Hier volgt de beschrijving van deze familie.
- De familie
- Het Groote Huys Blyenburg
- De opstand
- Wat deden ze:
- Broer Cornelis en de Honsdonck in Galder
- Rouwbord van Francois in de Grote Kerk van Breda
De familie
Waar vinden we deze familie: in steden als Dordrecht, ‘s-Gravenhage, Delft, Breda en dorpen als Dongen, Galder en Kethel.
De familie gaat terug tot Adriaan van Blyenburg, die rond 1250 leefde, en zijn zoon Ridder Diderus van Blyenburg.
Adriaan is een vertrouweling van Willem II, graaf van Holland en koning van het Heilige Roomse rijk, die in 1255 in West-Friesland werd gedood. De nakomelingen verkeren vaak in de omgeving van de graven van Holland.

Veel van de kennis, die we erover hebben, komt van de Beschryvinge Der stad Dordrecht van Matthys Balen, Janszoon.
Gedrukt bij Symon Onder De Linde, Boekverkooper, woonende aan de Visch-markt, in de Groote Gekroonde Druckerye,
Anno M, D, C, L X X V I I
of in het 4e boek
De beschrijving van Dordrecht
Zo ook de genealogie.

– Blz 989 scan 1020 op geheugen.delpher.nl
Op de site van het Regionaal Archief Dordrecht heeft Willem Frijhoff een fraaie beschrijving gemaakt.
Het Groote Huys Blyenburg

Reg. Archief Dordrecht Afb. 321187
De tekenaar heeft gewerkt naar een oudere afbeelding. Het huys is te beschouwen als belangrijke bakermat.
Hieronder de ingekleurde versie.

Reg. Archief Dordrecht Afb. 552_231599
De stamboom, zoals ik die van de familie Blyenburg heb vastgelegd, is hier te zien in schema.
Adriaan hieronder, zal zeker met zijn gezin in het huis Blyenburg gewoond hebben.

Dordts patriciër, heeft veel gereisd.
Reg. Archief Dordrecht – Afbeelding 551_50628
Karel V
Op 21 juli 1540 bezoekt keizer Karel V de stad Dordrecht. Hij wordt 2 dagen geherbergd in het groote huys van Blyenburg (aan de Wijnstraat bij de Beurs, nu Scheffersplein).

Heyman is dan 30 jaar en zijn broer Adriaen 29 jaar. Hun vader is al in 1510 overleden, maar hun moeder Cristina van Slingelant zal er ook bij zijn. Zoontje Adriaen, van Adriaen, is 7 of 8 jaar.
Heyman is lid van de Raad van Dordrecht in 1538, en Adriaen in 1539 en 1540.
Grote kans, dat de 2 gezinnen en hun moeder er gewoond hebben, maar zeker is het niet.
Prins Filips van Spanje (de latere Koning Filips II)

Op 21 september 1549 bezoekt de prins de stad Dordrecht. Hij wordt geherbergd in het groote huys van Blyenburg.
Hij is hier zoon Flips genoemd.

De volgende dag is er een mis in de Groote Kerk.
Prins Filips is door de Staten van Holland aangenomen en gehuldigd als aankomende graaf van Holland.
Te lezen is, wie er bij zijn.
Ook de Prince van Orange is er bij.
De huldiging gebeurt bij de Tolbrug.
Ze gooien gouden en zilveren penningen te grabbel.
Heyman Adriaenszoon is dan tresorier (zoals hiernaast genoemd).
Burgermeester is Aernt Corneliszoon van der Mijle. Dat is de vader van zijn zwager Johan van der Mijle. Vader Aernt komen we later nog tegen als glipper.
Heyman is dan 40 jaar en zijn broer Adriaen 39 jaar. Hun vader is al in 1510 overleden, maar hun moeder Cristina van Slingelant zal er ook bij zijn. Zoon Adriaen, van Adriaen, is 16 of 17 jaar.
De kinderen van Heyman en Cornelia zullen het ook meemaken: Margaretha (5 of 6 jaar), Cornelis (3 of 4 jaar) en Adriaen (2 jaar).
De opstand
Keizer Karel V schreef te Brussel de Staten der Nederlanden op 14 oktober 1555 zich buiten heerschappij te gaan stellen.
De Staten van Holland en West Vriesland zonden voor Dordrecht o.a. Adraan van Blyenburg Heer Adriaanszoon, Schout voor de Algemene Vergadering.

Reg. Archief Dordrecht – Afbeelding 551_50629
Schobbeland is op te vatten als oude kern van Zwijndrecht
Op 25 oktober 1555 verschijnen te Brussel de Afgezondene der ontbode Nederlanden op t Hof en nemen Koning Filips tot hun Hertog, Graaf en Heere aan. Ik verwacht dat Adriaan daar als afgevaardigde bij aanwezig is.
Onvrede
Zoals Matthijs Balen beschrijft:
Koning Filips II gaat in 1559 naar Spanje en geeft Bevelbrieven over de godsdienst ten strengste uit te voeren.
Het doet de onderdanen met geweldige belastingen (Beden) uitmergelen en het geloofsonderzoek, de Bloedplakkaten ten hardsten uitgewrocht, en t Ruwe leven van eniger Geestelijken.
Dit doet de Grooten en t Gemeen walgen.
In 1566 spreekt Willem, Prins van Orangien met Vrou Margriet, de Hertogin van Parma en spreekt zich uit tegen de invoering van de Bloedbullen.
Eind 1570 of begin 1571 legt Schout Adriaan van Blyenburg, zijn ambt neer. Hij wil niet langer de Bloedplakkaten uitvoeren.
Zijn zoon Adriaan heeft gestudeerd in Geneve en heeft daar “smaak gekregen van de Gereformeerde Religie”

Het leidt thuis tot felle discussies, bijvoorbeeld als Priester Witgen op bezoek is, die zoon Adriaan een oorveeg verkoopt.
Verdeeld

De geuzen hebben Den Briel, onder leiding van Lumey, ingenomen, en liggen met hun schepen voor Dordrecht. Enkele Schutters gaan stiekem ’s nachts via het Groothoofd naar hun toe en “verstaan” zich met hen.
Een jong Raadslid, Jacob Muys van Holy houdt daartegenover de hele nacht de wacht bij het Groothoofd.
Op het stadhuis vergadert op 23 juni 1572 de Oud-Raad van Dordrecht. De burgemeester heeft een brief gekregen, van Willem van Oranje, vanuit Dillenburg, met een dankwoord voor hun inzet voor de zaak.
De burgemeester is boos, hij weet van niets, net als andere raadsleden.
Dan zegt oud-schepen Adriaan van Blyenburg (de zoon, hij is 39 of 40 jaar ): ik heb de brief geschreven.

Beschrijving der Stad Dordrecht – M. Balen – 1677 – f. 124
Hij gaat achterlangs het stadhuis af, en gaat aan boord bij de Watergeuzen. Kort daarop komt hij terug.
De meeste schutters en burgers zijn op hun hand, en zij dringen de kamer van de Magistraat binnen. Ze willen dat de Schout de geuzen binnenlaat.

Als de geuzen met hun schepen de Vuilpoort naderen, beveelt de Schout om te schieten.
Hierna besluiten Raad Kornelis van Beveren en de Dekens van de Gilden de geuzen tegen te gaan varen.
Ze onderhandelen met de kapitein van de geuzen, Barthold Entens, een Fries edelman.
De Raad en de Dekens willen zich onder het gezag van Willem van Oranje plaatsen als stadhouder van Holland, en verklaren de Hertog van Alva als vijand. De koning zullen zij trouw blijven.
Ze onderhandelen met de kapitein. In het kort:
Zij zullen de kapitein in Dordrecht ontvangen, en 200 man toelaten. De inwoners zullen ongemoeid gelaten worden, net als alle kerken, kloosters, kapellen en huizen. Degenen, die de stad willen verlaten, mogen dat ongehinderd doen, met meenemen van hun spullen.

Er gaan blijkbaar een paar dagen overheen. De kapitein ondertekent de overeenkomst op 25 juni 1572.

Wat er daarna gebeurde.
Zij roepen steden op om in Dordrecht bijeen te komen.
Het is juli 1572. Adriaan Blyenburg, 61 jaar, zit de vergadering voor, zijn zoon is er ook bij, en alle grote steden zijn er. Zo ook Marnix van Sint Aldegonde, namens de Prins van Oranje, en Lumey van de Watergeuzen.
Ze komen bijeen in de eetzaal van het Augustijnenklooster (nu Hof van Nederland – Museum over onze vrijheden, vroeger en nu, , met “reportage hiervan”).
Bij de officiële statenvergadering in ‘s-Gravenhage onder leiding van de Graaf van Bossu is niemand op komen dagen. De graaf van Bossu is door Filips II benoemd tot stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht.
In Dordrecht komen ze in opstand tegen het bestuur van Alva, met trouw aan de koning van Hispanje (Zoals in het volklied: den koning van Hispanje heb ik altijd geëerd). De steden moeten veel geld bij elkaar brengen voor het leger van Willem van Oranje.
Het zal later bekend worden als de 1e Vrije Statenvergadering.
Verdeelde familie
Adriaan Heyman van Blyenburg is hofmeester bij de Graaf van Bossu, dus bij de tegenstander van zijn oom Adriaan Adriaan van Blyenburg en zijn gelijknamige neef.
Adriaan komt in 1573 om bij de slag tegen de watergeuzen op de Zuiderzee, 26 jaar oud, en is begraven op 11 oktober 1573 in Hoorn.
Zijn vader Heyman (oud-waardijn, thesaurier, schepen, burgemeester) kiest in 1566, dan 57 jaar, partij voor de Opstand. (Wat ook wel aangeeft, dat het in de tijd de opstand niet in rechte lijn verloopt, met 1 echt startpunt)


Het gezin heeft 9 kinderen gekregen.
- Margaretha. Ze trouwt met de muntmeester van Holland, van de Verenigde Nederlanden. (1543-1589)
- Cornelis. Trouwt met Juffrouwe Martina van Borssele. Is de opa van “onze” Francois, die het kasteel van Dongen koopt. (1545-1618)
- Adriaan. Hij studeert in Leuven, Milaan en Dole. Latijns geleerde. Hofmeester, secretaris van de graaf van Bossu, stadhouder van Holland. Sneuvelt in de strijd. Hierboven genoemd. (1546-1573)
- Christina. Trouwt met jonker Johan van der Mijle. Bovengenoemd. “Hij wordt in 1582 schepen van Dordrecht, maar in 1585 wordt hij naar Den Haag verbannen en opnieuw in 1589, vermoedelijk vanwege zijn sympathie voor het katholicisme” (Bron: RAD)
Zijn vader vertrok na de overeenkomst van 25 juni 1572 naar Delft, als glipper. (Zal wel afgeleid zijn van ontglippen) Zijn zoon bleef in Dordrecht. (1549-1601) - Vincent. Studeert in Leuven en in Bourgondië. Is hofmeester van de graaf Van den Bergh. Gesneuveld als ritmeester van koning Sebastiaan van Portugal in diens avontuurlijke kruistocht tegen de Moren in Afrika. (1553-1578)
- Maria. Trouwt met Hugo Cool, zoon van de burgemeester van Dordrecht (1555-?)
- Anna. Trouwt met Jodocus de Jonge, heer van Baardwijk, auditeur in de Rekenkamer van Holland. (1556-1581)
- Damas. Trouwt met Maria van der Aa, vrouwe van Hofwegen. Student rechten in Leiden. Latijnse werken. Hij reist veel, en treedt in 1594 op als eerste raad van de Engelse gouverneur van Virginia. (1558-ca. 1616)
- Johan. Student te Leiden 18 juni 1583, overlijdt te Padua op de terugreis van zijn grand tour naar Napels. (1560-1595)
Vader en de zoons en dochters zullen zo steeds keuzes hebben gemaakt, en ook zijn broer en zijn neefje, ieder in en om Dordrecht:
Ben ik hier wel veilig, mijn gezin, mijn familie?
Ben ik het eens met Alva en zijn vervolging,
met de belastingen,
met de katholieke kerk of sta ik achter de nieuwe religie,
is er 1 waar geloof, kan ik een ander geloof toestaan,
moet ik anders gaan leven,
in opstand komen,
deze plek verlaten,
mijn kinderen, mijn vader, mijn moeder, broers, zussen, buren, mijn gilde, mijn stad?
wat doe ik, welke risico’s neem ik?

Hier is te zien, dat 3 Schepenen en 2 Raden besloten hebben de stad te verlaten: de absenten, fugitiven ofwel glippers.
In hun plaats zijn anderen benoemd, waaronder Adriaen Adriaenszoon van Blienburch.
Hij heeft besloten om te blijven.
Wat je zou kunnen verwachten, na zijn actie om de Prins van Oranje te benaderen, naar de Watergeuzen te gaan, mee te doen met de 1e Vrije Statenvergadering.
Het huisaltaar
Beeldenstorm
Wat deden ze?
Waardijn van de Munt van Holland
Met dank aan Willem Frijhoff, overleden 2024, voor het vele verzette werk:
De muntslag is in 1367 aan de Voorstraat te Dordrecht gevestigd en is te bereiken via het Muntpoortje.
De waardijn vertegenwoordigt de landsheer (de graaf, later de Staten van Holland).
Hij let erop dat het muntpersoneel de instructies naleeft,
keurt de munten, penningen, rekenpenningen en andere producten van de Munt zoals baren goud en zilver,
en onderhoudt het contact met de landsheer.
De waardijn krijgt betaald voor dit ambt en krijgt ook privileges, zoals vrijstelling van beden en belastingen, van wachtlopen en van deelname aan de ’tocht’ (oorlogvoering).
In 1555 vindt op last van keizer Karel V een grote verbouwing plaats en krijgt de Munt van Holland de vorm die eeuwen lang zou blijven.
Het complex strekt zich uit van de voorzijde aan de Voorstraat tot de Doelstraat aan de achterzijde, over een lengte van meer dan 110 meter (Nu Voorstraat 190).
Adriaan Cornelis (1485-1510) is de 1e waardijn van de Munt van Holland uit zijn familie.
Daarna :
- Op 4 mei 1546 is zijn zoon Heyman waardijn, en is zijn andere zoon, Adriaen, adjunct-waardijn.
- Zijn kleinzoon Adriaen, van zoon Adriaen, wordt waardijn, vermoedelijk in 1579.
- Als die in 1582 overlijdt, wordt zijn broer Cornelis op 11 mei 1582 benoemd.
- Op 18 november 1591 wordt achterkleinzoon Adriaan waardijn (Adriaan IV)
- Na zijn kinderloos overlijden gaat het ambt op 2 maart 1599 over naar zijn broer Jacob.
- Zijn zoon Adriaen Jacobszoon wordt 9 oktober 1609 waardijn en meester munter in 1616.
- Na zijn overlijden in 1630 wordt zijn oom Gerard Pilgrim Arnoldszoon, getrouwd met Lucretia van Blijenburg, benoemd tot waardijn.
- De schoonvader van Adriaen Jacobszoon, te weten Pompejus Jacobs de Rovere (van zijn 2e huwelijk) is vanaf 1634 waardijn.
- Vanaf 1638 treedt Adriaen, zoon van Adriaen Jacobszoon van Bleijenburg, op als waardijn van de Munt.
- Na zijn dood in 1682 wordt zijn zoon Adriaen waardijn op 21 oktober 1682 (die is sinds nov. 1671/februari 1672 adjunct-waardijn)
- Na zijn dood 1682 gaat het ambt over naar zijn oudste zoon Adriaen.

Dordrecht – waardeijn, muntmeesters en beambten
Naar Samuel Hoogstraten – 1657
De schilder Samuel van Hoogstraten werkt tussen 1640 en 1648 als leerling in het atelier van Rembrandt.
Toelichting:
Niet gemakkelijk te volgen met al die Adriaen’s, maar ik heb het op een rij gezet om vooral om te laten zien, dat het ambt bijna erfelijk te noemen is, het bleef in de familie. Of er gekeken werd naar kwaliteiten voor die functie?
Vertrouweling, ridder, schildknaap, escuir
De familie gaat terug tot Adriaan van Blyenburg, die rond 1250 leeft.

Adriaan is een creditur ofwel vertrouweling van Willem II, graaf van Holland en koning van het Heilige Roomse rijk, die in 1255 in West-Friesland wordt gedood.
Zijn zoon Diderus

En zijn zoon Soeteman

Zijn zoon Kornelis,

Hij zegt tegen graaf Willem V (1330-1389): hij vreesde dat zijn nageslacht uit de familie zou vervallen van de deugd der oude voorvaderen.
Graaf Willem V is het vaak oneens met zijn moeder, en het leidt tot de Hoekse en Kabeljauwse twisten.
Hij wordt omschreven als geestesziek.
Mogelijk ligt het ruziemaken of het geesteszieke aan de basis van deze uitspraak. Zijn broer, en voogd Hertog Albrecht van Beieren neemt zijn taken over.
Adriaan, de broer van Cornelis, is escuir van de jonge graaf Willem (de latere Willem VI). Een escuir is een jongeman die traint om ridder te worden of volwaardig lid van de aristocratie.

Willem is een zoon van hertog Albrecht van Beieren. Hij trouwt in 1385 in Kamerijk (Cambray) met Margareta van Bourgondië, dochter van hertog Filips van Bourgondië en Margareta van Male. Ook haar broer Jan trouwt die dag.
Adriaan is bij de dubbele bruiloft aanwezig.
Bronnen
Matthys Balen heeft de oudere generaties beschreven in 1677. Originele bronnen heb ik niet kunnen raadplegen en daarmee heb ik niet kunnen nagaan of de inhoud klopt.

Zo bijvoorbeeld Kornelis: zijn vader Soeteman zal na de slag bij Zierikzee (1304) tot ridder geslagen worden. Een paar dagen daarvoor sterft hij. Hij is dan getrouwd. Uit zijn huwelijk is Kornelis geboren. Stel dat die geboren is in 1304.

Kornelis overlijdt volgens de beschrijving in 1398. Die zou dan al gauw over de 90 geworden zijn.
Kornelis is 2 keer getrouwd.

Zijn zoon Heyman is geboren in 1395 uit het 1e huwelijk. Vader geworden op zijn 87e, en daarna nog een keer getrouwd?
Ik heb me erop gericht om te laten zien, met welke mensen de familie omging.
Kapitein en overste
Cornelis Heymanszoon (1450-1521) treedt succesvol op als kapitein in de oorlog van Holland met de hertog van Gelre.
Hij neemt in 1488 het stadje Nieuwpoort onder Oostende in.
In 1488 hebben de Hoeken Rotterdam ingenomen. Ze willen hun eigen graafschap en vechten tegen de Kabeljauwen en daarmee tegen Maximiliaan van Oostenrijk.
Op 3 juni 1489: 40 kleine Hoekse boten met 1400 man ziet men vanuit Rotterdam de Maas op varen. Ze varen richting de Lek.
Strooptocht! Alarm naar Schiedam en Dordrecht.
Om 19:00u zijn de Hoeken bij Lekkerkerk en Streefkerk.
Een Hollandse scheepsmacht (Kabeljauwen) uit Dordrecht, Gouda, Schoonhoven en Schiedam, met stadspoorters, krijgslieden en schutters onder leiding van overste Cornelis van Bleyenburg is snel geformeerd: 2000-3000 man, 6 oorlogsschepen, en tal van kleinere schepen. Zij vertrekken diezelfde nacht om 2:00u, en varen de Lek op.
Bij het opkomen van de zon op 4 juni bij Schoonhoven vallen ze de Hoeken aan. Eén van de oorlogsschepen doorboort meteen een roei-jacht met circa 50 mannen aan boord die in de ontstane chaos verdrinken.
De Schoonhovenaren gaan meehelpen, en na 2 uur zijn de Hoeken verslagen.
Cornelis behaalt op 4 juni 1489 in de scheepsslag op de Lek de overwinning op de Hoekse partij. Het betekent bijna het einde van de Hoeken, begonnen rond 1350, zoals hierboven genoemd bij zijn voorvader Kornelis van Blyenburg.
Als herdenking laat overste Cornelis van Bleyenburg het voorval optekenen en graveren in de toren van de zuidzijde van de Grote Kerk:
† ERA CHRISTI 1489 JUNY 4. VICIT DORT IN LECCA ALELVIA
In het jaar des Heren 1489 op 4 juni overwon Dort in Lecca, Halleluja_
Ten dienste van den lande
Adriaan Adriaan is hierboven genoemd in zijn optreden bij de Opstand in Dordrecht. Hij wordt geheimraad van Willem van Oranje, lid van de Raad van State en commissaris-generaal van de krijgsmacht van de Verenigde Nederlanden (1532-1582).
Heyman Cornelis Heymanszoon is in 1633 bij zijn trouwen vaandrig ten dienste van den lande.
Op 6 maart 1635 stelt Frederik Hendrik, Prins van Oranje, de vaandrig aan als kapitein:
Ghevende hem volcomen last en macht en bevel over desen Compagnie, te gebieden, die te geleijden en te gebruijcken tegend de gemeene Vijanden deser Vereenighde Nederlanden.

Bij een verzoek van zijn zoon Francois, staat over zijn vader: in sijn leven Capiteijn van een compagnie Voetknechten ten dienste deser landen, en Commandeur van de Schans Engelen buijten ’s Hertogenbosch.
Het is een belangrijk fort, al in 1587 levert men flink slag en ook van belang bij de verovering van Den Bosch door Frederik Hendrik in 1625.
Of Heyman dat meegemaakt heeft, toen 21 jaar, weet ik niet (1604-1645).

Zijn zoon Cornelis Heyman is in 1669 luitenant van een compagnie voetknechten ten dienste van den lande, 35 jaar oud.
In 1675: Capiteijn van eene compagnie infanterie in garnisoen leggende tot Graeft (waarschijnlijk Grave).
In 1677: Ten dienste deser landen en commandant op het fort Groote Warande te Terheijden (de Spinolaschans bij Breda).
Spinola legt de schans aan in 1624 en gebruikt bij de belegering van Breda, dat zich in 1625 overgeeft .
Een opvolger van de Spinolaschans werd gebouwd tijdens het beleg van 1637, ditmaal door de Staatse troepen. Op deze herbouwde schans zal Cornelis Heyman commandeur zijn (1634-ong. 1677).
Zijn zoon Francois Heyman is zelf niet ten dienste van den lande. Hij trouwt in 1661 in Teteringen met Helena Erasmus Falckenhaen.
Haar vader is in 1638 en 1639 commandeur van het garnizoen van Breda (1637-1667).
Die van de familie ten dienste van den lande hebben gefunctioneerd, zijn vooral de nakomelingen Heyman Adriaan van Blijenburg (1509-1579).
De waardijns komen van Adriaan Adriaan van Blijenburg (1511-1573). Zij waren door hun functie vrijgesteld van wachtlopen en van deelname aan de ’tocht’ (oorlogvoering).
Besturen
Schepen, tresorier, borgemeester, oud-raad


