![]() |
1 Meren Mathijs Jan, en zoons Adriaen, Peter, Jan en dochter Marie delen op 8 mei 1520 na de dood van zijn vrouw en hun moeder Hillegonde Claes van Eijck - Ginneken 427 f.153-V |
08-05-1520 | Scheiding en deling Vader Mathijs Jan is samen met de kinderen Adriaen, Jan, Peter en Marie. Zij is nog onmondig, en Jan is haar voogd. Na de dood van moeder Hillegonde behoudt vader de hoeve, waar hij woont: te Ulvenhout over de beke (=Oude Beekhoek 2, zie artikel in Brieven van Paulus nr 138 pag. 135, ook over deze vestbrief). Adriaen krijgt 15 1/2 loopensaet rogge erfchijns (bijna een zester ofwel 345,6l) en een somme van penninge en haefgoed. Jan, Peter en Marie krijgen een zester rogge erfchijns, gekocht van Adriaen Henric Meren, en uitgereikt door Claesse Thijs, en 16 loopensaet rogge erfchijns van Peter Crillaers, en deselve penningen en haefgoed als Adriaen. De genoemde Adriaen Henric Meren is mogelijk de zoon van zijn broer Henric Jan Meren. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Jan Peter Nijs zone ende Anthonis Peter Meren sone, schepenen in Ghinneken. Quamen Mathijs Jan Meren sone in de ene parthijt, ende Adriaen, Jan, ende Peter, gebruederen, des voorschreven Mathijs Jan Meren zoons sonen, ende Marie, desselven Mathijs Meren wettige dochter, metten Jannen, heuren brueder ende voight in de ander, ende elc van hen in een parthijt tesamen. Kende ende lijden dat zij minlic (minnelijk) van malcanderen gescheijden ende gedeelt zijn van alle de goeden, beijdt haefelic ende erfenisse, die de voirschreven Mathijs Meren ende wijlen Hillegondt Claes van Eijck, zijn huijsfrou, der voirschreven kynderen moeder, waer tesamen beseten hebben, ende deselve Hillegondt achtergelaten heeft. Te weten ende gesien is de voirgenoemde Mathijs Meren geen gedeelt op alle zijne erfelicke goeden, die hij aen de voirschreven wijlen zijn huysfrou, ter heijlic (huwelijk) ingebracht heeft, te weten op te geheele hoeve, stede ende goeden, daer deselve Mathijs in de tijt op woont, ende selve besit, hier op in de . . , gestaen ende gelegen te Ulvenhout over de Beke (=Chaamse beek), met alle de percelen van erfenisse daer aen liggende ende bosche of niet daer af uut gescheiden. Item hier tegens is de voirgenoemde Adriaen Mathijs Meren zoon gedeelt op vijftiendalf loopensaet rogs erfchijns, die men heffende is op zeker onderpant te Alfen (Alphen) gelegen, die Jan Gheryt Peters zone in handen heeft, nae uytweijsen de briefs daer af zijnde, ende voirt is de voirgenoemde Adriaen gedeelt op een somme van penningen ende op haefgoed daer hij mede te vrede is. Item hier tegens zijn de voirgenoemde Jan, Peter ende Marie Mathijs Meren sonen ende dochter, . ende . , gedeelt in den yerste op een zester rogs efchijns, welck de voorgenoemde Mathijs Jan Meren sone ter (?) gecocht heeft tegens Adriaen Henric Meren zone, na uutweijsen der brieve daer af sijnde, ende dewelc Claesse (?) Thijs jaerlicx uytreict uut seker onderpant, gelegen Ter Voort. Item noch op 16 loopensaet ogs erfchijns, die Peter Crillaers jaerlicx uutreict uut seker onderpant, te Ghilze gelegen, na uutweijs des briefs er af zijn. Ende daertoe soo sijn, de voigenoemde Jan, Peter ende Marie gedeelt op selve penningen ende op haefgoed als die zij na hen genomen hebben, en daer zij mede te vrede zijnde. In deser manieren soo bedancken hen de voirschreven pathijen goed te scheijden ende deelinge binnen partijen voirschreven ende zij hebben doen op des anders gedeelte verlegen (?) ende verthijen met soo dat behoirt. Actum anno 1520, acht dagen in meij |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 427 f 153v scan 349 van 8 mei 1520] |
08-05-1520 | Scheiding en deling Vader Mathijs Jan is samen met de kinderen Adriaen, Jan, Peter en Marie. Zij is nog onmondig, en Jan is haar voogd. Na de dood van moeder Hillegonde behoudt vader de hoeve, waar hij woont: te Ulvenhout over de beke (=Oude Beekhoek 2, zie artikel in Brieven van Paulus nr 138 pag. 135, ook over deze vestbrief). Adriaen krijgt 15 1/2 loopensaet rogge erfchijns (bijna een zester ofwel 345,6l) en een somme van penninge en haefgoed. Jan, Peter en Marie krijgen een zester rogge erfchijns, gekocht van Adriaen Henric Meren, en uitgereikt door Claesse Thijs, en 16 loopensaet rogge erfchijns van Peter Crillaers, en deselve penningen en haefgoed als Adriaen. De genoemde Adriaen Henric Meren is mogelijk de zoon van zijn broer Henric Jan Meren. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Jan Peter Nijs zone ende Anthonis Peter Meren sone, schepenen in Ghinneken. Quamen Mathijs Jan Meren sone in de ene parthijt, ende Adriaen, Jan, ende Peter, gebruederen, des voorschreven Mathijs Jan Meren zoons sonen, ende Marie, desselven Mathijs Meren wettige dochter, metten Jannen, heuren brueder ende voight in de ander, ende elc van hen in een parthijt tesamen. Kende ende lijden dat zij minlic (minnelijk) van malcanderen gescheijden ende gedeelt zijn van alle de goeden, beijdt haefelic ende erfenisse, die de voirschreven Mathijs Meren ende wijlen Hillegondt Claes van Eijck, zijn huijsfrou, der voirschreven kynderen moeder, waer tesamen beseten hebben, ende deselve Hillegondt achtergelaten heeft. Te weten ende gesien is de voirgenoemde Mathijs Meren geen gedeelt op alle zijne erfelicke goeden, die hij aen de voirschreven wijlen zijn huysfrou, ter heijlic (huwelijk) ingebracht heeft, te weten op te geheele hoeve, stede ende goeden, daer deselve Mathijs in de tijt op woont, ende selve besit, hier op in de . . , gestaen ende gelegen te Ulvenhout over de Beke (=Chaamse beek), met alle de percelen van erfenisse daer aen liggende ende bosche of niet daer af uut gescheiden. Item hier tegens is de voirgenoemde Adriaen Mathijs Meren zoon gedeelt op vijftiendalf loopensaet rogs erfchijns, die men heffende is op zeker onderpant te Alfen (Alphen) gelegen, die Jan Gheryt Peters zone in handen heeft, nae uytweijsen de briefs daer af zijnde, ende voirt is de voirgenoemde Adriaen gedeelt op een somme van penningen ende op haefgoed daer hij mede te vrede is. Item hier tegens zijn de voirgenoemde Jan, Peter ende Marie Mathijs Meren sonen ende dochter, . ende . , gedeelt in den yerste op een zester rogs efchijns, welck de voorgenoemde Mathijs Jan Meren sone ter (?) gecocht heeft tegens Adriaen Henric Meren zone, na uutweijsen der brieve daer af sijnde, ende dewelc Claesse (?) Thijs jaerlicx uytreict uut seker onderpant, gelegen Ter Voort. Item noch op 16 loopensaet ogs erfchijns, die Peter Crillaers jaerlicx uutreict uut seker onderpant, te Ghilze gelegen, na uutweijs des briefs er af zijn. Ende daertoe soo sijn, de voigenoemde Jan, Peter ende Marie gedeelt op selve penningen ende op haefgoed als die zij na hen genomen hebben, en daer zij mede te vrede zijnde. In deser manieren soo bedancken hen de voirschreven pathijen goed te scheijden ende deelinge binnen partijen voirschreven ende zij hebben doen op des anders gedeelte verlegen (?) ende verthijen met soo dat behoirt. Actum anno 1520, acht dagen in meij |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 427 f 153v scan 349 van 8 mei 1520] |
08-05-1520 | Scheiding en deling Vader Mathijs Jan is samen met de kinderen Adriaen, Jan, Peter en Marie. Zij is nog onmondig, en Jan is haar voogd. Na de dood van moeder Hillegonde behoudt vader de hoeve, waar hij woont: te Ulvenhout over de beke (=Oude Beekhoek 2, zie artikel in Brieven van Paulus nr 138 pag. 135, ook over deze vestbrief). Adriaen krijgt 15 1/2 loopensaet rogge erfchijns (bijna een zester ofwel 345,6l) en een somme van penninge en haefgoed. Jan, Peter en Marie krijgen een zester rogge erfchijns, gekocht van Adriaen Henric Meren, en uitgereikt door Claesse Thijs, en 16 loopensaet rogge erfchijns van Peter Crillaers, en deselve penningen en haefgoed als Adriaen. De genoemde Adriaen Henric Meren is mogelijk de zoon van zijn broer Henric Jan Meren. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Jan Peter Nijs zone ende Anthonis Peter Meren sone, schepenen in Ghinneken. Quamen Mathijs Jan Meren sone in de ene parthijt, ende Adriaen, Jan, ende Peter, gebruederen, des voorschreven Mathijs Jan Meren zoons sonen, ende Marie, desselven Mathijs Meren wettige dochter, metten Jannen, heuren brueder ende voight in de ander, ende elc van hen in een parthijt tesamen. Kende ende lijden dat zij minlic (minnelijk) van malcanderen gescheijden ende gedeelt zijn van alle de goeden, beijdt haefelic ende erfenisse, die de voirschreven Mathijs Meren ende wijlen Hillegondt Claes van Eijck, zijn huijsfrou, der voirschreven kynderen moeder, waer tesamen beseten hebben, ende deselve Hillegondt achtergelaten heeft. Te weten ende gesien is de voirgenoemde Mathijs Meren geen gedeelt op alle zijne erfelicke goeden, die hij aen de voirschreven wijlen zijn huysfrou, ter heijlic (huwelijk) ingebracht heeft, te weten op te geheele hoeve, stede ende goeden, daer deselve Mathijs in de tijt op woont, ende selve besit, hier op in de . . , gestaen ende gelegen te Ulvenhout over de Beke (=Chaamse beek), met alle de percelen van erfenisse daer aen liggende ende bosche of niet daer af uut gescheiden. Item hier tegens is de voirgenoemde Adriaen Mathijs Meren zoon gedeelt op vijftiendalf loopensaet rogs erfchijns, die men heffende is op zeker onderpant te Alfen (Alphen) gelegen, die Jan Gheryt Peters zone in handen heeft, nae uytweijsen de briefs daer af zijnde, ende voirt is de voirgenoemde Adriaen gedeelt op een somme van penningen ende op haefgoed daer hij mede te vrede is. Item hier tegens zijn de voirgenoemde Jan, Peter ende Marie Mathijs Meren sonen ende dochter, . ende . , gedeelt in den yerste op een zester rogs efchijns, welck de voorgenoemde Mathijs Jan Meren sone ter (?) gecocht heeft tegens Adriaen Henric Meren zone, na uutweijsen der brieve daer af sijnde, ende dewelc Claesse (?) Thijs jaerlicx uytreict uut seker onderpant, gelegen Ter Voort. Item noch op 16 loopensaet ogs erfchijns, die Peter Crillaers jaerlicx uutreict uut seker onderpant, te Ghilze gelegen, na uutweijs des briefs er af zijn. Ende daertoe soo sijn, de voigenoemde Jan, Peter ende Marie gedeelt op selve penningen ende op haefgoed als die zij na hen genomen hebben, en daer zij mede te vrede zijnde. In deser manieren soo bedancken hen de voirschreven pathijen goed te scheijden ende deelinge binnen partijen voirschreven ende zij hebben doen op des anders gedeelte verlegen (?) ende verthijen met soo dat behoirt. Actum anno 1520, acht dagen in meij |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 427 f 153v scan 349 van 8 mei 1520] |
08-05-1520 | Scheiding en deling Vader Mathijs Jan is samen met de kinderen Adriaen, Jan, Peter en Marie. Zij is nog onmondig, en Jan is haar voogd. Na de dood van moeder Hillegonde behoudt vader de hoeve, waar hij woont: te Ulvenhout over de beke (=Oude Beekhoek 2, zie artikel in Brieven van Paulus nr 138 pag. 135, ook over deze vestbrief). Adriaen krijgt 15 1/2 loopensaet rogge erfchijns (bijna een zester ofwel 345,6l) en een somme van penninge en haefgoed. Jan, Peter en Marie krijgen een zester rogge erfchijns, gekocht van Adriaen Henric Meren, en uitgereikt door Claesse Thijs, en 16 loopensaet rogge erfchijns van Peter Crillaers, en deselve penningen en haefgoed als Adriaen. De genoemde Adriaen Henric Meren is mogelijk de zoon van zijn broer Henric Jan Meren. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Jan Peter Nijs zone ende Anthonis Peter Meren sone, schepenen in Ghinneken. Quamen Mathijs Jan Meren sone in de ene parthijt, ende Adriaen, Jan, ende Peter, gebruederen, des voorschreven Mathijs Jan Meren zoons sonen, ende Marie, desselven Mathijs Meren wettige dochter, metten Jannen, heuren brueder ende voight in de ander, ende elc van hen in een parthijt tesamen. Kende ende lijden dat zij minlic (minnelijk) van malcanderen gescheijden ende gedeelt zijn van alle de goeden, beijdt haefelic ende erfenisse, die de voirschreven Mathijs Meren ende wijlen Hillegondt Claes van Eijck, zijn huijsfrou, der voirschreven kynderen moeder, waer tesamen beseten hebben, ende deselve Hillegondt achtergelaten heeft. Te weten ende gesien is de voirgenoemde Mathijs Meren geen gedeelt op alle zijne erfelicke goeden, die hij aen de voirschreven wijlen zijn huysfrou, ter heijlic (huwelijk) ingebracht heeft, te weten op te geheele hoeve, stede ende goeden, daer deselve Mathijs in de tijt op woont, ende selve besit, hier op in de . . , gestaen ende gelegen te Ulvenhout over de Beke (=Chaamse beek), met alle de percelen van erfenisse daer aen liggende ende bosche of niet daer af uut gescheiden. Item hier tegens is de voirgenoemde Adriaen Mathijs Meren zoon gedeelt op vijftiendalf loopensaet rogs erfchijns, die men heffende is op zeker onderpant te Alfen (Alphen) gelegen, die Jan Gheryt Peters zone in handen heeft, nae uytweijsen de briefs daer af zijnde, ende voirt is de voirgenoemde Adriaen gedeelt op een somme van penningen ende op haefgoed daer hij mede te vrede is. Item hier tegens zijn de voirgenoemde Jan, Peter ende Marie Mathijs Meren sonen ende dochter, . ende . , gedeelt in den yerste op een zester rogs efchijns, welck de voorgenoemde Mathijs Jan Meren sone ter (?) gecocht heeft tegens Adriaen Henric Meren zone, na uutweijsen der brieve daer af sijnde, ende dewelc Claesse (?) Thijs jaerlicx uytreict uut seker onderpant, gelegen Ter Voort. Item noch op 16 loopensaet ogs erfchijns, die Peter Crillaers jaerlicx uutreict uut seker onderpant, te Ghilze gelegen, na uutweijs des briefs er af zijn. Ende daertoe soo sijn, de voigenoemde Jan, Peter ende Marie gedeelt op selve penningen ende op haefgoed als die zij na hen genomen hebben, en daer zij mede te vrede zijnde. In deser manieren soo bedancken hen de voirschreven pathijen goed te scheijden ende deelinge binnen partijen voirschreven ende zij hebben doen op des anders gedeelte verlegen (?) ende verthijen met soo dat behoirt. Actum anno 1520, acht dagen in meij |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 427 f 153v scan 349 van 8 mei 1520] |
08-01-1558 | Gielis Aert Lippens sone ende Ghijsbrecht Jan Jacops sone, schepenen in Ghinneken, Quamen Cornelis, Mathijs, Jan, Peter ende Adriaen, gebroederen wijlen Jan Mathijs Meren zoons zonen, Hillegonde Jan Mathijs Meren dochter met Henricken Cornelis zone van Zonzeel, heuren man ende voight, ende Marie Jan Mathijs Meren dochter met Adriaen Mathijs Meren zone, heuren oom ende voight. Hebben vercoft Marie Cornelis Jan Meren dochter, weduwe wijlen Claes Janszoon Vermolen, een stuck beemden geheijten den Eeckel, houdende omtrent een half buynder of alzoo groot ende cleijn alst gelegen is tot Ghinneken op Heestaden. Oostwaert aen Anthonis Adriaen Nijs zone erve, zuytwaert aen Jan Pauwels Backers kynder erve, westwaert aen wijlen Peter Jacobs kynder erve, ende noortwaert aen den voirgenoemde Marie Claes Jans zoons Vermolen weduwe erve, hare van te voren toebehorende. Te vrijen met 2 loopensaet rogs erfpachts ende met ’s heeren chijns, daer jaerlicx uutgaen, zonder eenigen commer. Gevest, Actum Anno 1558, acht dagen in Januari. |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 682 f6r] | ||
08-01-1558 | Gielis Aert Lippens sone ende Ghijsbrecht Jan Jacops sone, schepenen in Ghinneken, Quamen Cornelis, Mathijs, Jan, Peter ende Adriaen, gebroederen wijlen Jan Mathijs Meren zoons zonen, Hillegonde Jan Mathijs Meren dochter met Henricken Cornelis zone van Zonzeel, heuren man ende voight, ende Marie Jan Mathijs Meren dochter met deselven Cornelis Mathijs Meren zone, heuren broede, ende voight. Hebben vercoft Adriaen Mathijs Meren, honnen oom Alsulcken recht ende gedeelt als de voorgenoemde wijlen Jan Mathijs Meren zone, hon vader, bynnen zijn leven hadde, en zij, vercooperen voorgenoemd alnu hebben ende hon van den zelven wijlen honnen vader toegecomen ende aenbestorven is. In ende van zekere gemeijnte, geheijten t Ghoir, gelegen tot Notselt onder Ghinneken. Te vrijen ende te waren t vercofte Recht ende gedeelte in de van de gemeijnte voorschreven met s heeren chijnse jaerlicx uutgaende zonder enigen anderen commer. Gevest. De voorgenoemde Adriaen Mathijs Meren zone in t vercofte recht ende gedeelt van de erven voorschreven. Actum Anno 1558, acht dagen in Januari. |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 682 f6r] |
09-08-1569 | Teteringen |
06-11-1567 | Cornelus Waechmanshoeve genaamd Cleijn Wolfslaar, Overacker |
09-05-1567 | Ter Heijden |
09-05-1567 | Hovenier |
08-05-1520 | Scheiding en deling Vader Mathijs Jan is samen met de kinderen Adriaen, Jan, Peter en Marie. Zij is nog onmondig, en Jan is haar voogd. Na de dood van moeder Hillegonde behoudt vader de hoeve, waar hij woont: te Ulvenhout over de beke (=Oude Beekhoek 2, zie artikel in Brieven van Paulus nr 138 pag. 135, ook over deze vestbrief). Adriaen krijgt 15 1/2 loopensaet rogge erfchijns (bijna een zester ofwel 345,6l) en een somme van penninge en haefgoed. Jan, Peter en Marie krijgen een zester rogge erfchijns, gekocht van Adriaen Henric Meren, en uitgereikt door Claesse Thijs, en 16 loopensaet rogge erfchijns van Peter Crillaers, en deselve penningen en haefgoed als Adriaen. De genoemde Adriaen Henric Meren is mogelijk de zoon van zijn broer Henric Jan Meren. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Jan Peter Nijs zone ende Anthonis Peter Meren sone, schepenen in Ghinneken. Quamen Mathijs Jan Meren sone in de ene parthijt, ende Adriaen, Jan, ende Peter, gebruederen, des voorschreven Mathijs Jan Meren zoons sonen, ende Marie, desselven Mathijs Meren wettige dochter, metten Jannen, heuren brueder ende voight in de ander, ende elc van hen in een parthijt tesamen. Kende ende lijden dat zij minlic (minnelijk) van malcanderen gescheijden ende gedeelt zijn van alle de goeden, beijdt haefelic ende erfenisse, die de voirschreven Mathijs Meren ende wijlen Hillegondt Claes van Eijck, zijn huijsfrou, der voirschreven kynderen moeder, waer tesamen beseten hebben, ende deselve Hillegondt achtergelaten heeft. Te weten ende gesien is de voirgenoemde Mathijs Meren geen gedeelt op alle zijne erfelicke goeden, die hij aen de voirschreven wijlen zijn huysfrou, ter heijlic (huwelijk) ingebracht heeft, te weten op te geheele hoeve, stede ende goeden, daer deselve Mathijs in de tijt op woont, ende selve besit, hier op in de . . , gestaen ende gelegen te Ulvenhout over de Beke (=Chaamse beek), met alle de percelen van erfenisse daer aen liggende ende bosche of niet daer af uut gescheiden. Item hier tegens is de voirgenoemde Adriaen Mathijs Meren zoon gedeelt op vijftiendalf loopensaet rogs erfchijns, die men heffende is op zeker onderpant te Alfen (Alphen) gelegen, die Jan Gheryt Peters zone in handen heeft, nae uytweijsen de briefs daer af zijnde, ende voirt is de voirgenoemde Adriaen gedeelt op een somme van penningen ende op haefgoed daer hij mede te vrede is. Item hier tegens zijn de voirgenoemde Jan, Peter ende Marie Mathijs Meren sonen ende dochter, . ende . , gedeelt in den yerste op een zester rogs efchijns, welck de voorgenoemde Mathijs Jan Meren sone ter (?) gecocht heeft tegens Adriaen Henric Meren zone, na uutweijsen der brieve daer af sijnde, ende dewelc Claesse (?) Thijs jaerlicx uytreict uut seker onderpant, gelegen Ter Voort. Item noch op 16 loopensaet ogs erfchijns, die Peter Crillaers jaerlicx uutreict uut seker onderpant, te Ghilze gelegen, na uutweijs des briefs er af zijn. Ende daertoe soo sijn, de voigenoemde Jan, Peter ende Marie gedeelt op selve penningen ende op haefgoed als die zij na hen genomen hebben, en daer zij mede te vrede zijnde. In deser manieren soo bedancken hen de voirschreven pathijen goed te scheijden ende deelinge binnen partijen voirschreven ende zij hebben doen op des anders gedeelte verlegen (?) ende verthijen met soo dat behoirt. Actum anno 1520, acht dagen in meij |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 427 f 153v scan 349 van 8 mei 1520] |
08-01-1558 | Gielis Aert Lippens sone ende Ghijsbrecht Jan Jacops sone, schepenen in Ghinneken, Quamen Cornelis, Mathijs, Jan, Peter ende Adriaen, gebroederen wijlen Jan Mathijs Meren zoons zonen, Hillegonde Jan Mathijs Meren dochter met Henricken Cornelis zone van Zonzeel, heuren man ende voight, ende Marie Jan Mathijs Meren dochter met Adriaen Mathijs Meren zone, heuren oom ende voight. Hebben vercoft Marie Cornelis Jan Meren dochter, weduwe wijlen Claes Janszoon Vermolen, een stuck beemden geheijten den Eeckel, houdende omtrent een half buynder of alzoo groot ende cleijn alst gelegen is tot Ghinneken op Heestaden. Oostwaert aen Anthonis Adriaen Nijs zone erve, zuytwaert aen Jan Pauwels Backers kynder erve, westwaert aen wijlen Peter Jacobs kynder erve, ende noortwaert aen den voirgenoemde Marie Claes Jans zoons Vermolen weduwe erve, hare van te voren toebehorende. Te vrijen met 2 loopensaet rogs erfpachts ende met ’s heeren chijns, daer jaerlicx uutgaen, zonder eenigen commer. Gevest, Actum Anno 1558, acht dagen in Januari. |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 682 f6r van 8 januari 1558] | ||
08-01-1558 | Gielis Aert Lippens sone ende Ghijsbrecht Jan Jacops sone, schepenen in Ghinneken, Quamen Cornelis, Mathijs, Jan, Peter ende Adriaen, gebroederen wijlen Jan Mathijs Meren zoons zonen, Hillegonde Jan Mathijs Meren dochter met Henricken Cornelis zone van Zonzeel, heuren man ende voight, ende Marie Jan Mathijs Meren dochter met deselven Cornelis Mathijs Meren zone, heuren broede, ende voight. Hebben vercoft Adriaen Mathijs Meren, honnen oom Alsulcken recht ende gedeelt als de voorgenoemde wijlen Jan Mathijs Meren zone, hon vader, bynnen zijn leven hadde, en zij, vercooperen voorgenoemd alnu hebben ende hon van den zelven wijlen honnen vader toegecomen ende aenbestorven is. In ende van zekere gemeijnte, geheijten t Ghoir, gelegen tot Notselt onder Ghinneken. Te vrijen ende te waren t vercofte Recht ende gedeelte in de van de gemeijnte voorschreven met s heeren chijnse jaerlicx uutgaende zonder enigen anderen commer. Gevest. De voorgenoemde Adriaen Mathijs Meren zone in t vercofte recht ende gedeelt van de erven voorschreven. Actum Anno 1558, acht dagen in Januari. |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 682 f6r] |
08-01-1558 | Gielis Aert Lippens sone ende Ghijsbrecht Jan Jacops sone, schepenen in Ghinneken, Quamen Cornelis, Mathijs, Jan, Peter ende Adriaen, gebroederen wijlen Jan Mathijs Meren zoons zonen, Hillegonde Jan Mathijs Meren dochter met Henricken Cornelis zone van Zonzeel, heuren man ende voight, ende Marie Jan Mathijs Meren dochter met Adriaen Mathijs Meren zone, heuren oom ende voight. Hebben vercoft Marie Cornelis Jan Meren dochter, weduwe wijlen Claes Janszoon Vermolen, een stuck beemden geheijten den Eeckel, houdende omtrent een half buynder of alzoo groot ende cleijn alst gelegen is tot Ghinneken op Heestaden. Oostwaert aen Anthonis Adriaen Nijs zone erve, zuytwaert aen Jan Pauwels Backers kynder erve, westwaert aen wijlen Peter Jacobs kynder erve, ende noortwaert aen den voirgenoemde Marie Claes Jans zoons Vermolen weduwe erve, hare van te voren toebehorende. Te vrijen met 2 loopensaet rogs erfpachts ende met ’s heeren chijns, daer jaerlicx uutgaen, zonder eenigen commer. Gevest, Actum Anno 1558, acht dagen in Januari. |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 682 f6r van 8 januari 1558] | ||
08-01-1558 | Gielis Aert Lippens sone ende Ghijsbrecht Jan Jacops sone, schepenen in Ghinneken, Quamen Cornelis, Mathijs, Jan, Peter ende Adriaen, gebroederen wijlen Jan Mathijs Meren zoons zonen, Hillegonde Jan Mathijs Meren dochter met Henricken Cornelis zone van Zonzeel, heuren man ende voight, ende Marie Jan Mathijs Meren dochter met deselven Cornelis Mathijs Meren zone, heuren broede, ende voight. Hebben vercoft Adriaen Mathijs Meren, honnen oom Alsulcken recht ende gedeelt als de voorgenoemde wijlen Jan Mathijs Meren zone, hon vader, bynnen zijn leven hadde, en zij, vercooperen voorgenoemd alnu hebben ende hon van den zelven wijlen honnen vader toegecomen ende aenbestorven is. In ende van zekere gemeijnte, geheijten t Ghoir, gelegen tot Notselt onder Ghinneken. Te vrijen ende te waren t vercofte Recht ende gedeelte in de van de gemeijnte voorschreven met s heeren chijnse jaerlicx uutgaende zonder enigen anderen commer. Gevest. De voorgenoemde Adriaen Mathijs Meren zone in t vercofte recht ende gedeelt van de erven voorschreven. Actum Anno 1558, acht dagen in Januari. |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 682 f6r] |
08-01-1558 | Gielis Aert Lippens sone ende Ghijsbrecht Jan Jacops sone, schepenen in Ghinneken, Quamen Cornelis, Mathijs, Jan, Peter ende Adriaen, gebroederen wijlen Jan Mathijs Meren zoons zonen, Hillegonde Jan Mathijs Meren dochter met Henricken Cornelis zone van Zonzeel, heuren man ende voight, ende Marie Jan Mathijs Meren dochter met Adriaen Mathijs Meren zone, heuren oom ende voight. Hebben vercoft Marie Cornelis Jan Meren dochter, weduwe wijlen Claes Janszoon Vermolen, een stuck beemden geheijten den Eeckel, houdende omtrent een half buynder of alzoo groot ende cleijn alst gelegen is tot Ghinneken op Heestaden. Oostwaert aen Anthonis Adriaen Nijs zone erve, zuytwaert aen Jan Pauwels Backers kynder erve, westwaert aen wijlen Peter Jacobs kynder erve, ende noortwaert aen den voirgenoemde Marie Claes Jans zoons Vermolen weduwe erve, hare van te voren toebehorende. Te vrijen met 2 loopensaet rogs erfpachts ende met ’s heeren chijns, daer jaerlicx uutgaen, zonder eenigen commer. Gevest, Actum Anno 1558, acht dagen in Januari. |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 682 f6r van 8 januari 1558] | ||
08-01-1558 | Gielis Aert Lippens sone ende Ghijsbrecht Jan Jacops sone, schepenen in Ghinneken, Quamen Cornelis, Mathijs, Jan, Peter ende Adriaen, gebroederen wijlen Jan Mathijs Meren zoons zonen, Hillegonde Jan Mathijs Meren dochter met Henricken Cornelis zone van Zonzeel, heuren man ende voight, ende Marie Jan Mathijs Meren dochter met deselven Cornelis Mathijs Meren zone, heuren broede, ende voight. Hebben vercoft Adriaen Mathijs Meren, honnen oom Alsulcken recht ende gedeelt als de voorgenoemde wijlen Jan Mathijs Meren zone, hon vader, bynnen zijn leven hadde, en zij, vercooperen voorgenoemd alnu hebben ende hon van den zelven wijlen honnen vader toegecomen ende aenbestorven is. In ende van zekere gemeijnte, geheijten t Ghoir, gelegen tot Notselt onder Ghinneken. Te vrijen ende te waren t vercofte Recht ende gedeelte in de van de gemeijnte voorschreven met s heeren chijnse jaerlicx uutgaende zonder enigen anderen commer. Gevest. De voorgenoemde Adriaen Mathijs Meren zone in t vercofte recht ende gedeelt van de erven voorschreven. Actum Anno 1558, acht dagen in Januari. |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 682 f6r] |
08-01-1558 | Gielis Aert Lippens sone ende Ghijsbrecht Jan Jacops sone, schepenen in Ghinneken, Quamen Cornelis, Mathijs, Jan, Peter ende Adriaen, gebroederen wijlen Jan Mathijs Meren zoons zonen, Hillegonde Jan Mathijs Meren dochter met Henricken Cornelis zone van Zonzeel, heuren man ende voight, ende Marie Jan Mathijs Meren dochter met Adriaen Mathijs Meren zone, heuren oom ende voight. Hebben vercoft Marie Cornelis Jan Meren dochter, weduwe wijlen Claes Janszoon Vermolen, een stuck beemden geheijten den Eeckel, houdende omtrent een half buynder of alzoo groot ende cleijn alst gelegen is tot Ghinneken op Heestaden. Oostwaert aen Anthonis Adriaen Nijs zone erve, zuytwaert aen Jan Pauwels Backers kynder erve, westwaert aen wijlen Peter Jacobs kynder erve, ende noortwaert aen den voirgenoemde Marie Claes Jans zoons Vermolen weduwe erve, hare van te voren toebehorende. Te vrijen met 2 loopensaet rogs erfpachts ende met ’s heeren chijns, daer jaerlicx uutgaen, zonder eenigen commer. Gevest, Actum Anno 1558, acht dagen in Januari. |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 682 f6r van 8 januari 1558] | ||
08-01-1558 | Gielis Aert Lippens sone ende Ghijsbrecht Jan Jacops sone, schepenen in Ghinneken, Quamen Cornelis, Mathijs, Jan, Peter ende Adriaen, gebroederen wijlen Jan Mathijs Meren zoons zonen, Hillegonde Jan Mathijs Meren dochter met Henricken Cornelis zone van Zonzeel, heuren man ende voight, ende Marie Jan Mathijs Meren dochter met deselven Cornelis Mathijs Meren zone, heuren broede, ende voight. Hebben vercoft Adriaen Mathijs Meren, honnen oom Alsulcken recht ende gedeelt als de voorgenoemde wijlen Jan Mathijs Meren zone, hon vader, bynnen zijn leven hadde, en zij, vercooperen voorgenoemd alnu hebben ende hon van den zelven wijlen honnen vader toegecomen ende aenbestorven is. In ende van zekere gemeijnte, geheijten t Ghoir, gelegen tot Notselt onder Ghinneken. Te vrijen ende te waren t vercofte Recht ende gedeelte in de van de gemeijnte voorschreven met s heeren chijnse jaerlicx uutgaende zonder enigen anderen commer. Gevest. De voorgenoemde Adriaen Mathijs Meren zone in t vercofte recht ende gedeelt van de erven voorschreven. Actum Anno 1558, acht dagen in Januari. |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 682 f6r] |
08-01-1558 | Gielis Aert Lippens sone ende Ghijsbrecht Jan Jacops sone, schepenen in Ghinneken, Quamen Cornelis, Mathijs, Jan, Peter ende Adriaen, gebroederen wijlen Jan Mathijs Meren zoons zonen, Hillegonde Jan Mathijs Meren dochter met Henricken Cornelis zone van Zonzeel, heuren man ende voight, ende Marie Jan Mathijs Meren dochter met Adriaen Mathijs Meren zone, heuren oom ende voight. Hebben vercoft Marie Cornelis Jan Meren dochter, weduwe wijlen Claes Janszoon Vermolen, een stuck beemden geheijten den Eeckel, houdende omtrent een half buynder of alzoo groot ende cleijn alst gelegen is tot Ghinneken op Heestaden. Oostwaert aen Anthonis Adriaen Nijs zone erve, zuytwaert aen Jan Pauwels Backers kynder erve, westwaert aen wijlen Peter Jacobs kynder erve, ende noortwaert aen den voirgenoemde Marie Claes Jans zoons Vermolen weduwe erve, hare van te voren toebehorende. Te vrijen met 2 loopensaet rogs erfpachts ende met ’s heeren chijns, daer jaerlicx uutgaen, zonder eenigen commer. Gevest, Actum Anno 1558, acht dagen in Januari. |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 682 f6r van 8 januari 1558] | ||
08-01-1558 | Gielis Aert Lippens sone ende Ghijsbrecht Jan Jacops sone, schepenen in Ghinneken, Quamen Cornelis, Mathijs, Jan, Peter ende Adriaen, gebroederen wijlen Jan Mathijs Meren zoons zonen, Hillegonde Jan Mathijs Meren dochter met Henricken Cornelis zone van Zonzeel, heuren man ende voight, ende Marie Jan Mathijs Meren dochter met deselven Cornelis Mathijs Meren zone, heuren broede, ende voight. Hebben vercoft Adriaen Mathijs Meren, honnen oom Alsulcken recht ende gedeelt als de voorgenoemde wijlen Jan Mathijs Meren zone, hon vader, bynnen zijn leven hadde, en zij, vercooperen voorgenoemd alnu hebben ende hon van den zelven wijlen honnen vader toegecomen ende aenbestorven is. In ende van zekere gemeijnte, geheijten t Ghoir, gelegen tot Notselt onder Ghinneken. Te vrijen ende te waren t vercofte Recht ende gedeelte in de van de gemeijnte voorschreven met s heeren chijnse jaerlicx uutgaende zonder enigen anderen commer. Gevest. De voorgenoemde Adriaen Mathijs Meren zone in t vercofte recht ende gedeelt van de erven voorschreven. Actum Anno 1558, acht dagen in Januari. |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 682 f6r] |
08-01-1558 | Gielis Aert Lippens sone ende Ghijsbrecht Jan Jacops sone, schepenen in Ghinneken, Quamen Cornelis, Mathijs, Jan, Peter ende Adriaen, gebroederen wijlen Jan Mathijs Meren zoons zonen, Hillegonde Jan Mathijs Meren dochter met Henricken Cornelis zone van Zonzeel, heuren man ende voight, ende Marie Jan Mathijs Meren dochter met Adriaen Mathijs Meren zone, heuren oom ende voight. Hebben vercoft Marie Cornelis Jan Meren dochter, weduwe wijlen Claes Janszoon Vermolen, een stuck beemden geheijten den Eeckel, houdende omtrent een half buynder of alzoo groot ende cleijn alst gelegen is tot Ghinneken op Heestaden. Oostwaert aen Anthonis Adriaen Nijs zone erve, zuytwaert aen Jan Pauwels Backers kynder erve, westwaert aen wijlen Peter Jacobs kynder erve, ende noortwaert aen den voirgenoemde Marie Claes Jans zoons Vermolen weduwe erve, hare van te voren toebehorende. Te vrijen met 2 loopensaet rogs erfpachts ende met ’s heeren chijns, daer jaerlicx uutgaen, zonder eenigen commer. Gevest, Actum Anno 1558, acht dagen in Januari. |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 682 f6r van 8 januari 1558] | ||
08-01-1558 | Gielis Aert Lippens sone ende Ghijsbrecht Jan Jacops sone, schepenen in Ghinneken, Quamen Cornelis, Mathijs, Jan, Peter ende Adriaen, gebroederen wijlen Jan Mathijs Meren zoons zonen, Hillegonde Jan Mathijs Meren dochter met Henricken Cornelis zone van Zonzeel, heuren man ende voight, ende Marie Jan Mathijs Meren dochter met deselven Cornelis Mathijs Meren zone, heuren broede, ende voight. Hebben vercoft Adriaen Mathijs Meren, honnen oom Alsulcken recht ende gedeelt als de voorgenoemde wijlen Jan Mathijs Meren zone, hon vader, bynnen zijn leven hadde, en zij, vercooperen voorgenoemd alnu hebben ende hon van den zelven wijlen honnen vader toegecomen ende aenbestorven is. In ende van zekere gemeijnte, geheijten t Ghoir, gelegen tot Notselt onder Ghinneken. Te vrijen ende te waren t vercofte Recht ende gedeelte in de van de gemeijnte voorschreven met s heeren chijnse jaerlicx uutgaende zonder enigen anderen commer. Gevest. De voorgenoemde Adriaen Mathijs Meren zone in t vercofte recht ende gedeelt van de erven voorschreven. Actum Anno 1558, acht dagen in Januari. |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 682 f6r] |
08-01-1558 | Gielis Aert Lippens sone ende Ghijsbrecht Jan Jacops sone, schepenen in Ghinneken, Quamen Cornelis, Mathijs, Jan, Peter ende Adriaen, gebroederen wijlen Jan Mathijs Meren zoons zonen, Hillegonde Jan Mathijs Meren dochter met Henricken Cornelis zone van Zonzeel, heuren man ende voight, ende Marie Jan Mathijs Meren dochter met Adriaen Mathijs Meren zone, heuren oom ende voight. Hebben vercoft Marie Cornelis Jan Meren dochter, weduwe wijlen Claes Janszoon Vermolen, een stuck beemden geheijten den Eeckel, houdende omtrent een half buynder of alzoo groot ende cleijn alst gelegen is tot Ghinneken op Heestaden. Oostwaert aen Anthonis Adriaen Nijs zone erve, zuytwaert aen Jan Pauwels Backers kynder erve, westwaert aen wijlen Peter Jacobs kynder erve, ende noortwaert aen den voirgenoemde Marie Claes Jans zoons Vermolen weduwe erve, hare van te voren toebehorende. Te vrijen met 2 loopensaet rogs erfpachts ende met ’s heeren chijns, daer jaerlicx uutgaen, zonder eenigen commer. Gevest, Actum Anno 1558, acht dagen in Januari. |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 682 f6r van 8 januari 1558] | ||
08-01-1558 | Gielis Aert Lippens sone ende Ghijsbrecht Jan Jacops sone, schepenen in Ghinneken, Quamen Cornelis, Mathijs, Jan, Peter ende Adriaen, gebroederen wijlen Jan Mathijs Meren zoons zonen, Hillegonde Jan Mathijs Meren dochter met Henricken Cornelis zone van Zonzeel, heuren man ende voight, ende Marie Jan Mathijs Meren dochter met deselven Cornelis Mathijs Meren zone, heuren broede, ende voight. Hebben vercoft Adriaen Mathijs Meren, honnen oom Alsulcken recht ende gedeelt als de voorgenoemde wijlen Jan Mathijs Meren zone, hon vader, bynnen zijn leven hadde, en zij, vercooperen voorgenoemd alnu hebben ende hon van den zelven wijlen honnen vader toegecomen ende aenbestorven is. In ende van zekere gemeijnte, geheijten t Ghoir, gelegen tot Notselt onder Ghinneken. Te vrijen ende te waren t vercofte Recht ende gedeelte in de van de gemeijnte voorschreven met s heeren chijnse jaerlicx uutgaende zonder enigen anderen commer. Gevest. De voorgenoemde Adriaen Mathijs Meren zone in t vercofte recht ende gedeelt van de erven voorschreven. Actum Anno 1558, acht dagen in Januari. |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 682 f6r] |
08-01-1558 | Gielis Aert Lippens sone ende Ghijsbrecht Jan Jacops sone, schepenen in Ghinneken, Quamen Cornelis, Mathijs, Jan, Peter ende Adriaen, gebroederen wijlen Jan Mathijs Meren zoons zonen, Hillegonde Jan Mathijs Meren dochter met Henricken Cornelis zone van Zonzeel, heuren man ende voight, ende Marie Jan Mathijs Meren dochter met Adriaen Mathijs Meren zone, heuren oom ende voight. Hebben vercoft Marie Cornelis Jan Meren dochter, weduwe wijlen Claes Janszoon Vermolen, een stuck beemden geheijten den Eeckel, houdende omtrent een half buynder of alzoo groot ende cleijn alst gelegen is tot Ghinneken op Heestaden. Oostwaert aen Anthonis Adriaen Nijs zone erve, zuytwaert aen Jan Pauwels Backers kynder erve, westwaert aen wijlen Peter Jacobs kynder erve, ende noortwaert aen den voirgenoemde Marie Claes Jans zoons Vermolen weduwe erve, hare van te voren toebehorende. Te vrijen met 2 loopensaet rogs erfpachts ende met ’s heeren chijns, daer jaerlicx uutgaen, zonder eenigen commer. Gevest, Actum Anno 1558, acht dagen in Januari. |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 682 f6r van 8 januari 1558] | ||
08-01-1558 | Gielis Aert Lippens sone ende Ghijsbrecht Jan Jacops sone, schepenen in Ghinneken, Quamen Cornelis, Mathijs, Jan, Peter ende Adriaen, gebroederen wijlen Jan Mathijs Meren zoons zonen, Hillegonde Jan Mathijs Meren dochter met Henricken Cornelis zone van Zonzeel, heuren man ende voight, ende Marie Jan Mathijs Meren dochter met deselven Cornelis Mathijs Meren zone, heuren broede, ende voight. Hebben vercoft Adriaen Mathijs Meren, honnen oom Alsulcken recht ende gedeelt als de voorgenoemde wijlen Jan Mathijs Meren zone, hon vader, bynnen zijn leven hadde, en zij, vercooperen voorgenoemd alnu hebben ende hon van den zelven wijlen honnen vader toegecomen ende aenbestorven is. In ende van zekere gemeijnte, geheijten t Ghoir, gelegen tot Notselt onder Ghinneken. Te vrijen ende te waren t vercofte Recht ende gedeelte in de van de gemeijnte voorschreven met s heeren chijnse jaerlicx uutgaende zonder enigen anderen commer. Gevest. De voorgenoemde Adriaen Mathijs Meren zone in t vercofte recht ende gedeelt van de erven voorschreven. Actum Anno 1558, acht dagen in Januari. |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 682 f6r] |
![]() |
4 Meeren Peter Mathijs, poorter van de stad Breda op 5 september 1535 |
08-05-1520 | Scheiding en deling Vader Mathijs Jan is samen met de kinderen Adriaen, Jan, Peter en Marie. Zij is nog onmondig, en Jan is haar voogd. Na de dood van moeder Hillegonde behoudt vader de hoeve, waar hij woont: te Ulvenhout over de beke (=Oude Beekhoek 2, zie artikel in Brieven van Paulus nr 138 pag. 135, ook over deze vestbrief). Adriaen krijgt 15 1/2 loopensaet rogge erfchijns (bijna een zester ofwel 345,6l) en een somme van penninge en haefgoed. Jan, Peter en Marie krijgen een zester rogge erfchijns, gekocht van Adriaen Henric Meren, en uitgereikt door Claesse Thijs, en 16 loopensaet rogge erfchijns van Peter Crillaers, en deselve penningen en haefgoed als Adriaen. De genoemde Adriaen Henric Meren is mogelijk de zoon van zijn broer Henric Jan Meren. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Jan Peter Nijs zone ende Anthonis Peter Meren sone, schepenen in Ghinneken. Quamen Mathijs Jan Meren sone in de ene parthijt, ende Adriaen, Jan, ende Peter, gebruederen, des voorschreven Mathijs Jan Meren zoons sonen, ende Marie, desselven Mathijs Meren wettige dochter, metten Jannen, heuren brueder ende voight in de ander, ende elc van hen in een parthijt tesamen. Kende ende lijden dat zij minlic (minnelijk) van malcanderen gescheijden ende gedeelt zijn van alle de goeden, beijdt haefelic ende erfenisse, die de voirschreven Mathijs Meren ende wijlen Hillegondt Claes van Eijck, zijn huijsfrou, der voirschreven kynderen moeder, waer tesamen beseten hebben, ende deselve Hillegondt achtergelaten heeft. Te weten ende gesien is de voirgenoemde Mathijs Meren geen gedeelt op alle zijne erfelicke goeden, die hij aen de voirschreven wijlen zijn huysfrou, ter heijlic (huwelijk) ingebracht heeft, te weten op te geheele hoeve, stede ende goeden, daer deselve Mathijs in de tijt op woont, ende selve besit, hier op in de . . , gestaen ende gelegen te Ulvenhout over de Beke (=Chaamse beek), met alle de percelen van erfenisse daer aen liggende ende bosche of niet daer af uut gescheiden. Item hier tegens is de voirgenoemde Adriaen Mathijs Meren zoon gedeelt op vijftiendalf loopensaet rogs erfchijns, die men heffende is op zeker onderpant te Alfen (Alphen) gelegen, die Jan Gheryt Peters zone in handen heeft, nae uytweijsen de briefs daer af zijnde, ende voirt is de voirgenoemde Adriaen gedeelt op een somme van penningen ende op haefgoed daer hij mede te vrede is. Item hier tegens zijn de voirgenoemde Jan, Peter ende Marie Mathijs Meren sonen ende dochter, . ende . , gedeelt in den yerste op een zester rogs efchijns, welck de voorgenoemde Mathijs Jan Meren sone ter (?) gecocht heeft tegens Adriaen Henric Meren zone, na uutweijsen der brieve daer af sijnde, ende dewelc Claesse (?) Thijs jaerlicx uytreict uut seker onderpant, gelegen Ter Voort. Item noch op 16 loopensaet ogs erfchijns, die Peter Crillaers jaerlicx uutreict uut seker onderpant, te Ghilze gelegen, na uutweijs des briefs er af zijn. Ende daertoe soo sijn, de voigenoemde Jan, Peter ende Marie gedeelt op selve penningen ende op haefgoed als die zij na hen genomen hebben, en daer zij mede te vrede zijnde. In deser manieren soo bedancken hen de voirschreven pathijen goed te scheijden ende deelinge binnen partijen voirschreven ende zij hebben doen op des anders gedeelte verlegen (?) ende verthijen met soo dat behoirt. Actum anno 1520, acht dagen in meij |
[bron: Ginneken Vestbrieven inv 427 f 153v scan 349 van 8 mei 1520] |
06-09-1535 | van Breda |