediende begon, en in 1959 gediplomeerd ploegbaas werd, in 1961 werd hij chauffeur bij 431 Munitie Renovatie Compagnie. Op 1 januari 1966 ging hij in opleiding voor Parketwachter bij het Korps Rijkspolitie, na zijn opleiding werd hij geplaatst in Breda, van waaruit hij diverse malen werd gedetacheerd o.a. naar Amsterdam en den Haag, in 1969 ontving hij een tevredenheids betuiging vanwegen een verijdelde ontsnapping, waarbij hij bedreigd werd met een vuurwapen, (wat later bleek een nauwelijks van echt te onderscheiden namaak wapen was ). In 1978 ging hij naar de kaderschool van het Korps en werd daarna bevorderd tot kaderlid afd. executie.1 december 1987 werdhij benoemd tot plaatsvervangend groepscommandant. Op 1 mei 1988 werd hij bevorderd tot Groepscommandant van de groep Parketpolitie te Breda. Op 1 januari 1994 ging hij met F.L.O. , functioneel leeftijds ontslag. Bart was gedurende 14 jaren Hoofdbestuurslid van de Algemene Nederlandse Politie Vereniging, waarvan de laatste 5 jaren als algemeen penningmeester. Bij zijn afscheid als groepscommandant heeft hij het Gouden Verenigings-insigne van de A.N.P.V. gekregen.) |
[bron: www.onzenoord.nl] |
Stopster /Betexleidster /huisvrouw (Dina heeft na de lagereschool de opleiding gevolgd tot textiel-stopster, zij heeft daar het diploma behaald. Hierna is zij gaan werken bij de Fa. "H.F.C. Enneking" eerst als stopster daarna als stukken-controleuse, als het nodig was werd zij ingezet bij de Betex. Na haar huwelijk, in november 1962, is zij in 1963 bij dezelfde Fa. gaan werken als Betex- Leidster, een van haar leerlinge heeft het Goude horloge ontvangen, dit was een landelijke erkenning voor de beste leerling van het schooljaar in het leerlingstelsel "BETEX" Bedrijfs opleiding textiel. De leerlinge genoten per week 11 uur theoretischeopleiding aan de lagere textielschool en 29 uur praktijk.) | [bron: www.onzenoord.nl] |
van voor 1923 tot 1942 | De Baan, Loon op Zand | |||
van 1942 tot 1962 | Marktstraat, Loon op Zand | |||
vanaf 1962 | Gasthuisstraat, Loon op Zand |
Boer | ||||
Dorser | ||||
Winkelier in gereedschap |
15-05-1931 | Pieter verkoopt huis, schuur, tuin en erf, bouw- en weiland, schaarbosch, weg, en heide, kadastraal bekend Sectie G 38, 39, 40, 48, 49, .... tesamen groot 9 hectaren, 67 aren en 40 centiaren aan landbouwer Antonie in t Groen, landbouwer, voor 13000 gulden. Antonie leent 10000 gulden van de vennootschap onder firma Godefridus van Lier, waarvan de firmanten zijn: Johannes Adrianus van Lier Jacobus Adrianus van Lier Henricus Jacobus van Lier Adriaan Christiaan van Lier, schoenfabrikanten te Loon op Zand Onder de akte tekenen Pieter, Antonie, J. van Lier, H.J. van Lier |
[bron: Loon op Zand, Not. archief 817 inv314 akte 96 scanpg 78, en Loon op Zand, Not. archief 817 inv314 akte 97 scanpag 79] |
13-05-1944 | a.s zaterdag 13 mei hopen onze geliefde ouders P. Meeren A. Meeren-Rekkers hunne 25-jarige echtvereeniging te herdenken hunne dankbare kinderen Jo, Nellie, Annie en Johan Kaatsheuvel, Marktstr.14 |
[bron: advertentie CBG] |
van na 04-02-1885 tot voor 23-09-1948 | Capelle | |||
van voor 23-09-1948 tot 23-09-1948 | Loon op Zand |
Boer | ||||
Magazijnknecht | ||||
Voerman |
![]() |
258 Meeren Adriaan, geboren op 30 augustus 1839 in Oosterhout in wijk J nr 616, zoon van Johannes Meeren en Johanna van Ginneken - Oosterhout geb.reg. 1839 inv 2004 akte 150 |
vanaf 04-11-1892 | Rotterdam |
Smid |
Arbeider | ||||
Bouwmanknecht |
Dienstmeid |
Dienstbode | [bron: http://allrelatives.geneanet.org/contact/mirrith2007/Danny-Matthe] |
25-05-1871 | Winkelierster | [bron: Huwelijksakte van Joanna] |
25-05-1871 | Slachter |
25-05-1871 | huwelijk Franciscus Josephus [Francois Joseph] Damblon (1847-1925) en Joanna [Johanna] Meiren [Meeren] (1850-1924) [zie 1.1.1.2.3.1.1.7.1.2.2.7.6] | [broer bruid] | [bron: Huwelijksacte nr. 497] |
25-05-1871 | Dienstbode | [bron: Huwelijksacte van zus Joanna] |
25-05-1871 | huwelijk Franciscus Josephus [Francois Joseph] Damblon (1847-1925) en Joanna [Johanna] Meiren [Meeren] (1850-1924) [zie 1.1.1.2.3.1.1.7.1.2.2.7.6] | [broer bruid] | [bron: Huwelijksacte nr. 497] |
![]() |
259 Damblon Franciscus Josephus, trouwt met Joanna Meeren op 25 mei 1871 in Antwerpen |
Hoogstraten | ||||
25-05-1871 | Lange Leemstraat 44, Antwerpen |
25-05-1871 | Dienstmeid (In de Lange Leemstraat 44) | [bron: Huwelijksacte] |
Mijnwerker | ||||
1893 | Landbouwer |
![]() |
![]() |
![]() |
260 Damblon Sylvie |
261 Dothée Joseph Jean |
262 Dothee Jean Joseph, trouwt met Sylvie Damblon op 10 december 1910 voor de RK-kerk in Enakievo (Oekraine) en op 4 maart 1911 in Tienen (België) |
Voerman |
Dienstmeid |
Houtdraaiersgast |
Werkvrouw | [bron: http://allrelatives.geneanet.org/contact/mirrith2007/Danny-Matthe] |
Zager |
20-07-1805 | doop [waarschijnlijk] Adriana Adriani Meeren [Meeren [Meiren] (1805-1857) [zie 1.1.1.2.3.1.1.7.1.2.2.8] | [aangetrouwde oudtante vaderszijde] | [bron: Ginneken RK dopen, 1626-1810 compleet; GA Breda - DTB-nr: 111, fol: 185 r] |
Bavel |
Landbouwer |
![]() |
![]() |
![]() |
263 Meeren Nicolaas BR Oosterhout 1870-1890 |
264 Meeren Nicolaas BR rechts Oosterhout 1870-1880 |
265 Verschuren Catharina overlijden en dochter overlijden 1842 Ginneken en Bavel |
Arbeider | ||||
Bouwman | ||||
Vrachtrijder |
ca. 1834 |
Dienstmeid | ||||
Landbouwster |
Bouwman |
Bouwman |
vanaf 05-11-1909 | Breda |
Arbeidster | ||||
Tuinvrouw |
Arbeider |
Terheijden |
Bouwman |
Landbouwster |
Hovenier |
07-01-1818 | Hovenierster | [bron: BS -Huwelijk en echtscheiding Ginneken-Bavel] |
Hovenier |
Hovenier |
tot 29-07-1899 | Boschstraat A 603 |
Hovenier | ||||
Warmoezenier |
tot 29-07-1899 | Breda | |||
vanaf 29-07-1899 | Oudenbosch | |||
vanaf na 29-07-1899 | Breda |
Dienstmeid |
[bron: Dienstmeid] |
Broeder in het Oude manen Gasthuis | ||||
Hovenier | [bron: Stamboom van Veen] |
Landbouwster | [bron: Huweliijksregister ] |
Landbouwer | [bron: Huweliijksregister en bij overlijden van zijn vrouw] |
van 1634 tot 1698 | Odelia, de huisvrouw van Denis Cornelis Meren, van omtrent 2 bunder erf ende 23 roeden buitbancx, metten huijsinge daerop staende, te Bavel, achter de Leeggen Eijckbergh aen de kercke, oost Maria Mathijs Godtschalckx dochter, west Adriaen Peeter Cornelis Lips, noort haerselfs erve, ende suijtwaert s heerenstraete, Wijlen Cornelis Jan Cornelis Martens ex anno regro folio .87. Is (of: in) drie parcheelen. ------------------------------------------------------------------------------------------ Erboven, ofwel de volgende cijnsplichtige: Jacob Denis Cornelis Meeren tot Bavel weeskynderen ------------------------------------------------------------------------------------------- Erboven, ofwel de volgende cijnsplichtige: Peter Adriaen Lips op den Eijckbergh cum suis (met de zijnen) (waarschijnlijk de zoon van de Adriaen Peeter Cornelis Lips, die west ervan woonde) ----------------------------------------------------------------------------------------------- Rechts ervan: Voorschreven Meus (of mens) Peter Meren tot Bavel tot Molenschot -:120-art:2 ----------------------------------------------------------------------------------------------- Links ervan: Bethaald 1634 noch tot 1643 inclus door (of voor) den Eickbergh Bethaald tot 1648 inclus door Peter voornoemd, noch 1649, 1650 noch 1654, 1655, 1656, 1657 (en zo door tot 1687) |
[bron: BHIC Legger van cijnzen Ginneken en Bavel 1634-1698 inv 91 - 118 blad 39 scanpag.50] |
24-07-1637 | Jacob, kinderen van Denijs Cornelis Meiren, partij in de staat van erfelijke goederen van Wouter Adriaen Naggers. Deze laatste is een kuiper en een broer van de notaris Jan Adriaen Naggers. Jan is overleden op 20 april 1632, en Wouter is de enige erfgenaam van zijn broer. Heel wat boerderijen, erven, gronden zijn in zijn bezit. Hun voogd is Bartholomeus Peeters. Wie worden er nog meer genoemd dan Jacob, aangezien er sprake is van "hun" voogd? Wat is de relatie van Wouter met Denijs Cornelis Meiren? |
[bron: Minuutakten J.H. Dirven 1607, 1631-1651, 1663; N126, folio 11r; kopie van de staat van erfelijke goederen] |
30-01-1621 | ondertrouw Petrus Denis Cornelis Meeren (1590-1625) en Barbara Adriani Philippi (geb. 1586) [zie 1.1.1.2.3.3] | [broer bruidegom] | [bron: Trouwen Ginneken en Bavel 1614-1810; DTB-nr: 1, folio: 32 v] |
Vestbrieven dorpen Ginneken en Bavel R692/fol. 159v DATUM: ?"...Adriaen Cornelissen (de) BRUYN ende Sysken Peters Jacobs VANDER BIESTRATEN huysvrouw metten voorgen. Adriaenen heuren man ende voight debet Marten Wouters RYCKEVORSSEL geleende gelden hun stede, huysinge, schuere, koye, hovinge, ende erfenisse met heure toebehoorte groot omtrent 3 buynders gestaen ende gelegen onder Ginneken tot Bavel opten Leghbergh ow. ende nw. Jacob Cornelis Geerits erve, sw. aende gebuerwegh... stede, huysinge, schuere, hovinge ende erfenisse 4 buynde rs onder Ginneken tot Bavel opten Eyckberch. (marge: betaelt Elisabeth Peeter Jacobs VANDER BIESTRATEN 10-1641) |
[bron: Bstuit@orange.nl (geneanet)] |
05-12-1655 | In ’t Dorp, Hage (Princenhage) (Hij is geboren in Bavel, en woont nu in Princenhage) | [bron: Princenhage NG Trouwen, 1651-1690; DTB III-120a nr. 12: folio 10&s] | ||
25-02-1660 | Princenhage | [bron: J. Bogaerts, Protocollen, 14-06-1665 / 1667, Notariële archieven Breda, inventarisnummer 0173, blad 67r] |
1647 | Onderhandse akte van verkoop van Denijs Jacob Meeren en Jan Jansen Herdi c.s. aan Nicolaas Donquers van 3 bunder hei-en weiland te Bavel | [bron: Princenhage Schepenbank 330/145] | ||
25-04-1654 | Meeren Denijs Jacobs, treedt op als voogd over Neeltken en Jenneken de kinderen van Adriaen Cornelissen de Bruijn voor het ontvangen van een geleend bedrag van 250 gulden op 25 april 1654 en 5 mei 1654 voor de verkoop van een bunder land te Ginneken aan Anthoni Cloostermans, de schout van Gilze, Ginneken en Bavel (geschreven als schouteth). Adriaen is de stiefvader van Denijs. De kinderen zijn dus halfzussen van hem. |
05-12-1655 | Bij den Heuvel, Hage (Princenhage) | [bron: Princenhage NG Trouwen, 1651-1690; DTB III-120a nr. 12: folio 10&s] |
09-02-1621 | Ginneken | [bron: Trouwen Ginneken en Bavel 1614-1810 ; DTB-nr: 1, folio: 31v] | ||
21-06-1622 | Bavel (Peeter, wonend onder Bavel, huurt zaai- en weiland onder Ginneken tot Bavel van Jacomijntken Cornelis Jan Martens (zij woont in ’s Gravenhage) voor 8 jaar voor 27 Rijns guldens per jaar) | [bron: Notarieel Breda - Notaris Dyrven 1622 - N26, folio 90 (voorheen Rechterlijk archief N1133)] |
26-05-1619 | kerkelijk huwelijk Jacob Meeren (1590-vóór 1628) en Sysken [van der] Biestraten (1595-1637) [zie 1.1.1.2.3.2] | [broer bruidegom] | [bron: Trouwen Ginneken en Bavel 1614-1810 ; DTB-nr: 1, folio: 31v] |
01-07-1587 | Couwelaer, Ginneken (De broers Bastiaen en Jan hebben de huur betaald voor de stede op Couwelaer.) | [bron: Ginneken R686 f11r en v] |
voor 01-07-1587 | In de akte staat dat borgtocht betaald is door zijn broer Bastiaen op hem vrij te krijgen uit de gevangenis van Herentals. Er staat ook dat het besettingen recht van toepassing is, ofwel: het is oorlog. Al bijna 20 jaar. Waarom hij daar gevangen zat, staat er niet bij. We weten niet of dit te maken heeft met de opstand, de zoals later zal blijken de 80 jarige oorlog. |
[bron: Ginneken R686 f11r en v] |
01-07-1587 | Jan Jan Lips sone ende Adriaen Aertsse van Heel, schepenen in Ghinneken, doen condt, dat Bastiaen ende Jan, gebroederen Peter Cornelis Meren sonen, en hon medeconsorten bij besettinge recht, bedingt, opgewonnen en gecoft hebben uit ’s heeren hant alle de goeden, haefelijcke ende erfelick, die de weduwe ende de kynderen van wijlen Laureijs Peter Cornelis Meren sijn hebbende ende besittende onder de Vierschaer van Ghinneken, ende speciaelyck hen gerechtich aenpaert in ofte van de stede ende erfenisse met alle heure toebehoorte als hon nae de aflijvigheijt van wijlen Peter Cornelis aengecomen ende verstorven sijn, Eerstens voor de somme van 82 karolus gulden eens, wesende verschoten penningen voor het rantsoen van wijlen Laureijs Peter Cornelis Meren, de voorsegde weduwe ende kynderen man, ene vader respective was. In sijn gevangenisse tot Herentals, Andersins voor de ontlastinge van de borchtochte ende restitutie van de penningen bij den voorgenoemde Bastiaen gedaen ende verschoten. Ende noch te verschieten aen Cornelis Joos zoon, de leemsteker, aengaende de hueringe van de stede op Couwelaer. Ende derdesins voor 40 karolus gulden eens, die de voorschreen Bastiaen voor de voornoemde weduwe ende kynderen in verscheijden manieren verschoten ende gedevoorfeert heeft, al volgende de obligatie, specifiatie ende ander bescheet daeraf zijnde, soo wij verstonden, ende voor de costen van recht ende op gewoonlijcke protestatie, in de dat dyen achtervolgende, de voorgenoemde Bastiaen Peter Cornelis Meren soon, soo voor hem selven, soo in den name ende tot behoef van den voorgenoemde Jannen, sijnen broeder, ende medeconsorten in de opgewonnen erfelijcke goeden, ende spetialyck in t gerechtich aenpaert in ofte van de stede ende erfenisse met alle heure toebehoorte voorschreven geest is . Actum anno 1587 op een eersten dach van Juli |
[bron: Ginneken R686 f11r en v] | ||
02-01-1601 | Ghinneken Pro Anno 1601 Jan Michiel Mercelissen van der Anvort ende Cornelis Peterssen van der Corput, schepenen in t Ghinneken, Quam Sebastiaen Peeter Cornelis Meren zone Denys Cornelis Peeter Cornelis Meren zone Cornelis, Ghijsbrecht ende Adriaen gebroederen wijlen Cornelis Geerts zonen (in het bijschrift staat dat hun moeder was Maeyken Peeter Cornelis Meren) Agneese desselven Cornelis Geerts dochter met Peeter Jan Floris zone, heuren man ende voight voor hen selve, ende de voorgeschreven Bastiaen noch als gemechtich ende in den naeme van Cornelisen ende Peeteren Laureijs Peeter Cornelis Meren zone . zijde welcke soo voor hen selven als voorts vervangende henne andere susters (geen namen genoemd), alnoch ongehouwd zijnde, daer zij hen voor sterck maeckten, met oock Cathelijnen haere suster ende Jacob Michielsen als man ende voight van Agneese Laureijs Meren dochter, de voorgenoemde Bastiaen ende Jan, zijn broeder, mechtich gemaect sijn om te doen t gene naebescreven volght nae uytwijsen van de acte van procuratie daer af voor schepenen der Vrijheit van Hogstraten gepasseert ende met honnen segelen besegelt, ondergeteeckent JWaechmans wesen van date op . . . . (datum niet ingevuld) anno 1600, de welcke zij thoonde ende Hendrik de Weert als gemechtich ende in den naemne van Gielisen Buysen als d actie (?) hebbende bij opwinninge van t contingent Jannen Peeter Cornelis Meren zone, gecompeteert hebbende, soo wij verstonden, volgende de procuratie daer af zijnde, soo hij seijde, ende voor dne welcken hij hem des niettemin sterck maecte ende den selven hier in verenig, hebben vercoft Cornelien Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe van wijlen Henrick Peeter Meren zoons, stede ende erfenisse naebescreven, te weeten Huysinghe, hove, hovinge ende erfenissen met heure toebehoort ende metten erve daer aen liggende soo onder lant als weijde, houdende tesamen omtrent derdalft (?) buynder, gelegen onder Ghinneken in de Rechte Strate, suytwaert aen Adriaen Peeter Jacobs erve, ende voorts omgaens aen s Heeren strate. Item noch een stuck lants, genaemt den Langacker, groot omtrent 2 loopensaet, Met noch een stuck beemden, genaemt Hansen beemdt, groot omtrent een halft buynder, gelegen aen malcanderen op te Grootacker, oostwaert aen den dijck aldaer, suytwaet aen Anthonis Cornelis Halderberch erfgenaemen erve, westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende noortwaert aen Lambrecht Cornelis Vermolen erve Item noch een stuck beemden, groot omtrent 2 weijde hoymaden, gelegen tusschen de Daesdoncksche vonder ende de moeren, oostwaert aen Daniel de Loeckers erfgenaemen oft hon actie hebbende erve, suytwaert aen Adriaen van der Daesdoncx erfgenaemen erve , westwaert aende de Marck, ende noortwaert aen de voorschreven Cornelien, cooperesse ander erve heur van e voren toebehoorende. Item noch een stuck erfs, zoo onder heijde als weijde, houdende tesamen omtrent een halft buynder, gelegen teijnden de Couwelaersche strate, noortwaert ende oostwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende suytwaert ende westwaert aen Marten Janssen weduwe ende kynderen erve. Item noch een stuck heijvelts, groot omtrent 2 buynder, gelegen tusschen de beke ende de strate, loopende aen het Geertbroeck, oostwaert ende westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, suytwaert aen de beke ende noortwaert aen s Heeren strate. En noch Vijftienstedeken in en van het Goor, gelegen tot Notselt, alsoo groot ende cleijn als de erfenisse voorschreven gelegen zijn. Te vrijen ende te waeren de vercofte stede ende erfenissen voorscreven, met 4 veertelen rogs t jaers erfpachts der Tafele Heijlichen Geests tot Breda, Met noch 13 loopenen rogs erfpachts den Capittele oft Capellanen bynnen Breda, Met nog een loopen rogs t jaers Adriaenken Lambrecht Hulshouts weduwe. Met noch 6 loopenen rogs erfpachts die de vercooperen voorgenoemd en rechter erfvorwaerde daer op blijven heffen alle Jaer op Lichtmisse. Met noch 3 karolus gulden t stuck erfpacht ’s jaers Sebastiaen Rombout Schrauwen. Met noch 30 stuyvers r stuck van 2 Grooten Vlaems t jaers de Kerkcke tot Ghilse. Met noch 14 stuyvers ende 2 oort t jaers Anneken Montens, weduwe wijlen .ans van Esch, ende Met noch 4 stuyvers ende 3 penningen t jaers erfchijns te heeren chijns. Behoude. dat se medepandt ende bijpandt blijven daer se met recht schuldich zijn . Orconde anno 1601, twee daege in Januari ---------------------------------------------------------------------------------------------- In deze acte komen 3 takken van de Meeren’s in voor: de Kees Meeren tak, de Jos Meeren tak en de Mathijs Meeren tak. Zie daarvoor de website meeren.org. Ze komen samen in het gebied te Ulvenhout, de zogenoemde Beekhoek. In het artikel in de Paulus van Daesdonck, nr 138, pagina 123 e.v. is de geschiedenis er van beschreven. Daar staat in de dat de hoeve (Strijbeekseweg 11) gekocht is door Cornelis van Peter Cornelis Laureijs Meren. Dat is niet correct. In de acte koopt zij het van de kinderen en kleinkinderen van Peter Cornelis Meren. Uit de namen van de kinderen Cornelis, Bastiaen, Laureijs, Jan en Maeyken blijkt dat het gaat om Peter Cornelis Jan Meren. In de volgende akte van dezelfde datum geeft Cornelis aan wat ze al betaald heeft aan de erfgenamen, en wat nog volgt. Ze doet dat samen met haar zoon Peter Henrick Peeter Meren, die ook schepen is. In het bijschrift van 2 mei 1602 staat dat zij dat ook betaald heeft. Denys Cornelis Peeter Meren en Gijsbrecht Cornelis Geerts, namens zijn moeder Maeyken Peeter Cornelis Meren verklaren dit. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder de akte: Quam Cornelie Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe wijle Henrick Peeter Meren, geassisteert met Peeteren desselfs Henricx ende heur zone ende mede-schepen als heuren gekoren voight, tot dese saecke kende ende lijde dat boven de 230 karolus guldens stuck e. een die sij alnu gereet betaelt heeft, zij noch wettelijck schuldich is heur ende op alle heure goeden den kynderen ende erfgenamen van wijlen Peter Cornelis Meren zoons, gelijcke somme van 230 karolus guldens eens, toecomende ter saecken van coop oft baete van sekere stede ende erfenissen tot Ghinneken in de Rechte Strate daeromtrent gelegen, dewelcke heur bij den crediteuren voorschreven, vercoft ende overgevest zijn. Te betalen den voorschreven kynderen ende erfgenamen wijlen Peeter Cornelis Meeren zoons oft hon actie hebbende thoonder van desen als erfpenningen te Lichtmisse anno 1602. Date te weten van Lichtmisse anno 1601 naercomende over ende daer verbyndende daer voor specialyck de gecofte stede ende erfenissen voorschreven noch heur comparente andere stede ende erfenissen die zij heeft liggende onder Ghinneken in de Hoek (= de Beekhoek). In vaegen ende manieren, gelijck Jan des voorschreven wijlen Henrick Peeter Meren zone die in huer dat is gebruickende al naest alsulcken commer als daer . ter tijt met rechts schuldich is voor uyt te gaen ende voorts generalyck heur selven ende alle heur andere goeden ruerende ende onruerende putra et futura, met pande en ten tijd ende termijne voorschreven. Actum 2 dagen in Januari. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Als ik het goed lees, huurt nu haar zoon Jan de hoeve aan de Beekhoek (nu Beekhoek 5). ----------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder het bijschrift van 2 mei 1602: Denys Cornelis Peter Meren zone ende Ghijsbrecht Cornelis Geerts sone, daer moeder af was Maeyken Peeter Cornelis Meren dochter, zoo voor hen selven als in den naeme van heuren mede erfgenamen van Peter Cornelis Meren zone voor den welcke zij hen sterck maeckten ende degene hier in verenigen onder de verbyntenisse van honne persoon ende alle t honne goeden ruerende ende onruerende putra et futura, hebben verclaert ende bekent van dat Cornelie Huych Mercelis dochter hen voldaen ende betaelt heeft de 230 karolus guldens eens in desen schultbrieve begrepen, sulcx dat dezelve schultbrieft alnu geheel doot ende te nuet is. Actum 2 mei 1602 Putra Jan Naggers ende Cornelis van Ghilse, clercken in de Secretarije tot Breda als getuygen ende ick, A. Dyrven --------------------------------------------------------------------------------------- Denys en Ghijsbrecht, 2 neven, verklaren dat Cornelie alles betaald heeft. |
[bron: Ginneken inv 686 f214 r en v, F215r d.d. 2 januari 1601 en 2 mei 1602] | ||
05-04-1604 | Doen condt eenenygelijcken alsoo Andries ende Peeter Cornelis Meren sonen op ten 3e juni 1598 gecoft hebben uyt ’s heeren hant alzulcke 50 Rijns gulden t stuck ets. eens als der weduwe ende kynderen of erfgenaemen van wijlen Laureijs Peeter Meren aengecomen ende verstorven zijn nae de doot van wijlen Gijsbrecht Jan Pauwels, de weelcke schuldich is Matheeus Gabriels ter zaecken van den coop van den stede bij hem gecoft van Adriaen Geeryts zone ende sijne kynderen als deselve 50 Rijns gulden uyt de voorschreven stede ende erfenissen den voogenoemden Jan Pauwels schuldich geweest hebbende ende voorts het gerechtich contingent den voorschreven erfgenaemen competerende in de stede ende erfenissen daer wijlen Peeter Jan Meren sone uytgestorven is (zal bedoeld zijn opa Peeter Cornelis Jan Meren of oom Peeter Cornelis Peeter Meren), midtsgaders de goeden die den selven noch aencomen ende versterven sullen na de doot van Bastiaen Peeter Jan Meren zone, heurlieden oom, ende voorts alle honne goeden onder Ginneken gelegen Ende voorts dat voor de somme van gelijcke 50 Rijns gulden met noch 40 Rijns gulden ter saecken van intrest, die de voorschreven Andries ende Peeter Cornelis Meren en de honne ouders voor den voorgenoemden Laureijs Peeter Meren aen Peter Gabriels hebben verschoten ende betaelt, ende voor de costen van recht, schaeden ende intresten gelijck dit al blijckt bij de acte daer van zijnde. Ende dat de voorgenoemden Andries ende Peeter hebben doen doen alle publicatien ende solemniteijten tot dese volgende de 4e ende 5e ordonnantie van zijne .. op t stuck van de opwinnen der goederen in de Stadt ende Lande van Breda gelegen en .ceforteren gemaeckt ende gepubliceerd van daye den 25e februari anno 1597 gerequireert ende vereijscht. Soo bij ons wettich bescheit is gebleken dat dyen achtervolgende de voorgenoemde Andries voor hem selven ende Denys Cornelis Meren zone, als oom ende voight in den naeme ende tot behoef van voorschreven Peeter Cornelis Meren kynderen in t opgenomen contingent der stede ende erfenissen ende andere erfelijcke goeden voorschreven. Gevest is, Actum ut supra. |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 686 f 278] |
01-07-1587 | Couwelaer, Ginneken (De broers Bastiaen en Jan hebben de huur betaald voor de stede op Couwelaer.) | [bron: Ginneken R686 f11r en v] |
02-01-1601 | Ghinneken Pro Anno 1601 Jan Michiel Mercelissen van der Anvort ende Cornelis Peterssen van der Corput, schepenen in t Ghinneken, Quam Sebastiaen Peeter Cornelis Meren zone Denys Cornelis Peeter Cornelis Meren zone Cornelis, Ghijsbrecht ende Adriaen gebroederen wijlen Cornelis Geerts zonen (in het bijschrift staat dat hun moeder was Maeyken Peeter Cornelis Meren) Agneese desselven Cornelis Geerts dochter met Peeter Jan Floris zone, heuren man ende voight voor hen selve, ende de voorgeschreven Bastiaen noch als gemechtich ende in den naeme van Cornelisen ende Peeteren Laureijs Peeter Cornelis Meren zone . zijde welcke soo voor hen selven als voorts vervangende henne andere susters (geen namen genoemd), alnoch ongehouwd zijnde, daer zij hen voor sterck maeckten, met oock Cathelijnen haere suster ende Jacob Michielsen als man ende voight van Agneese Laureijs Meren dochter, de voorgenoemde Bastiaen ende Jan, zijn broeder, mechtich gemaect sijn om te doen t gene naebescreven volght nae uytwijsen van de acte van procuratie daer af voor schepenen der Vrijheit van Hogstraten gepasseert ende met honnen segelen besegelt, ondergeteeckent JWaechmans wesen van date op . . . . (datum niet ingevuld) anno 1600, de welcke zij thoonde ende Hendrik de Weert als gemechtich ende in den naemne van Gielisen Buysen als d actie (?) hebbende bij opwinninge van t contingent Jannen Peeter Cornelis Meren zone, gecompeteert hebbende, soo wij verstonden, volgende de procuratie daer af zijnde, soo hij seijde, ende voor dne welcken hij hem des niettemin sterck maecte ende den selven hier in verenig, hebben vercoft Cornelien Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe van wijlen Henrick Peeter Meren zoons, stede ende erfenisse naebescreven, te weeten Huysinghe, hove, hovinge ende erfenissen met heure toebehoort ende metten erve daer aen liggende soo onder lant als weijde, houdende tesamen omtrent derdalft (?) buynder, gelegen onder Ghinneken in de Rechte Strate, suytwaert aen Adriaen Peeter Jacobs erve, ende voorts omgaens aen s Heeren strate. Item noch een stuck lants, genaemt den Langacker, groot omtrent 2 loopensaet, Met noch een stuck beemden, genaemt Hansen beemdt, groot omtrent een halft buynder, gelegen aen malcanderen op te Grootacker, oostwaert aen den dijck aldaer, suytwaet aen Anthonis Cornelis Halderberch erfgenaemen erve, westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende noortwaert aen Lambrecht Cornelis Vermolen erve Item noch een stuck beemden, groot omtrent 2 weijde hoymaden, gelegen tusschen de Daesdoncksche vonder ende de moeren, oostwaert aen Daniel de Loeckers erfgenaemen oft hon actie hebbende erve, suytwaert aen Adriaen van der Daesdoncx erfgenaemen erve , westwaert aende de Marck, ende noortwaert aen de voorschreven Cornelien, cooperesse ander erve heur van e voren toebehoorende. Item noch een stuck erfs, zoo onder heijde als weijde, houdende tesamen omtrent een halft buynder, gelegen teijnden de Couwelaersche strate, noortwaert ende oostwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende suytwaert ende westwaert aen Marten Janssen weduwe ende kynderen erve. Item noch een stuck heijvelts, groot omtrent 2 buynder, gelegen tusschen de beke ende de strate, loopende aen het Geertbroeck, oostwaert ende westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, suytwaert aen de beke ende noortwaert aen s Heeren strate. En noch Vijftienstedeken in en van het Goor, gelegen tot Notselt, alsoo groot ende cleijn als de erfenisse voorschreven gelegen zijn. Te vrijen ende te waeren de vercofte stede ende erfenissen voorscreven, met 4 veertelen rogs t jaers erfpachts der Tafele Heijlichen Geests tot Breda, Met noch 13 loopenen rogs erfpachts den Capittele oft Capellanen bynnen Breda, Met nog een loopen rogs t jaers Adriaenken Lambrecht Hulshouts weduwe. Met noch 6 loopenen rogs erfpachts die de vercooperen voorgenoemd en rechter erfvorwaerde daer op blijven heffen alle Jaer op Lichtmisse. Met noch 3 karolus gulden t stuck erfpacht ’s jaers Sebastiaen Rombout Schrauwen. Met noch 30 stuyvers r stuck van 2 Grooten Vlaems t jaers de Kerkcke tot Ghilse. Met noch 14 stuyvers ende 2 oort t jaers Anneken Montens, weduwe wijlen .ans van Esch, ende Met noch 4 stuyvers ende 3 penningen t jaers erfchijns te heeren chijns. Behoude. dat se medepandt ende bijpandt blijven daer se met recht schuldich zijn . Orconde anno 1601, twee daege in Januari ---------------------------------------------------------------------------------------------- In deze acte komen 3 takken van de Meeren’s in voor: de Kees Meeren tak, de Jos Meeren tak en de Mathijs Meeren tak. Zie daarvoor de website meeren.org. Ze komen samen in het gebied te Ulvenhout, de zogenoemde Beekhoek. In het artikel in de Paulus van Daesdonck, nr 138, pagina 123 e.v. is de geschiedenis er van beschreven. Daar staat in de dat de hoeve (Strijbeekseweg 11) gekocht is door Cornelis van Peter Cornelis Laureijs Meren. Dat is niet correct. In de acte koopt zij het van de kinderen en kleinkinderen van Peter Cornelis Meren. Uit de namen van de kinderen Cornelis, Bastiaen, Laureijs, Jan en Maeyken blijkt dat het gaat om Peter Cornelis Jan Meren. In de volgende akte van dezelfde datum geeft Cornelis aan wat ze al betaald heeft aan de erfgenamen, en wat nog volgt. Ze doet dat samen met haar zoon Peter Henrick Peeter Meren, die ook schepen is. In het bijschrift van 2 mei 1602 staat dat zij dat ook betaald heeft. Denys Cornelis Peeter Meren en Gijsbrecht Cornelis Geerts, namens zijn moeder Maeyken Peeter Cornelis Meren verklaren dit. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder de akte: Quam Cornelie Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe wijle Henrick Peeter Meren, geassisteert met Peeteren desselfs Henricx ende heur zone ende mede-schepen als heuren gekoren voight, tot dese saecke kende ende lijde dat boven de 230 karolus guldens stuck e. een die sij alnu gereet betaelt heeft, zij noch wettelijck schuldich is heur ende op alle heure goeden den kynderen ende erfgenamen van wijlen Peter Cornelis Meren zoons, gelijcke somme van 230 karolus guldens eens, toecomende ter saecken van coop oft baete van sekere stede ende erfenissen tot Ghinneken in de Rechte Strate daeromtrent gelegen, dewelcke heur bij den crediteuren voorschreven, vercoft ende overgevest zijn. Te betalen den voorschreven kynderen ende erfgenamen wijlen Peeter Cornelis Meeren zoons oft hon actie hebbende thoonder van desen als erfpenningen te Lichtmisse anno 1602. Date te weten van Lichtmisse anno 1601 naercomende over ende daer verbyndende daer voor specialyck de gecofte stede ende erfenissen voorschreven noch heur comparente andere stede ende erfenissen die zij heeft liggende onder Ghinneken in de Hoek (= de Beekhoek). In vaegen ende manieren, gelijck Jan des voorschreven wijlen Henrick Peeter Meren zone die in huer dat is gebruickende al naest alsulcken commer als daer . ter tijt met rechts schuldich is voor uyt te gaen ende voorts generalyck heur selven ende alle heur andere goeden ruerende ende onruerende putra et futura, met pande en ten tijd ende termijne voorschreven. Actum 2 dagen in Januari. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Als ik het goed lees, huurt nu haar zoon Jan de hoeve aan de Beekhoek (nu Beekhoek 5). ----------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder het bijschrift van 2 mei 1602: Denys Cornelis Peter Meren zone ende Ghijsbrecht Cornelis Geerts sone, daer moeder af was Maeyken Peeter Cornelis Meren dochter, zoo voor hen selven als in den naeme van heuren mede erfgenamen van Peter Cornelis Meren zone voor den welcke zij hen sterck maeckten ende degene hier in verenigen onder de verbyntenisse van honne persoon ende alle t honne goeden ruerende ende onruerende putra et futura, hebben verclaert ende bekent van dat Cornelie Huych Mercelis dochter hen voldaen ende betaelt heeft de 230 karolus guldens eens in desen schultbrieve begrepen, sulcx dat dezelve schultbrieft alnu geheel doot ende te nuet is. Actum 2 mei 1602 Putra Jan Naggers ende Cornelis van Ghilse, clercken in de Secretarije tot Breda als getuygen ende ick, A. Dyrven --------------------------------------------------------------------------------------- Denys en Ghijsbrecht, 2 neven, verklaren dat Cornelie alles betaald heeft. |
[bron: Ginneken R686 f214 r en v, F215r d.d. 2 januari 1601 en 2 mei 1602] |
01-07-1587 | Couwelaer, Ginneken (De broers Bastiaen en Jan hebben de huur betaald voor de stede op Couwelaer.) | [bron: Ginneken R686 f11r en v] |
02-01-1601 | Ghinneken Pro Anno 1601 Jan Michiel Mercelissen van der Anvort ende Cornelis Peterssen van der Corput, schepenen in t Ghinneken, Quam Sebastiaen Peeter Cornelis Meren zone Denys Cornelis Peeter Cornelis Meren zone Cornelis, Ghijsbrecht ende Adriaen gebroederen wijlen Cornelis Geerts zonen (in het bijschrift staat dat hun moeder was Maeyken Peeter Cornelis Meren) Agneese desselven Cornelis Geerts dochter met Peeter Jan Floris zone, heuren man ende voight voor hen selve, ende de voorgeschreven Bastiaen noch als gemechtich ende in den naeme van Cornelisen ende Peeteren Laureijs Peeter Cornelis Meren zone . zijde welcke soo voor hen selven als voorts vervangende henne andere susters (geen namen genoemd), alnoch ongehouwd zijnde, daer zij hen voor sterck maeckten, met oock Cathelijnen haere suster ende Jacob Michielsen als man ende voight van Agneese Laureijs Meren dochter, de voorgenoemde Bastiaen ende Jan, zijn broeder, mechtich gemaect sijn om te doen t gene naebescreven volght nae uytwijsen van de acte van procuratie daer af voor schepenen der Vrijheit van Hogstraten gepasseert ende met honnen segelen besegelt, ondergeteeckent JWaechmans wesen van date op . . . . (datum niet ingevuld) anno 1600, de welcke zij thoonde ende Hendrik de Weert als gemechtich ende in den naemne van Gielisen Buysen als d actie (?) hebbende bij opwinninge van t contingent Jannen Peeter Cornelis Meren zone, gecompeteert hebbende, soo wij verstonden, volgende de procuratie daer af zijnde, soo hij seijde, ende voor dne welcken hij hem des niettemin sterck maecte ende den selven hier in verenig, hebben vercoft Cornelien Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe van wijlen Henrick Peeter Meren zoons, stede ende erfenisse naebescreven, te weeten Huysinghe, hove, hovinge ende erfenissen met heure toebehoort ende metten erve daer aen liggende soo onder lant als weijde, houdende tesamen omtrent derdalft (?) buynder, gelegen onder Ghinneken in de Rechte Strate, suytwaert aen Adriaen Peeter Jacobs erve, ende voorts omgaens aen s Heeren strate. Item noch een stuck lants, genaemt den Langacker, groot omtrent 2 loopensaet, Met noch een stuck beemden, genaemt Hansen beemdt, groot omtrent een halft buynder, gelegen aen malcanderen op te Grootacker, oostwaert aen den dijck aldaer, suytwaet aen Anthonis Cornelis Halderberch erfgenaemen erve, westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende noortwaert aen Lambrecht Cornelis Vermolen erve Item noch een stuck beemden, groot omtrent 2 weijde hoymaden, gelegen tusschen de Daesdoncksche vonder ende de moeren, oostwaert aen Daniel de Loeckers erfgenaemen oft hon actie hebbende erve, suytwaert aen Adriaen van der Daesdoncx erfgenaemen erve , westwaert aende de Marck, ende noortwaert aen de voorschreven Cornelien, cooperesse ander erve heur van e voren toebehoorende. Item noch een stuck erfs, zoo onder heijde als weijde, houdende tesamen omtrent een halft buynder, gelegen teijnden de Couwelaersche strate, noortwaert ende oostwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende suytwaert ende westwaert aen Marten Janssen weduwe ende kynderen erve. Item noch een stuck heijvelts, groot omtrent 2 buynder, gelegen tusschen de beke ende de strate, loopende aen het Geertbroeck, oostwaert ende westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, suytwaert aen de beke ende noortwaert aen s Heeren strate. En noch Vijftienstedeken in en van het Goor, gelegen tot Notselt, alsoo groot ende cleijn als de erfenisse voorschreven gelegen zijn. Te vrijen ende te waeren de vercofte stede ende erfenissen voorscreven, met 4 veertelen rogs t jaers erfpachts der Tafele Heijlichen Geests tot Breda, Met noch 13 loopenen rogs erfpachts den Capittele oft Capellanen bynnen Breda, Met nog een loopen rogs t jaers Adriaenken Lambrecht Hulshouts weduwe. Met noch 6 loopenen rogs erfpachts die de vercooperen voorgenoemd en rechter erfvorwaerde daer op blijven heffen alle Jaer op Lichtmisse. Met noch 3 karolus gulden t stuck erfpacht ’s jaers Sebastiaen Rombout Schrauwen. Met noch 30 stuyvers r stuck van 2 Grooten Vlaems t jaers de Kerkcke tot Ghilse. Met noch 14 stuyvers ende 2 oort t jaers Anneken Montens, weduwe wijlen .ans van Esch, ende Met noch 4 stuyvers ende 3 penningen t jaers erfchijns te heeren chijns. Behoude. dat se medepandt ende bijpandt blijven daer se met recht schuldich zijn . Orconde anno 1601, twee daege in Januari ---------------------------------------------------------------------------------------------- In deze acte komen 3 takken van de Meeren’s in voor: de Kees Meeren tak, de Jos Meeren tak en de Mathijs Meeren tak. Zie daarvoor de website meeren.org. Ze komen samen in het gebied te Ulvenhout, de zogenoemde Beekhoek. In het artikel in de Paulus van Daesdonck, nr 138, pagina 123 e.v. is de geschiedenis er van beschreven. Daar staat in de dat de hoeve (Strijbeekseweg 11) gekocht is door Cornelis van Peter Cornelis Laureijs Meren. Dat is niet correct. In de acte koopt zij het van de kinderen en kleinkinderen van Peter Cornelis Meren. Uit de namen van de kinderen Cornelis, Bastiaen, Laureijs, Jan en Maeyken blijkt dat het gaat om Peter Cornelis Jan Meren. In de volgende akte van dezelfde datum geeft Cornelis aan wat ze al betaald heeft aan de erfgenamen, en wat nog volgt. Ze doet dat samen met haar zoon Peter Henrick Peeter Meren, die ook schepen is. In het bijschrift van 2 mei 1602 staat dat zij dat ook betaald heeft. Denys Cornelis Peeter Meren en Gijsbrecht Cornelis Geerts, namens zijn moeder Maeyken Peeter Cornelis Meren verklaren dit. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder de akte: Quam Cornelie Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe wijle Henrick Peeter Meren, geassisteert met Peeteren desselfs Henricx ende heur zone ende mede-schepen als heuren gekoren voight, tot dese saecke kende ende lijde dat boven de 230 karolus guldens stuck e. een die sij alnu gereet betaelt heeft, zij noch wettelijck schuldich is heur ende op alle heure goeden den kynderen ende erfgenamen van wijlen Peter Cornelis Meren zoons, gelijcke somme van 230 karolus guldens eens, toecomende ter saecken van coop oft baete van sekere stede ende erfenissen tot Ghinneken in de Rechte Strate daeromtrent gelegen, dewelcke heur bij den crediteuren voorschreven, vercoft ende overgevest zijn. Te betalen den voorschreven kynderen ende erfgenamen wijlen Peeter Cornelis Meeren zoons oft hon actie hebbende thoonder van desen als erfpenningen te Lichtmisse anno 1602. Date te weten van Lichtmisse anno 1601 naercomende over ende daer verbyndende daer voor specialyck de gecofte stede ende erfenissen voorschreven noch heur comparente andere stede ende erfenissen die zij heeft liggende onder Ghinneken in de Hoek (= de Beekhoek). In vaegen ende manieren, gelijck Jan des voorschreven wijlen Henrick Peeter Meren zone die in huer dat is gebruickende al naest alsulcken commer als daer . ter tijt met rechts schuldich is voor uyt te gaen ende voorts generalyck heur selven ende alle heur andere goeden ruerende ende onruerende putra et futura, met pande en ten tijd ende termijne voorschreven. Actum 2 dagen in Januari. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Als ik het goed lees, huurt nu haar zoon Jan de hoeve aan de Beekhoek (nu Beekhoek 5). ----------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder het bijschrift van 2 mei 1602: Denys Cornelis Peter Meren zone ende Ghijsbrecht Cornelis Geerts sone, daer moeder af was Maeyken Peeter Cornelis Meren dochter, zoo voor hen selven als in den naeme van heuren mede erfgenamen van Peter Cornelis Meren zone voor den welcke zij hen sterck maeckten ende degene hier in verenigen onder de verbyntenisse van honne persoon ende alle t honne goeden ruerende ende onruerende putra et futura, hebben verclaert ende bekent van dat Cornelie Huych Mercelis dochter hen voldaen ende betaelt heeft de 230 karolus guldens eens in desen schultbrieve begrepen, sulcx dat dezelve schultbrieft alnu geheel doot ende te nuet is. Actum 2 mei 1602 Putra Jan Naggers ende Cornelis van Ghilse, clercken in de Secretarije tot Breda als getuygen ende ick, A. Dyrven --------------------------------------------------------------------------------------- Denys en Ghijsbrecht, 2 neven, verklaren dat Cornelie alles betaald heeft. |
[bron: Ginneken R686 f214 r en v, F215r d.d. 2 januari 1601 en 2 mei 1602] |
01-07-1587 | Couwelaer, Ginneken (De broers Bastiaen en Jan hebben de huur betaald voor de stede op Couwelaer.) | [bron: Ginneken R686 f11r en v] |
02-01-1601 | Ghinneken Pro Anno 1601 Jan Michiel Mercelissen van der Anvort ende Cornelis Peterssen van der Corput, schepenen in t Ghinneken, Quam Sebastiaen Peeter Cornelis Meren zone Denys Cornelis Peeter Cornelis Meren zone Cornelis, Ghijsbrecht ende Adriaen gebroederen wijlen Cornelis Geerts zonen (in het bijschrift staat dat hun moeder was Maeyken Peeter Cornelis Meren) Agneese desselven Cornelis Geerts dochter met Peeter Jan Floris zone, heuren man ende voight voor hen selve, ende de voorgeschreven Bastiaen noch als gemechtich ende in den naeme van Cornelisen ende Peeteren Laureijs Peeter Cornelis Meren zone . zijde welcke soo voor hen selven als voorts vervangende henne andere susters (geen namen genoemd), alnoch ongehouwd zijnde, daer zij hen voor sterck maeckten, met oock Cathelijnen haere suster ende Jacob Michielsen als man ende voight van Agneese Laureijs Meren dochter, de voorgenoemde Bastiaen ende Jan, zijn broeder, mechtich gemaect sijn om te doen t gene naebescreven volght nae uytwijsen van de acte van procuratie daer af voor schepenen der Vrijheit van Hogstraten gepasseert ende met honnen segelen besegelt, ondergeteeckent JWaechmans wesen van date op . . . . (datum niet ingevuld) anno 1600, de welcke zij thoonde ende Hendrik de Weert als gemechtich ende in den naemne van Gielisen Buysen als d actie (?) hebbende bij opwinninge van t contingent Jannen Peeter Cornelis Meren zone, gecompeteert hebbende, soo wij verstonden, volgende de procuratie daer af zijnde, soo hij seijde, ende voor dne welcken hij hem des niettemin sterck maecte ende den selven hier in verenig, hebben vercoft Cornelien Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe van wijlen Henrick Peeter Meren zoons, stede ende erfenisse naebescreven, te weeten Huysinghe, hove, hovinge ende erfenissen met heure toebehoort ende metten erve daer aen liggende soo onder lant als weijde, houdende tesamen omtrent derdalft (?) buynder, gelegen onder Ghinneken in de Rechte Strate, suytwaert aen Adriaen Peeter Jacobs erve, ende voorts omgaens aen s Heeren strate. Item noch een stuck lants, genaemt den Langacker, groot omtrent 2 loopensaet, Met noch een stuck beemden, genaemt Hansen beemdt, groot omtrent een halft buynder, gelegen aen malcanderen op te Grootacker, oostwaert aen den dijck aldaer, suytwaet aen Anthonis Cornelis Halderberch erfgenaemen erve, westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende noortwaert aen Lambrecht Cornelis Vermolen erve Item noch een stuck beemden, groot omtrent 2 weijde hoymaden, gelegen tusschen de Daesdoncksche vonder ende de moeren, oostwaert aen Daniel de Loeckers erfgenaemen oft hon actie hebbende erve, suytwaert aen Adriaen van der Daesdoncx erfgenaemen erve , westwaert aende de Marck, ende noortwaert aen de voorschreven Cornelien, cooperesse ander erve heur van e voren toebehoorende. Item noch een stuck erfs, zoo onder heijde als weijde, houdende tesamen omtrent een halft buynder, gelegen teijnden de Couwelaersche strate, noortwaert ende oostwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende suytwaert ende westwaert aen Marten Janssen weduwe ende kynderen erve. Item noch een stuck heijvelts, groot omtrent 2 buynder, gelegen tusschen de beke ende de strate, loopende aen het Geertbroeck, oostwaert ende westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, suytwaert aen de beke ende noortwaert aen s Heeren strate. En noch Vijftienstedeken in en van het Goor, gelegen tot Notselt, alsoo groot ende cleijn als de erfenisse voorschreven gelegen zijn. Te vrijen ende te waeren de vercofte stede ende erfenissen voorscreven, met 4 veertelen rogs t jaers erfpachts der Tafele Heijlichen Geests tot Breda, Met noch 13 loopenen rogs erfpachts den Capittele oft Capellanen bynnen Breda, Met nog een loopen rogs t jaers Adriaenken Lambrecht Hulshouts weduwe. Met noch 6 loopenen rogs erfpachts die de vercooperen voorgenoemd en rechter erfvorwaerde daer op blijven heffen alle Jaer op Lichtmisse. Met noch 3 karolus gulden t stuck erfpacht ’s jaers Sebastiaen Rombout Schrauwen. Met noch 30 stuyvers r stuck van 2 Grooten Vlaems t jaers de Kerkcke tot Ghilse. Met noch 14 stuyvers ende 2 oort t jaers Anneken Montens, weduwe wijlen .ans van Esch, ende Met noch 4 stuyvers ende 3 penningen t jaers erfchijns te heeren chijns. Behoude. dat se medepandt ende bijpandt blijven daer se met recht schuldich zijn . Orconde anno 1601, twee daege in Januari ---------------------------------------------------------------------------------------------- In deze acte komen 3 takken van de Meeren’s in voor: de Kees Meeren tak, de Jos Meeren tak en de Mathijs Meeren tak. Zie daarvoor de website meeren.org. Ze komen samen in het gebied te Ulvenhout, de zogenoemde Beekhoek. In het artikel in de Paulus van Daesdonck, nr 138, pagina 123 e.v. is de geschiedenis er van beschreven. Daar staat in de dat de hoeve (Strijbeekseweg 11) gekocht is door Cornelis van Peter Cornelis Laureijs Meren. Dat is niet correct. In de acte koopt zij het van de kinderen en kleinkinderen van Peter Cornelis Meren. Uit de namen van de kinderen Cornelis, Bastiaen, Laureijs, Jan en Maeyken blijkt dat het gaat om Peter Cornelis Jan Meren. In de volgende akte van dezelfde datum geeft Cornelis aan wat ze al betaald heeft aan de erfgenamen, en wat nog volgt. Ze doet dat samen met haar zoon Peter Henrick Peeter Meren, die ook schepen is. In het bijschrift van 2 mei 1602 staat dat zij dat ook betaald heeft. Denys Cornelis Peeter Meren en Gijsbrecht Cornelis Geerts, namens zijn moeder Maeyken Peeter Cornelis Meren verklaren dit. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder de akte: Quam Cornelie Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe wijle Henrick Peeter Meren, geassisteert met Peeteren desselfs Henricx ende heur zone ende mede-schepen als heuren gekoren voight, tot dese saecke kende ende lijde dat boven de 230 karolus guldens stuck e. een die sij alnu gereet betaelt heeft, zij noch wettelijck schuldich is heur ende op alle heure goeden den kynderen ende erfgenamen van wijlen Peter Cornelis Meren zoons, gelijcke somme van 230 karolus guldens eens, toecomende ter saecken van coop oft baete van sekere stede ende erfenissen tot Ghinneken in de Rechte Strate daeromtrent gelegen, dewelcke heur bij den crediteuren voorschreven, vercoft ende overgevest zijn. Te betalen den voorschreven kynderen ende erfgenamen wijlen Peeter Cornelis Meeren zoons oft hon actie hebbende thoonder van desen als erfpenningen te Lichtmisse anno 1602. Date te weten van Lichtmisse anno 1601 naercomende over ende daer verbyndende daer voor specialyck de gecofte stede ende erfenissen voorschreven noch heur comparente andere stede ende erfenissen die zij heeft liggende onder Ghinneken in de Hoek (= de Beekhoek). In vaegen ende manieren, gelijck Jan des voorschreven wijlen Henrick Peeter Meren zone die in huer dat is gebruickende al naest alsulcken commer als daer . ter tijt met rechts schuldich is voor uyt te gaen ende voorts generalyck heur selven ende alle heur andere goeden ruerende ende onruerende putra et futura, met pande en ten tijd ende termijne voorschreven. Actum 2 dagen in Januari. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Als ik het goed lees, huurt nu haar zoon Jan de hoeve aan de Beekhoek (nu Beekhoek 5). ----------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder het bijschrift van 2 mei 1602: Denys Cornelis Peter Meren zone ende Ghijsbrecht Cornelis Geerts sone, daer moeder af was Maeyken Peeter Cornelis Meren dochter, zoo voor hen selven als in den naeme van heuren mede erfgenamen van Peter Cornelis Meren zone voor den welcke zij hen sterck maeckten ende degene hier in verenigen onder de verbyntenisse van honne persoon ende alle t honne goeden ruerende ende onruerende putra et futura, hebben verclaert ende bekent van dat Cornelie Huych Mercelis dochter hen voldaen ende betaelt heeft de 230 karolus guldens eens in desen schultbrieve begrepen, sulcx dat dezelve schultbrieft alnu geheel doot ende te nuet is. Actum 2 mei 1602 Putra Jan Naggers ende Cornelis van Ghilse, clercken in de Secretarije tot Breda als getuygen ende ick, A. Dyrven --------------------------------------------------------------------------------------- Denys en Ghijsbrecht, 2 neven, verklaren dat Cornelie alles betaald heeft. |
[bron: Ginneken R686 f214 r en v, F215r d.d. 2 januari 1601 en 2 mei 1602] |
01-07-1587 | Couwelaer, Ginneken (De broers Bastiaen en Jan hebben de huur betaald voor de stede op Couwelaer.) | [bron: Ginneken R686 f11r en v] |
02-01-1601 | Ghinneken Pro Anno 1601 Jan Michiel Mercelissen van der Anvort ende Cornelis Peterssen van der Corput, schepenen in t Ghinneken, Quam Sebastiaen Peeter Cornelis Meren zone Denys Cornelis Peeter Cornelis Meren zone Cornelis, Ghijsbrecht ende Adriaen gebroederen wijlen Cornelis Geerts zonen (in het bijschrift staat dat hun moeder was Maeyken Peeter Cornelis Meren) Agneese desselven Cornelis Geerts dochter met Peeter Jan Floris zone, heuren man ende voight voor hen selve, ende de voorgeschreven Bastiaen noch als gemechtich ende in den naeme van Cornelisen ende Peeteren Laureijs Peeter Cornelis Meren zone . zijde welcke soo voor hen selven als voorts vervangende henne andere susters (geen namen genoemd), alnoch ongehouwd zijnde, daer zij hen voor sterck maeckten, met oock Cathelijnen haere suster ende Jacob Michielsen als man ende voight van Agneese Laureijs Meren dochter, de voorgenoemde Bastiaen ende Jan, zijn broeder, mechtich gemaect sijn om te doen t gene naebescreven volght nae uytwijsen van de acte van procuratie daer af voor schepenen der Vrijheit van Hogstraten gepasseert ende met honnen segelen besegelt, ondergeteeckent JWaechmans wesen van date op . . . . (datum niet ingevuld) anno 1600, de welcke zij thoonde ende Hendrik de Weert als gemechtich ende in den naemne van Gielisen Buysen als d actie (?) hebbende bij opwinninge van t contingent Jannen Peeter Cornelis Meren zone, gecompeteert hebbende, soo wij verstonden, volgende de procuratie daer af zijnde, soo hij seijde, ende voor dne welcken hij hem des niettemin sterck maecte ende den selven hier in verenig, hebben vercoft Cornelien Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe van wijlen Henrick Peeter Meren zoons, stede ende erfenisse naebescreven, te weeten Huysinghe, hove, hovinge ende erfenissen met heure toebehoort ende metten erve daer aen liggende soo onder lant als weijde, houdende tesamen omtrent derdalft (?) buynder, gelegen onder Ghinneken in de Rechte Strate, suytwaert aen Adriaen Peeter Jacobs erve, ende voorts omgaens aen s Heeren strate. Item noch een stuck lants, genaemt den Langacker, groot omtrent 2 loopensaet, Met noch een stuck beemden, genaemt Hansen beemdt, groot omtrent een halft buynder, gelegen aen malcanderen op te Grootacker, oostwaert aen den dijck aldaer, suytwaet aen Anthonis Cornelis Halderberch erfgenaemen erve, westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende noortwaert aen Lambrecht Cornelis Vermolen erve Item noch een stuck beemden, groot omtrent 2 weijde hoymaden, gelegen tusschen de Daesdoncksche vonder ende de moeren, oostwaert aen Daniel de Loeckers erfgenaemen oft hon actie hebbende erve, suytwaert aen Adriaen van der Daesdoncx erfgenaemen erve , westwaert aende de Marck, ende noortwaert aen de voorschreven Cornelien, cooperesse ander erve heur van e voren toebehoorende. Item noch een stuck erfs, zoo onder heijde als weijde, houdende tesamen omtrent een halft buynder, gelegen teijnden de Couwelaersche strate, noortwaert ende oostwaert aen Jan Mathijs Meren erve, ende suytwaert ende westwaert aen Marten Janssen weduwe ende kynderen erve. Item noch een stuck heijvelts, groot omtrent 2 buynder, gelegen tusschen de beke ende de strate, loopende aen het Geertbroeck, oostwaert ende westwaert aen Jan Mathijs Meren erve, suytwaert aen de beke ende noortwaert aen s Heeren strate. En noch Vijftienstedeken in en van het Goor, gelegen tot Notselt, alsoo groot ende cleijn als de erfenisse voorschreven gelegen zijn. Te vrijen ende te waeren de vercofte stede ende erfenissen voorscreven, met 4 veertelen rogs t jaers erfpachts der Tafele Heijlichen Geests tot Breda, Met noch 13 loopenen rogs erfpachts den Capittele oft Capellanen bynnen Breda, Met nog een loopen rogs t jaers Adriaenken Lambrecht Hulshouts weduwe. Met noch 6 loopenen rogs erfpachts die de vercooperen voorgenoemd en rechter erfvorwaerde daer op blijven heffen alle Jaer op Lichtmisse. Met noch 3 karolus gulden t stuck erfpacht ’s jaers Sebastiaen Rombout Schrauwen. Met noch 30 stuyvers r stuck van 2 Grooten Vlaems t jaers de Kerkcke tot Ghilse. Met noch 14 stuyvers ende 2 oort t jaers Anneken Montens, weduwe wijlen .ans van Esch, ende Met noch 4 stuyvers ende 3 penningen t jaers erfchijns te heeren chijns. Behoude. dat se medepandt ende bijpandt blijven daer se met recht schuldich zijn . Orconde anno 1601, twee daege in Januari ---------------------------------------------------------------------------------------------- In deze acte komen 3 takken van de Meeren’s in voor: de Kees Meeren tak, de Jos Meeren tak en de Mathijs Meeren tak. Zie daarvoor de website meeren.org. Ze komen samen in het gebied te Ulvenhout, de zogenoemde Beekhoek. In het artikel in de Paulus van Daesdonck, nr 138, pagina 123 e.v. is de geschiedenis er van beschreven. Daar staat in de dat de hoeve (Strijbeekseweg 11) gekocht is door Cornelis van Peter Cornelis Laureijs Meren. Dat is niet correct. In de acte koopt zij het van de kinderen en kleinkinderen van Peter Cornelis Meren. Uit de namen van de kinderen Cornelis, Bastiaen, Laureijs, Jan en Maeyken blijkt dat het gaat om Peter Cornelis Jan Meren. In de volgende akte van dezelfde datum geeft Cornelis aan wat ze al betaald heeft aan de erfgenamen, en wat nog volgt. Ze doet dat samen met haar zoon Peter Henrick Peeter Meren, die ook schepen is. In het bijschrift van 2 mei 1602 staat dat zij dat ook betaald heeft. Denys Cornelis Peeter Meren en Gijsbrecht Cornelis Geerts, namens zijn moeder Maeyken Peeter Cornelis Meren verklaren dit. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder de akte: Quam Cornelie Huych Mercelis Conincx dochter, weduwe wijle Henrick Peeter Meren, geassisteert met Peeteren desselfs Henricx ende heur zone ende mede-schepen als heuren gekoren voight, tot dese saecke kende ende lijde dat boven de 230 karolus guldens stuck e. een die sij alnu gereet betaelt heeft, zij noch wettelijck schuldich is heur ende op alle heure goeden den kynderen ende erfgenamen van wijlen Peter Cornelis Meren zoons, gelijcke somme van 230 karolus guldens eens, toecomende ter saecken van coop oft baete van sekere stede ende erfenissen tot Ghinneken in de Rechte Strate daeromtrent gelegen, dewelcke heur bij den crediteuren voorschreven, vercoft ende overgevest zijn. Te betalen den voorschreven kynderen ende erfgenamen wijlen Peeter Cornelis Meeren zoons oft hon actie hebbende thoonder van desen als erfpenningen te Lichtmisse anno 1602. Date te weten van Lichtmisse anno 1601 naercomende over ende daer verbyndende daer voor specialyck de gecofte stede ende erfenissen voorschreven noch heur comparente andere stede ende erfenissen die zij heeft liggende onder Ghinneken in de Hoek (= de Beekhoek). In vaegen ende manieren, gelijck Jan des voorschreven wijlen Henrick Peeter Meren zone die in huer dat is gebruickende al naest alsulcken commer als daer . ter tijt met rechts schuldich is voor uyt te gaen ende voorts generalyck heur selven ende alle heur andere goeden ruerende ende onruerende putra et futura, met pande en ten tijd ende termijne voorschreven. Actum 2 dagen in Januari. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Als ik het goed lees, huurt nu haar zoon Jan de hoeve aan de Beekhoek (nu Beekhoek 5). ----------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder het bijschrift van 2 mei 1602: Denys Cornelis Peter Meren zone ende Ghijsbrecht Cornelis Geerts sone, daer moeder af was Maeyken Peeter Cornelis Meren dochter, zoo voor hen selven als in den naeme van heuren mede erfgenamen van Peter Cornelis Meren zone voor den welcke zij hen sterck maeckten ende degene hier in verenigen onder de verbyntenisse van honne persoon ende alle t honne goeden ruerende ende onruerende putra et futura, hebben verclaert ende bekent van dat Cornelie Huych Mercelis dochter hen voldaen ende betaelt heeft de 230 karolus guldens eens in desen schultbrieve begrepen, sulcx dat dezelve schultbrieft alnu geheel doot ende te nuet is. Actum 2 mei 1602 Putra Jan Naggers ende Cornelis van Ghilse, clercken in de Secretarije tot Breda als getuygen ende ick, A. Dyrven --------------------------------------------------------------------------------------- Denys en Ghijsbrecht, 2 neven, verklaren dat Cornelie alles betaald heeft. |
[bron: Ginneken R686 f214 r en v, F215r d.d. 2 januari 1601 en 2 mei 1602] |
08-01-1558 | Gielis Aert Lippens sone ende Ghijsbrecht Jan Jacops sone, schepenen in Ghinneken, Quamen Cornelis, Mathijs, Jan, Peter ende Adriaen, gebroederen wijlen Jan Mathijs Meren zoons zonen, Hillegonde Jan Mathijs Meren dochter met Henricken Cornelis zone van Zonzeel, heuren man ende voight, ende Marie Jan Mathijs Meren dochter met Adriaen Mathijs Meren zone, heuren oom ende voight. Hebben vercoft Marie Cornelis Jan Meren dochter, weduwe wijlen Claes Janszoon Vermolen, een stuck beemden geheijten den Eeckel, houdende omtrent een half buynder of alzoo groot ende cleijn alst gelegen is tot Ghinneken op Heestaden. Oostwaert aen Anthonis Adriaen Nijs zone erve, zuytwaert aen Jan Pauwels Backers kynder erve, westwaert aen wijlen Peter Jacobs kynder erve, ende noortwaert aen den voirgenoemde Marie Claes Jans zoons Vermolen weduwe erve, hare van te voren toebehorende. Te vrijen met 2 loopensaet rogs erfpachts ende met ’s heeren chijns, daer jaerlicx uutgaen, zonder eenigen commer. Gevest, Actum Anno 1558, acht dagen in Januari. |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 682 f6r] |
17-06-1539 | De (directe) erfgenamen van wijlen Jaspare Jan Henricx Smoleners (in andere brieven Moleners en Moleneren gebruikt), Jan Andries Willems huisvrouw: - Godert Aert Stevens uit ten Hout (Den Hout) - Yde Willem Smoleners, huisvrouw van wijlen Henrick Jan Stevens kinderen - wijlen Adriaen Willem Smoleners kinderen, door Peter Adriaen Stevens uit Made - Yde Severijn Wilbraecx, huisvrouw van Peter Henricx Wagemaekers uit Hoesenout (Heusdenhout?) - Peter Cornelis Jan Meren uit Ulvenhout, ook voor: - Jan Jan Snijders erfgenamen, en - Claes Godertsen huisvrouw - Marie Cornelis Jan Meren, door haar man Claes Jans van der Molen (hoe zij familie zijn van Jaspere, is mij niet duidelijk) hebben verkocht aan Peter Cornelis Meren 2 veertelen rogs erfpacht, hun aanbestorven van Jaspere. (Dit is mogelijk Peter Cornelis Peter Meren, maar helaas is zijn opa niet genoemd) Hij reikte jaarlijks 3 veertelen uit, blijft over nog 1 veertel (=86,4l) --------------------------------------------------------------------------------------------- Wouter Cornelis Schelckens sone ende Jacop Jan Lips zone, schepenen in Ghinneken, Quamen Goodert Aert Steves zone, woonend ten Hout voor hem selven, ende in de name van wijlen Henrick Jan Stevens soons kynderen, daer moeder af was Yde Willem Smoleners, die hij hier inne vervinck. Peter Ariaen Merten sone, woonende op de Made, voor hem selven ende in den name van Adriaen Willem Smoleners zoon kynderen, die hij vervinck. Peter Henrick Wagemaeckers sone, te Hoesenout, als man ende voight van Yde Wilbraecx dochter, zijn huysfrou, die hij vervinck. Peter Cornelis Jan Meren zone, te Ulvenhout woonende, voor hem selven, ende oock in den name van Adriaen Nijs Adriaens soons kynderen. Noch in den name van Jan Jan Snijders erfgenaemen. Noch in den name van Claes Godertsen huysfrou, die hij alle hier inne vervinck. Ende Claes Jans van der Molen sone, als man ende voight ende in den name van Marie Cornelis Jan Meren dochter, sijn huysfrou, die hij vervinck. Kenden ende lijden, dat in den name als voir wel ende wettelic vercoft hebben, ende laten lossen Peteren Cornelis Merensone, ende dat deselven Peter Cornelis Meren afgecoft met sijne gerede penningen, vol ende al betaelt sijne, hen gelost heeft 2 veertelen rogs erfpacht, die hen na de doot van wijlen Jaspare Jan henric Smoleneren dochter, Jan Andries Willems huysfrou, wat aenbestorven sijn ende hen competeren alsoo sij seijden, in mindernisse van den 3 veertelen rogs erfpacht, in desen doorstoken schepenbrieve begrepen, die de voirschreven Peter Cornelis Meren sone selve jaerlicx uytreijckt. Daer af dan de veertel rogs efpacht den anderen erfgenamen wijlen Jaspare Jan Henrick Smoleneren den voirschreven toebehoort, soo sij seijden. Ende de vercooperen voorgenoemd, elck in den name vals voir, bedancken hen goeder lossinge ende afroep ende goeder betalingen van de cooppenningen of lospenningen de 2 veertelen rogs erfpacht voirschreven. Geldende (?) daer af gelycelic ende al quyt den voorschreven Peter Cornelis Meren sone sijne nacomelingen ende alle andere dit quiten behoevende. Ende zij geloofden oick de 2 veertelen rogs erfpacht voirschreven, den voirschreven Peteren Cornelis Meren sone te vrijen ende te waeren vrij ende onbelast van alle commer ende calaengie. Actum Anno 1539, 17 dagen in juni. |
[bron: Ginneken inv 678 f 56v en 57r] | ||
18-06-1539 | De 1e vestbrief is opgemaakt door de schepenen van Breda op zondag18 juni 1539, en gaat over de verkoop van huijs en goeden te Ginneken van wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren door haar erfgenamen. De helft was al aenbestorven bij de dood van haar zus Marie. Ze verkopen het huis en de goeden aan Jan Andries Willems, de man van Jaspare. Het huis staat in Breda aan t Ghinnekens Eijndt. Een dag eerder, op de zaterdag, is door de schepenen van Ginneken een vestbrief opgemaakt over de erfpacht van 2 veertelen rogs die zij verkopen aan Peter Cornelis Meren. Er staat niet bij waar de erfpacht over geheven wordt. Het zal wel in Ginneken zijn, aangezien de vestbrief daar opgemaakt wordt. Het gezelschap was die dag een stuk kleiner. Gisteren waren ze met 5 en nog 2 schepenen, met 7 dus. Vandaag zijn er van vaders zijde 4 erfgenamen en van moeders zijde 5, samen met de man Jan Andries Willems. Dus met 10 met nog 2 schepenen, in het betreffende huis. Een flinke club. De 5 kinderen van Cornelis Jan Meren zijn erfgenamen van de zijde van vaders kant, dus van Jan Henricx Moleneren. Hoe de kinderen familie zijn? Dat zou dan zijn vader/moeder moeten zijn. Henrick Moleneren, getrouwd met een Meren, of zoon van een moeder Meren? Na deze vestbrief volgen nog 3 vestbrieven, die te maken hebben met de dood van Jaspare. Het zijn in totaal 4 vestbrieven, met dezelfde datum. De 3e heeft een bijschrift van 22 juni 1550. Die zal ik apart opnemen. De 1e vestbrief is door mij nog goed te lezen, en hoe verder t gaat, hoe moeilijker ze te lezen zijn. De hand van de schrijvende schepen zal vermoeid geraakt zijn, of onzeker door het nuttigen van wat drank. De datum bij de 2e brief is 18 april, en is een verschrijving. De 3e en de 4e vat ik zo goed mogelijk samen, en geef ik niet vertaald weer omdat ik die vrijwel niet kan lezen. Vind ik frustreren, maar het is niet anders. Misschien later met een frisse blik en wat meer vertaal-ervaring. ---------------------------------------------------------------------------------------------- 1e Vestbrief ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hoelten (=Meester Jan van Hoelten), Byestraten (=Jacop van de Byestraten, zoals op de 1e pagina van het register staat), scepenen in Breda, doen condt, dat op te 18e dach in april 1939 voor ons gecomen sijn: Peter Henricx Wagmaekers, als man ende voight ende met name van Yde Severijn Wilbraecx, sijn huysfrou, die hij hier verving. Noch met name van Henrick Willem Moleneren sone, wonende ten Hout, ende vandesselven Henricx bruederen, susteren, brueder ende susters kynderen, die hij over alle hier inne vervinck. Claes Jans sone van der Molen, als man ende voight van Marie Cornelis Jan Meren dochter, sijn huysfrou, die hij vervinc. Adriaen Nijs Adriaens sone, in den name van sijne kynder, daer moeder af was wijlen Cornelie Cornelis Jan Meren dochter, die hij vervinc. Jan Jan Snijders de Jonge, wonende op Koekelberch, in den name van sijn kynderen, daer moeder af was wijlen Margriet Cornelis Jan Meren dochter, die hij vervinc. De voirschreven Claes Janse van der Molen ende Jan Jan Snijders sone de Jonge over in de name van Marie Cornelis Jan Meren dochter, Claes Aert Goderts huysfrou, die van pas (?) oic tegenwoordich stont ende welcke sij bij haeren consent hen inne vervinc. Noch met name van Peteren Cornelis Jan Meren sone, die beijde oic hier inne vervingen. Alle als erfgenaemen van wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter, wettige huysfrou van Jan Andries Willems van heurs vaders zijde. Adriaen Jan Gheryts sone van Langdonc voor hem selve Denys Aert Fraeys (?) sone voir hem selven, ende oic in den name van Berthelmeus Aert Fraeys sone, sijn brueder, die hij vervinc. De voirscheven Adriaen Jan Gheryts sone oock met name van Cornelis, Marie ende Jenneken, sijne susteren, noch mede in name van de kynderen wijlen Henrick Gheryts Adriaen, ende Kathelijn (?) ende Engele sijnre kinderen ende suster waren, die de voirschreven Adriaen hier inne vervinc. Marie Meus Adriaenssen dochter, weduwe wijlen Matheus Jan Aertssen, metten voirschreven Adriaen Jan Gheryts zone, voight, voor heur selven en oock met name van Engele, wijlen Bartholomeus Meus Adriaenssen dochter, van den kynder ende kyntskinderen wijlen Gherit Meurs Adriaenssen, van de kyntskinderen wijlen Mathijs Meus Adriaenssen, van wijlen Adriaen Meus Adriaenssen desselfs kynderen, die sij hier in alle vervinc. Cornelis Peter Naessens, woonende ten Rijen, voor hem selven, ende oic in de name van Lisbeth ende Marie, sijn susteren ende van wijlen Gherit Peter Naessens, zijns broeders kynderen, die hij hier inne vervinc. De voirschreven Cornelis Peter Naessens ende met hem Henric Gielis sone van Vlymme, beijde tesamen ooc in den name van Pauwelsch Anhonis Peter Naessens sone, woonende op Standtdaerbuyten, daer de voirschreven Henric van Vlijmen macht ende consent af heeft, so hij seijde, ende welcke Pauwelsch de voirschreven Cornelis Peter Naessens ende Henric van Vlymme hier inne vervinc. Henrick ende Joost, gebruederen wijlen Gielis van Vlymen sone voir hen selven. Adriaen Mertens sone van de Perre (?), als man ende voight en met name van Jenneken Gielis dochter van Vlijmen, sijn huysfrou, die hij vervinc. De voirschreven Henrick en de Joost van Vlymmen beijde ooc met name van Lysbeth Wouters Goverts dochter, daer moeder af was wijlen Lysbeth Gielis dochter van Vlijmen, die sij vervingen. Adriaen Peter Oerlemans sone, woonende op te Swaluw, voor hem selven. Pieter Anthonis Gheryts sone ooc op te Swaluw woonende, als man ende voight van Lysbeth Peter Oerlemans dochter, sijn huysfrou, die hij vervinc. Alle als erfgenaemne van wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter van heurs moeders zijde. Ende lijden, dat sij in den name als voir, vercoft hebben Jannes Andries Willems sone voirgenoemd, huys ende erve met sijne toebehoirte, geh. (?) de karscorf (of storf) ende met den hove daer achter aen liggend, daer af den helft den vercooperen, met honne mede-erfgenaemen voirschreven na de doot van wijlen Marie Jan Henricx Moleners dochter aenbestorven is, ende de andere helft na de doot van de voirschreven Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter, soo sij seijden. Behoudens dat de voirschreven Jan Andries Willems sone aen de selve leste een helft zijn tocht competeerde uut machte van derselve Jaspare, sijne huysfrou, estamente, nae verwijsen des schepensbriefs daer af. Ende gestaen ende gelegen tot Breda op t Ghinnekens Eijndt, neven Kathelijn Cornelis Betten dochter, Jaspar Willems huysfrou huys ende erve op te noortsijde, ende Jan Harmans zone van Rijswijc juys ende erve op te suytsijde, achter comende aen Har Jans van de Wijngaerde. Verders soo tot binnen hovinge ende erfenisse. Te vrijen met alsulcken commer als daer met recht schuldich is, uut te gaen welck huys ende erve voirschreven, de vercooperen voirschreven ten dage vorengeschreven voir ons, schepenen ende borchemeester opgedragen ende overgegeven hebben. Drongen op en gaven over, daer op geloven ende al voirschreven met vonnissen ende met Recht tot behoef van de voirschreven Jan Andries Willems sone ende sijne noch d.ter welck deselver Jan Andries Willemsen na dien hier af 3 sondachen ter proclamatie gedaen in t . Alsoo ons bij .clatie (?) ende gesweren, sorgdragen is gebleken op ten dach der Jaer o.de gister gevest is in t huys, hof ende erve voirschreven. Actum Anno 1539, 18 dagen in Juni. -------------------------------------------------------------------------------------------- 2e Vestbrief -------------------------------------------------------------------------------------------- Deze vestbrief gaat over de jaarlijkse ontvangsten van 4 veertelen rogs en 3 Rijns guldens, en over de schulden en wederschulden die achtergebleven zullen zijn. De man van Jaspare zal die voldoen. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hoelten, Byestraten. Anwezig alle de erfgenamen wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter van s vaders ende s moeders zijde, elck in den name pront (? nabescreven in p.en ende bekenden dat metten pacht van 4 veertelen rogs eerstgenoemde te Lichtmisse anno 39 (ofwel 2 februari 1539) lestlich daer af Peter Cornelis Meren sone 3 veertelen ende Henric Peters sone tot Notselt, een veertel rogs jaerlicx uutreicken, die hen Jan Andries Willemsen voirschreven, heeft laten volgen. . . . Jan Hendricsen wel voldaen heeft van de 3 Rijns gulden t stuck ter 40 groten Vlaems eens. die hen de voirgenoemde Jaspare Jan Hendricx den bij testament te b. hadden ende hebben. Voorst de erfgenaemen Jaspare voirgenoemd elck in den name als voir getemdoneert (?) ende vertogen ende mede in den . met de achter volgende testamente van de selve Jaspare op alle haeffelick ende gereede goeden sculdich ende weder sculdich die de voirgenoemde Jaspare achtergelaten heeft soo de en noch . daer aen te behouden ende so de hen enichsins daer af . ter . Dus soo geloofden de voirschreven Jan Andries Willems alle de uutsculden die hij ende wijlen Jaspare, sijn huijsfrou sculdich sijn geweest ende sculdich sijn wel ende daerselver uutrichten voldoen. Soo der erfgenamen voirschreven cost ende last al volgende de . van de testamente van Jaspare voirschreven W. van de . Anno 1539 2 dage in . Actum 1539 18 dage in april (lijkt me een verschrijving) ----------------------------------------------------------------------------------------------- 3e Vestbrief (met helaas nogal wat onleesbaars voor mij) ----------------------------------------------------------------------------------------------- De weduwnaar van Jaspare zal jaarlijks 2 Rijns gulden en 15 stuivers uitreiken aan de erfgenamen op Sint Jansdag (24 juni) vanuit zijn huis. Daarna volgt een gedeelte over de chijns en perceel te Valkenberg dat ik niet begrijp. ----------------------------------------------------------------------------------------------- Hoelten, Byestraten. Quam Jan Andries Willems sone kende ende lijde dat hij in recht erf.ier waerde is jaerlicx te Gelden ende Ontvangsten den erfgenaemen Jaspare Jan Henricx Moleneren, sijnre huysfrou, ende honne nacomelingen 2 Rijns gulden ende 15 stuyvers, elck tegen tot 40 Groten Vlaems t stuck erfchijns. Desen alle uut op Sint Jansdach Baptisten in Junio (= Johannes de Doper op 24 juni) ende de yerste Sint Jansdach sal zijn op anno 1540 uut ende op sijn huys. Ende nu met Sinte . ende v te houden als in liggende t welc hij van den erfgenaemen voirschreven vercregen heeft, gestaen ende gelegen . . perceel . . houden. Te vrijen met chijns d erfgenaemen die de voirschreven Jaspare daer op vercregen heeft den . ter Valckenberge tot Breda met 2 Rijns gulden erfchijns die Rasmus (?) Henric Peters sone nu eerst ende metter weerden van 10 stuyvers erfchijns daer jaerlicx uutgaen met voorwaerde dat men de 2 Rijns gulden ende 15 stuyvers de erfgenaemen voirschreven altijt lossen sal moeten elcken penninc met 16 gel.ck penningen eens te gaen op ten chijnsen voirschreven ende metten voirschreven chijnsen. Actum Anno 1539 18 dage in Junio. ----------------------------------------------------------------------------------------------- Het bijschrift van deze akte is van 29 januari (of juni) 1550. Hierin verklaart Marie Cornelis Jan Meren dat Jan Andries Willemen de 2 Rijns gulden en 15 stuivers goed betaald heeft en de erfchijns gelost heeft. Haar wijlen man had de erfchijns op 10 december 1539 gekocht. Het bijschrift is opgenomen bij de beschrijving van Marie. ----------------------------------------------------------------------------------------------- 4e Vestbrief ----------------------------------------------------------------------------------------------- |
[bron: Breda Vestbrieven 444 f 93v, 94r, 94v van 18 juni 1539] | ||
10-12-1539 | In het bijschrift verkopen de erfgenamen van Jaspare Jan Hendrix Moleneren het erfrecht van 3 Rijns gulden volgens de penning 16 aan Claes Janssen van der Molen, de man van Marie Cornelis Jan Meren op 10 december 1539. Hierdoor is de vestbrief van 18 juni 1539 doot ende teniet verklaard. ------------------------------------------------------------------------------------------- Het bijschrift staat naast en onder de vestbrief, eigenlijk tussen de vestbrief van 18 juni en de volgende vestbrief. |
[bron: Breda Vestbrieven 444 f95r van 18 juni 1539 - bijschrift] | ||
29-01-1550 | Dit is het bijschrift van de schepenbrief van 18 juni 1539 in Breda over de erfchijns die Jan Andries Willemsen, weduwnaar van Jaspare Jan Henricx Moleneren aan haar erfgenamen moet gaan betalen. Haar man heeft op 10 december 1539 de erfchijns gekocht, en vanaf die datum betaalt Jan de 2 Rijns gulden en 15 stuivers aan haar man. Op 29 januari 1550 verklaart Marie Cornelis Jan Meeren dat de erfchijns betaald is, en dat hij deze afgelost heeft. ----------------------------------------------------------------------------------------- Marie, wijlen Claes Jansse van der Molen, weduwe, geassisteerd met Laureijsen Noyt Woutersen, haeren voight, bekent dat Jan Andries Willemsen wel ende wettelic gelost ende afgequit heeft de 2 Rijns gulden ende 15 stuyvers t sjaers . in desen brieve begrepen, die hij, den voirgenoemde wijlen Claes Janssen van der Molen, heuren man, eertijts gecoft ende vercrijgen waeren, nae uutwijs des scepenbriefs in Breda af zijnde in date op 1539, 10 dage in December. Ende de lastpenningen met alle erfchijnsen af heur . voirscheven . voldaen ende betaelt zijn. Al soo dat die brief doot ende te nyet is. Actum 29 Januari 1550 . . Present Claes . Rijen zone, . Anthonis . |
[bron: Breda Vestbrieven inv 444 f 94v bijschrift] |
10-12-1539 | In het bijschrift verkopen de erfgenamen van Jaspare Jan Hendrix Moleneren het erfrecht van 3 Rijns gulden volgens de penning 16 aan Claes Janssen van der Molen, de man van Marie Cornelis Jan Meren op 10 december 1539. Hierdoor is de vestbrief van 18 juni 1539 doot ende teniet verklaard. ------------------------------------------------------------------------------------------- Het bijschrift staat naast en onder de vestbrief, eigenlijk tussen de vestbrief van 18 juni en de volgende vestbrief. |
[bron: Breda Vestbrieven 444 f95r van 18 juni 1539 - bijschrift] | ||
29-01-1550 | Dit is het bijschrift van de schepenbrief van 18 juni 1539 in Breda over de erfchijns die Jan Andries Willemsen, weduwnaar van Jaspare Jan Henricx Moleneren aan haar erfgenamen moet gaan betalen. Haar man heeft op 10 december 1539 de erfchijns gekocht, en vanaf die datum betaalt Jan de 2 Rijns gulden en 15 stuivers aan haar man. Op 29 januari 1550 verklaart Marie Cornelis Jan Meeren dat de erfchijns betaald is, en dat hij deze afgelost heeft. ----------------------------------------------------------------------------------------- Marie, wijlen Claes Jansse van der Molen, weduwe, geassisteerd met Laureijsen Noyt Woutersen, haeren voight, bekent dat Jan Andries Willemsen wel ende wettelic gelost ende afgequit heeft de 2 Rijns gulden ende 15 stuyvers t sjaers . in desen brieve begrepen, die hij, den voirgenoemde wijlen Claes Janssen van der Molen, heuren man, eertijts gecoft ende vercrijgen waeren, nae uutwijs des scepenbriefs in Breda af zijnde in date op 1539, 10 dage in December. Ende de lastpenningen met alle erfchijnsen af heur . voirscheven . voldaen ende betaelt zijn. Al soo dat die brief doot ende te nyet is. Actum 29 Januari 1550 . . Present Claes . Rijen zone, . Anthonis . |
[bron: Breda Vestbrieven inv 444 f 94v bijschrift] |
18-06-1539 | Het gaat over 4 vestbrieven, 2 bijschriften en 2 losse strookjes. Ze hebben allemaal te maken met het overlijden van Jaspare Moleneren. Alleen voor wat de strookjes betreft: ze zijn bij het scannen genummerd als 94a-R en 94a-V, maar een relatie met de vestbrieven of bijschriften heb ik niet kunnen leggen. De afbeeldingen van alle documenten zijn te zien bij Peter Cornelis Jan Meren. De 1e vestbrief is opgemaakt door de schepenen van Breda op zondag18 juni 1539, en gaat over de verkoop van huijs en goeden te Ginneken van wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren door haar erfgenamen. De helft was al aenbestorven bij de dood van haar zus Marie. Ze verkopen het huis en de goeden aan Jan Andries Willems, de man van Jaspare. Het huis staat in Breda aan t Ghinnekens Eijndt. Een dag eerder, op de zaterdag, is door de schepenen van Ginneken een vestbrief opgemaakt over de erfpacht van 2 veertelen rogs die zij verkopen aan Peter Cornelis Meren. Er staat niet bij waar de erfpacht over geheven wordt. Het zal wel in Ginneken zijn, aangezien de vestbrief daar opgemaakt wordt. Het gezelschap was die dag een stuk kleiner. Gisteren waren ze met 5 en nog 2 schepenen, met 7 dus. Vandaag zijn er van vaders zijde 4 erfgenamen en van moeders zijde 5, samen met de man Jan Andries Willems. Dus met 10 met nog 2 schepenen, in het betreffende huis. Een flinke club. De 5 kinderen van Cornelis Jan Meren zijn erfgenamen van de zijde van vaders kant, dus van Jan Henricx Moleneren. Hoe de kinderen familie zijn? Dat zou dan zijn vader/moeder moeten zijn. Henrick Moleneren, getrouwd met een Meren, of zoon van een moeder Meren? Het zijn in totaal 4 vestbrieven, met dezelfde datum. De 3e heeft een bijschrift van 22 juni 1550. De 4e heeft een bijschrift van 10 december 1539. De 1e vestbrief is door mij nog goed te lezen, en hoe verder t gaat, hoe moeilijker ze te lezen zijn. De hand van de schrijvende schepen zal vermoeid geraakt zijn, of onzeker door het nuttigen van wat drank. De datum bij de 2e brief is 18 april, en is een verschrijving. Misschien later met wat meer vertaal-ervaring van mijn kant, dat ik meer open stukken kan invullen en vraagtekens weghalen. ---------------------------------------------------------------------------------------------- 1e Vestbrief ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hoelten (=Meester Jan van Hoelten), Byestraten (=Jacop van de Byestraten, zoals op de 1e pagina van het register staat), scepenen in Breda, doen condt, dat op te 18e dach in april 1939 voor ons gecomen sijn: Peter Henricx Wagmaekers, als man ende voight ende met name van Yde Severijn Wilbraecx, sijn huysfrou, die hij hier verving. Noch met name van Henrick Willem Moleneren sone, wonende ten Hout, ende vandesselven Henricx bruederen, susteren, brueder ende susters kynderen, die hij over alle hier inne vervinck. Claes Jans sone van der Molen, als man ende voight van Marie Cornelis Jan Meren dochter, sijn huysfrou, die hij vervinc. Adriaen Nijs Adriaens sone, in den name van sijne kynder, daer moeder af was wijlen Cornelie Cornelis Jan Meren dochter, die hij vervinc. Jan Jan Snijders de Jonge, wonende op Koekelberch, in den name van sijn kynderen, daer moeder af was wijlen Margriet Cornelis Jan Meren dochter, die hij vervinc. De voirschreven Claes Janse van der Molen ende Jan Jan Snijders sone de Jonge over in de name van Marie Cornelis Jan Meren dochter, Claes Aert Goderts huysfrou, die van pas (?) oic tegenwoordich stont ende welcke sij bij haeren consent hen inne vervinc. Noch met name van Peteren Cornelis Jan Meren sone, die beijde oic hier inne vervingen. Alle als erfgenaemen van wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter, wettige huysfrou van Jan Andries Willems van heurs vaders zijde. Adriaen Jan Gheryts sone van Langdonc voor hem selve Denys Aert Fraeys (?) sone voir hem selven, ende oic in den name van Berthelmeus Aert Fraeys sone, sijn brueder, die hij vervinc. De voirscheven Adriaen Jan Gheryts sone oock met name van Cornelis, Marie ende Jenneken, sijne susteren, noch mede in name van de kynderen wijlen Henrick Gheryts Adriaen, ende Kathelijn (?) ende Engele sijnre kinderen ende suster waren, die de voirschreven Adriaen hier inne vervinc. Marie Meus Adriaenssen dochter, weduwe wijlen Matheus Jan Aertssen, metten voirschreven Adriaen Jan Gheryts zone, voight, voor heur selven en oock met name van Engele, wijlen Bartholomeus Meus Adriaenssen dochter, van den kynder ende kyntskinderen wijlen Gherit Meurs Adriaenssen, van de kyntskinderen wijlen Mathijs Meus Adriaenssen, van wijlen Adriaen Meus Adriaenssen desselfs kynderen, die sij hier in alle vervinc. Cornelis Peter Naessens, woonende ten Rijen, voor hem selven, ende oic in de name van Lisbeth ende Marie, sijn susteren ende van wijlen Gherit Peter Naessens, zijns broeders kynderen, die hij hier inne vervinc. De voirschreven Cornelis Peter Naessens ende met hem Henric Gielis sone van Vlymme, beijde tesamen ooc in den name van Pauwelsch Anhonis Peter Naessens sone, woonende op Standtdaerbuyten, daer de voirschreven Henric van Vlijmen macht ende consent af heeft, so hij seijde, ende welcke Pauwelsch de voirschreven Cornelis Peter Naessens ende Henric van Vlymme hier inne vervinc. Henrick ende Joost, gebruederen wijlen Gielis van Vlymen sone voir hen selven. Adriaen Mertens sone van de Perre (?), als man ende voight en met name van Jenneken Gielis dochter van Vlijmen, sijn huysfrou, die hij vervinc. De voirschreven Henrick en de Joost van Vlymmen beijde ooc met name van Lysbeth Wouters Goverts dochter, daer moeder af was wijlen Lysbeth Gielis dochter van Vlijmen, die sij vervingen. Adriaen Peter Oerlemans sone, woonende op te Swaluw, voor hem selven. Pieter Anthonis Gheryts sone ooc op te Swaluw woonende, als man ende voight van Lysbeth Peter Oerlemans dochter, sijn huysfrou, die hij vervinc. Alle als erfgenaemne van wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter van heurs moeders zijde. Ende lijden, dat sij in den name als voir, vercoft hebben Jannes Andries Willems sone voirgenoemd, huys ende erve met sijne toebehoirte, geh. (?) de karscorf (of storf) ende met den hove daer achter aen liggend, daer af den helft den vercooperen, met honne mede-erfgenaemen voirschreven na de doot van wijlen Marie Jan Henricx Moleners dochter aenbestorven is, ende de andere helft na de doot van de voirschreven Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter, soo sij seijden. Behoudens dat de voirschreven Jan Andries Willems sone aen de selve leste een helft zijn tocht competeerde uut machte van derselve Jaspare, sijne huysfrou, estamente, nae verwijsen des schepensbriefs daer af. Ende gestaen ende gelegen tot Breda op t Ghinnekens Eijndt, neven Kathelijn Cornelis Betten dochter, Jaspar Willems huysfrou huys ende erve op te noortsijde, ende Jan Harmans zone van Rijswijc juys ende erve op te suytsijde, achter comende aen Har Jans van de Wijngaerde. Verders soo tot binnen hovinge ende erfenisse. Te vrijen met alsulcken commer als daer met recht schuldich is, uut te gaen welck huys ende erve voirschreven, de vercooperen voirschreven ten dage vorengeschreven voir ons, schepenen ende borchemeester opgedragen ende overgegeven hebben. Drongen op en gaven over, daer op geloven ende al voirschreven met vonnissen ende met Recht tot behoef van de voirschreven Jan Andries Willems sone ende sijne noch d.ter welck deselver Jan Andries Willemsen na dien hier af 3 sondachen ter proclamatie gedaen in t . Alsoo ons bij .clatie (?) ende gesweren, sorgdragen is gebleken op ten dach der Jaer o.de gister gevest is in t huys, hof ende erve voirschreven. Actum Anno 1539, 18 dagen in Juni. -------------------------------------------------------------------------------------------- 2e Vestbrief -------------------------------------------------------------------------------------------- Deze vestbrief gaat over de jaarlijkse ontvangsten van 4 veertelen rogs en 3 Rijns guldens, en over de schulden en wederschulden die achtergebleven zullen zijn. De man van Jaspare zal die voldoen. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hoelten, Byestraten. Anwezig alle de erfgenamen wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter van s vaders ende s moeders zijde, elck in den name pront (? nabescreven in p.en ende bekenden dat metten pacht van 4 veertelen rogs eerstgenoemde te Lichtmisse anno 39 (ofwel 2 februari 1539) lestlich daer af Peter Cornelis Meren sone 3 veertelen ende Henric Peters sone tot Notselt, een veertel rogs jaerlicx uutreicken, die hen Jan Andries Willemsen voirschreven, heeft laten volgen. . . . Jan Hendricsen wel voldaen heeft van de 3 Rijns gulden t stuck ter 40 groten Vlaems eens. die hen de voirgenoemde Jaspare Jan Hendricx den bij testament te b. hadden ende hebben. Voorst de erfgenaemen Jaspare voirgenoemd elck in den name als voir getemdoneert (?) ende vertogen ende mede in den . met de achter volgende testamente van de selve Jaspare op alle haeffelick ende gereede goeden sculdich ende weder sculdich die de voirgenoemde Jaspare achtergelaten heeft soo de en noch . daer aen te behouden ende so de hen enichsins daer af . ter . Dus soo geloofden de voirschreven Jan Andries Willems alle de uutsculden die hij ende wijlen Jaspare, sijn huijsfrou sculdich sijn geweest ende sculdich sijn wel ende daerselver uutrichten voldoen. Soo der erfgenamen voirschreven cost ende last al volgende de . van de testamente van Jaspare voirschreven W. van de . Anno 1539 2 dage in . Actum 1539 18 dage in april (lijkt me een verschrijving) ----------------------------------------------------------------------------------------------- 3e Vestbrief (met helaas nogal wat onleesbaars voor mij) ----------------------------------------------------------------------------------------------- De weduwnaar van Jaspare zal jaarlijks 2 Rijns gulden en 15 stuivers uitreiken aan de erfgenamen op Sint Jansdag (24 juni) vanuit zijn huis. Daarna volgt een gedeelte over de chijns en perceel te Valkenberg dat ik niet begrijp. ----------------------------------------------------------------------------------------------- Hoelten, Byestraten. Quam Jan Andries Willems sone kende ende lijde dat hij in recht erf.ier waerde is jaerlicx te Gelden ende Ontvangsten den erfgenaemen Jaspare Jan Henricx Moleneren, sijnre huysfrou, ende honne nacomelingen 2 Rijns gulden ende 15 stuyvers, elck tegen tot 40 Groten Vlaems t stuck erfchijns. Desen alle uut op Sint Jansdach Baptisten in Junio (= Johannes de Doper op 24 juni) ende de yerste Sint Jansdach sal zijn op anno 1540 uut ende op sijn huys. Ende nu met Sinte . ende v te houden als in liggende t welc hij van den erfgenaemen voirschreven vercregen heeft, gestaen ende gelegen . . perceel . . houden. Te vrijen met chijns d erfgenaemen die de voirschreven Jaspare daer op vercregen heeft den . ter Valckenberge tot Breda met 2 Rijns gulden erfchijns die Rasmus (?) Henric Peters sone nu eerst ende metter weerden van 10 stuyvers erfchijns daer jaerlicx uutgaen met voorwaerde dat men de 2 Rijns gulden ende 15 stuyvers de erfgenaemen voirschreven altijt lossen sal moeten elcken penninc met 16 gel.ck penningen eens te gaen op ten chijnsen voirschreven ende metten voirschreven chijnsen. Actum Anno 1539 18 dage in Junio. ----------------------------------------------------------------------------------------------- Het bijschrift van deze akte is van 29 januari (of juni) 1550. Hierin verklaart Marie Cornelis Jan Meren dat Jan Andries Willemen de 2 Rijns gulden en 15 stuivers goed betaald heeft en de erfchijns gelost heeft. Haar wijlen man had de erfchijns op 10 december 1539 gekocht. Het bijschrift is opgenomen bij de beschrijving van Marie. ----------------------------------------------------------------------------------------------- 4e Vestbrief ----------------------------------------------------------------------------------------------- Jan zal de 3 Rijns gulden erfrecht, den penning 16 betalen op Bamisse (St. Bavo, 1e zaterdag na 1 oktober) ---------------------------------------------------------------------------------------------- Quamen Jan Andries Willemsen sone, ende geloofden den erfgenaemen wijlen Jaspare Jan Hendricx Moleneren, sijnre huysfrou was, de erfpenning van 3 Rijns gulden erfrecht, de penning 16, te betalen in penningen op Bamisse op 1539 naestcomende. Soo de oirconde (?) of p. ter schepenbrieve. Actum 18 dagen in junio ---------------------------------------------------------------------------------------------- In het bijschrift verkopen de erfgenamen dit recht aan Claes Janssen van der Molen, de man van Marie Cornelis Jan Meren op 10 december 1539. Hierdoor is deze vestbrief doot ende teniet verklaard. |
[bron: Breda Vestbrieven 444 f 93v, 94r, 94v, 95r van 18 juni 1539] |
18-06-1539 | Deze vestbrief is opgemaakt door de schepenen van Breda op zondag18 juni 1539, en gaat over de verkoop van huijs en goeden te Ginneken van wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren door haar erfgenamen. De helft was al aenbestorven bij de dood van haar zus Marie. Ze verkopen het huis en de goeden aan de Jan Andries Willems, de man van Jaspare. Het huis staat in Breda aan t Ghinnekens Eijndt. Een dag eerder, op de zaterdag, is door de schepenen van Ginneken een vestbrief opgemaakt over de erfpacht van 2 veertelen rogs die zij verkopen aan Peter Cornelis Meren. Er staat niet bij waar de erfpacht over geheven wordt. Het zal wel in Ginneken zijn, aangezien de vestbrief daar opgemaakt wordt. Het gezelschap was die dag een stuk kleiner, dan vandaag. De 5 kinderen van Cornelis Jan Meren zijn erfgenamen van de zijde van vaders kant, dus van Jan Henricx Moleneren. Hoe de kinderen familie zijn? Dat zou dan zijn vader/moeder moeten zijn. Henrick Moleneren, getrouwd met een Meren, of zoon van een moeder Meren? Het zijn 4 vestbrieven, met dezelfde datum. De 3e heeft een bijschrift van 22 juni 1550. ---------------------------------------------------------------------------------------------- 1e Vestbrief ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hoelten (=Meester Jan van Hoelten), Byestraten (=Jacop van de Byestraten, zoals op de 1e pagina van het register staat), scepenen in Breda, doen condt, dat op te 18e dach in april 1939 voor ons gecomen sijn: Peter Henricx Wagmaekers, als man ende voight ende met name van Yde Severijn Wilbraecx, sijn huysfrou, die hij hier verving. Noch met name van Henrick Willem Moleneren sone, wonende ten Hout, ende vandesselven Henricx bruederen, susteren, brueder ende susters kynderen, die hij over alle hier inne vervinck. Claes Jans sone van der Molen, als man ende voight van Marie Cornelis Jan Meren dochter, sijn huysfrou, die hij vervinc. Adriaen Nijs Adriaens sone, in den name van sijne kynder, daer moeder af was wijlen Cornelie Cornelis Jan Meren dochter, die hij vervinc. Jan Jan Snijders de Jonge, wonende op Koekelberch, in den name van sijn kynderen, daer moeder af was wijlen Margriet Cornelis Jan Meren dochter, die hij vervinc. De voirschreven Claes Janse van der Molen ende Jan Jan Snijders sone de Jonge over in de name van Marie Cornelis Jan Meren dochter, Claes Aert Goderts huysfrou, die van pas (?) oic tegenwoordich stont ende welcke sij bij haeren consent hen inne vervinc. Noch met name van Peteren Cornelis Jan Meren sone, die beijde oic hier inne vervingen. Alle als erfgenaemen van wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter, wettige huysfrou van Jan Andries Willems van heurs vaders zijde. Adriaen Jan Gheryts sone van Langdonc voor hem selve Denys Aert Fraeys (?) sone voir hem selven, ende oic in den name van Berthelmeus Aert Fraeys sone, sijn brueder, die hij vervinc. De voirscheven Adriaen Jan Gheryts sone oock met name van Cornelis, Marie ende Jenneken, sijne susteren, noch mede in name van de kynderen wijlen Henrick Gheryts Adriaen, ende Kathelijn (?) ende Engele sijnre kinderen ende suster waren, die de voirschreven Adriaen hier inne vervinc. Marie Meus Adriaenssen dochter, weduwe wijlen Matheus Jan Aertssen, metten voirschreven Adriaen Jan Gheryts zone, voight, voor heur selven en oock met name van Engele, wijlen Bartholomeus Meus Adriaenssen dochter, van den kynder ende kyntskinderen wijlen Gherit Meurs Adriaenssen, van de kyntskinderen wijlen Mathijs Meus Adriaenssen, van wijlen Adriaen Meus Adriaenssen desselfs kynderen, die sij hier in alle vervinc. Cornelis Peter Naessens, woonende ten Rijen, voor hem selven, ende oic in de name van Lisbeth ende Marie, sijn susteren ende van wijlen Gherit Peter Naessens, zijns broeders kynderen, die hij hier inne vervinc. De voirschreven Cornelis Peter Naessens ende met hem Henric Gielis sone van Vlymme, beijde tesamen ooc in den name van Pauwelsch Anhonis Peter Naessens sone, woonende op Standtdaerbuyten, daer de voirschreven Henric van Vlijmen macht ende consent af heeft, so hij seijde, ende welcke Pauwelsch de voirschreven Cornelis Peter Naessens ende Henric van Vlymme hier inne vervinc. Henrick ende Joost, gebruederen wijlen Gielis van Vlymen sone voir hen selven. Adriaen Mertens sone van de Perre (?), als man ende voight en met name van Jenneken Gielis dochter van Vlijmen, sijn huysfrou, die hij vervinc. De voirschreven Henrick en de Joost van Vlymmen beijde ooc met name van Lysbeth Wouters Goverts dochter, daer moeder af was wijlen Lysbeth Gielis dochter van Vlijmen, die sij vervingen. Adriaen Peter Oerlemans sone, woonende op te Swaluw, voor hem selven. Pieter Anthonis Gheryts sone ooc op te Swaluw woonende, als man ende voight van Lysbeth Peter Oerlemans dochter, sijn huysfrou, die hij vervinc. Alle als erfgenaemne van wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter van heurs moeders zijde. Ende lijden, dat sij in den name als voir, vercoft hebben Jannes Andries Willems sone voirgenoemd, huys ende erve met sijne toebehoirte, geh. (?) de karscorf (of storf) ende met den hove daer achter aen liggend, daer af den helft den vercooperen, met honne mede-erfgenaemen voirschreven na de doot van wijlen Marie Jan Henricx Moleners dochter aenbestorven is, ende de andere helft na de doot van de voirschreven Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter, soo sij seijden. Behoudens dat de voirschreven Jan Andries Willems sone aen de selve leste een helft zijn tocht competeerde uut machte van derselve Jaspare, sijne huysfrou, estamente, nae verwijsen des schepensbriefs daer af. Ende gestaen ende gelegen tot Breda op t Ghinnekens Eijndt, neven Kathelijn Cornelis Betten dochter, Jaspar Willems huysfrou huys ende erve op te noortsijde, ende Jan Harmans zone van Rijswijc juys ende erve op te suytsijde, achter comende aen Har Jans van de Wijngaerde. Verders soo tot binnen hovinge ende erfenisse. Te vrijen met alsulcken commer als daer met recht schuldich is, uut te gaen welck huys ende erve voirschreven, de vercooperen voirschreven ten dage vorengeschreven voir ons, schepenen ende borchemeester opgedragen ende overgegeven hebben. Drongen op en gaven over, daer op geloven ende al voirschreven met vonnissen ende met Recht tot behoef van de voirschreven Jan Andries Willems sone ende sijne noch d.ter welck deselver Jan Andries Willemsen na dien hier af 3 sondachen ter proclamatie gedaen in t . Alsoo ons bij .clatie (?) ende gesweren, sorgdragen is gebleken op ten dach der Jaer o.de gister gevest is in t huys, hof ende erve voirschreven. Actum Anno 1539, 18 dagen in Juni. -------------------------------------------------------------------------------------------- 2e Vestbrief (met helaas nogal wat onleesbaars voor mij) -------------------------------------------------------------------------------------------- Hoelten, Byestraten. Anwezig alle de erfgenamen wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter van s vaders ende s moeders zijde, elck in den name pront (? nabescreven in p.en ende bekenden dat metten pacht van 4 veertelen rogs erfchijns te Lichtmisse ende 39 lostlich (?) daer af Peter Cornelis Meren sone 3 veertelen ende Henric,(?) Peters sone tot Notselt, een veertel rogs jaerlicx uutreicken, die Jan Andries Willemsen voirschreven, . . . Jan Hendricsen wel voldaen heeft. Verder 3 Rijns gulden t stuck tegen 40 groten Vlaems . die hen de voirschreven Jaspare Jan Hendricx bij testament te . ende hebben voirschreven de erfgenaemen noch af pare(?) voirgenoemd elck in den name als voir . ende . mede noch . met de achter volgende testamente van de selve Jaspare op alle haeffelick ende gereede goeden sculdich ende weder sculdich die de voirgenoemde Jaspare achtergelaten heeft soo de en noch . daer aen te behouden ende so de hen enichsins daer af . ter . Dus soo geloofden de voirschreven Jan Andries Willems alle de uutsculden die hij ende wijlen Jaspare, sijn huijsfrou sculdich sijn geweest ende sculdich sijn wel ende daerselver uut,richten voldoen. Soo der erfgenamen voirschreven cost ende last al volgende de . van de testamente van Jaspare voirschreven W. van de . Anno 1539 2 dage in . Actum 1539 18 dage in april (lijkt me een verschrijving) ----------------------------------------------------------------------------------------------- 3e Vestbrief ----------------------------------------------------------------------------------------------- Hoelten, Byestraten. Quam Jan Andries Willems sone ----------------------------------------------------------------------------------------------- |
[bron: Breda Vestbrieven 444 f 93v, 94r, 94v van 18 juni 1539] |
18-06-1539 | Het gaat over 4 vestbrieven, 2 bijschriften en 2 losse strookjes. Ze hebben allemaal te maken met het overlijden van Jaspare Moleneren. Alleen voor wat de strookjes betreft: ze zijn bij het scannen genummerd als 94a-R en 94a-V, maar een relatie met de vestbrieven of bijschriften heb ik niet kunnen leggen. De afbeeldingen van alle documenten zijn te zien bij Peter Cornelis Jan Meren. De 1e vestbrief is opgemaakt door de schepenen van Breda op zondag18 juni 1539, en gaat over de verkoop van huijs en goeden te Ginneken van wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren door haar erfgenamen. De helft was al aenbestorven bij de dood van haar zus Marie. Ze verkopen het huis en de goeden aan Jan Andries Willems, de man van Jaspare. Het huis staat in Breda aan t Ghinnekens Eijndt. Een dag eerder, op de zaterdag, is door de schepenen van Ginneken een vestbrief opgemaakt over de erfpacht van 2 veertelen rogs die zij verkopen aan Peter Cornelis Meren. Er staat niet bij waar de erfpacht over geheven wordt. Het zal wel in Ginneken zijn, aangezien de vestbrief daar opgemaakt wordt. Het gezelschap was die dag een stuk kleiner. Gisteren waren ze met 5 en nog 2 schepenen, met 7 dus. Vandaag zijn er van vaders zijde 4 erfgenamen en van moeders zijde 5, samen met de man Jan Andries Willems. Dus met 10 met nog 2 schepenen, in het betreffende huis. Een flinke club. De 5 kinderen van Cornelis Jan Meren zijn erfgenamen van de zijde van vaders kant, dus van Jan Henricx Moleneren. Hoe de kinderen familie zijn? Dat zou dan zijn vader/moeder moeten zijn. Henrick Moleneren, getrouwd met een Meren, of zoon van een moeder Meren? Het zijn in totaal 4 vestbrieven, met dezelfde datum. De 3e heeft een bijschrift van 22 juni 1550. De 4e heeft een bijschrift van 10 december 1539. De 1e vestbrief is door mij nog goed te lezen, en hoe verder t gaat, hoe moeilijker ze te lezen zijn. De hand van de schrijvende schepen zal vermoeid geraakt zijn, of onzeker door het nuttigen van wat drank. De datum bij de 2e brief is 18 april, en is een verschrijving. Misschien later met wat meer vertaal-ervaring van mijn kant, dat ik meer open stukken kan invullen en vraagtekens weghalen. ---------------------------------------------------------------------------------------------- 1e Vestbrief ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hoelten (=Meester Jan van Hoelten), Byestraten (=Jacop van de Byestraten, zoals op de 1e pagina van het register staat), scepenen in Breda, doen condt, dat op te 18e dach in april 1939 voor ons gecomen sijn: Peter Henricx Wagmaekers, als man ende voight ende met name van Yde Severijn Wilbraecx, sijn huysfrou, die hij hier verving. Noch met name van Henrick Willem Moleneren sone, wonende ten Hout, ende vandesselven Henricx bruederen, susteren, brueder ende susters kynderen, die hij over alle hier inne vervinck. Claes Jans sone van der Molen, als man ende voight van Marie Cornelis Jan Meren dochter, sijn huysfrou, die hij vervinc. Adriaen Nijs Adriaens sone, in den name van sijne kynder, daer moeder af was wijlen Cornelie Cornelis Jan Meren dochter, die hij vervinc. Jan Jan Snijders de Jonge, wonende op Koekelberch, in den name van sijn kynderen, daer moeder af was wijlen Margriet Cornelis Jan Meren dochter, die hij vervinc. De voirschreven Claes Janse van der Molen ende Jan Jan Snijders sone de Jonge over in de name van Marie Cornelis Jan Meren dochter, Claes Aert Goderts huysfrou, die van pas (?) oic tegenwoordich stont ende welcke sij bij haeren consent hen inne vervinc. Noch met name van Peteren Cornelis Jan Meren sone, die beijde oic hier inne vervingen. Alle als erfgenaemen van wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter, wettige huysfrou van Jan Andries Willems van heurs vaders zijde. Adriaen Jan Gheryts sone van Langdonc voor hem selve Denys Aert Fraeys (?) sone voir hem selven, ende oic in den name van Berthelmeus Aert Fraeys sone, sijn brueder, die hij vervinc. De voirscheven Adriaen Jan Gheryts sone oock met name van Cornelis, Marie ende Jenneken, sijne susteren, noch mede in name van de kynderen wijlen Henrick Gheryts Adriaen, ende Kathelijn (?) ende Engele sijnre kinderen ende suster waren, die de voirschreven Adriaen hier inne vervinc. Marie Meus Adriaenssen dochter, weduwe wijlen Matheus Jan Aertssen, metten voirschreven Adriaen Jan Gheryts zone, voight, voor heur selven en oock met name van Engele, wijlen Bartholomeus Meus Adriaenssen dochter, van den kynder ende kyntskinderen wijlen Gherit Meurs Adriaenssen, van de kyntskinderen wijlen Mathijs Meus Adriaenssen, van wijlen Adriaen Meus Adriaenssen desselfs kynderen, die sij hier in alle vervinc. Cornelis Peter Naessens, woonende ten Rijen, voor hem selven, ende oic in de name van Lisbeth ende Marie, sijn susteren ende van wijlen Gherit Peter Naessens, zijns broeders kynderen, die hij hier inne vervinc. De voirschreven Cornelis Peter Naessens ende met hem Henric Gielis sone van Vlymme, beijde tesamen ooc in den name van Pauwelsch Anhonis Peter Naessens sone, woonende op Standtdaerbuyten, daer de voirschreven Henric van Vlijmen macht ende consent af heeft, so hij seijde, ende welcke Pauwelsch de voirschreven Cornelis Peter Naessens ende Henric van Vlymme hier inne vervinc. Henrick ende Joost, gebruederen wijlen Gielis van Vlymen sone voir hen selven. Adriaen Mertens sone van de Perre (?), als man ende voight en met name van Jenneken Gielis dochter van Vlijmen, sijn huysfrou, die hij vervinc. De voirschreven Henrick en de Joost van Vlymmen beijde ooc met name van Lysbeth Wouters Goverts dochter, daer moeder af was wijlen Lysbeth Gielis dochter van Vlijmen, die sij vervingen. Adriaen Peter Oerlemans sone, woonende op te Swaluw, voor hem selven. Pieter Anthonis Gheryts sone ooc op te Swaluw woonende, als man ende voight van Lysbeth Peter Oerlemans dochter, sijn huysfrou, die hij vervinc. Alle als erfgenaemne van wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter van heurs moeders zijde. Ende lijden, dat sij in den name als voir, vercoft hebben Jannes Andries Willems sone voirgenoemd, huys ende erve met sijne toebehoirte, geh. (?) de karscorf (of storf) ende met den hove daer achter aen liggend, daer af den helft den vercooperen, met honne mede-erfgenaemen voirschreven na de doot van wijlen Marie Jan Henricx Moleners dochter aenbestorven is, ende de andere helft na de doot van de voirschreven Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter, soo sij seijden. Behoudens dat de voirschreven Jan Andries Willems sone aen de selve leste een helft zijn tocht competeerde uut machte van derselve Jaspare, sijne huysfrou, estamente, nae verwijsen des schepensbriefs daer af. Ende gestaen ende gelegen tot Breda op t Ghinnekens Eijndt, neven Kathelijn Cornelis Betten dochter, Jaspar Willems huysfrou huys ende erve op te noortsijde, ende Jan Harmans zone van Rijswijc juys ende erve op te suytsijde, achter comende aen Har Jans van de Wijngaerde. Verders soo tot binnen hovinge ende erfenisse. Te vrijen met alsulcken commer als daer met recht schuldich is, uut te gaen welck huys ende erve voirschreven, de vercooperen voirschreven ten dage vorengeschreven voir ons, schepenen ende borchemeester opgedragen ende overgegeven hebben. Drongen op en gaven over, daer op geloven ende al voirschreven met vonnissen ende met Recht tot behoef van de voirschreven Jan Andries Willems sone ende sijne noch d.ter welck deselver Jan Andries Willemsen na dien hier af 3 sondachen ter proclamatie gedaen in t . Alsoo ons bij .clatie (?) ende gesweren, sorgdragen is gebleken op ten dach der Jaer o.de gister gevest is in t huys, hof ende erve voirschreven. Actum Anno 1539, 18 dagen in Juni. -------------------------------------------------------------------------------------------- 2e Vestbrief -------------------------------------------------------------------------------------------- Deze vestbrief gaat over de jaarlijkse ontvangsten van 4 veertelen rogs en 3 Rijns guldens, en over de schulden en wederschulden die achtergebleven zullen zijn. De man van Jaspare zal die voldoen. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hoelten, Byestraten. Anwezig alle de erfgenamen wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter van s vaders ende s moeders zijde, elck in den name pront (? nabescreven in p.en ende bekenden dat metten pacht van 4 veertelen rogs eerstgenoemde te Lichtmisse anno 39 (ofwel 2 februari 1539) lestlich daer af Peter Cornelis Meren sone 3 veertelen ende Henric Peters sone tot Notselt, een veertel rogs jaerlicx uutreicken, die hen Jan Andries Willemsen voirschreven, heeft laten volgen. . . . Jan Hendricsen wel voldaen heeft van de 3 Rijns gulden t stuck ter 40 groten Vlaems eens. die hen de voirgenoemde Jaspare Jan Hendricx den bij testament te b. hadden ende hebben. Voorst de erfgenaemen Jaspare voirgenoemd elck in den name als voir getemdoneert (?) ende vertogen ende mede in den . met de achter volgende testamente van de selve Jaspare op alle haeffelick ende gereede goeden sculdich ende weder sculdich die de voirgenoemde Jaspare achtergelaten heeft soo de en noch . daer aen te behouden ende so de hen enichsins daer af . ter . Dus soo geloofden de voirschreven Jan Andries Willems alle de uutsculden die hij ende wijlen Jaspare, sijn huijsfrou sculdich sijn geweest ende sculdich sijn wel ende daerselver uutrichten voldoen. Soo der erfgenamen voirschreven cost ende last al volgende de . van de testamente van Jaspare voirschreven W. van de . Anno 1539 2 dage in . Actum 1539 18 dage in april (lijkt me een verschrijving) ----------------------------------------------------------------------------------------------- 3e Vestbrief (met helaas nogal wat onleesbaars voor mij) ----------------------------------------------------------------------------------------------- De weduwnaar van Jaspare zal jaarlijks 2 Rijns gulden en 15 stuivers uitreiken aan de erfgenamen op Sint Jansdag (24 juni) vanuit zijn huis. Daarna volgt een gedeelte over de chijns en perceel te Valkenberg dat ik niet begrijp. ----------------------------------------------------------------------------------------------- Hoelten, Byestraten. Quam Jan Andries Willems sone kende ende lijde dat hij in recht erf.ier waerde is jaerlicx te Gelden ende Ontvangsten den erfgenaemen Jaspare Jan Henricx Moleneren, sijnre huysfrou, ende honne nacomelingen 2 Rijns gulden ende 15 stuyvers, elck tegen tot 40 Groten Vlaems t stuck erfchijns. Desen alle uut op Sint Jansdach Baptisten in Junio (= Johannes de Doper op 24 juni) ende de yerste Sint Jansdach sal zijn op anno 1540 uut ende op sijn huys. Ende nu met Sinte . ende v te houden als in liggende t welc hij van den erfgenaemen voirschreven vercregen heeft, gestaen ende gelegen . . perceel . . houden. Te vrijen met chijns d erfgenaemen die de voirschreven Jaspare daer op vercregen heeft den . ter Valckenberge tot Breda met 2 Rijns gulden erfchijns die Rasmus (?) Henric Peters sone nu eerst ende metter weerden van 10 stuyvers erfchijns daer jaerlicx uutgaen met voorwaerde dat men de 2 Rijns gulden ende 15 stuyvers de erfgenaemen voirschreven altijt lossen sal moeten elcken penninc met 16 gel.ck penningen eens te gaen op ten chijnsen voirschreven ende metten voirschreven chijnsen. Actum Anno 1539 18 dage in Junio. ----------------------------------------------------------------------------------------------- Het bijschrift van deze akte is van 29 januari (of juni) 1550. Hierin verklaart Marie Cornelis Jan Meren dat Jan Andries Willemen de 2 Rijns gulden en 15 stuivers goed betaald heeft en de erfchijns gelost heeft. Haar wijlen man had de erfchijns op 10 december 1539 gekocht. Het bijschrift is opgenomen bij de beschrijving van Marie. ----------------------------------------------------------------------------------------------- 4e Vestbrief ----------------------------------------------------------------------------------------------- Jan zal de 3 Rijns gulden erfrecht, den penning 16 betalen op Bamisse (St. Bavo, 1e zaterdag na 1 oktober) ---------------------------------------------------------------------------------------------- Quamen Jan Andries Willemsen sone, ende geloofden den erfgenaemen wijlen Jaspare Jan Hendricx Moleneren, sijnre huysfrou was, de erfpenning van 3 Rijns gulden erfrecht, de penning 16, te betalen in penningen op Bamisse op 1539 naestcomende. Soo de oirconde (?) of p. ter schepenbrieve. Actum 18 dagen in junio ---------------------------------------------------------------------------------------------- In het bijschrift verkopen de erfgenamen dit recht aan Claes Janssen van der Molen, de man van Marie Cornelis Jan Meren op 10 december 1539. Hierdoor is deze vestbrief doot ende teniet verklaard. |
[bron: Breda Vestbrieven 444 f 93v, 94r, 94v, 95r van 18 juni 1539] |
18-06-1539 | Het gaat over 4 vestbrieven, 2 bijschriften en 2 losse strookjes. Ze hebben allemaal te maken met het overlijden van Jaspare Moleneren. Alleen voor wat de strookjes betreft: ze zijn bij het scannen genummerd als 94a-R en 94a-V, maar een relatie met de vestbrieven of bijschriften heb ik niet kunnen leggen. De afbeeldingen van alle documenten zijn te zien bij Peter Cornelis Jan Meren. De 1e vestbrief is opgemaakt door de schepenen van Breda op zondag18 juni 1539, en gaat over de verkoop van huijs en goeden te Ginneken van wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren door haar erfgenamen. De helft was al aenbestorven bij de dood van haar zus Marie. Ze verkopen het huis en de goeden aan Jan Andries Willems, de man van Jaspare. Het huis staat in Breda aan t Ghinnekens Eijndt. Een dag eerder, op de zaterdag, is door de schepenen van Ginneken een vestbrief opgemaakt over de erfpacht van 2 veertelen rogs die zij verkopen aan Peter Cornelis Meren. Er staat niet bij waar de erfpacht over geheven wordt. Het zal wel in Ginneken zijn, aangezien de vestbrief daar opgemaakt wordt. Het gezelschap was die dag een stuk kleiner. Gisteren waren ze met 5 en nog 2 schepenen, met 7 dus. Vandaag zijn er van vaders zijde 4 erfgenamen en van moeders zijde 5, samen met de man Jan Andries Willems. Dus met 10 met nog 2 schepenen, in het betreffende huis. Een flinke club. De 5 kinderen van Cornelis Jan Meren zijn erfgenamen van de zijde van vaders kant, dus van Jan Henricx Moleneren. Hoe de kinderen familie zijn? Dat zou dan zijn vader/moeder moeten zijn. Henrick Moleneren, getrouwd met een Meren, of zoon van een moeder Meren? Het zijn in totaal 4 vestbrieven, met dezelfde datum. De 3e heeft een bijschrift van 22 juni 1550. De 4e heeft een bijschrift van 10 december 1539. De 1e vestbrief is door mij nog goed te lezen, en hoe verder t gaat, hoe moeilijker ze te lezen zijn. De hand van de schrijvende schepen zal vermoeid geraakt zijn, of onzeker door het nuttigen van wat drank. De datum bij de 2e brief is 18 april, en is een verschrijving. Misschien later met wat meer vertaal-ervaring van mijn kant, dat ik meer open stukken kan invullen en vraagtekens weghalen. ---------------------------------------------------------------------------------------------- 1e Vestbrief ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hoelten (=Meester Jan van Hoelten), Byestraten (=Jacop van de Byestraten, zoals op de 1e pagina van het register staat), scepenen in Breda, doen condt, dat op te 18e dach in april 1939 voor ons gecomen sijn: Peter Henricx Wagmaekers, als man ende voight ende met name van Yde Severijn Wilbraecx, sijn huysfrou, die hij hier verving. Noch met name van Henrick Willem Moleneren sone, wonende ten Hout, ende vandesselven Henricx bruederen, susteren, brueder ende susters kynderen, die hij over alle hier inne vervinck. Claes Jans sone van der Molen, als man ende voight van Marie Cornelis Jan Meren dochter, sijn huysfrou, die hij vervinc. Adriaen Nijs Adriaens sone, in den name van sijne kynder, daer moeder af was wijlen Cornelie Cornelis Jan Meren dochter, die hij vervinc. Jan Jan Snijders de Jonge, wonende op Koekelberch, in den name van sijn kynderen, daer moeder af was wijlen Margriet Cornelis Jan Meren dochter, die hij vervinc. De voirschreven Claes Janse van der Molen ende Jan Jan Snijders sone de Jonge over in de name van Marie Cornelis Jan Meren dochter, Claes Aert Goderts huysfrou, die van pas (?) oic tegenwoordich stont ende welcke sij bij haeren consent hen inne vervinc. Noch met name van Peteren Cornelis Jan Meren sone, die beijde oic hier inne vervingen. Alle als erfgenaemen van wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter, wettige huysfrou van Jan Andries Willems van heurs vaders zijde. Adriaen Jan Gheryts sone van Langdonc voor hem selve Denys Aert Fraeys (?) sone voir hem selven, ende oic in den name van Berthelmeus Aert Fraeys sone, sijn brueder, die hij vervinc. De voirscheven Adriaen Jan Gheryts sone oock met name van Cornelis, Marie ende Jenneken, sijne susteren, noch mede in name van de kynderen wijlen Henrick Gheryts Adriaen, ende Kathelijn (?) ende Engele sijnre kinderen ende suster waren, die de voirschreven Adriaen hier inne vervinc. Marie Meus Adriaenssen dochter, weduwe wijlen Matheus Jan Aertssen, metten voirschreven Adriaen Jan Gheryts zone, voight, voor heur selven en oock met name van Engele, wijlen Bartholomeus Meus Adriaenssen dochter, van den kynder ende kyntskinderen wijlen Gherit Meurs Adriaenssen, van de kyntskinderen wijlen Mathijs Meus Adriaenssen, van wijlen Adriaen Meus Adriaenssen desselfs kynderen, die sij hier in alle vervinc. Cornelis Peter Naessens, woonende ten Rijen, voor hem selven, ende oic in de name van Lisbeth ende Marie, sijn susteren ende van wijlen Gherit Peter Naessens, zijns broeders kynderen, die hij hier inne vervinc. De voirschreven Cornelis Peter Naessens ende met hem Henric Gielis sone van Vlymme, beijde tesamen ooc in den name van Pauwelsch Anhonis Peter Naessens sone, woonende op Standtdaerbuyten, daer de voirschreven Henric van Vlijmen macht ende consent af heeft, so hij seijde, ende welcke Pauwelsch de voirschreven Cornelis Peter Naessens ende Henric van Vlymme hier inne vervinc. Henrick ende Joost, gebruederen wijlen Gielis van Vlymen sone voir hen selven. Adriaen Mertens sone van de Perre (?), als man ende voight en met name van Jenneken Gielis dochter van Vlijmen, sijn huysfrou, die hij vervinc. De voirschreven Henrick en de Joost van Vlymmen beijde ooc met name van Lysbeth Wouters Goverts dochter, daer moeder af was wijlen Lysbeth Gielis dochter van Vlijmen, die sij vervingen. Adriaen Peter Oerlemans sone, woonende op te Swaluw, voor hem selven. Pieter Anthonis Gheryts sone ooc op te Swaluw woonende, als man ende voight van Lysbeth Peter Oerlemans dochter, sijn huysfrou, die hij vervinc. Alle als erfgenaemne van wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter van heurs moeders zijde. Ende lijden, dat sij in den name als voir, vercoft hebben Jannes Andries Willems sone voirgenoemd, huys ende erve met sijne toebehoirte, geh. (?) de karscorf (of storf) ende met den hove daer achter aen liggend, daer af den helft den vercooperen, met honne mede-erfgenaemen voirschreven na de doot van wijlen Marie Jan Henricx Moleners dochter aenbestorven is, ende de andere helft na de doot van de voirschreven Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter, soo sij seijden. Behoudens dat de voirschreven Jan Andries Willems sone aen de selve leste een helft zijn tocht competeerde uut machte van derselve Jaspare, sijne huysfrou, estamente, nae verwijsen des schepensbriefs daer af. Ende gestaen ende gelegen tot Breda op t Ghinnekens Eijndt, neven Kathelijn Cornelis Betten dochter, Jaspar Willems huysfrou huys ende erve op te noortsijde, ende Jan Harmans zone van Rijswijc juys ende erve op te suytsijde, achter comende aen Har Jans van de Wijngaerde. Verders soo tot binnen hovinge ende erfenisse. Te vrijen met alsulcken commer als daer met recht schuldich is, uut te gaen welck huys ende erve voirschreven, de vercooperen voirschreven ten dage vorengeschreven voir ons, schepenen ende borchemeester opgedragen ende overgegeven hebben. Drongen op en gaven over, daer op geloven ende al voirschreven met vonnissen ende met Recht tot behoef van de voirschreven Jan Andries Willems sone ende sijne noch d.ter welck deselver Jan Andries Willemsen na dien hier af 3 sondachen ter proclamatie gedaen in t . Alsoo ons bij .clatie (?) ende gesweren, sorgdragen is gebleken op ten dach der Jaer o.de gister gevest is in t huys, hof ende erve voirschreven. Actum Anno 1539, 18 dagen in Juni. -------------------------------------------------------------------------------------------- 2e Vestbrief -------------------------------------------------------------------------------------------- Deze vestbrief gaat over de jaarlijkse ontvangsten van 4 veertelen rogs en 3 Rijns guldens, en over de schulden en wederschulden die achtergebleven zullen zijn. De man van Jaspare zal die voldoen. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Hoelten, Byestraten. Anwezig alle de erfgenamen wijlen Jaspare Jan Henricx Moleneren dochter van s vaders ende s moeders zijde, elck in den name pront (? nabescreven in p.en ende bekenden dat metten pacht van 4 veertelen rogs eerstgenoemde te Lichtmisse anno 39 (ofwel 2 februari 1539) lestlich daer af Peter Cornelis Meren sone 3 veertelen ende Henric Peters sone tot Notselt, een veertel rogs jaerlicx uutreicken, die hen Jan Andries Willemsen voirschreven, heeft laten volgen. . . . Jan Hendricsen wel voldaen heeft van de 3 Rijns gulden t stuck ter 40 groten Vlaems eens. die hen de voirgenoemde Jaspare Jan Hendricx den bij testament te b. hadden ende hebben. Voorst de erfgenaemen Jaspare voirgenoemd elck in den name als voir getemdoneert (?) ende vertogen ende mede in den . met de achter volgende testamente van de selve Jaspare op alle haeffelick ende gereede goeden sculdich ende weder sculdich die de voirgenoemde Jaspare achtergelaten heeft soo de en noch . daer aen te behouden ende so de hen enichsins daer af . ter . Dus soo geloofden de voirschreven Jan Andries Willems alle de uutsculden die hij ende wijlen Jaspare, sijn huijsfrou sculdich sijn geweest ende sculdich sijn wel ende daerselver uutrichten voldoen. Soo der erfgenamen voirschreven cost ende last al volgende de . van de testamente van Jaspare voirschreven W. van de . Anno 1539 2 dage in . Actum 1539 18 dage in april (lijkt me een verschrijving) ----------------------------------------------------------------------------------------------- 3e Vestbrief (met helaas nogal wat onleesbaars voor mij) ----------------------------------------------------------------------------------------------- De weduwnaar van Jaspare zal jaarlijks 2 Rijns gulden en 15 stuivers uitreiken aan de erfgenamen op Sint Jansdag (24 juni) vanuit zijn huis. Daarna volgt een gedeelte over de chijns en perceel te Valkenberg dat ik niet begrijp. ----------------------------------------------------------------------------------------------- Hoelten, Byestraten. Quam Jan Andries Willems sone kende ende lijde dat hij in recht erf.ier waerde is jaerlicx te Gelden ende Ontvangsten den erfgenaemen Jaspare Jan Henricx Moleneren, sijnre huysfrou, ende honne nacomelingen 2 Rijns gulden ende 15 stuyvers, elck tegen tot 40 Groten Vlaems t stuck erfchijns. Desen alle uut op Sint Jansdach Baptisten in Junio (= Johannes de Doper op 24 juni) ende de yerste Sint Jansdach sal zijn op anno 1540 uut ende op sijn huys. Ende nu met Sinte . ende v te houden als in liggende t welc hij van den erfgenaemen voirschreven vercregen heeft, gestaen ende gelegen . . perceel . . houden. Te vrijen met chijns d erfgenaemen die de voirschreven Jaspare daer op vercregen heeft den . ter Valckenberge tot Breda met 2 Rijns gulden erfchijns die Rasmus (?) Henric Peters sone nu eerst ende metter weerden van 10 stuyvers erfchijns daer jaerlicx uutgaen met voorwaerde dat men de 2 Rijns gulden ende 15 stuyvers de erfgenaemen voirschreven altijt lossen sal moeten elcken penninc met 16 gel.ck penningen eens te gaen op ten chijnsen voirschreven ende metten voirschreven chijnsen. Actum Anno 1539 18 dage in Junio. ----------------------------------------------------------------------------------------------- Het bijschrift van deze akte is van 29 januari (of juni) 1550. Hierin verklaart Marie Cornelis Jan Meren dat Jan Andries Willemen de 2 Rijns gulden en 15 stuivers goed betaald heeft en de erfchijns gelost heeft. Haar wijlen man had de erfchijns op 10 december 1539 gekocht. Het bijschrift is opgenomen bij de beschrijving van Marie. ----------------------------------------------------------------------------------------------- 4e Vestbrief ----------------------------------------------------------------------------------------------- Jan zal de 3 Rijns gulden erfrecht, den penning 16 betalen op Bamisse (St. Bavo, 1e zaterdag na 1 oktober) ---------------------------------------------------------------------------------------------- Quamen Jan Andries Willemsen sone, ende geloofden den erfgenaemen wijlen Jaspare Jan Hendricx Moleneren, sijnre huysfrou was, de erfpenning van 3 Rijns gulden erfrecht, de penning 16, te betalen in penningen op Bamisse op 1539 naestcomende. Soo de oirconde (?) of p. ter schepenbrieve. Actum 18 dagen in junio ---------------------------------------------------------------------------------------------- In het bijschrift verkopen de erfgenamen dit recht aan Claes Janssen van der Molen, de man van Marie Cornelis Jan Meren op 10 december 1539. Hierdoor is deze vestbrief doot ende teniet verklaard. |
[bron: Breda Vestbrieven 444 f 93v, 94r, 94v, 95r van 18 juni 1539] |