Onder de menu-optie van de familie Snoeren heb ik gezet: Het kasteel van Dongen.
Hoe kom ik bij dit onderwerp?
In het kort:
De meisjesnaam van mijn vrouw is Snoeren, en ik kreeg van een achterneef, Jacques Bakx, foto’s voor de stamboom met betrekking tot ook zijn familie Snoeren.
Als ik die in de stamboom zet, ga ik verder aan het uitzoeken, en kom bij zijn voorouders uit bij de familie Verbunt, en bij, jawel, het Kasteel van Dongen.
En als ik daar dan eenmaal ermee begin, dan gaat het van kwaad tot erger.
Hoe het in elkaar steekt, hoop ik hieronder duidelijk te maken.
- De familie Snoeren en het kasteel
- Waar is de Verbrande Hoeve, dat kasteel van Dongen?
- Wie is daarvoor de eigenaar?
- De juffrouwen Elisabet Jacoba, Catharina en Johanna van Gelé uit Dordrecht (1708)
- Medicine Doctor Johan van Eijsden uit Dordrecht (1697)
- Juffrouwe Jacoba Helena van Blijenburgh uit Breda (1674)
- Joncker Francois van Blijenburg, schepen van Breda (1663)
- De Heere Lowijse, Baron de Molde, Heere van Mansard (1654)
- Prins Willem Hendrik van Oranje en de Nassaus (1500)
- Heren van Dongen Joost, Roelof II, Willem, Roelof van Dalem (1350)
- Bouwer Willem van Duvenvoorde
- Hoe gaat het na de aankoop in 1713?
- Ontdekking en opgravingen
De familie Snoeren en het kasteel (1713)
We beginnen met de familie en het kasteel:
In de schepenbank van Dongen vind ik de volgende akte van 27 december 1713

en in volle eigendom over te geven aan
en ten behoeve van Laureijs Peeter Oomen en Jan Verbunt zekere hoeve, genaamd
de Verbrande Hoeve, waar op de Heeren
van Dongen voor dezen op haar kasteel,

dat nu vervallen ligt, te wonen plegen.
Ofwel: Laureijs Peeter Oomen en Jan Verbunt kopen de Verbrande Hoeve, waar voorheen de Heeren van Dongen op het, nu vervallen, kasteel woonden. Verderop in de akte staat: dat doen ze op 27 december 1713.
Wie zijn Jan Verbunt en Laureijs Peeter Oomen?
Jan Verbunt is de voorvader van Cor Verbunt.
Haar foto staat hiernaast, en is gemaakt op de Markt in Oosterhout bij fotograaf Johannes de Jongh.
Ze trouwt in 1923 in Dongen met Leen Snoeren.
Zijn foto staat hieronder.


Zo leg ik de link naar de familie Snoeren.
De foto’s kreeg ik van Jacques Bakx, een kleinzoon van Cor en Leen.
Jan Verbunt is dan ook een voorvader van hem.
Jan Verbunt en Laureijs Peter Oomen in 1713
Wat weet ik van Jan Verbunt en Laureijs Peeter Oomen, als zij de Verbrande Hoeve kopen?
Jan is bij de koop 39 jaar, en is getrouwd met Cornelia van den Nieuwenhuijsen. Ze hebben 6 kinderen en wonen aan de Haanse Hoef, onder Tilburg, op de grens met Dongen.
Laureijs is 44 jaar, en is getrouwd met Maria Jans van Dongen. Ze hebben 5 kinderen en wonen aan de Hoef. Meestal is met de Hoef ook de Haanse Hoef bedoeld.
Dus ze wonen bij elkaar in de buurt.
Ook zijn ze familie van elkaar:
Cornelia, de vrouw van Jan, is een kleindochter van Jan Laureijs Andries Oomen.
Laureijs heeft dezelfde opa. Hij is een kleinzoon van dezelfde Jan Laureijs Andries Oomen.
Wat kopen ze in 1713?
Het kasteel zelf is dan wel afgebrand en lig er vervallen bij, maar in de akte staat vanaf de 2e regel geschreven:

bestaande nog in een boerenwoning,
backhuijs, schuere, peerts- en koeistallen,
met een stenen duiventoren, en
omtrent dertien a veertien bunderen,
soo saijland, weijden, hoven, vroenten,
en verdere plantagiën op- en dependenten
(van dien)
Ofwel: de boerderijwoning, het bakhuis, de schuur, paard- en koeienstallen, een stenen duiventoren,13 à 14 bunder zaailand, weiland, hoven, vroenten, en plantagiën daaraan verbonden.

Item nog een perceel
beemden, groot omtrent 4 bunder
ter plaatse en omtrent deselve hoeve
gelegen over de Donga, oost het klooster
van Sinte Catharinen Daele tot Breda
modo tot Oosterhout en zuiden
De Heer Rentmeester Thomas Claijpole
Ofwel: ook nog 4 bunder beemden, natte grond, meestal voor hooiland gebruikt, aan de overkant van de Donga ofwel de Donge.

Item nog een
perceeltje, groot omtrent een loopensaat
sijnde den Coolhof, over de Donga, bij
deselve hoeve, oost, west en suijden
De Heer Rentmeester Thomas Claijpoole en
noorden de riviere de Donga
En de Coolhof, een moestuin, 1 loopensaat groot, ook aan de overkant van de Donge
Alles bij elkaar: de boerderij, 13 a 14 bunder akkers en weiden en 4 bunder grasland (voor het hooi), en een moestuin.
Omgerekend: 17 hectaren, 5 hectaren en 0,16 hectare. Aan de dorpskant van de Donge 340 bij 500 meter bijvoorbeeld, en over de Donge 200 bij 250 meter hooiland met een moestuin van 40 bij 40 meter.
Waarom kopen ze dit?
Dat staat er helaas niet bij.
De verkopers woonden er zelf niet. In de akte staat:

laatst in huur gebruikt bij
Hendrick Thomas Claessen
Meestal is met “laatst” bedoeld, dat het voorbij is. Misschien is dat aanleiding geweest voor de verkoop.
Jan en Laureijs woonden aan de Haanse Hoeve, en lijken daar zelf zijn te blijven wonen (bij hun overlijden staat dat ze daar woonden).
Mogelijk hebben zij het opnieuw verpacht, en kregen zij er op die manier inkomsten van. Maar daar heb ik geen aanwijzing voor kunnen vinden.
Wat betalen ze ervoor?
Het precieze bedrag staat er niet in. We kunnen wel via een omweg een idee krijgen. Onderaan de akte staat:

de 40e penning, en 10e verhoging, is

gebleken voldaan te zijn ter somme
van 78 gulden, 10 stuivers en 4
penningen, volgens quitantie van den 22e december 1713.
Voordat de koop vastgelegd mag worden, moeten ze namelijk de overdrachtsbelasting betaald hebben Dat hebben ze gedaan.
De 40e penning komt op 2,5% en met een 10e verhoogd 2,75% (weet niet zeker of dit zo berekend moet worden).
Teruggerekend is het gekocht voor 2855 gulden. Een behoorlijk bedrag voor die tijd, denk ik zo.
Waar is de Verbrande Hoeve, dat kasteel van Dongen?
Om een idee te krijgen waar het ergens geweest moet zijn, hier een snapshot van industrieterrein Tichelrijt:

Ik kan het niet laten om ter plekke te gaan kijken.

Foto J. Meeren op 25 juni 2025
Als ik dit zie, op industrieterrein Tichelrijt, is er niet veel dat herinnert aan een kasteel, eigenlijk niets. Er is ook geen informatiebord.
Ik sta dan “over de Donga”, zoals het in de akte geschreven staat, en dat is bekeken vanuit de kant van het oude centrum, vanuit de Heuvel.
Dus ik sta aan de kant waar de beemden en de moestuin gelegen hebben. Waar ik sta, zal de moestuin gelegen hebben, de Coolhof.
Op de plek van de Schacht 2 tot de bocht achter op de foto stond het hoofdgebouw, de hoofdburcht, met een eigen gracht eromheen.

Ter hoogte van waar ik sta, stond aan de overkant de duiventoren, zo’n 11 meter hoog, en verder naar achteren de boerderijwoning met de stallen: de voorburcht.
Ertussendoor liep een zandpad met een brug over de hoofdgracht en de Donge richting het Rijens Broek. Weet niet of dat ter hoogte was van de wateroverbrugging die nu op de foto staat.
De brandlucht van de Verbrande Hoeve hoef ik er niet bij te bedenken: Ecco Leather is in de nacht van 4 op 5 mei 2025 afgebrand, en laat zich nog steeds goed ruiken, en ligt links achter de bomen.
Wie is de eigenaar hiervoor?
De juffrouwen Elisabet Jacoba, Catharina en Johanna van Gelé uit Dordrecht (1708)
Van wie kopen Jan Verbunt en Laureijs Oomen in 1713?
In de acte staat

…volmacht gegeven…
bij de juffrouwen Elisabet Jacoba en Catharina van Gelé, mitsgaders D’Heer Anthoni de Vries in houwelijck hebbende
juffr. Johanna van Gelé, als erfgenamen van D’Heer Johan van Eijsden
Voor de verkoop hebben ze een volmacht gegeven aan Johan van Herft, koopman in Dordrecht. Die heeft aan advocaat Meester Cornelis Bollekens in Dongen de volmacht overgedragen op 18 november 1713, en die treedt namens de juffrouwen op als verkoper.
Hiernaast de handtekeningen van Elisabet Jacoba en Johanna (In een testament van 11 februari 1697 in Dordrecht)

Medicine Doctor Johan van Eijsden (1696)
De juffrouwen Elisabet Jacoba, Catharina en Johanna van Gelé verkopen als erfgenamen van Johan van Eijsden. Die is overleden voor 30 januari 1708.
Johan van Eijsden is in dat testament genoemd als goede vriend, en zij stellen hem als voogd bij eventuele kwesties. Een familierelatie is niet genoemd. Hun vader was Johan van Gelé, en hun moeder Catharina Vingerhoet. Toch zijn zij wel zijn erfgenamen.
Als ik het verder uitzoek: hun vader is overleden, en daarna trouwt hun moeder met Johan op 15 april 1697 in Dordrecht.
Aangezien uit dat huwelijk geen kinderen geboren worden, zijn Elisabeth en Johanna de erfgenamen.
Jacoba Helena van Blijenburgh (1674)
Hoe Johan van Eijsden het in bezit kreeg:

bij de Heer Johan van Eijsden, medicine Doctor etc. tot Dordreght, als erfgenaam
bij testamente van juffr. Jacoba van
Blijenburgh, sijne overledene huijsvrouwe
Johan, uit de Voorstraat in Dordrecht, en Jacoba Helena, uit Breda, die woont in de Wijnstraat in Dordrecht, zijn in daar in ondertrouw gegaan op 9 juli 1684 en getrouwd in Charlois op 23 juli 1684. Ik heb geen kinderen uit dit huwelijk gevonden.
Wie heeft het daarvoor in eigendom?
Joncker Francois van Blijenburgh (1663)

en daarna uit krachte van koop
in eijgendom gebruickt bij D’Heer Francois
van Blijenburgh bij veste van den 16e
november 1663
Jacoba zal familie zijn van Francois van Blijenburgh, zo staat in In Dongen stond een huis, blz. 54-55.
In de akte staat niet hoe het haar eigendom geworden is.
Dat nodigt mij uit tot zoeken, hoe dat zit.
Online vind ik in Dordrecht bij het Regionaal Archief een korte vermelding:
Bij een machtiging voor de notaris in Dordrecht op 31 januari 1680 is Francois overleden, en komen voor: Jacoba, Geertruijd en Heijman van Blijenburg, en Hendrick van Nassau.
De akte is alleen in Dordrecht te bekijken, en daarom ga ik daar naar toe. Misschien werpt dat licht op deze vraag.
Wat staat er in?:

weeskinderen van wijlen de Heer Franchois van
Blijenburg, in sijn leven schepen tot Breda, met
naemen Juffrouwen Jacoba Helena en Geertruijd van
Blijenburg ende …..
De schrijfwijze van de familienaam kan flink verschillen, zoals ook hierna te zien zal zijn.
In de akte is ook genoemd Heyman van Blijenburg, capitein ten dienste deser landen (=de Verenigde Landen) binnen het fort Engelen (bij den Bosch), de vader van Franchois.
De akte noemt ook graaf Hendrik (III) van Nassau (1483-1538). Die heeft de leen, uitgegeven, waar het in de akte over gaat, op 1 maart 1534.
In Breda is Francois in de Grote Kerk in ondertrouw gegaan:

Ondertrouw den 9 april 1661 .
Joncker Francois van Blijenburgh, jongeman van
’s Gravenhage, en
Joffrouwe Helena van Falckenhaen, jongedame van Workum
Ze zijn in Teteringen getrouwd op 24 april.
Op 10 februari 1662 dopen zij hun 1e kind, dochter Jacoba Helena, in de Grote Kerk van Breda (links):
Op 18 juni 1663 dopen zij hun 2e dochter, Geertruydt (rechts).


Dit zijn de 2 weeskinderen, hierboven genoemd, waarvan Jacoba Helena, het kasteel van Dongen zal erven van haar vader. Geertruydt overlijdt in 1684, 20 jaar oud, in Dordrecht, en is begraven op 7 april.
Jacoba Helena trouwt een paar maanden later, op haar 22e, op 26 juli 1684 in Dordrecht met Johannes van Eijsden, en overlijdt in 1696. Ze is dan 34 jaar.
Vader Francois overlijdt 7 maart 1667. Hij wordt begraven in de Grote Kerk van Breda op 10 maart 1667.

replica van 2010 bij 600-jarige viering van de kerk
Foto archief Grote Kerk – nr 107 P
Links het wapen van de familie Blyenburg. De andere wapens horen bij zijn voorouders.
Bij zijn trouwen staat dat hij van ’s Gravenhage is. Alle doopboeken doorzocht, maar niet gevonden.
Bij de Staten van Holland doet hij op 20 april 1657 een verzoek tot Venia Aetatis, dat wil zeggen om hem als mondig, meerderjarig te verklaren (25 jaar), hoewel hij de leeftijd daar nog niet voor heeft.
Zijn voogden kunnen niet namens hem handelen, omdat zij niet ter plaatse kunnen komen.

Dat Ic met behoorlijck respect te kennen, Francoijs van
Blijenburch, woonachtich tot Dordrecht, out ontrent 23
Jaeren, sone van Heijman van Blijenburch, in Sijn leven
Nat. Archief – Staten van Holland 3.01.04.01 Inv. 2086 f.11 Blad 1-2
Dan zou hij rond 1634 geboren zijn.
Dan begin ik een zoektocht naar zijn geboorte, danwel doop.
Mogelijk is hij gedoopt in een kerk, waar de familie het patronaatsrecht op had, oftewel de pastoor en priesters mocht benoemen, zoals in Kethel.
De oud-conservator van het Huis van Gijn in Dordrecht, de heer Chris M. de Bruyn zoekt ook mee.
Over die zoektocht en wat ik gevonden heb, kunt u lezen in Het Familieboekje.
De conclusie tot nu toe is, dat hij het kasteel koopt, als hij 26 jaar is. Als hij sterft in 1667, is hij 29 jaar.
Na het bezoek aan Dordrecht ben ik nog een keer geweest, en ontdek hoe de familie een rol speelde bij de Opstand van 1572 en ook hoe dat de familie verdeeld moet hebben.
Wat ik gevonden heb, staat op een aparte pagina met Karel V, de opstand, en Willem van Oranje,
Ook de koop van de buitenplaats De Honsdonk bij Breda door zijn broer Cornelis in 1657.
Hier ga ik door met de eigenaren van het kasteel.
Hun vader Francois heeft het kasteel van Dongen gekocht. Zo staat in de acte voor de schepen van Dongen van 16 nov. 1663:

transporteert, opdraegt en over geeft bij desen
de Heere Franchois van Blijenburch de groote
hoeve met het oudt vervallen heerlycheijt huys
en casteel, genaempt Donga Burcht,
waer op de Heeren van Dongen gewoont
hebben, mitsgaders de boerenwooning en veehuijs
De hoeve is laatst verpacht aan Jan Henrick Cools. Die heeft het in pacht gekregen van Sijne Hoocheijt.
Francois zal vanaf de koop de verponding betalen:

Heere Lowijse Baron de Molde,
Heere van Mansart, luytenant
Collonel ende Capiteijn van een
regiment Waelen, ten dienste
van Haere Hooch Moogende, de 2
hoeven van sijne Hoochheijt,
alhier gelegen, namentlyck
eerst totte selve hoeffven:
Het vervallen casteel, huysingen, schuere,
koye, dries en hovinge ende peerdeweij
metten Coolhof over de Donga,
groot tesamen 3 buynder,
123 roeden, getauxseert
door malcanderen op 46 pond 5 stuyvers
compt 10 pond 3 stuyvers
Bron: Dongen Dorpsbestuur-Verpondingscohier vanaf 1654 Inv. 159 f. 140r
De Heere Lowijse, Baron de Molde, Heere van Mansard (1654)
Op 10 november 1654:

Van Brandenburgh hooggeëerde
voighde van Sijne Hoocheijt Willem Henrick
bij de Gratie Godts Prince van Orangien
koopt

Heere van Mansard de Groote Hoeve
met het oudt vervallen Heerlyc Huijs
en Casteel binnen deser Heerlycheijt
waer op de Heeren van Dongen te woonen
plaegen.
De Molde is ook wel geschreven als de Maulde. Hij koopt de Groote Hoeve, en ook de Cleijne Hoeve bij de Heuvel.
Bij de Groote Hoeve gaat het om 37 bunder land, bij de Cleijne hoeve om 25 bunder land. Ook best wel behoorlijk.
Als je bedenkt dat 1 bunder 1,29 hectare is, kom je al gauw op 47,73 en 32,25 hectare, ofwel 608x608m en 500x500m.
Waarom heet het de Verbrande Hoeve?
De baron besluit in oktober 1656 om de 2 hoeven te verhuren. In de huurovereenkomst voor de grote hoeve:

huys dewelck affgebrant is, met sijn omliggende
grachten ende duyventoorn, dewelck de Heere verhuerder
aen hem reserveert)
Hij verhuurt de grote hoeve, maar zonder het Heerenhuis, de grachten en de duiventoren. Die blijven aan hem.
Even verderop: tot de verhuur van de Grote Hoeve hoort wel de paardenwei:

casteel, groot (leeggelaten)
Tussen de koop op 10 november 1654 en de verhuur in oktober 1656 is het vervallen Heerenhuis, het kasteel, ook nog eens afgebrand.
Hoe dat gebeurd is? Ik heb er niets over kunnen vinden.
Prins Willem Hendrik van Oranje
Lowijse, Baron de Molde, heer van Manshart heeft het gekocht van Prins Willem Hendrik van Oranje. Die is in Den Haag op t Binnenhof geboren op 14 november 1650. (Later bekender onder de naam koning-stadhouder Willem III)
Zijn vader Willem II is 24 jaar oud overleden aan pokken op 6 november 1650. Zijn zoontje is 8 dagen oud.
Zijn moeder is Maria Henriëtte Stuart, de oudste dochter van koning Karel I van Engeland, de Princess Royal.
Die krijgt niet alleen de voogdij over haar zoontje.

geschilderd door Jan Vermeer van Utrecht – wikimedia
Ze moet die delen met oma Amalia van Solms, weduwe van Frederik Hendrik, en met Keurvorst Frederik Willem I van Brandenburg, getrouwd met Louise Henriette van Nassau, zus van Willem II, en is zo de oom van Willem Henrick.
En oma Amalia is gemachtigd voor voogd Keurvorst Frederik Willem I van Brandenburg.

van date 29 april 1654 onderschreven
Maria Amalie P. d’Orange (of Amelu?) en met
het Cachet van Sijne Hoocheijt overdeckt
Voor mij vreemd is het gebruik van de naam Maria. In andere acten voor de schepenbank van Dongen, met eenzelfde opzet (voogd van Willem Henrick, met volmacht van de keurvorst):
- Marie Amilia P. d’ Orange (Inv. 104 op 5 juni 1655, f. 206r)
- Maria Amilia P. d’ Orange (Inv. 105 op 6 juli 1656 f. 31v)
- Amelie P. d’ Orange (Inv. 105 op 30 nov. 1656, f. 41r)
Ik kan het niet verklaren.
Hieronder staan ze: Keurvorst Frederik Willem I van Brandenburg en Princes douariere Amalia van Solms.


Bij de verkoop is Prins Willem Henrick 3 jaar oud.
Dus eigenlijk verkoopt de Prins van Orangien Willem Henrick op 10 november 1654 de Groote en Cleijne Hoeve in de Heerlycheijt Dongen.
Heren van Dongen Joost, Roelof II, Willem, Roelof van Dalem
Van wie was het, vooraf aan de graven van Nassau?
Zij hebben het in eigendom gekregen bij de verbeurdverklaring van Joost van Dalem, de laatste Heer van Dongen, en meteen het einde van de Heerlijkheid Dongen op 1 januari 1500.
Graaf Engelbert van Nassau krijgt het dan in zijn bezit.
De vader van Joost van Dalem was Roelof II van Dalem. Zijn vader was Willem van Dalem, en die erft het weer van zijn vader Roelof van Dalem.
Roelof trouwde met Beatrijs van Dongen, een onwettige dochter van Willem van Duvenvoorde.
Willem draagt het Heerlijk Huis Dongen in 1350 over aan zijn dochter Beatrijs en schoonzoon Roelof.
Bouw van het Heerlijk Huis Dongen
Zijn oudste zoon Willem I van Dongen liet hij wonen op het Heerlijk Huis, maar zijn beoogd opvolger als heer van Dongen en heer van Oosterhout, sneuvelde op 27 september 1345 in de slag tegen de Friezen bij Stavoren. Ze waren met een 10000 man in koggen vanaf Enkhuizen vertrokken. Vader Willem was daar ook bij, maar trok zich op tijd terug met zijn kogge. De grafelijke kogge met zijn zoon ging wel aan land, maar de 600 aanvallers in harnas sneuvelden in het moerassige gebied.
Willem van Duvenvoorde heeft het Heerlijk Huis Dongen laten bouwen. Dat moet in ieder geval voor 1345 geweest zijn.
Het zou na 1335 geweest zijn, volgens de kastelen site. Welke bron daarvoor gebruikt is, weet ik niet. Op die site staat een prent van 1629 van het kasteel.

Lezing n.a.v. 50 jarig bestaan van de Heemkundekring De Heerlickheyt van Dongen
Weekblad van Dongen – 22 januari 2026
Daar zal in 1713 niet veel meer van over geweest zijn.
Zo kopen Jan Verbunt en Laureijs Peeter Oomen de Verbrande Hoeve, met een geschiedenis, die teruggaat op Willem van Duvenvoorde. De Hoeve, die toen al bijna 400 jaar achter de rug had.
Hoe gaat het na de koop door Jan Verbunt en Laureijs Oomen in 1713 verder?
Ik vind een schepenakte van 23 april 1737. Daarin maken de weduwen van Jan en Laureijs een verdeling.
Laureijs is begraven in Dongen op 1 maart 1728, 58 jaar oud is hij geworden. Jan is begraven in Dongen op 24 maart 1733, ook hij is 58 jaar oud geworden.
Er gaan dan nog 4 jaar overheen.
Schouteth en schepenen zijn aanwezig als de secretaris de verdeling opschrijft tussen Marie van Dongen, geassisteerd door haar zoon Pieter, en Cornelie Vijveren van den Nieuwenhuijsen (64) en haar mede-erfgenamen de kinderen: Cathrien (34), Anne Marie (31), Claas (29), Cornelis (27) en Jan (25).
In het kort:
- Van de boerderij is de kamer voor Marie, de keuken en karkooi voor Cornelie
- De koestal, schuur, de hof, de werf ieder de helft, en de achterste stal voor Cornelie
- De Dongenackerweide is voor Marie
- De Hoogenakker de helft voor Marie, de Grooten akker de helft voor Cornelie (Hoogenakker = Grooten akker?)
- De Bosakker ieder de helft
- Grote beemd over de Donge ieder de helft
- 2 kleine beemdekens voor de Donge voor Marie
- Ieder de helft van beemden en bergen, genoemd De Steert
- De Coolhof over de Donge voor Cornelie
- Zaailand, wei en bergen, 14 loopensaat, voor Cornelie
- De put en de duiventoren blijven ongedeeld
Grofweg: ieder heeft van alles de helft
Hoe je dat praktisch zou moeten doen met de boerderij, vraag ik me af.
Op dezelfde dag van de verdeling staat in de volgende akte een schuldbekentenis van Cornelie en de kinderen aan de Grooten Armen van Dongen voor 450 gulden met als onderpand de halve huijsinge, schuur, hof en erve, genaamd de Verbrande Hoefe.
Zijn er in het kadaster nog sporen?
We zijn 100 jaar verder. Wie zijn dan de eigenaren?

We komen tegen:
- Laureijs Laureijs Oomens (zoon van Laureijs Laureijs Oomens, kleinzoon van Laureijs Peter Oomens, die het kasteel kocht in 1713)
- Antonie Jan Verbunt (zoon van Joannes Joannes Verbunt, kleinzoon van Jan Claassen Verbunt, die het kasteel kocht in 1713)
- Wed. Corn. J. Verbunt (weduwe van zoon van, idem)
- Jacob Janse Verbunt (zoon van, idem)
- Jan Gerard Smits (getrouwd met Maria Oomens, dochter van Petrus Oomens, kleindochter van Laurens Oomens, achterkleindochter van Laureijs Peter Oomens, die het kasteel kocht in 1713)
De families Oomens en Verbunt zijn ruim 100 jaar later nog steeds in bezit van de percelen.
Het perceel met het kasteel gebruikt Antonie Janse Verbunt als weiland.
De percelen met het duifhuis, de boerderij, en de dries gebruikt Laureijs Laureijs Oomens als weiland.
De andere percelen zijn in gebruik als bouwland, weiland, dennenbos en hakhout.
Vergelijken we de lijst van 1734 met deze percelen, dan heb ik nog niet kunnen plaatsen: de Dongenackerweide, de grote beemd over de Donge en De Steert.
Op het terrein zal niets meer herinneren aan het kasteel van Dongen. Het is weiland, en de plek raakt vergeten als kasteelterrein.
Ontdekking en opgravingen
In het bosgebied De Duiventoren is een stukje grond met een water eromheen. Veel Dongenaren dachten (en mogelijk geldt dat nog wel voor een aantal Dongenaren) dat daar een kasteel gestaan zal hebben.
Dan ook nog eens de naam Duiventoren. een duiventoren was voorbehouden aan rijke lieden, edellieden, en stond bij een kasteel, vandaar de gedachte.
In 1949 schrijft Louis Merkelbach van Enkhuizen in De Oranjeboom van Breda een artikel over Heerlijkheid, Heeren en Heerlijk Huis van Dongen.
Hij heeft een tekening gemaakt van Dongen met daarop de Groote Hoeve en beschrijft de Heerweg, als ten noorden van het oude slot gelegen (blz. 90-91), en een tekening met de grachten (blz. 115).
Het ligt aan de zuidkant van Dongen, dus niet in het bosgebied De Duiventoren.
Hij heeft veel akten onderzocht, en is daardoor tot die conclusie gekomen (een aantal akten heb ik hierboven genoemd). Louis was kapelaan van de Laurentiusparochie in Dongen (1936-1941) en pastoor van de Hubertusparochie in Dongen-Vaart (1952-1960) en zeer geïnteresseerd in de geschiedenis.
Een mooie beschrijving van hem, door Martijn de Laat, is te vinden in De Wazerweyen
In 1976 gaat Toine Snoeren na onderzoek van akten en het aflopen van akkers in het zuiden van Dongen op zoek naar de resten van het kasteel.
Op 1 van de akkers vindt hij bovenop de grond resten van bewoning. Naar wat later blijkt: hij ontdekt de eerste resten van het kasteel.
De heemkundekring doet dan de eerste opgravingen.
In 1979 is de gemeente Dongen van plan om het terrein met zand op te spuiten om het klaar te maken als industrieterrein, genaamd Tichelrijt. Voordat alles onder het zand verdwijnt, vindt een noodopgraving plaats. Ze vinden de grachten, en enkele fundamenten van het Huis terug (De grachten liggen anders dan op de tekening van Merkelbach).
In 1980 wil de gemeente Dongen een brug met duiker aanleggen over de Donge (dat is de brug, die boven te zien is, en waar ik voor stond in 2025). Ze leggen hiervoor de Donge een stukje om, en dan komt een stukje muur tevoorschijn. Bij de opgraving blijkt dit het duifhuis ofwel de duiventoren te zijn.
Toine Snoeren is erbij en zet het op de foto.
Na de aanleg van de brug loopt de Donge weer in zijn oude bedding.
Samen met René Andries schrijft Toine Snoeren in De Wazerweyen van december 1980 over de opgravingen.
In 1983 is verkoop aan de orde. Gezien de resultaten in 1980 vindt nog een opgraving plaats.
Dan wordt het gehele hoofdgebouw zichtbaar, en ook 2 waterputten. De bakstenen komen uit de 14e eeuw, net als het aardewerk.
De verkoop ging in dat jaar niet door, en leek in 1987 wel te gaan gebeuren. Daarom zijn in 1987 en 1988 nog opgravingen uitgevoerd.
De verkoop ging uiteindelijk niet door.
Na afronding van de opgravingen in 1988 zal het terrein alsnog verkocht zijn en in industrieterrein veranderd zijn, zoals het nu nog is.
In het boek In Dongen stond een huis (Hans Koopmanschap (red.), Tilburg, 2005) staat een prima verslag van het vele werk en van de vondsten die gedaan zijn.
De vondsten (artefacten) van de opgravingen zijn in beheer van Museum De Looierij.
Bijzonder is dat Jacques Bakx, als nakomeling van Jan Verbunt, bestuurslid van het Museum is en beheerder van de collectie.