Hier volgt de beschrijving van deze familie.
- De familie
- Het Groote Huys Blyenburg
- De opstand
- Wat deden ze:
- Familieboekje
- Broer Cornelis en de Honsdonck in Galder
- Rouwbord van Francois in de Grote Kerk van Breda
De familie
Waar vinden we deze familie: in steden als Dordrecht, ‘s-Gravenhage, Delft, Breda en dorpen als Dongen, Galder en Kethel.
De familie gaat terug tot Adriaan van Blyenburg, die rond 1250 leefde, en zijn zoon Ridder Diderus van Blyenburg.
Adriaan is een vertrouweling van Willem II, graaf van Holland en koning van het Heilige Roomse rijk, die in 1255 in West-Friesland werd gedood. De nakomelingen verkeren vaak in de omgeving van de graven van Holland.

Veel van de kennis, die we erover hebben, komt van de Beschryvinge Der stad Dordrecht (1 uitgave met in deze link de eerste 3 delen, genoemd boecken) en De beschrijving van Dordrecht (4e deel) van Matthys Balen, Janszoon.
Gedrukt bij Symon Onder De Linde, Boekverkooper, woonende aan de Visch-markt, in de Groote Gekroonde Druckerye,
Anno M, D, C, L X X V I I
Zo ook de genealogie.

– Blz 989 scan 1020 op geheugen.delpher.nl
Op de site van het Regionaal Archief Dordrecht heeft Willem Frijhoff een fraaie beschrijving gemaakt.
Het Groote Huys Blyenburg

Reg. Archief Dordrecht Afb. 321187
De tekenaar heeft gewerkt naar een oudere afbeelding. Het huys is te beschouwen als belangrijke bakermat.
Hieronder de ingekleurde versie.

Reg. Archief Dordrecht Afb. 552_231599
De stamboom, zoals ik die van de familie Blyenburg heb vastgelegd, is hier te zien in schema, en de beschrijving van wat ik gevonden heb, kunt u hier lezen.
Adriaan hieronder, zal zeker met zijn gezin in het huis Blyenburg gewoond hebben.

Dordts patriciër, heeft veel gereisd.
Reg. Archief Dordrecht – Afbeelding 551_50628
Groote Zaal

aftekening kort voordat het huis in 1744 afgebroken is –
Reg. Archief Dordrecht – Afb. 551-36267
Het wapen linksboven lijkt heel veel op dat van Karel V. Die heeft na zijn benoeming in Gent in 1515 een rondreis gemaakt naar veel van zijn steden. Hij is dan 14 jaar oud.
Mogelijk is het plaatsen van dit wapen een herinnering aan zijn inhuldiging in Dordrecht als graaf van Holland (vermelding bij de afbeelding), en zijn verblijf in dit huis op 21 juli 1540, zoals U hieronder kunt lezen.
Het wapen met de eekhoorn heb ik niet thuis kunnen brengen. De andere wapens lijken allemaal te maken te hebben met de familie Blijenburg.
De heer Chris de Bruyn heeft uitgezocht welke wapens het zijn.
Karel V
Op 21 juli 1540 bezoekt keizer Karel V de stad Dordrecht. Hij wordt 2 dagen geherbergd in het groote huys van Blyenburg (aan de Wijnstraat bij de Beurs, nu Scheffersplein).

Heyman is dan 30 jaar en zijn broer Adriaen 29 jaar. Hun vader is al in 1510 overleden, maar hun moeder Cristina van Slingelant zal er ook bij zijn. Zoontje Adriaen, van Adriaen, is 7 of 8 jaar.
Heyman is lid van de Raad van Dordrecht in 1538, en Adriaen in 1539 en 1540.
Grote kans, dat de 2 gezinnen en hun moeder er gewoond hebben, maar zeker is het niet.
Prins Filips van Spanje (de latere Koning Filips II)

Op 21 september 1549 bezoekt de prins de stad Dordrecht. Hij wordt geherbergd in het groote huys van Blyenburg.
Hij is hier zoon Flips genoemd.

De volgende dag is er een mis in de Groote Kerk.
Prins Filips is door de Staten van Holland aangenomen en gehuldigd als aankomende graaf van Holland.
Te lezen is, wie er bij zijn.
Ook de Prince van Orange is er bij.
De huldiging gebeurt bij de Tolbrug.
Ze gooien gouden en zilveren penningen te grabbel.
Heyman Adriaenszoon is dan tresorier (zoals hiernaast genoemd).
Burgermeester is Aernt Corneliszoon van der Mijle. Dat is de vader van zijn zwager Johan van der Mijle. Vader Aernt komen we later nog tegen als glipper.
Heyman is dan 40 jaar en zijn broer Adriaen 39 jaar. Hun vader is al in 1510 overleden, maar hun moeder Cristina van Slingelant zal er ook bij zijn. Zoon Adriaen, van Adriaen, is 16 of 17 jaar.
De kinderen van Heyman en Cornelia zullen het ook meemaken: Margaretha (5 of 6 jaar), Cornelis (3 of 4 jaar) en Adriaen (2 jaar).
Het huisaltaar

Huis van Gijn – Reg. Archief. Dordrecht Afb. 552_313026
Het huisaltaar is na een restauratie van 2 jaar enorm opgeknapt en ziet er daarna in 2006 zo uit:

waarschijnlijk gemaakt in Mechelen of Antwerpen rond 1550-1555 – Huis van Gijn
Met dank aan Chris de Bruyn, oud-conservator van Museum Huis van Gijn.
De opstand
Keizer Karel V schreef te Brussel de Staten der Nederlanden op 14 oktober 1555 zich buiten heerschappij te gaan stellen.
De Staten van Holland en West Vriesland zonden voor Dordrecht o.a. Adraan van Blyenburg Heer Adriaanszoon, Schout voor de Algemene Vergadering.

Reg. Archief Dordrecht – Afbeelding 551_50629
Schobbeland is op te vatten als oude kern van Zwijndrecht
Op 25 oktober 1555 verschijnen te Brussel de Afgezondene der ontbode Nederlanden op t Hof en nemen Koning Filips tot hun Hertog, Graaf en Heere aan. Ik verwacht dat Adriaan daar als afgevaardigde bij aanwezig is.
Onvrede
Zoals Matthijs Balen beschrijft:
Koning Filips II gaat in 1559 naar Spanje en geeft Bevelbrieven over de godsdienst ten strengste uit te voeren.
Het doet de onderdanen met geweldige belastingen (Beden) uitmergelen en het geloofsonderzoek, de Bloedplakkaten ten hardsten uitgewrocht, en t Ruwe leven van eniger Geestelijken.
Dit doet de Grooten en t Gemeen walgen.
In 1566 spreekt Willem, Prins van Orangien met Vrou Margriet, de Hertogin van Parma en spreekt zich uit tegen de invoering van de Bloedbullen.
Eind 1570 of begin 1571 legt Schout Adriaan van Blyenburg, zijn ambt neer. Hij wil niet langer de Bloedplakkaten uitvoeren.
Zijn zoon Adriaan heeft gestudeerd in Geneve en heeft daar “smaak gekregen van de Gereformeerde Religie”

Het leidt thuis tot felle discussies, bijvoorbeeld als Priester Witgen op bezoek is, die zoon Adriaan een oorveeg verkoopt.
Verdeeld

De geuzen hebben Den Briel, onder leiding van Lumey, ingenomen, en liggen met hun schepen voor Dordrecht. Enkele Schutters gaan stiekem ’s nachts via het Groothoofd naar hun toe en “verstaan” zich met hen.
Een jong Raadslid, Jacob Muys van Holy houdt daartegenover de hele nacht de wacht bij het Groothoofd.
Op het stadhuis vergadert op 23 juni 1572 de Oud-Raad van Dordrecht. De burgemeester heeft een brief gekregen, van Willem van Oranje, vanuit Dillenburg, met een dankwoord voor hun inzet voor de zaak.
De burgemeester is boos, hij weet van niets, net als andere raadsleden.
Dan zegt oud-schepen Adriaan van Blyenburg (de zoon, hij is 39 of 40 jaar ): ik heb de brief geschreven.

Beschrijving der Stad Dordrecht – M. Balen – 1677 – f. 124
Hij gaat achterlangs het stadhuis af, en gaat aan boord bij de Watergeuzen. Kort daarop komt hij terug.
De meeste schutters en burgers zijn op hun hand, en zij dringen de kamer van de Magistraat binnen. Ze willen dat de Schout de geuzen binnenlaat.

Als de geuzen met hun schepen de Vuilpoort naderen, beveelt de Schout om te schieten.
Hierna besluiten Raad Kornelis van Beveren en de Dekens van de Gilden de geuzen tegen te gaan varen.
Ze onderhandelen met de kapitein van de geuzen, Barthold Entens, een Fries edelman.
De Raad en de Dekens willen zich onder het gezag van Willem van Oranje plaatsen als stadhouder van Holland, en verklaren de Hertog van Alva als vijand. De koning zullen zij trouw blijven.
Ze onderhandelen met de kapitein. In het kort:
Zij zullen de kapitein in Dordrecht ontvangen, en 200 man toelaten. De inwoners zullen ongemoeid gelaten worden, net als alle kerken, kloosters, kapellen en huizen. Degenen, die de stad willen verlaten, mogen dat ongehinderd doen, met meenemen van hun spullen.

Er gaan blijkbaar een paar dagen overheen. De kapitein ondertekent de overeenkomst op 25 juni 1572.

Wat er daarna gebeurde.
Zij roepen steden op om in Dordrecht bijeen te komen.
Het is juli 1572. Adriaan Blyenburg, 61 jaar, zit de vergadering voor, zijn zoon is er ook bij, en alle grote steden zijn er. Zo ook Marnix van Sint Aldegonde, namens de Prins van Oranje, en Lumey van de Watergeuzen.
Ze komen bijeen in de eetzaal van het Augustijnenklooster (nu Hof van Nederland – Museum over onze vrijheden, vroeger en nu, met indrukwekkende “reportage hiervan”).
Bij de officiële statenvergadering in ‘s-Gravenhage onder leiding van de Graaf van Bossu is niemand op komen dagen. De graaf van Bossu is door Filips II benoemd tot stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht.
In Dordrecht komen ze in opstand tegen het bestuur van Alva, met trouw aan de koning van Hispanje (Zoals in het volklied: den koning van Hispanje heb ik altijd geëerd). De steden moeten veel geld bij elkaar brengen voor het leger van Willem van Oranje.
Het zal later bekend worden als de 1e Vrije Statenvergadering.
Verdeelde familie
Adriaan Heyman van Blyenburg is hofmeester bij de Graaf van Bossu, dus bij de tegenstander van zijn oom Adriaan Adriaan van Blyenburg en zijn gelijknamige neef.
Adriaan komt in 1573 om bij de slag tegen de watergeuzen op de Zuiderzee, 26 jaar oud, en is begraven op 11 oktober 1573 in Hoorn.
Zijn vader Heyman (oud-waardijn, thesaurier, schepen, burgemeester) kiest in 1566, dan 57 jaar, partij voor de Opstand. (Wat ook wel aangeeft, dat het in de tijd de opstand niet in rechte lijn verloopt, met 1 echt startpunt)


Het gezin heeft 9 kinderen gekregen.
- Margaretha. Ze trouwt met de muntmeester van Holland, van de Verenigde Nederlanden. (1543-1589)
- Cornelis. Trouwt met Juffrouwe Martina van Borssele. Is de opa van “onze” Francois, die het kasteel van Dongen koopt. (1545-1618)
- Adriaan. Hij studeert in Leuven, Milaan en Dole. Latijns geleerde. Hofmeester, secretaris van de graaf van Bossu, stadhouder van Holland. Sneuvelt in de strijd. Hierboven genoemd. (1546-1573)
- Christina. Trouwt met jonker Johan van der Mijle. Bovengenoemd. “Hij wordt in 1582 schepen van Dordrecht, maar in 1585 wordt hij naar Den Haag verbannen en opnieuw in 1589, vermoedelijk vanwege zijn sympathie voor het katholicisme” (Bron: RAD)
Zijn vader vertrok na de overeenkomst van 25 juni 1572 naar Delft, als glipper. (Zal wel afgeleid zijn van ontglippen) Zijn zoon bleef in Dordrecht. (1549-1601) - Vincent. Studeert in Leuven en in Bourgondië. Is hofmeester van de graaf Van den Bergh. Gesneuveld als ritmeester van koning Sebastiaan van Portugal in diens avontuurlijke kruistocht tegen de Moren in Afrika. (1553-1578)
- Maria. Trouwt met Hugo Cool, zoon van de burgemeester van Dordrecht (1555-?)
- Anna. Trouwt met Jodocus de Jonge, heer van Baardwijk, auditeur in de Rekenkamer van Holland. (1556-1581)
- Damas. Trouwt met Maria van der Aa, vrouwe van Hofwegen. Student rechten in Leiden. Latijnse werken. Hij reist veel, en treedt in 1594 op als eerste raad van de Engelse gouverneur van Virginia. (1558-ca. 1616)
- Johan. Student te Leiden 18 juni 1583, overlijdt te Padua op de terugreis van zijn grand tour naar Napels. (1560-1595)
Vader en de zoons en dochters zullen zo steeds keuzes hebben gemaakt, en ook zijn broer en zijn neefje, ieder in en om Dordrecht:
Ben ik hier wel veilig, mijn gezin, mijn familie?
Ben ik het eens met Alva en zijn vervolging,
met de belastingen,
met de katholieke kerk of sta ik achter de nieuwe religie,
is er 1 waar geloof, kan ik een ander geloof toestaan,
moet ik anders gaan leven,
in opstand komen,
deze plek verlaten,
mijn kinderen, mijn vader, mijn moeder, broers, zussen, buren, mijn gilde, mijn stad?
wat doe ik, welke risico’s neem ik?

Hier is te zien, dat 3 Schepenen en 2 Raden besloten hebben de stad te verlaten: de absenten, fugitiven ofwel glippers.
In hun plaats zijn anderen benoemd, waaronder Adriaen Adriaenszoon van Blienburch.
Hij heeft besloten om te blijven.
Wat je zou kunnen verwachten, na zijn actie om de Prins van Oranje te benaderen, naar de Watergeuzen te gaan, mee te doen met de 1e Vrije Statenvergadering.
Wat deden ze?
Waardijn van de Munt van Holland
Met dank aan Willem Frijhoff, overleden 2024, voor het vele verzette werk:
De muntslag is in 1367 aan de Voorstraat te Dordrecht gevestigd en is te bereiken via het Muntpoortje.
De waardijn vertegenwoordigt de landsheer (de graaf, later de Staten van Holland).
Hij let erop dat het muntpersoneel de instructies naleeft,
keurt de munten, penningen, rekenpenningen en andere producten van de Munt zoals baren goud en zilver,
en onderhoudt het contact met de landsheer.
De waardijn krijgt betaald voor dit ambt en krijgt ook privileges, zoals vrijstelling van beden en belastingen, van wachtlopen en van deelname aan de ’tocht’ (oorlogvoering).
In 1555 vindt op last van keizer Karel V een grote verbouwing plaats en krijgt de Munt van Holland de vorm die eeuwen lang zou blijven.
Het complex strekt zich uit van de voorzijde aan de Voorstraat tot de Doelstraat aan de achterzijde, over een lengte van meer dan 110 meter (Nu Voorstraat 190).
Adriaan Cornelis (1485-1510) is de 1e waardijn van de Munt van Holland uit zijn familie.
Daarna :
- Op 4 mei 1546 is zijn zoon Heyman waardijn, en is zijn andere zoon, Adriaen, adjunct-waardijn.
- Zijn kleinzoon Adriaen, van zoon Adriaen, wordt waardijn, vermoedelijk in 1579.
- Als die in 1582 overlijdt, wordt zijn broer Cornelis op 11 mei 1582 benoemd.
- Op 18 november 1591 wordt achterkleinzoon Adriaan waardijn (Adriaan IV)
- Na zijn kinderloos overlijden gaat het ambt op 2 maart 1599 over naar zijn broer Jacob.
- Zijn zoon Adriaen Jacobszoon wordt 9 oktober 1609 waardijn en meester munter in 1616.
- Na zijn overlijden in 1630 wordt zijn oom Gerard Pilgrim Arnoldszoon, getrouwd met Lucretia van Blijenburg, benoemd tot waardijn.
- De schoonvader van Adriaen Jacobszoon, te weten Pompejus Jacobs de Rovere (van zijn 2e huwelijk) is vanaf 1634 waardijn.
- Vanaf 1638 treedt Adriaen, zoon van Adriaen Jacobszoon van Bleijenburg, op als waardijn van de Munt.
- Na zijn dood in 1682 wordt zijn zoon Adriaen waardijn op 21 oktober 1682 (die is sinds nov. 1671/februari 1672 adjunct-waardijn)
- Na zijn dood 1682 gaat het ambt over naar zijn oudste zoon Adriaen.

Dordrecht – waardeijn, muntmeesters en beambten
Naar Samuel Hoogstraten – 1657
De schilder Samuel van Hoogstraten werkt tussen 1640 en 1648 als leerling in het atelier van Rembrandt.
Toelichting:
Niet gemakkelijk te volgen met al die Adriaen’s, maar ik heb het op een rij gezet om vooral om te laten zien, dat het ambt bijna erfelijk te noemen is, het bleef in de familie. Of er gekeken werd naar kwaliteiten voor die functie?
Vertrouweling, ridder, schildknaap, escuir
De familie gaat terug tot Adriaan van Blyenburg, die rond 1250 leeft.

Adriaan is een creditur ofwel vertrouweling van Willem II, graaf van Holland en koning van het Heilige Roomse rijk, die in 1255 in West-Friesland wordt gedood.
Zijn zoon Diderus

En zijn zoon Soeteman

Zijn zoon Kornelis,

Hij zegt tegen graaf Willem V (1330-1389): hij vreesde dat zijn nageslacht uit de familie zou vervallen van de deugd der oude voorvaderen.
Waarom zegt hij dat?
Willem V spreekt met zijn moeder Margareta in 1349 af, dat hij de graaf zal worden, en dat zij zal terugtreden met een flink “pensioen”. De steden en edelen zullen dat moeten betalen.
Een deel daarvan is het er niet mee eens, en er vormen zich 2 partijen, met Willem V in het ene kamp en moeder in het andere. Meerdere gevechten voeren zij.
Daarbij zijn die van Willem V te herkennen aan rode mutsen en de tegenstander aan de grauwe mutsen. (Achteraf, rond 1700, 1800 benoemen ze het als Hoeken tegen Kabeljauwen (Twisten die hier in 1350 beginnen en met tussenpozen op zullen laaien tot 1490)
Willem V is geestesziek. Zijn broer, en voogd Hertog Albrecht van Beieren neemt in 1354 zijn taken over.
Mogelijk ligt het ruziemaken of het geesteszieke aan de basis van de uitspraak van Kornelis.
Adriaan, de broer van Cornelis, is escuir van de jonge graaf Willem (de latere Willem VI). Een escuir is een jongeman die traint om ridder te worden of volwaardig lid van de aristocratie.

Willem is een zoon van hertog Albrecht van Beieren. Hij trouwt in 1385 in Kamerijk (Cambray) met Margareta van Bourgondië, dochter van hertog Filips van Bourgondië en Margareta van Male. Ook haar broer Jan trouwt die dag.
Adriaan is bij de dubbele bruiloft aanwezig.
Bronnen
Matthys Balen heeft de oudere generaties beschreven in 1677. Originele bronnen heb ik niet kunnen raadplegen en daarmee heb ik niet kunnen nagaan of de inhoud klopt.

Zo bijvoorbeeld Kornelis: zijn vader Soeteman zal na de slag bij Zierikzee (1304) tot ridder geslagen worden. Een paar dagen daarvoor sterft hij. Hij is dan getrouwd. Uit zijn huwelijk is Kornelis geboren. Stel dat die geboren is in 1304.

Kornelis overlijdt volgens de beschrijving in 1398. Die zou dan al gauw over de 90 geworden zijn.
Kornelis is 2 keer getrouwd.

Zijn zoon Heyman is geboren in 1395 uit het 1e huwelijk. Vader geworden op zijn 87e, en daarna nog een keer getrouwd?
Ik heb me erop gericht om te laten zien, met welke mensen de familie omging.
Kapitein en overste
Cornelis Heymanszoon (1450-1521) treedt succesvol op als kapitein in de oorlog van Holland met de hertog van Gelre.
Hij neemt in 1488 het stadje Nieuwpoort onder Oostende in.
Cornelis is bevelhebber van de vloot van de graaf van Holland.
In 1488 hebben de Hoeken Rotterdam ingenomen. Binnen het graafschap Holland is zo’n 150 jaar strijd met de Kabeljauwen. Dordrecht hoort tot de Kabeljauwen. De Hoeken nemen het daarmee ook op tegen Maximiliaan van Oostenrijk.
Maximiliaan van Oostenrijk trouwt in 1477 met Maria van Bourgondië en na haar dood in 1482 is hij de baas van de Nederlanden, dus ook van het graafschap Holland, met de belangrijke stad Dordrecht.

ca. 1477-1482
Maximiliaan is op 4 maart 1485 in Aken gekroond tot Rooms Koning, en maakt zijn reis langs de Hollandse plaatsen Heusden, Gorinchem.
Op 9 april verwelkomt Dordrecht hem. Stadhouder Jan van Egmond, de schutterij, en vele anderen brengen hem hulde.
Daarna zal hij verdergaan naar Geertruidenberg en dan naar Breda.
Dordrecht staat achter hem.
In 1488 verzetten Gent en Brugge zich tegen hem. Maximiliaan is van het huis Habsburg, en niet van Bourgondië.
Brugge neemt hem gevangen en laten hem na 4 maanden onder voorwaarden vrij. Zijn vader Keizer Frederik III komt hem met zijn leger bijstaan en belegert Brugge, en na het beleg zijn de voorwaarden snel vergeten.
Van de opstandelingen gaat Jonker Frans van Brederode ervandoor, en gaat op verzoek naar Sluis om de Hoeken te helpen. Van daaruit verovert hij Delfshaven en Rotterdam.
Op 3 juni 1489: 40 kleine Hoekse boten met 1400 man ziet men vanuit Rotterdam de Maas op varen. Ze varen richting de Lek.
Strooptocht! Alarm naar Schiedam en Dordrecht.
Om 19:00u zijn de Hoeken bij Lekkerkerk en Streefkerk.
Een Hollandse scheepsmacht (Kabeljauwen) uit Dordrecht, Gouda, Schoonhoven en Schiedam, met stadspoorters, krijgslieden en schutters onder leiding van overste Cornelis van Bleyenburg is snel geformeerd: 2000-3000 man, 6 oorlogsschepen, en tal van kleinere schepen. Zij vertrekken diezelfde nacht om 2:00u, en varen de Lek op.
Bij het opkomen van de zon op 4 juni bij Schoonhoven vallen ze de Hoeken aan. Eén van de oorlogsschepen doorboort meteen een roei-jacht met circa 50 mannen aan boord die in de ontstane chaos verdrinken.
De Schoonhovenaren gaan meehelpen, en na 2 uur zijn de Hoeken verslagen.
Cornelis behaalt op 4 juni 1489 in de scheepsslag op de Lek de overwinning op de Hoekse partij. Het betekent bijna het einde van de Hoeken, begonnen rond 1350, zoals hierboven genoemd bij zijn voorvader Kornelis van Blyenburg.
Ter nagedachtenis aan deze overwinning staat binnen de zuidzijde van de toren van de Grote Kerk:

In het jaar des Heren 1489 op 4 juni
overwon Dort op de Lek, Halleluja
Op 6 juni 1489 houden ze in Dordrecht een algemene Omgang, een Dankdag en voor Vrede en Eendracht.
Jonker Frans van Brederode ontsnapt bij de scheepsslag op de Lek, en na nog een aantal aanvallen nemen de Kabeljauwen hem gevangen.
Ze sluiten hem in 1490 op in Dordrecht in de Puttoxtoren.
Hier is hij overleden aan zijn verwondingen.
Schilder Johannes Hinderikus Egenberger
op httpscommons.wikimedia.orgwindex.php

Het markeert het einde van de twisten tussen Hoeken en Kabeljauwen (1350-1490)
Ten dienste van den lande
Adriaan Adriaan is hierboven genoemd in zijn optreden bij de Opstand in Dordrecht. Hij wordt geheimraad van Willem van Oranje, lid van de Raad van State en commissaris-generaal van de krijgsmacht van de Verenigde Nederlanden (1532-1582).
Heyman Cornelis Heymanszoon is in 1633 bij zijn trouwen vaandrig ten dienste van den lande.
Op 6 maart 1635 stelt Frederik Hendrik, Prins van Oranje, de vaandrig aan als kapitein:
Ghevende hem volcomen last en macht en bevel over desen Compagnie, te gebieden, die te geleijden en te gebruijcken tegend de gemeene Vijanden deser Vereenighde Nederlanden.

Bij een verzoek van zijn zoon Francois, staat over zijn vader: in sijn leven Capiteijn van een compagnie Voetknechten ten dienste deser landen, en Commandeur van de Schans Engelen buijten ’s Hertogenbosch.
Het is een belangrijk fort, al in 1587 levert men flink slag en ook van belang bij de verovering van Den Bosch door Frederik Hendrik in 1625.
Of Heyman dat meegemaakt heeft, toen 21 jaar, weet ik niet (1604-1645).

Zijn zoon Cornelis Heyman is in 1669 luitenant van een compagnie voetknechten ten dienste van den lande, 35 jaar oud.
In 1675: Capiteijn van eene compagnie infanterie in garnisoen leggende tot Graeft (waarschijnlijk Grave).
In 1677: Ten dienste deser landen en commandant op het fort Groote Warande te Terheijden (de Spinolaschans bij Breda).
Spinola legt de schans aan in 1624 en gebruikt bij de belegering van Breda, dat zich in 1625 overgeeft .
Een opvolger van de Spinolaschans werd gebouwd tijdens het beleg van 1637, ditmaal door de Staatse troepen. Op deze herbouwde schans zal Cornelis Heyman commandeur zijn (1634-ong. 1677).
Zijn zoon Francois Heyman is zelf niet ten dienste van den lande. Hij trouwt in 1661 in Teteringen met Helena Erasmus Falckenhaen.
Haar vader is in 1638 en 1639 commandeur van het garnizoen van Breda (1637-1667).
Die van de familie ten dienste van den lande hebben gefunctioneerd, zijn vooral de nakomelingen Heyman Adriaan van Blijenburg (1509-1579).
De waardijns komen van Adriaan Adriaan van Blijenburg (1511-1573). Zij waren door hun functie vrijgesteld van wachtlopen en van deelname aan de ’tocht’ (oorlogvoering).
Besturen
Schepen, tresorier, borgemeester, oud-raad. Vele functies vervulden leden van de familie. Met behulp van AI zal een mooi overzicht te maken zijn vanuit de opsomming van functies in het boek van Johan van Beverwyck uit 1640 (vanaf 1393 tot 1639).
Familie-boekje
Francois, koper van het kasteel van Dongen
Wanneer is Francois, de koper van het kasteel van Dongen, geboren?
Het valt niet mee om het antwoord er op te vinden. Op Geneanet vind ik bij 4 stambomen de geboorte-datum 31 maart 1637, en 8 april 1637 de doop in de Grote Kerk in Den Haag. Ook staan nog 3 broers er bij met hun geboorte- en doopgegevens.
Dan wil ik de bron zelf zien.
Ik doorzoek de doopboeken van de Grote Kerk. Niet te vinden.
Alle andere kerken van Den Haag en omgeving. Niet te vinden.
Ik mail de makers van de 4 stambomen. Van 2 krijg ik een reactie: ze weten niet meer wat de bron voor hun gegevens was.
Dan weet ik het even niet meer, en ga verder met de Van Blijenburghs.
Dan vind ik bij 1 van die 4 de Geneanet-stamboom van Wim Heijn bij Catharina Schoyts, getrouwd met Cornelis Heyman van Blijenburg (1450-1521) een vermelding van een artikel in De Nederlandse Leeuw van 1929.
Daarin vind ik niet dit huwelijk, maar wel:
Het artikel bestaat uit 5 delen. Het begint hierboven met aantekeningen van Cornelis Heyman van Blyenburch, daarna zijn zoon Heyman, dan zijn zoon Francois, en daarna zijn schoonzoon Johan van Eijsden. Het laatste deel is door Cornelis geschreven en gaat over belevenissen van 1605-1613.
Voor de zoektocht naar geboorte en doop van Francois:


Vader Heyman heeft hier de geboorte en doop van hun 3e zoon opgeschreven. De oudste zoon is Cornelis, geboren 16 maart 1634 en gedoopt op 19 maart. Over hem staat hier meer.
Het zijn heel persoonlijke aantekeningen, en het laatste deel over wat het gezin van Cornelis meemaakt, zoals een aardbeving, de grote blijdschap bij het sluiten van het Twaalfjarig Bestand, en de orde van de Kousenband voor Prins Maurits.
Het artikel is een flink stuk langer, en kunt u via de link helemaal bekijken. Een vertaling van de Latijnse zinnen en toelichting heb ik gemaakt, en kunt u hier bekijken.
Ulbo Jetze Mijs
Het oude handschrift is in bezit van Ulbo J. Mijs. Wie is hij?

Ulbo is een energiek man, als ik lees wat hij allemaal gedaan heeft:

Hij schrijft ook heel wat artikelen, onder andere over het belang van archieven, en toont dat aan met voorbeelden uit Middelharnis, het dorp waar hij 25 jaar burgemeester is geweest.
Zijn vader is predikant, zoals hierboven te lezen is. Die is benoemd naar Etten, en verhuist met zijn vrouw Lijntje Lagestee, dochter Johanna, zoon Ulbo en Arend.
Ze gaan wonen in de pastorie achter de kerk.
Wie hebben daar voor hun gewoond?

Hoe is het in zijn bezit gekomen?
Een mogelijkheid schiet door mijn hoofd: hij is familie van de familie Van Blijenburch. Hoe pak ik dat aan?
De laatste schrijver Johan van Eijsden is overleden rond 1708. Ulbo is geboren in 1863. Zou dan al gauw gaan over een 5 tal generaties.
Johan heeft uit zijn huwelijk met Jacoba Helena van Blijenburg geen kinderen, ook niet uit zijn 2e huwelijk met Catharina Vingerhoet. Die heeft wel uit haar 1e huwelijk 3 zoons en 4 dochters met de achternaam Gelée. Mogelijk dat bij 1 van hen het boekje terechtgekomen is.
Zijn er aanknopingspunten, teruguitzoekend in de tijd vanaf Ulbo?
Hoe kan ik het inperken, want al heel gauw gaat dit net als in een kwartierstraat heel snel qua aantallen?
Ik kom er 2 tegen met een vernoeming van Vrouwe, wat meestal betekent, van adel:
- de oma aan vaderskant, ofwel de Mijs’kant is Vrouwe Jannetje de Graaff
- de oma aan moederskant, ofwel de Heerma van Voss kant is Vrouwe Jacoba Fercken
Als u wilt, kunt u hier de voorouders van Ulbo in schema zien.
De oma aan vaderskant is Vrouwe Jannetje de Graaff
Ze is in 1807 geboren in Sommelsdijk (Middelharnis, op Goeree-Overflakkee), dochter van Jacob Jacob de Graaff en Neeltje Johanna Witz.
Vader en moeder zijn daar in 1801 getrouwd. Ze betalen trouwgeld. Er zijn geen doop- of trouwboeken, wat verder zoeken heel lastig maakt.
Ik vind geen adellijke vernoeming.


Wat vind ik nog?
- Jenneke van Hulst, de weduwe van Jan Witz is 41 jaar in 1799, en woont in Sommeldijk, is collectrice Ze zal geboren zijn rond 1758.
- Op 25 dec. 1767 is trouwgeld betaald in Sommelsdijk door Jacob de Graaff en Barbera Alebeek (Zeeuws Archief 511-Inv.45321). Mogelijk zijn dit de vader en moeder van Jacob.
- In maart 1797 woont de weduwe Barbera Alebee, wijnverkoopster, aan de westzijde Voorstraat in Sommelsdijk. Ze is dan 49 jaar. Ze zal geboren zijn rond 1748.
- Jacob de Graaff junior is in maart 1797 zilversmid aan de westzijde Voorstraat, en is 21 jaar en ongehuwd. Hij zal geboren zijn rond 1776. Gezien hetzelfde adres kan het niet veel anders, dan dat dit zijn ouders zijn.
Verder kom ik niet in dit deel van de zoektocht.
De oma aan moederskant is Vrouwe Jacoba Fercken
Allereerst: ze is getrouwd met Ulbo Jetze Heerema van Voss, aan wie hij (Ulbo Jetze Mijs) zijn voornamen te danken heeft.

Jacoba is geboren op 25 januari 1805 en NG gedoopt op 3 febr. 1805 in Roosendaal.

dochter van Casparus Jan Fercken en Roxina Johanna Wijntjes
Haar vader Casparus, vrederechter in het kanton Roosendaal. Haar moeder is Roxina Wijntjes.

Haar vader, Dirk Wijntjes, is chirurgijn:

Bij zijn trouwen staat, dat hij uit Dordrecht komt. Daar vind ik zijn doop:

N.B.: Hier staat geen Wijntjes, maar Wijntjens. De naam is op nog meer manieren geschreven: ook Wijnties en Wynties.
Wel niet van adel, maar de stad Dordrecht als overeenkomst, zou een goed aanknopingspunt kunnen zijn.
En: Johan van Eijsden is Medicine Doctor en Dirk is chirurgijn. Zeker niet eenzelfde beroep, maar wel in de medische richting.
Dirk is gedoopt in 1736. Dat is wel even later, dan Johan die sterft rond 1708. Ik vind helaas geen relatie. De zoektocht aan deze kant levert niet op.
Dan kijk ik naar de ouders van Casparus Frencken:

Woensdagh den 16e December (1761) zijn door den predicant Schadden en
De Ouderling(en) …. in ondertrouw opgenomen
De Heer Johannes Fercken, J.M. (JongeMan), Geb. te Aken, Secretaris alhier, woonachtig alhier, met
Juffr. Mechelina Jacoba Schadden, J.D. (JongeDame), geb. te Brianen, woonachtig alhier (=Roosendaal)
De predikant heeft dezelfde achternaam als Mechelina. Het is haar vader Albertus Schadden.
Beide komen uit Duitsland. Brianen, ofwel Brienen ligt langs de Rijn bij Duisburg. Beide rond 1732-1734 geboren.
Bij vernoeming in deze tijd van Heer en Juffrouwe betekent meestal adellijke afkomst, maar een relatie naar de Van Blijenburghs vind ik niet.

(met nog 3 doopgetuigen)
NH gedoopt op 9 mei 1707 in Nijmegen)
De moeder van Mechelina is Johanna in de Betou, en haar familie komt uit de omgeving van Nijmegen (Nijmegen, Overasselt, Altforst). Ook hier gereformeerd. Verder hier geen aanknopingspunt.
Wat valt me op:
Het zijn allemaal gereformeerde families. Bijzonder: Albertus, de vader van Mechelina is predikant in Brienen, Gilze en Roosendaal. Twee broers van haar zijn ook predikant, in Wouw en in Nispen, en haar neefje wordt predikant in Middelburg.
Bedenk me terwijl ik ermee bezig ben: de laatste schrijver is Johan van Eijsden. Hijzelf was niet van adel, en zijn erfgenamen ook niet. Daarmee is de hiervoor gemaakte inperking niet te beredeneren.
Daarom ik heb de kwartierstaat van Ulbo verbreed. Conclusie na deze zoektocht: geen overlap, geen raakpunten gevonden.
Het zou ook nog kunnen, dat via zijn echtgenote Lijntje Lagestee het origineel in zijn bezit gekomen is.
Misschien biedt het zoeken naar het origineel, ook een oplossing voor de vraag naar de relatie tussen Ulbo en de maker van de laatste aantekeningen Johan van Eijsden.
Zoektocht naar het origineel
Boven het laatste deel heeft Ulbo J. Mijs gezet:
(Hetzelfde boekje bevat nog:)
Een boekje dus.
Wat kan ik me daar bij voorstellen, een klein aantekenboekje?
Chris de Bruyn, oud-conservator van het Huis van Gijn: het eerste deel ademt de sfeer van – niet ongebruikelijke familie aantekeningen – zoals die werden opgeschreven in de familiebijbels, zo’n grote Keur-bijbel op folioformaat.
Hij bedenkt, dat Matthys Balen zeker gebruik zal hebben gemaakt van dit soort aantekeningen.
In De Nederlandse Leeuw staat geen toelichting over het origineel. Daar is niet verder mee te komen.
Hoe mooi zou het zijn, om het origineel op te kunnen sporen, via familie van Ulbo?
Misschien heeft hij kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen?
Als we aan de slag gaan, bedenk ik me dat in de plaatsen, waar hij gewoond heeft, zaken van hem in bewaring gegeven kunnen zijn. Ik denk dan aan Rijswijk, Gouda, Middelharnis. Bij het archief of heemkundekringen?
Wat hebben mijn schoondochter Marleen en ik tot nu toe gedaan hiervoor?
- Mail naar Historische Vereniging Rijswijk, als laatste woonplaats (antwoord op 27 januari 2026, we hebben geen bewaarfunctie, doorverwijzing naar Museum Rijswijk)
- Mail naar Museum Rijswijk (antwoord 28 januari 2026, geen resultaat, doorverwijzing naar gemeente Delft)
- Mail naar Stadsarchief Delft (antwoord 9 februari 2026, komt niet in inventaris voor)
- Mail naar vermoedelijke achterkleinzoon (geen antwoord), bericht via LinkedIn (geen reactie)
- Mail naar (andere) vermoedelijke achterkleinzoon (geen antwoord), brief op 17 maart 2026 verstuurd, en ben gebeld op 23 maart 2026, heel leuk. Hij is inderdaad een achterkleinzoon, en neemt contact op met zijn zus, die een kleine doos met materiaal van vroeger heeft.
We zijn heel benieuwd.
Broer Cornelis en de Honsdonck in Galder
De Honsdonck is een buitenplaats in Galder bij Breda. Het is al genoemd in 1373.
In 1624/1625 belegt Spinola de stad Breda en een flink deel van zijn troepen is in deze omgeving van Ulvenhout gelegerd. Het landhuis gaat in die tijd in vlammen op.
In 1648 tekenen de partijen in Munster de vrede na 80 jaar oorlog. Eindelijk vrede, rust, zullen de mensen hier gedacht hebben.
Het landhuis zal herbouwd zijn. We lezen namelijk bij de koop op 13 mei 1657 door Cornelis:

hoff, boomgaert, landen, weyden, torffvelden, bosschen ende
erven daeraen gehoorende, genaemt de Honsdonck, groot
in het geheel tusschen de tweeenvijftich ende drieenvijftich
buynderen, gestaen ende gelegen ter Ghinneken ene
Chaem bij de Raekens,…
Raekens is een gehucht, dat dan deel uit maakt van Ginneken.
Het gaat om ongeveer 52 bunder grond, wat ongeveer bij 1,29 hectare per bunder neerkomt op 67 hectaren.

Dit is het huidige landhuis, in 1795 bouwt Lucas Willem Philip Baron van der Borch, adjudant-generaal van Willem V, en een zeer geziene landbouwkundige, dit landhuis. Het is Hondsdonck genoemd, zo vanaf 1779. De originele naam verwijst naar een zanderige plek in een moerassig gebied, waar niets mee te doen was. De naam heeft niets met een hond te maken.
1/3e deel is al in handen van hem en zijn broer. Ze hebben het van hun oma Martina van Borssele geërfd. Het andere 2/3e deel komt via de 2 broers van hun oma (Philibert en Rogier). Het is in 1657 in handen van de kinderen van Philibert:
- Jonker Philibert van Borselen, baljuw van Poortvliet
- Wolfert
- Jan
- Elisabeth, getrouwd met Cornelis Liens, baljuw van Westkerke
- Jonker Philip
Martina, Philibert en Rogier van Borssele hebben het geërfd van hun moeder Maria van Lyer. Zij was een dochter van Cornelis van Lier, heer van Berchem en Wybrecht van Berchem.
Het landgoed is al die tijd ongedeeld bezit.
Cornelis wordt geboren op 16 maart 1634 in ‘s-Gravenhage. Hij trouwt in 1656 Maria Guesneau uit Orleans. Cornelis heeft daar burgerlijk recht gestudeerd en is er in 1654 Doctor in het Burgerlijk recht geworden.
Bij de aankoop is Cornelis 22 jaar, en zijn broer 19 jaar. Cornelis betaalt 3666 gulden en 13 stuivers voor de buitenplaats.
Cornelis zorgt goed voor de buitenplaats: onderhoud aan de bossen en ontginnen van heivelden te Rakens.
Hij heeft een militaire carrière: van luitenant van een compagnie voetknechten, tot kapitein van de infanterie tot Graeft (Grave waarschijnlijk), tot commandant van de Grote Warande Schans (Spinolaschans bij Terheijden).
Maar met geld omgaan ging hem niet zo goed af. In 1677 moest hij het verpachten en in 1678 is het landgoed verkocht om de schulden mee te betalen.
Voor een wandeling door dit gebied: Rondom Breda-Hondsdonk of Strijbeek Hondsdonk Valkenberg
Nog wil ik opmerken, dat mijn voorvader Jacob Petri Meeren in 1695 samen met mijn voormoeder Cornelia Wouters van Hooydonk gingen wonen in Galder, en dat landhuis en hun bewoners zeker gekend zullen hebben. Cornelia is in Galder geboren in 1664, en zal Cornelis van Blijenburg en zijn gezin gekend hebben.
Rouwbord van Francois in de Grote Kerk van Breda
Francois had in de Grote Kerk een rouwbord, zoals beschreven is door M.L. van Hangest, baron d ‘Yvoy in 1784.
In 1794 zijn honderden van de rouwborden, die in de Grote Kerk hingen, vernield door de Franse revolutionairen. Ze deden dat omdat ze een grote hekel hadden aan de adel.
In 2010 bij het 600-jarig bestaan zijn maar liefst 277 rouwborden gemaakt op basis van de beschrijving van de baron.
De foto van de replica is door Barbara Canters van de Grote Kerk teruggevonden.

Over de opbouw van het rouwbord:
Links staan de overgrootouders van vaderskant, van boven naar beneden, met kwartierstaatnummer:
- Van Blyenburg (overopa Heyman Cornelis)
- Borssele (overopa Wolfert)
- Drogendijck (overoma Cornelia)
- Lier (overoma Maria)
Rechts van moederskant:
- Criep (overopa Francois Criep)
- Boot(h) (overopa Gerard Aert)
- Couwenhoven (overoma Geertruyt) – hier zou standaard nr. 13 staan
15-2. Teylingen (stief-overoma Kornelia) – hier zou standaard nr. 15 staan
De kwartierstaat vanaf Francois is hier te zien.
De volgorde van de wapens op het rouwbord wijkt af van de standaard opzet.
Mogelijk komt dat door het volgende:
De opa van Francois trouwde 2 keer: de 1e keer met Geertruyt van Couwenhoven, en de 2e keer met Kornelia van Teylingen.
Mogelijk is daarom het wapen van Van Teylingen op het rouwbord gekomen.
En ontbreekt de oma van Geertruyt Criep aan vaders kant.
De stamboom, zoals ik die van de familie Blyenburg heb vastgelegd, met daarbij ook Francois is hier te zien in schema, en de beschrijving van wat ik gevonden heb, kunt u hier lezen.



