Over de Hollantsen

Als de familie Hollants of Steenbergen het heeft over de familie Hollants, dan heeft men het over de Hollantsen, vandaar de titel van deze pagina.
De Hollantsen behoren tot de voorouders van de Steenbergens, en er is door Eduard Steenbergen en door André Ververs veel uitgezocht. Van Deboya van de Ven, partner van John Steenbergen, heb ik veel informatie gekregen, die ik hiervoor heb mogen gebruiken.
Hierover kan ik of Deboya nog heel wat toevoegen, maar dit wil ik alvast delen.

Over de naam Hollants

De schrijfwijze varieert nogal eens: Hollands, Hollans, Hollants. Een lange periode vanaf ongeveer 1562 werden zij afwisselend Croonenborgh, dan wel Hollants genoemd.
Hier volgt later nog meer toelichting.

Frans Hollants, soldaat onder Napoleon

Er zijn 2 verhalen: die van Eduard zijn achterkleinzoon, en spreekt over Rusland en Oost-Europa. De bron is: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie, ongedateerd. Bewijs voor zijn verhaal hebben we nog niet kunnen vinden.

En die van André Ververs, die spreekt over Spanje en Engeland. De bron is: De Croonenborgh, contactblad voor de familie Hollants in Nederland en Mol, uitgave en redactie van André L. Ververs in aflevering 2 (februari 1994) pag. 35-47. Bewijs voor Spanje heeft Deboya wel gevonden, zie hieronder, maar voor Engeland hebben we dat nog niet kunnen vinden.


Eduard, zijn achterkleinzoon, schrijft:
In 1817, Frans Hollants, komt na vele jaren zwerven door Rusland en Oost-Europa het café binnen in Mol in België, toen nog Nederland.
Het lokaal waar hij ja-a-aren eerder tekent om met het leger van Napoleon naar Rusland ten oorlog te trekken.
De cafébaas is verbouwereerd als Hollants zich bekent maakt.
‘Dat kan niet”en staaft dat met het “bedeke”, bidprentje, te tonen van die Frans. Deze was toch al zovele jaren vermist en teneinde raad dood verklaard.

“Geen woord. Hij heeft er nooit meer over gesproken. Daar in de kast staat het boek van een Belgische sergeant over zijn Rusland toch en oorlog.
Een gruwel, daarin is zelfs sprake van kannibalisme”.
“Zwijg stil, praot er nie van”.

Over het kannibalisme schrijft Deboya:
“Eduard was zeer zeker van het Rusland verhaal.
Typisch, toen ik erachter kwam dat Frans krijgsgevangen is geweest in Spanje, ben ik gaan googlen. Ik stuitte ook op dat kannibalisme. Er werden soldaten door de Spanjaarden naar een eiland gebracht waar ze zonder voorzieningen moesten zien te overleven. En inderdaad spreekt men daar ook van kannibalisme.
Echter, een kenner van de Napoleon tijd, vertelde me dat de Engelsen (die ook in Spanje vochten tegen Napoleon) hun gevangenen op boten vasthielden en ook dat er naar Engeland werden getransporteerd. Dit lijkt te stroken met het verhaal van André. In de Engelse bronnen heb ik echter (nog)niets terug kunnen vinden. Toen ik dat kannibalisme verhaal las, bedacht ik me dat als je dat meemaakt, je dat niet aan de grote klok hangt.”

Om een idee te krijgen: verslag van Cabrera

In De Croonenborgh, contactblad voor de familie Hollants in Nederland en Mol, uitgave en redactie van André L. Ververs in aflevering 2 (februari 1994), samengevat:

Op 5 september 1798, Nederland was Frans grondgebied, wordt de conscriptie ingevoerd: alle mannen tussen de 20 en 25 jaar konden ingelijfd worden bij het Franse leger.
Dat wordt door loting bepaald.
Op 7 oktober 1805 wordt Francois, zoals hij genoemd wordt, ingelijfd bij de Reservecompagnie van het Departement van de 2 Nethen, waar Veerle ondervalt.
Als reservist kan Francois in zijn geboortestreek blijven wonen, ver weg van de slagvelden.

Maar in 1808 wordt hij opgeroepen voor actieve dienst.
Op 31 januari vertrekt Francois vanuit het stadhuis van Antwerpen naar Neuf-Brissac, waar het 11e Regiment Jagers te Paard gelegerd is. (Neuf-Brissac ookwel Neuf-Brisach ligt bij Colmar, Oost-Frankrijk, dicht bij de Duitse grens en Zwitserland).
Ze worden streng bewaakt, en mogen er niet vandoor gaan (In 1802 bijvoorbeeld kwamen van de 2092 dienstplichtigen er 1680 niet opdagen, en Napoleon had ze hard nodig)
Op 1 maart 1808 komt hij er aan.

Hij moet echter met 1 eskadron van het 11e Regiment naar Spanje. Napoleon heeft tot 1807 overal gewonnen, maar wilde in mei 1808 Spanje als bondgenoot tegen Portugal en daarmee Engeland, direct onder zijn gezag hebben, en dat pikken de Spanjaarden niet. Het Franse leger lijdt er in juli 1808 zijn eerste nederlaag.
Napoleon heeft zich enorm vergist in de tegenstand, en is enorm kwaad. Francois moet mee gaan helpen.

In januari 1810 deelt men Francois in bij het 15e Regiment. Hij is 1 van de 370000 Franse soldaten.
De soldaten hebben het zwaar te verduren. Er zijn niet veel veldslagen: de guerilla maakt het zwaar: steeds oppassen voor hinderlagen, voor sluipmoordenaars, en zorgen dat je niet gepakt wordt, want dan word je meteen vermoord.
Daarnaast moet Francois oppassen voor honger, kou, dorst, hitte, ongedierte, ziekte, geen onderdak.

Francois Hollands, Feuille individuelle van het 15e Regiment Jagers te Paard, getekend 19 april 1813 met vermeld op 1 januari 1810 in regiment en krijgsgevangene in Spanje op 26 september 1810
Francois Hollands, Feuille individuelle van het 15e Regiment Jagers te Paard, getekend 19 april 1813 met vermeld op 1 januari 1810 in regiment en krijgsgevangene in Spanje op 26 september 1810

Francois heeft “geluk”: hij wordt op 14 september 1810 gevangen genomen door de Engelsen. Hij kan kiezen: in het Engelse leger dienstnemen of krijgsgevangene worden. De verhalen over dat laatste zal Francois wel gekend hebben: slecht behandeld worden, vaak tot de dood erop volgde.
Hij kiest voor het Engelse leger en blijft er in dienst tot 23 mei 1814.

Hollands Francois, Feuille individuelle van het 15e Regiment Jagers te Paard, getekend 19 april 1813 met vermeld op 1 januari 1810 in regiment en krijgsgevangene in Spanje op 26 september 1810 fragment
Francois Hollands,
a été fait prisonnier de guerre en Espagne le 26 septembre 1810 et se trouwe encore en prisoin de l’ennemie –
is krijgsgevangen gemaakt in Spanje op 26 september 1810 en bevindt zich nog steeds in gevangenschap

Thuis is hij al dood gewaand. Groot is de consternatie als hij in Veerle bij hun aankomt.